ABBEGA, ook Arega en Abinga genoemd, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Sneek, 1 3/4 u. N. W. van Ylst. Men telt hier nagenoeg 190 inw. De Herv., die hier eene kerk met een fraai orgel hebben, behooren tot de gecombineerde gem. van Oosthem-Abbega-en-Folsgare, de R. K. tot de statie van Ylst. Voorheen had men onder dit dorp de volgende adellijke sloten, Heringa en Wigmana bij de buurt Abbegaster-Ryge; Attama, Sytinga en Bonninga in het buurtje Morra; voorts Bangama in de Oosterburen.

ABBEGA-RYGE, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel, onder Abbega, en 1/4 u. N. van dat dorp gelegen. Hier lagen oudtijds de staten Heringa en Wigmana.

ALBADA of Vrijburg, voorm. stins prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel, in het d. Goinga.

ANEWIELEN, meertje van Friesland. Zie Annewiele.

ANNE-WIELE, of Anewielen, meertje in Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel, u. O. van Hommerts.

ATSEBUREN, of Atzebuiren, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1/2 W. van Sneek, even zoo ver O. van Oosthem, waartoe het behoort, 1/2 u. N. van IJlst, nabij de Geeuw en den Hemdijk.

ATSEBUURSTERMEER of Atzebuirstermeer, ook wel in de wandeling het Kleine-meer genoemd, pold., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel, arr. en kant. Sneek, onder Westhem, palende N. O. aan de Morrahem en de Hemdijk, O. en Z. aan de Rijperahem, en W. aan het drooggemaakte Sensmeer, waarmede het onder een bedijking ligt. Deze polder was vroeger een meer, dat in het jaar 1633 drooggemalen is.

Den 7 Februarij 1825 braken de dijken van het Atsebuurtstermeer door, zoodat het daardoor geheel onder water liep, en de daarin staande woningen geheel of gedeelte lijk beschadigd werden.

ATTAMA, voorm. state prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, onder Abbega, 10 min. van dat dorp.

AULA DEI of Godshof, naderhand Nijeklooster genoemd, voorm. adell. Nonnenklooster van de Cistercienserorde, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, onder Scharnegoutum. Het werd gesticht in het jaar 1233 door Dodo, Abt van Bloemkamp, op de landen en uit de middelen van zekeren Ubald, die zijne gelofte in het klooster Bloemkamp gedaan en alle zijnde goederen, voor de zaligheid zijner ziele, tot dit werk ten beste gegeven had, waarna hij den 28 Augustus 1240 overleden en in het klooster Aula Dei begraven is. Dit klooster werd, nadat het volbouwd was, met zusters uit het Klooster Sion, in Oost-Dongeradeel, bevolkt, en stond onder het opzigt van gezegden Abt van Bloemkamp en zijne opvolgers, tot in het jaar 1572, toen het verwoest werd, zoodat er thans niets meer dan twee boerenplaatsen van in wezen zijn.

BONNINGA, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, in de Morra, onder Abbega, en ruim 10 min. N. W. van dat dorp. Zij werd in 1495, toen Pier Foppes Bonninga er eigenaar van was, ingenomen en geplunderd. ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerenhoeve.

BONS, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1/2 u. W. van Sneek, u. Z. van Ysbrechtum, waartoe het behoort.

BOTNIA of Hottinga, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/4 u. Z. van Nieuwland, waartoe zij behoorde.

BREK (BORN-), meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, eigenlijk het Westelijke gedeelte van de Oudegaster-Brekken.

BREKKEN (VLAKKE-), meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, O. van Zandvoorde, en ten N. met de Oudegaaster-Brekken ineenloopende

BREKKEN (WITTE-), meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, Z. van Sneek, W. van Oppenhuizen en Uitwellingerga. Het staat door de Geeuw in verbinding met het Oudkerkhof.

BREKKEN (ZWARTE-), meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, Z. van Sneek. Het staat ten O. in verbinding met de Witte-Brekken en ten W. met de Ooster-Wymers.

BROERESLOOT, water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/2 u. Z. van Sneek, tusschen de Witte-Brekken en de Oppenhuistervaart.

BRUGSLOOT of Ooster-Brugsloot, vaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet Wymbritseradeel, 1u. Z. van Sneek, langs het d. Uitwellingerga loopende. Het is een gedeelte van het groot-scheepsvaarwater tusschen het Sneekermeer en Woudsend.

BURMANIA, thans, gelijk ook vroeger, weder Epema-state geheeten, state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, te Ysbrechtum. Met behoud van de oude slotpoort, is het voorm. oud gebouw, voor eenige jaren vervangen door een net, in den tegenwoordigen trant gebouwd landhuis, dat thans bezeten en bewoond wordt door den Heer S. van Welderen Baron Rengers, Grietman van Wymbritseradeel, Lid der Staten-Generaal enz.

DRAY (HET), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel, aan het einde van de Wymers en de Geeuw voor Nijezijl en 10 min O. van IJlst.

DYGRAFT of Y, water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel.

Het is eene tak of liever het zijn twee takken van de geeuw, welke rivier zich ten N. van de stad Ylst in drie armen verdeeld waarvan de middelste de stad doorloopt; terwijl de oostelijke en westelijke arm, onder den naam van Dy-Graft of Y, rondom IJlst loopen en zich onmiddelijk ten Z. van de stad weder vereenigen om het Zouw te vormen.

EE (NOORDER-), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, dat de Naauwe-Wymers opneemt en van Smallebrugge, in eene zuidelijke rigting, langs Woudsend vliet en zich in het Slootermeer ontlast.

EPECOLSGA of Epekolsga, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Ypekolsga.

EPECOLSGA of Epekolsga, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Ypekolsga.

EPEMA, Epama of Epema-state, state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Burmania.

EPEMASTATE, staten, prov. Friesland, kw. Westergoo. Zie Epema.

FEYKEPOEL of Fykepoel, meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/4 u. N. W. van Heeg.

Het heeft noordwaarts gemeenschap met de Palsepoel en door de Diepsloot gemeenschap met de Henxtepoel.

FOLPRANGA, d. prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel. Zie Uitwellingerga.

FOLPRANGE, d. prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel. Zie Uitwellingerga.

FOLSGARE, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. W. N. W. van Sneek.

Het is gering van buurt en telt ruim 80 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Oosthem-Abbega-en-Folsgare. - De R. K., worden tot de stat. van Sneek gerekend. - Weleer lag hier de state Walma.

In 1498, werd hier de kerk met den toren afgebrand, door de soldaten, welke de vetkooper Tjerk Walta had in het land gebragt; ook kwamen daarbij twee huislieden om, die op den toren gevlugt waren.

FOPPE SJAARDA-HUIS, voorm. huis, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet Wymbritseradeel, onder Abbega, en 10 min. N. W. van dit d. in het buurtje de Morra gelegen.

Het werd den 16 Sept. 1490 door Douwe Tietes Hettinga en zijn broeder Epe ingenomen en verbrand, waardoor de eigenaar, een vreedzaam man, na verloop van drie dagen, van droefheid stierf.

FRANCISKANER-KLOOSTER, in de griet Wijmbritseradeel, kw. Westergoo, prov. Friesland. Zie Groendijk.

FRANCISKANER-KLOOSTER, in de griet. Wijmbritseradeel, kw. Westergoo, prov. Friesland. Zie Groendijk.

FRITEMAHOF, voorm. landh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Frittema.

FRITTEMA of Frittemahof, voorm. landh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel, arr., kant., gem. en W. van Sneek.

FRYTAMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo. Zie Frittema.

FYKEPOEL, meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Feykepoel.

GAASTMEER, oudtijds Gasmeer of Gasmar, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. Z. W. van Sneek aan het Piel, zijnde een inham der Fljuessen. Men telt er, met de daaronder behoorende buurtjes Oosterend, de Woudburen en Westerend, 250 inw., onder welke velen zich op de palingvisscherij en handel toeleggen, zijnde de handel in die visch van zoo veel belang, dat er jaarlijks van hier en het nabijgelegen Heeg, meer dan drie maal honderd duizend Ned. ponden naar Engeland verzonden worden.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. van Gaastmeer-en-Nyehuizum, die hier eene kerk heeft, welke vr de reformatie 100 Filipsguldens (270 guld.) opbragt; terwijl er eene vikarij van 60 Filipsguldens (162 guld.) was. Het is een klein langwerpig vierkant gebouw, met eenen spitsen toren op het westeinde. In de westgevel van de kerk, vindt men een gekroond adellijk wapen, waaronder dit opschrift: Jr. S. G. G. J. V. B. Rengers, Heer van Oostbroek en Cammingburg, Grietman en Diekgraaf over Wymbritseradeel, Gedeputeerde ter vergadering van haar H. M. de Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden ende Hooghgeboren Vrouwe O. A.: Gravinne van Welderen ect. ect. 1752." Dit jaartal 1752 ziet hierop, dat de scheefstaande stompe toren in dat jaar is afgebroken en door een nieuwe spitse vervangen, die in 1837 weder geheel vernieuwd is, doch de spitse vorm heeft behouden. De kerk werd in 1812, inwendig, aanzienlijk veranderd, de predikstoel uit het midden der kerk in het oosteind geplaatst, de zolder die vlak of plat was, met een verwulft verwisseld. - Men heeft er een dorpschool.

GAASTMEER-EN-NYEHUIZUM, kerk. gem, prov. Friesland, klass van Sneek, ring van Ylst.

Men telt in deze gem., welke vroeger met die van Oudega-Idsega-en-Santfirde vereenigd was, en daarvan in 1610 gescheiden werd, 225 zielen en twee kerken. De eerste, welke hier, na de scheiding van Oudega-Idsega-en-Santfirde, het leraarambt heeft waargenomen, is geweest Sible Haring, die in het jaar 1610 herwaarts kwam en in het jaar 1620, Emeritus werd.

GAAUW, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Gauw.

GASMER, oude naam van het d. Gaastmeer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet Wijmbritseradeel. Zie Gaastmeer

GAUW, Gaauw of Gaw, in het oud-Friesch Ghawe, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. N. N. O. van Sneek. - Dit d. behoort tot de oudste der provincie. men telt er 120 inwoners, die meest hun bestaan vinden in de veeteelt.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Goinga-Gauw-en-Offingawier, die hier eene kerk heeft, welke in het jaar 1685 geheel nieuw gebouwd is, ter nagedachtenis van welke verbetering men vroeger boven de deur las:

Burmania, antiqua ducens ab origine nomen,

Aetatis quinos cum nondum impleverat annos,

Zeino joachimus, Grietmani filius, hujus

Frisiaco saxo jacuit fundamina templi

17 Aug. CIC(omgek.) IC(omgek.)CLXXXV.

Ziet Zeino Joachim, des Grietmans eerstgebooren,

Burmanias zaat en kroost van edel oud geslagt,

Legt, nog geen vijf jaar oud, aan deeze kerk en toren

Den grondvest, en heeft zulks met Frieschen steen volbragt.

Dit opschrift is er echter nu niet meer, wel de steen waarop het gestaan heeft, even als een daar boven geplaatste steen, waarop voorgeen het wapen der Burmania's te zien was, doch n opschrift n wapen zijn in het jaar 1795 weggekapt.

De kerk, welke hier vroeger gestaan heeft, had aan vast inkomen voor den Pastoor 100 goudgulden (150 guld.). De vikarij bedroeg 70 goudgulden (105 guld.). De Proost van St. Janskerk te Utrecht trok van de pastorie 6 postulaatgulden (12 guld.). Er is een dikken stompen toren. - De R. K., welke men er aantreft, worden tot de stat. van Sneek gerekend.

Dit d. is de geboortepl. van Radboud, den veertienden Bisschop van utrecht, wiens overgrootvader van moederszijde is geweest Radboud I, Koning van Friesland.

GAW, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel. Zie Gauw.

GEEUW (DE), Geu of Geuw, breed vaarwater, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Het neemt eenen aanvang bij de stad Sneek, en loopt, in eene zuidwestelijke strekking, naar Ylst, waar het zich in de Wymers enz. ontlast.

GEEUW_DE) of Geuwe, meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 5 min. N. van Idsega, hebbende gemeenschap met de Idsegasterpoelen en de Joe of Joe.

GEU (DE), vaarwater, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Geeuw.

GODSHOF, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Nyklooster.

GOENGA, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Goinga

GOENGHEM, oude naam van het d. Goinga, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Goinga.

GOINGA, Gonga, Gojinga of Goingum, in het oud-Friesch Goynghma of Goenghem, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. N. N. O. van Sneek. Het is een vrij knap d., met 210 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw; men heeft ereenen zeer vruchtbaren grond.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Goinga-Gauw-en-Offingawier, welke, welke hier eene kerk heeft, die in het jaar 1758 gebouwd is, ter vervanging van eene die veel grooter was, dan de tegenwoordige. men vindt nog buiten aan de oostzijde der kerk eenen ruimen grafkelder, welke in de vorige kerk is gebruikt geweest. het jaartal harer stichting, 1758, is nog boven de deur geplaatst. De toren, met eene kleine spits voorzien, is gebouwd in het jaar 1787. Op eenen steen in den muur vindt men het volgende opschrift:

Anno 1787 den 12 Juni is de eerste steen van deese tooren terwijl hier Predikant was Do. R. Beokeringh gelegt door Jan Euerts Rekenmeester van de Contributie en Administreerendt met Harmen Rients Adsisteerendt Kerkvoogt van deese plaats.

Hier waren oudtijds de staten Jongema, Sickinga en Albada; Ook stond hier het klooster Nijeklooster.

Bij den watervloed van Februarij 1825 liep, door het overloopen van den Hemdijk, een gedeelte van dit d. onder, zoodat vele landlieden hunne woningen verlaten en met hun vee in het kerkgebouw of elders hunne toevlugt moesten nemen.

GOINGA-GAUW-EN-OFFINGAWIER, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Sneek, met 400 zielen, en 3 kerken, als ne te Goinga, ne te Gauw en ne te Offingawier.

De eerste, die hier het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Johannes Overney, die in het jaar 1592 hier stond, en in het jaar 1598 naar de klassis van Franeker vertrok.

GOINGAMIEDEN of Goengamieden, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel, arr., kant. en 1 u. N. N. O. van Sneek, 3 min Z. W. van Gauw, waartoe het behoort.

GOUTUM (SCHARNE-), d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Scharnegoutum.

GOUTUM, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel. Zie Scharnegoutum.

GRAUWEKAT (DE), geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 u. W. van Sneek, 1/4 u. Z. van Westhem, waartoe het behoort, aan den Hemdijk.

GROENDIJK, Groenendijk, Groendijk of Graauwe-Beggijnenklooster, voorm. kloost. prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, O. N. O. en niet verre van Sneek.

Dit kloost., hetwelk bewoond werd door Nonnen, die naar den derden regel van den H, Franciscus leefden, of zoogenaamde Graauwe-Beggijnen, is in het jaar 1463 gesticht. Thans is daarvan niet meer dan de naamen de standplaats overgebleven.

GROENEDIJK, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Westergoo. Zie Groendijk.

GROENENDIJK, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Westergoo. Zie Groendijk.

GRONS (DE ZANDIGE-), water, prov. Freisland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Grons (De).

GRONS (DE) of de Zandige-Grons, water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Het is eigenlijk een zuidelijke inham van de Vlakke Brekken, en behoort onder het d. Nieuwhuizen of Nyhuizen.

HARING-DOUWESHUIS, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Sneek, nabij Abbega, waartoe het behoorde.

HAUBOIS, hofst., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1/2 u. N. van Sneek, 5 min. Z. van Loinga, waartoe zij behoort.

Deze hofst. beslaat, met de daartoe behoorende gronden, eene oppervlakte van 35 bund. 67 v. r., en wordt thans in eigendom bezeten en bewoond door de wed. Ymte Johannes Bosthua.

HEEG, anders Hegens, in het Lat. Haga, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr. en 2 u. Z. Z. W. van Sneek, ten N. van het Heegermeer.

Het is eene groote, wel bestrate en bebouwde plaats, welks schoone buurt, zoowel langs de vaart, als in eene lange en nette straat, welke naar de kerk leidt, bezienswaardig is.

Buiten de buurt heeft men meerendeels lage landen en vele poelen, als: Henxtepoel, Feitepoelen en Palsepoelen enz. Van hier noordwaarts loopt een rijweg tot aan de buurt Osingahuizen, hier onder behoorende, en van daar weder westwaarts door Oudega tot in Wonseradeel, doch noordwaarts tot aan den Hemdijk, bij de Nieuwezijl; dragende den naam van Ooster-Schattinge. Tusschen de Wijmerts en het Heegermeer, ligt een stuks lands, met name Oostwaarde, daar eene plaats gevonden wordt, bekend onder den naam van Goudebodem, welke mede behoort tot dit dorp, dat zich mede in het Westen zeer ver uitstrekt.

Suffridus Petri en andere geleerden van vroeger dagen beweerden, dat Heeg oudtijds, toen de Hollandsche Graven over Friesland heerschten, de plaats zoude geweest zijn, waar dezen, om de vermakelijkheid en aangename ligging, hun hof hielden, en een raadhuis getimmerd hadden; waarom dit dorp een ander 's Gravenhage zou geweest zijn, en alleen wegens den Frieschen tongval den naam van Heeft verkregen hebben. Anderen willen, met meer waarschijnlijkheid, dat het zijnen naam ontleend hebbe van zijne ligging op eene hoogte of heuvel. Men telt er 217 h. en ongeveer 1100 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt en visscherij. De paling, die meestal elders gevangen en hier wordt aangebragt, bewaart men er eerst in baggen of aken, en wordt daarna met groote schepen of aalaken naar Londen vervoerd, hetwelk een belangrijke tak van handel oplevert. Ook heeft men er eenen houtzaagmolen, 3 scheepstimmerwerven en 2 leerlooijerijen.

De Herv., die hier ruim 900 in getal zijn, maken eene gem. uit, die tot de klass. van Sneek, ring van Ylst, behoort. In de kerk, welke hier vr de Reformatie stond, bragt de pastorij honderd zestien goudguld. (174 guld.) op, het vikarisschap 100 goudguld. (150 guld.), bovendien was er eene prebende van 100 goudguld. (150 guld.), en eene tweede van 60 goudguld. (90 guld.). In plaats van deze kerk, die wel groot en aanzienlijk, doch door ouderdom vervallen was, is in het jaar 1745 aan het westeinde der buurt eene andere gebouwd, die met eene spits torentje pronkte, en van binnen met een orgel voorzien was. Ook deze kerk is in het jaar 1840 vervangen door eene, die den 20 September van dat jaar ingewijd en van eenen spitsen toren en een orgel voorzien is. In het jaar 1833 werd op eene edelmoedige wijze aan eene behoefte dezer gem. voldaan, doordien de Heer W. A. Visser, haar eenen fraaijen zilveren avondmaalbeker schonk, bij dien, welken zij reeds bezat door het toenemen van het aantal leden niet toereikende was; terwijl de broeder van den gezegden Heer, A. A. Visser, haar in 1836 een zilveren doopbekken vereerde.

De R. K., welke er wonen, maken eene stat. uit die tot het aartspr. van Friesland behoort, en door eenen Pastoor bediend wordt.

De dorpschool wordt door een gemiddeld getal van 150 leerlingen bezocht. - DE kermis valt in den derden Woensdag van October.

Heeg is de geboorteplaats van den Regtsgeleerde Haringus Siffridi Siffriduszoon (Synnama), die eerst Hoogleeraar in de beide regten, en naderhand Bijzitter van het Keizerlijk Kamergerigt te Spiers is geweest. Het adell. geslacht van Haringsma, waarvan in het jaar 1402 Haring Haringsma tot Postestaat van Westergoo benoemd, is uit dit h. afkomstig, en had vroeger aldaar eene state.

Het d. Heeg, heeft ook veel geleden bij den watervloed van februarij 1825. Tot aller bevreemding ontwaarde men hier dat, in weerwil van den hevigen noordwestenwind, een zeer sterke stroom van den zuidkant af van het Slootermeer liep, deze nam hand over hand toe, zoodat in den avond van den 5 en den volgenden nacht, alle de polders in den omtrek onder water stonden; een aantal landlieden moest met hunne huisgezinnen en vee de vlugt nemen, en zelfs onder het dorp werden vele beesten uit de stallen op de hoogten gebragt. Acht en zestig gezinnen, uit twee honderd zeven en zestig zielen bestaande, werden te Heeg in de pastorij opgenomen, en bij de dorpsbewoners verzorgd, gespijzigd, en van het noodige voorzien.

HEEGERMEER, meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Wymbritseradeel.

Het loopt ten Westen van de Fljuessen ineen, en staat door de Haaneboersloot met het Noordmeer, door de Wegsloot met de Idsegasterpoelen, door de Hooiwijk met de Ee, en door de Foksloot, met de Rakker, langs Woudsend, alsmede met het Slootermeer in verbinding.

HEERE-SIMONSPOELEN, water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, Z. van Jutrijp, dat door de Trypsloot en de Heere-Simonssloot, met andere wateren in verbinding staat.

HEERE-SIMONSSLOOT, water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, dat bij Jutrijp zijnen oorsprong nemende met eene oostelijke strekking in de Ooster-Wymers uitloopt.

HEGERMEER, meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Heegermeer.

HENGSTEPOEL of Henxtepoel, meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 5 min. N. van Heeg.

Het staat door de Diepsloot met de Feikepoel, en door de Wegsloot met de Idsegasterpoel in verbinding.

HENXTEPOEL, meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Hengstepoel.

HERINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, onder Abbega, 1/4 u. N. aan dat dorp, in het buurtje Abbegaster-Rijge gelegen.

Eene deze staten is het stamhuis geweest van het beroemde geslacht der Heringa's, hetwelk niet minder dan vijf Teekenaars van het verbond der Edelen heeft opgeleverd, als: Douwe Heringa, Edo Heringa, Jouw Heringa, Laas Heringa en Oene Heringa (1). Vermoedelijk stamde ook de beroemde Utrechtsche Hoogleeraar Jodocus Heringa Elizaz. van dit geslacht af.

(1) Men zie over hen J. W. te Water, Historie van het Verbond der Edelen, st. II, bl. 454-457.

HETTINGA of Hittinga, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. Z. Z. W. van Sneek, 5 min. Z. van Hommerts, waartoe zij behoorde.

Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerderij. De daartoe behoord hebbende gronden beslaan eene oppervlakte van 90 v. r. 20 v. ell.

De geschiedenis spreekt onder andere van Epe Doeke Tietesz. en Benedictus Hettinga, die in het laatst der veertiende eeuw op deze state gewoond hebben. In het jaar 1578 stierf hier Titus Hettinga, een dapper man, die in de Spaansche beroerte ten lande uitvlugtte, en onder den Prins van Oranje met veel of diende. Zijn Latijnsch grafschrift, zulks te kennen gevende, luidt, voor zoo ver het leesbaar is, aldus:

origineel overnemen.

als wanneer men het volgenderwijs kan vertalen: Hier ligt Titus Hettinga, die in dapperheid door niemand overtroffen werd. De Hollanders kennen zijne dappere daden. Uit het Vaderland vlugtende, volgde hij den Prins van Oranje, als een hevig vijand van de Spanjaarden. Eindelijk als overwinnaar tot zijne kinderen teruggekeerd, maar zijne vrouw gestorven zijnde, heeft een onverwachte dood ook hem onverhoeds weggenomen.

HIEM (HET-HOOG-), geh, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr. en kant. Sneek, nabij Uitwellingerga, waartoe het behoort.

HISSEMEER, meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/2 u. Z. W. van Oosthem.

Het staat met het Riedmeer, het Piekmeer en het Houtmeer in verbinding.

HITTINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Hettinga.

HOITEMA of Hoytema, voor. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 u. Z. Z. W. van Sneek, 10 min. Z. O. van Oldega, waartoe zij behoorde.

In het jaar 1575 stierf op deze state Gerke Hoitema, gehuwd met Rink Bottinga van Boornzaag. Hij ligt te Oldega begraven onder eene blaauwe zerk, met het volgende opschrift: (Grieks)









Wij vinden dit aldus vertaald:

In tranen kwam ik hier, met tranen ga ik heen:

Geheel het leven is maar tranen en geween.

Beklagelijk geslacht, o Menschen vol ellendigen,

Die op deze aarde kruipt, en wederom moet enden.

Onder bovenstaand Grieksch grafschrift, leest men nog in het Latijn:

Omnia mors sternit, quod natum est occidit una:

fine caret virtus, et benefacta manent.

(d. i.: De dood werpt alles ter neder, al wat geboren is moet eenmaal sterven; de deugd is niet vergankelijk en goede daden blijven.)

HOMMELS, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Hommerts.

HOMMERS, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Hommerts.

HOMMERTS of Hommers, ook wel De Hommerts, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. ten Z. W. van Sneek.

Het is een vrij groot dorp, door hetwelk de straatweg van Sneek naar de Lemmer loopt, en waarvan de aarden baan in 1843 gereed gemaakt is, om het volgende jaar bestraat te worden. Men telt er, in de kom van het d., 42 h., bewoond door 61 huisgez., uitmakende eene bevolking van 330 inw., en met het daartoe behoorende buurtje Lippenwoude, 52 h. en 400 inw.

De Herv., die hier 375 in getal zijn, behooren tot de gem. Jutrijp-en-Hommerts, en tot op de komst der Franschen in 1795, met fraai geschilderde glazen prijkte, bevattende de wapens van Friesche Edelen en anderen. het is een langwerpig gebouw, met den ingang naar het westen. Tot in 1821 was deze aan den zuidkant, terwijl de predikstoel aan de oostzijde staat. De vorige kerk was ten oosten langer, en het dak aanmerkelijk hooger dan van de tegenwoordige. Tot in 1821 stond ten Westen, waarin vroeger twee klokken schenen gehangen te hebben. Deze afgebroken zijnde, heeft men er een portaal voor in de plaats gemaakt, dat tot ingang naar de kerk dient, en daarop een houten spits gesteld met zink gedekt, waarin een slag- en uurwerk, alsmede een klok gevonden wordt.

De R. K., van welke men er ruim 20 aantreft, worden tot de stat. van Heeg gerekend.

De 4 Doopsgez., die er wonen, behooren tot de gem. van IJlst.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 65 leerlingen bezocht.

De straatweg van Leeuwarden over Sneek naar de Lemmer, waarvan boven gesproken is, en welke langs het geheele d. loopt, zal dit d. veel levendigheid bijzetten.

Weleer lag hier, niet ver van de kerk, de stins Hettinga. Zie dat woord.

HOOGHIEM (HET), voorm. landh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. Z. O. van Sneek, 1/4 u. Z. O. van Uitwellingerga, waartoe het behoort.

Ter plaatse, waar het gestaan heeft, ziet mne thans eene boerderij. De daartoe behoord hebbende gronden, beslaande eene oppervlakte van 44 bund. 9 v. r. 20 v. ell., worden tegenwoordig in eigendom bezeten door den Heer Lammert Wilems Frankena, die de boerderij bewoont.

HORSSEWEG, water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/4 u. Z. O. van Uitwellingerga, aan de grenzen van Doniawarstal, in een zuidwestelijke rigting uit de Modderige Geeuw naar het Strobbe-Rak loopende.

HOSPITAAL-VAN-ST-JANSBERG, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Jans-Hospitaal.

HOTTINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. N. W. van Sneek, 1/4 u. Z. van Nieuwland, waartoe zij behoorde.

Het moet een sterk en voortreffelijk kasteel geweest zijn. Omtrent den tijd der Spaansche beroerten was het in handen van Julius Botnia, en droeg sedert den naam van Botnia-state; naderhand kwam het aan de Roordas, en werd in de vorige eeuw tot den grond toe afgebroken, zoodat men thans niet meer weet aan te wijzen, war het gestaan heeft.

De laatstgenoemde dezer staten was het stamhuis van het oude Friesche geslacht van Hottinga, ook wel Hotnia en Hottenga genoemd. Het was reeds in de veertiende eeuw bekend, en leverde vele voortreffelijke mannen op, van welke wij Douwe van Hottinga en zijn broeder Hero van Hottinga, als leden van het verbond der edelen gemeld vinden, terwijl een derde broeder, Johan van Hottinga, in het jaar 1567, als Gezant naar Engeland gezonde werd (1). Dit geslacht, hetwelk door huwelijken verbonden was met de geslachten van Albada, Grovestins, Eysinga, Herema, Roorda, Harinxma, Hettinga en Sixma, is thans uitgestorven.

(1) Zie over beide eerstgenoemden J. W. te water, Historie van het Verbond der Edelen, St. II, bl. 474-477, en over den laatste Mr. J. Scheltema, Staatkundig Nederland, D. I. bl. 493 en 494.

HOUKESLOOT (DE) of de Houwkessloot, water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, dat bij de stad Sneek een begin neemt, met eene zuidoostelijke rigting naar het Kruiswater stroomt, waar het eene oost-noordoostelijke rigting aanneemt, en in het Sneekermeer uitloopt.

HOUTESLOOT, voorm. vaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, die sinds jaren verland en ingepolderd is. Zij kwam voort uit de vaart langs het dorp Hommerts, en liep in eene oostelijke rigting, door het mede verlande poeltje de Grootewiel, in den Oudeweg uit.

HOYTEMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 u. Z. W. van Sneek, 5 min. O. van Oudega, waartoe zij behoorde.

HYPPOLITUSGA, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Ypecolsga.

IDSEGA, Idzega of ook Idzinga en Idsinga, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 u. Z. W. van Sneek, rondom in wateren en poelen gelegen, waarvan de voornaamste naar het dorp den naam draagt van Idsegaster-poelen. Men telt er, met het buurtje de Band, 180 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw.

In het zuiden van het dorp ligt een plaats de Bratten genoemd, waarop zich zeker Heer uit het geslacht Heemstra veel plagt te onthouden, wegens hare goede gelegenheid tot de visscherij. Deze liet hier ook twee polders aanleggen, die tegen verwachting niet alleen goed weiland, maar zelfs goed bouwland gaven; voor het overige zijn de landen hier zeer laag, en wel inzonderheid naar het Zuiden, daar men ook klijngrond vindt, uit welke zeer goede turf gegraven wordt.

De Herv., die hier zijn, behooren tot de gem. Oudega-Idsega-en-Zandvoort, welke hier vroeger eene kerk had, waarvan de pastorie vr de Reformatie honderd goudgulden (150 guld.) en het vikarisschap zestig goudgulden (90 guld.) opbragten. Deze kerk was reeds in het midden der vorige eeuw afgebroken.

De R. K., welke hier wonen, behooren tot de stat. van Heeg.

Vroeger stond hier een klooster van Graauwe Beggijnen, van de St. Augustinusorde, Nazareth geheeten. - Men heeft er eene school.

IDSEGASTER-MEER, meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie het volgende art.

IDSEGASTER-POELEN of Idzegaster-Poelen, ook wel Idsegaster-meer geheeten, meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, Z. O. van Idsega.

Het staat door de Bratten met de Oosterender-poel, door de Wegsloot met het Heeger-meer, en voorts door slooten met de Geeuw en de Tottepoel in verbinding.

IDSINGA, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Idsega.

IDZEGA, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Idsega.

IDZEGASTER-POELEN, meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Idsegaster-Poelen.

IDZINGHUIS, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Idsega.

INDIJK, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. Z. Z. O. van Sneek, niet ver, en ten Z. O. van het Heeger-meer, en 1/2 u. N. W. van Woudsend.

Dit d., hetwelk uit eenigzins verstrooid liggende, of liever eene O. en W. loopende rij boerenwoningen bestaat, telt 10 h. en ruim 60 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt en melkerij. De grond is er laag en met kadijken omgeven, doch ongemeen grasrijk.

De Herv., welke hier ruim 40 in getal zijn, behooren tot de gem. van Woudsend-Ypecolsga-Amallebrugge-en-Indijk. - Men heeft in dit d. geen kerk of toren, maar alleen staat op het kerkhof eene klok in een houten bintwerk.

De R. K., welke hier ruim 20 in getal zijn, behooren tot de stat. van Woudsend. - Men heeft er geen school, maar de kinderen genieten onderwijs te Woudsend.

IPEKOLSGA, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Ypekolsga.

ISBRECHTUM, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Ysbrechtum.

ISBROECHTEN, oud-Friesche naam van het d. Ysbrechtum, prov. Friesland.

JANSBERG (HOSPITAAL-VAN-ST.-), voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Jans-Hospitaal (St.).

JANS-HOSPITAAL (ST.) of Hospitaal-van-St.-Jansberg, voorm. kommanderij van de Ridders van Maltha, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, buiten de Noorderpoort en onder de klokslag der stad Sneek gelegen.

Uit dit klooster plagt de parochiekerk van Sneek hare Pastoors te krijgen, volgens het regt van patroonaatschap, dat de Malthezer Ridders over onderscheidene kerken, als die van Oppenhuizen, van Bolsward en van Sneek plagten te hebben.

Het St.-Jans-Hospitaal was in het jaar 1206 door Malthezer Ridders gesticht, en brandde in het jaar 1294 af. het moet echter later weder opgebouwd zijn, want wij lezen, dat het in het jaar 1517 door de Sneekers afgebrand werd, ten einde de Bourgondirs zich daarin niet zouden nestelen.

Ter plaatse, waar het gestaan heeft, is in het jaar 1828 de nieuwe begraafplaats der stad Sneek aangelegd, om welks hooge oppervlakte eene diepe gracht is, en naar welke nieuwen, lijnregten weg en vaart is aangelegd. Zij is met eenen ijzeren hek afgesloten, en de opmerkzame beschouwing van den vreemdeling overwaardig. Dit veld is in vier gelijke deelen afgemeten, en door breede middelpaden en een algemeen pad daarom heen, afgedeeld. Zoowel de genoemde weg als de begraafplaats zijn fraai beplant.

JARIG-SLOOT (DE), water, prove. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, uit de Geeuw voortkomende, en met eene westelijke rigting bij Kappenburg uitlopende in eene oude vaart, die van de Houke-vaart naar Uitwellingerga loopt.

JELTE-SLOOT, water, prov. Friesland, kw. Westergoo, hetwelk in de griet. Wymbritseradeel, uit de Wymerts voortkomt, en, in eene oostelijke rigting, de grensscheiding tusschen die griet. en Doniawarstal daarstelt, en zich in de Koevaart ontlast.

JENJE-MEER, meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, op de grnzen van de griet. Wymbritseradeel en Doniawarstal, 1/2 u. Z. O. van Uitwellingerga, dat door de Tienesloot met de Broekster-oude-weg, en door eene andere sloot met de Brekken in verbinding staat.

JONGEMA, Jonghama of Jongama, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. O. N. O. van Sneek, te Goinga.

Hessel Jongema van Goinga was een van de Friesche Heerschappen, die in het jaar 1500 door den Hertog van Saksen verslagen werd.

Een dezer staten is het stamhuis geweest van het oude geslacht van Jongema, tot hetwelk behoorde Edo Hessels Jongema, die zich beroemd gemaakt heeft, door wijzen en stouten wederstand tegen het voornemen van Hertog Georg van Saksen, om het leenregt in Friesland in te voeren, en van Lats Jongema, een der teekenaars van het Verbond van Edelen. (1)

(1) Zie over beide Mr. J. Scheltema, Staatkundig Nederland, D. I. bl. 536-538, en J. W. te water, Historie van het Verbond der Edelen, St. II, bl. 487-489.

JORTRIJP, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Jutrijp.

JOUWSWERD of Jouwswier, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/4 u. W. van Sneek, 1/4 u. Z. W. van Wolsum, waartoe het behoort; met 6 h. en 30 inw.

JOUWSWIER, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Jouwswerd.

JURRINGASLOOT (DE), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, dat, ten Z. O. van Uitwellingerga, uit de Geeuw voortkomende, met een oostelijke strekking in de Langsteertepoel uitloopt.

JUTRIJP of Jortrijp. d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 3/4 u. Z. van Sneek, tusschen de beide Wymerts en aan eene oude moerige vaart. Het bestaat uit eene streek boerderijen, strekkende zich 20 min. O. en W. tusschen Grijpskerke en Niezijl uit, liggende 5 min ten Z. den straatweg, en telt 23 h. en 140 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw. Ten N. W. strekken de landen van dit d. zich uit tot aan de stadsgeregtigheid van Ylst, ten O. tot Oppenhuizen, ten Z. tot aan Hommerts.

De inw., die allen Herv. zijn, behooren tot de gem. Jutrijp-en-Hommerts, die heir eene kerk heeft, waarvan de pastorie vr de Reformatie honderd goudguld. (150 guld.), en het vikarisschap veertig goudguld. (60 guld.) opbragt. Deze kerk is een net, langwerpig vierkant gebouw, dat in 1819 gesticht is, in plaats van eene andere die belangrijk was om hare oudheid, onder anderen zigtbaar in menigvuldig schilder- en snijwerk. De tegenwoordige kerk heeft eenen fraaijen spitsen toren en een uitmuntend, nieuw, in 1836 daarin aangebragt, orgel, zijnde een achtvoets werk, met twee handklavieren, een aanhangend pedaal en drie blaasbalgen. Boven den ingang der kerk, aan de zuidzijde, leest men op eene blaauwe zerk uitgehouwen:

Den 14 Junij 1819

is de eerste steen aan dit kerkgebouw gelegd, door

BERNARD WALRAAD BARON RENGERS,

Grietman van Wymbritseradeel,

toen Kerkvoogden waren

MEIJE SJOERDS VAN DIJK

JELLE SJIRKS CONSSEN

Ten W. van de kerk staat nog de oude stompe toren, hoog 20 ell. 4 palm, waarin een slaand uurwerk en klok gevonden worden. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 30 leerlingen bezocht.

Jutrijp en de Hommerts zijn door den straatweg, die in 1843 en 1844, van Sneek naar de Lemmer, is gelegd, en door deze dorpen loopt, aanmerkelijk verfraaid en verlevendigd.

JUTRIJP-EN-HOMMERTS, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Sneek, ring van Ylst.

Zij heeft twee kerken, ne te Jutrijp en ne te Hommerts, en telt 550 zielen, onder welke 100 Ledematen. De eerste, die hier het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Joost Pieters, van wien men niets anders weet, dat hij in de Synodale Handelingen van het jaar 1584 voorkomt, als Dienaar van de Hommerts. Onder de Predikanten van naam, die hier gestaan hebben, behoort, van het jaar 1784 tot 1788, Anneus Ypey, overleden den 5 April 1837, als Hoogleeraar in de godgeleerdheid te Groningen; van 1789 en 1809, Johannes Henricus Regenbogen, naderhand Hoogleeraar in de godgeleerdheid te Franeker en laatst in de geschiedenis te Leyden, daar overleden den 22 Februarij 1814.

KERKMEER (HET), Voorm. meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 5 min. N. van Oudega, dat sedert onheugelijke jaren met de daarom liggende landen is ingepolderd.

KRUISWATER (HET-), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, dat, met eene noordwestelijke strekking, van de Goingarijpster-poelen over de Gossepalen naar de Houkesloot loopt.

LAARD, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 3/4 u. W. N. W. van Sneek, 3/4 u. N. ten O. van het d. Wolsum, waartoe het behoort.

LEIJEN (DE GROOTE-), meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, W. van Uitwellingerga, door de Zandige-Sloot met de Witte-Brekken en door de Atesloot met de Geeuw in verbinding staande.

LEIJEN (DE GROOTE-), meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, N. O. van Oppenhuizen, W. door de Ebelsloot en de Touresloot met de Houkesloot, en O. door de Geeuw in verbinding staande.

LEIJEN (DE KLEINE-), meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, N. O. van Oppenhuizen, door de Lolke of Gerritsvaart met de Houkesloot in verbinding staande.

LIPPENWOUDE, buurtje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. Z. van Sneek, bij Hommerts, waartoe het behoort, Z. van de Zandige-Wiel, nabij de Smaldijkstersloot.

LOENGA, Loinga of Lojingen, eertijds Lijongen, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1/2 u. N. N. O. van Sneek. Men telt er 16 h. en 100 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw en veeteelt.

De Herv., die hier 80 in getal zijn, behooren tot de gem. Scharnegoutum-en-Loenga. Men heeft hier geen kerk, maar eene luidklok, hangende in houten gebinten. De R. K., van welke men er 20 aantreft, worden tot de stat. van Sneek gerekend.

Men heeft er ook geen school, maar de leerlingen genieten onderwijs te Scharnegoutum.

De Harinxma's thoe Sneek hadden hier eertijds hunne hofstede, in het Westen van het dorp, en, in den tijd der Schieringers en Vetkoopers, als ook gedurende de Saxische en Bourgondische beroerten, het gezag in deze grietenij, gelijk ook in de stad Sneek, in handen. In het Zuiden des dorps lag, nog in het midden der vorige eeuw, eene fraaije hofstede, voorzien met eene zeer goede huizing en hoving, door den Heer Haubois aangelegd.

LOIJINGA, d., prov. Friesland, kw. Westergoo. Zie Loenga.

LUYZENBURG, water of poelstje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1 u. Z. van Sneek, W. van de Hommerts, waartoe het behoort.

Het staat door de Dorpsvaart met de Zandsloot en door de Kerksloot met het Oudehof in verbinding. Voormaals liep uit deze poel eene vaart, de Hoepsloot genaamd, naar de Wymerts, die echter sinds lang verlamd is, gelijk ook het poeltje in uitgebreidheid afneemt. Eene polle, in dit water gelegen, bestaat uit eenen zeer steenachtigen grond. Welligt heeft hier voormaals een gebouw gestaan en is hiervan de benaming afkomstig.

MORRA, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Sneek, 10 min N. W. en onder het behoor van Abbega, aan de Wymers; met 3 h. en 15 inw.

Voorheen had men er de staten Attema, Bonninga en Sytinga.

MORRA-WIELTJE (HET), watertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, onder het behoor en 10 min. Z. O. van Wolsum, 1/4 u. N. W. van Abbega, van de Wijmers doorstroomd. Het ontleent zijnen naam van het daar omstreeks gelegen buurtje Morra.

NAAUWE-WYMERS (DE), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Wymers (De Naauwe-) .

NAZARETH, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, onder het d. Idzega.

Het werd bewoond door Draauwe Beggijnen, die naar de orde van den H. Augustinus leefden. Thans is het eene gewoone boerenplaats, hoewel de hooge grond der huizing en de daaromloopende gracht nog eenige teekenen van vorig aanzien vertoonen; ook zegt men dat de klepel der kloosterklok daar nog bewaard wordt.

NIEUWE-ZIJL (DE) of de Nije-zijl, sluis in den Hemdijk, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/2 u. Z. van Oosthem, dienende om het binnendijks gedeelte dier griet. te beveiligen voor het indringen van het water van het buitendijksche gedeelte.

Op den 3 januarij 1616 werd, bij deze zijl, door eenen burger van Sneek, met name Douwe Jeltes, in ne streek of werp, meer dan twintig of dertigduizend brazemen gevangen, zijnde deze visch aldaar, in het versch water, te zamen gekomen, wegens eene geweldige inbraak der zeedijken.

NIEUW-KLOOSTER, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Aula-Dei.

NIEUWLAND of Nijland, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. N. W. van Sneek, aan den grooten weg van Sneek naar Bolsward, bijna rondom door de vroegere dijken der Middelzee ingesloten.

Het is een fraai en vermogend dorp, het grootste uit den omtrek, en draagt den naam van Nieuwland, omdat de kerk, omstreeks het jaar 1277, op de nieuw aangeslijkte landen gesticht werd. In een handschrift der Utrechtsche kerk wordt het Dodo-kerk genoemd, misschien omdat de kerk aan St. Dodo gewijd was, welke Heilige gevierd wordt op den 28 October. Men heeft er eene nette binnenbuurt, en telt er 98 h. en 490 inw., die meest in de veefokkerij hun bestaan vinden. De grond bestaat meest uit vette klei.

De Herv., die er 400 in getal zijn, onder welke 100 Ledematen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. van Sneek, ring van Ylst, behoort. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen geweest de bekende Taco Sibrandus, die in 1580 herwaarts kwam, en in 1581 vertrok. De kerk is een groot en fraai gebouw, met eenen spitsen toren, en een, in 1838 daarin geplaatst, orgel. Omtrent het bouwen van deze kerk vindt men de volgende legende opgeteekend: De huislieden aldaar, voorgenomen hebbende eene kerk te bouwen, gebeurde het, dat hetgeen zij des daags aan de fondamenten bouwden, telkens des nachts omver geworpen werd. men begreep derhalve, dat deze de plaats niet was, waar het Gode behaagde, dat de kerk zou gesticht worden, en werd daarom te rade, twee ossen voor eenen wagen te spannen, waarop men eene zode aarde en eenige steenen lag, het voornemen, om ter plaatse, waar deze beesten des morgens gevonden werden, den grondslag der kerk te leggen. Des morgens vond men het gespan in een rietbosch stil staan, hebbende de ossen twee brandende waskaarsen op hunne hoornen. dadelijk besloot men hier het gebouw te stichten; men hoogde den grond op, en het werk werd, door Gods zegen, in korten tijd, gelukkig voltooid. De pastorij en het vikarisschap hebben eertijds 100 goudgulden (150 guld.) opgebragt, en dan was er nog eene prebende van 70 goudgulden (105 guld.) en de Proost van de St. janskerk trok er 16 schilden (20 guld. 40 cent) van. In 1470 heeft hier als Pastoor gestaan de Heer Hero, wordende voor een van de voortreffelijkste en verstandigste mannen van het land gerekend. want als de Staten van Friesland in het gemelde jaar in onderhandeling zouden treden met Karel van Bourgondi, en over die zaak eenige gemagtigden naar Enkhuizen zouden zenden, hebben zij, zoo als Winsemius zegt, de voortreffelijksten en verstandigsten van het land, en daaronder Heer Hero, Pastoor van Nieuwland, daartoe gemagtigd.

De 30 Doopsgez., die er wonen, worden tot de gem. van Woudsend gerekend. - De R. K., van welke men er ruim 60 telt, behooren tot de stat. van Roodhuis, onder Oosterend. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 60 leerlingen bezocht.

Men heeft in dit d. eene straatverlichting door reverbres

Weleer lag hier in het Zuiden des dorps, aan den Tjaarddijk, de vermaarde state Botnia of Hottinga. Ook had men hier voor dezen een stins, toebehoorende aan het geslacht van Hiddema, waarvan de eigenaar, Joost Hiddema, werd verdreven door Haring Donia, die eene stins had, niet ver van daar gelegen.

NIJEKLOOSTER, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Aula-Dei.

NIJEZIJL, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr. en 1 u. Z. W. van Sneek, 1/2 u. Z. van Oosthem, waartoe zij behoort; met 6 h. en 30 inw.

NIJHUISTER-POELEN (DE) of de Nieuwhuister-poelen, voormaals twee meertjes, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, O. van Nijhuizum, welke met de Grons en de Boterpoelen in verbinding stonden, doch nu sedert lang ingepolderd zijn.

NIJHUISTER-VAART (DE) of de Nieuwhuister-vaart, vaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, dat uit het Langevliet voortkomt, en met eene oostelijke strekking in de Grons uitloopt.

NIJHUIZUM, Nijehuizum of Nieuwhuizum, oudtijds Nijenhusen, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 3 u. Z. W. van Sneek, noordwaarts van het Langevliet, aan de Nijhuister-vaart. Het is een klein dorp, met slechts 11 h. en ongeveer 80 inw., die meest in de veeteelt hun bestaan vinden.

De Herv., die er ruim 50 in getal zijn, behooren tot de gem. Gaastmeer-en-Nieuwhuizum, welke hier eene kerk heeft, zijnde een langwerpig gebouw, met eenen spitsen toren, doch zonder orgel. De pastorij dezer kerk, bragt voo()r de reformatie 120 goudg. (180 guld.) op; het vikarisschap 70 goudg. (105 guld.). Ook was er een prebende van 30 guld. De R. K., van welke men er ongeveer 30 aantreft worden tot de stat. Van Workum gerekend. Men heeft in dit dorp geen school, maar de kinderen genieten onderwijs te Gaastmeer. Onder dit dorp behooren onderscheidene wateren, als: de Grons, de Nijhuister-Poelen, een groot gedeelte van het Zand-meer enz.

Dit dorp werd bij den watervloed van Februarij 1825 ook geheel overstroomd.

NOORDER-BUREN, buurtje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. W. van Sneek, nabij Gaastmeer, waartoe het behoort.

NOORDER-MEER (HET), meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, Z. W. van Gaastmeer, hetwelk ten Z. met het Heeger-meer in verbinding staat. Vroeger stond het ook ten O. in verband met de Idsingaster-poelen, door de Zijlroede, maar deze is nu afgedamd.

OESCHEM, oude naam van het d. Oosthem, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Oosthem.

OFFINGAWIER, in het Oud-Friesch Offingeweerum of Ofeenweer, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1/2 u. O. van Sneek, nabij den Groendijk. men telt er 80 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw.

De herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Goinga-Gaauw-en-Offingawier. De kerk is een langwerpig, vierkant gebouw, met eenen spitsen toren, doch zonder orgel. In de kerk, boven de deur, leest men dit opschrift:

Geen schooner les van meerder kracht,

Dan Micha zes, en wel wers acht:

en daaronder de tekstwoorden zelve. Vr de reformatie had de pastorij van dit d. een inkomen van 80 goudguldens (120 guld.), en moest den Proost van de St. Janskerk, te Utrecht, 6 schilden (8 guld. 40 cents.) betalen.

OFFINGGAWIERDER-ZIJL, sluis, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/4 u. W. N. W. van Offingawier, in den Groendijk en de Oudevaart van Sneek naar Rauwerd.

In het jaar 1465 gebeurde hier een zeer vreemd geval. Op Vrijdag voor St. Catharinadag werd deze zijl, door eenen vervaarlijken stormwind, die het water geweldig deed opzetten, weggespoeld, doch, in hetzelfde gat of opening, alwaar deze zijl was weggeslagen, kwam een stuk land indrijven, dat buitendijks afgescheurd was, waarop varkens en schapen weidden, en waardoor de opening weder gevuld werd.

OLDHOF, Olthof, Oudehof of Oud-Kerkhof, meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, Z. Z. W. van Uitwellingerga.

Het staat ten Noordoosten door de Oosterbrug-sloot en de Tiene-sloot met het Sneeker-meer; ten Oosten door of langs de Statenbogt met het Stobberak; ten Zuiden door de Nije-Weg met het Koevorter-meer, ten Westen onmiddelijk met de Ooster-Wijmers en door het Naauw-der-Brekken, vroeger de Geeuw genoemd, met de Witte-Brekken in verbinding.

OLTHOF, meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Oldhof.

OOSTERBUUREN of Oosterbuiren, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Sneek, 1/4 u. N. O. van Abbega. - Men vond hier vroeger de state Bangama.

OOSTEREND, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant., en 2 1/2 u. Z. W. van Sneek en 1/4 u. N. van Gaastmeer, waartoe het behoort.

OOSTHEM, of Oesthem, in het Oud-Friesch Aesthem, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. W. van Sneek, aan de Bolswarder-vaart. men telt er in de kom van het d. 13 h. en 170 inw., en met de geh. Nyezyl en Westerburen, 31 h. en 220 inw., die meest in de veefokkerij hun bestaan vinden.

De Herv., die hier 181 in getal zijn, behooren tot de gem. Oosthem-Abbega-en-Folsgare, die hier eene kerk heeft, welke vr de reformatie honderd twintig goudgulden (180 guld.) opbragt. Het vikarisschap gaf vijf en tachtig goudgulden (127 guld. 50 cent). Deze kerk is een goed, bijzonder net gebouw, van binnen wel betimmerd en van een orgel voorzien, dat in 1838 vervaardigd is. Zij heeft eenen ouden stompen toren. De pastorie is hier bij uitstek fraai.

De Doopsgez., welke hier 30 in getal zin, behooren tot de gem. van Ylst. - De R. K., van welke er 6 wonen, worden tot de stat. van Blaauwhuis gerekend. - De dorpschool wordt gemiddeld dor een getal van 30 leerlingen bezocht.

OOSTHEM-ABBEGA-EN-FOLSGARE, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Sneek, ring van Ylst.

Men heeft in deze gem. drie kerken, als: ne te Oosthem, ne te Abbega en ne te Folsgare, en telt er 450 zielen, onder welke 165 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Feito Riords, die in het jaar 1565 herwaarts kwam, en in het jaar 1593 naar Woltersum vertrok.

OOSTHEMMER-MEER, meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, 1/4 u. Z. van Oosthem.

OPMANAHUYZEN, OPMANHUIZEN en OPNAHUIZEN, oude namen van het d. Oppenhuizen, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Oppenhuizen.

OPPENHUIZEN, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 3/4 u. Z. O. van Sneek, aan de oude vaart, die uit de Houkesloot naar Uitwellingerga loopt. Ter wederzijden van deze vaart heeft men de meeste huizen en plaatsen, die onder dit dorp behooren; terwijl zich de landerijen noordwaarts uitstrekken tot aan de geregtigheid van Sneek; westwaarts, alwaar de vaart naar Langweer doorvloeit, en ook de Witte- en Zwarte-Brekken gelegen zijn, tot aan de landen van Jutrijp; oostwaarts tot aan het Kruiswater of de Jouwster-vaart, en zuidwaarts tot aan de landen van Uitwellingerga. Men telt er 350 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt.

Men wil, dat dit d. eertijds Opmanahuyzen, Opmanhuizen of Opnahuizen zoude geheeten hebben; ook wordt het wel eens verkeerdelijk Toppenhuizen genoemd.

De inw., die er allen Herv. zijn, behooren tot de gem. Oppenhuizen-en-Uitwellingerga. De kerk bragt vr de reformatie honderd goudgulden (150 guld.) op, en werd door de Jansheeren, buiten Sneek, vergeven. Het vikarischap bragt zeventig goudgulden (105 guld.) op.

De kerk is een hoog gebouw, met eenen spitsen toren, welke beide in 1834 aanzienlijk hersteld werd, terwijl eerstgenoemde kerk tevens vergoot werd. Men vindt in de kerk een fraai orgel, dat in 1821 vervaardigd is.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 50 leerlingen bezocht.

Weleer had men hier twee staten of stinzen, als: Sjaardastins en die van zekeren Pier Foppes, welke laatste, in 1491, door Epo en Douwe Hottinga, vader en zoon, werd ingenomen en verbrand.

OPPENHUIZEN-EN-UITWELLINGERGA, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Sneek, ring van IJlst.

Men heeft er twee kerken, als: ne te Oppenhuizen en ne te Uitwellingerga, en telt er 650 zielen, onder welke 160 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Henricus Ludolphi, die in het jaar 1599 hier stond, en omstreeks 1613 in tachtigjarigen ouderdom overleed.

OSINGAHUIZEN, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 u. Z. Z. W. van Sneek, 1/2 u. N. N. O. van Heeg, waartoe zij behoort.

OUDEGA, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 u. W. Z. W. van Sneek. Men telt er, 28 h. en 150 inw. en met de daartoe behoorende gehuchten 48 h. en 280 inw., die meest hun bestaan vinden in de veefokkerij, terwijl zij ook veel werk maken van de visscherij, inzonderheid op aal of paling, waartoe zij ruimschoots gelegenheid vinden in de onderscheidene wateren, welke onder dit dorp gevonden worden, als daar zijn: de Oudegaster-brekken, het Sipke-meer, het Kerk-meer, het Ried-meer, de Joo enz.

De Herv., die hier 185 in getal zijn, behooren tot de gem. van Oudega-Idsega-en-Sandfirde, die hier eene kerk heeft, welke vr de Reformatie aan den H. Martinus was toegewijd, en eenen stompen toren heeft, doch van geen orgel voorzien is. In deze kerk treft men eene blaauwe zerk aan, met een Grieksch opschrift, hetwelk door ons op het art. Hoitema is medegedeeld (1).

(1) Zie Deel V, bl. 664.

De R. K., van welke men er 90 heeft, worden tot de stat. van Blaauwhuis gerekend. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 50 leerlingen bezocht.

OUDEGA-IDSEGA-EN-SANDFIRDE, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Sneek, ring van IJlst. Men heeft er twee kerken, als ne te Oudega en eene te Sandfirde, en telt er 360 zielen, onder welke 70 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Johannes Sikkes, die in het jaar 1598 hier stond, doch het zelfde jaar opgevolgd werd door Gerbrandus Sibrandi. Tot in 1610 hebben de Predikanten de gem. Gaastmeer en Nieuwenhuizen mede bediend.

OUDEGASTER-BREKKEN, meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, W. van en onder Oudega.

Het loopt westwaarts in de Vlakke-Brekken en de Bornbrek, en oostwaarts tot aan de b. van het d. Oudega; terwijl het voorts door de Zypsloot met het Sipke-meer, door de Kerksloot met de Brandster-poel, en door de Asegracht met de Ringwiel in verbinding staat.

OUDE-WEG (DE), water, prov. Friesland, dat uit de Oudehof voorkomt, in eene zuidelijke strekking, naar de Jeltesloot loopt, en de grensscheiding tusschen de griet. Wymbritseradeel, kw. Westergoo, en de griet. Doniawarstal, kw. Zevenwouden, daarstelt.

PALSE-POEL, meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/2 u. N. W. van Heeg.

Het heeft ten N. W. gemeenschap met de Schuitel, ten N. met de Setspoel, en ten Z. met de Feykepoel.

PIEKEMEER (HET), meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/2 u. Z. W. van Oosthem, dat met het Hissemeer en met de Schuitel in verbinding staat. Ten N. loopt er eene sloot uit door de Piekezijl in den Hemdijk naar de Wymers.

PIEL (HET), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, Z. van Gaastmeer.

Het is een inham van de Fljuessen, welke door de Intjemasloot met het Groote-Gaastmeer, ter noordzijde met de Woudbuirepoel in verbinding staat.

PIER-FOPPES-BONNINGAHUIS, voorm. stions, prov. Friesland, kw. Westergoo. Griet. Wymbritseradeel. Zie Bonninga.

POLLE (DE), geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1/4 u. Z. W. van Westhem, waartoe het behoort.

POPHORNE, geb., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant., en 1/2 u. N. N. W. van Sneek, 1/4 u. N. O. van Ysbrechtum, waartoe het behoort.

Dit gehucht ligt op eene hoogte die zich oostwaarts uitstrekt, genaamd de Oudedijk. In den grond aldaar zijn vele overblijfselen gevonden van aanzienlijke gebouwen uit vroegere dagen.

REINARDA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., en kant. en 3/4 u. Z. O. van Sneek, bij Oppenhuizen.

RIEDMEER (HET), meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/2 u. N. van Oudega.

Het staat ten Noorden met de Bolswarder-trekvaart, ten Oosten met het Hisse-meer, ten W. met het Sipkemeer in verbinding.

RINGDIJK (DE), dijk, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel.

Deze dijk loopt rondom de dorpen Tirns, Tjallehuizen en Ysbrechtum.

RINGWIEL (DE), meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, Z. van Sandfirde, dat, ten N. met de Oudegaster-Brekken, ten N. O. met de Gouden-Poel, ten O. de Oostender-poel en ten W. met de Grons in verbinding staat.

RINTJE-POEL, meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, O. van Idsega, N. van Heeg.

RYP (DE), geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr. en 2 1/2 u. Z. W. van Sneek, 20 min N. van Sandfirde, waartoe het kerkelijk behoort.

SANDFIRDE, Santfirde, Zandfirde of Zandvoort, d. prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr. kant. en 3 u. W. Z. W. van Sneek.

Men telt er, met het buurtje de Ryp, ook wel ter onderscheiding de Sandfirder-Ryp genoemd, ongeveer 70 inw., die meest in de veeteelt hun bestaan vinden. Dit dorpje is zeer waterrijk. In het oosten heeft men een watertje, dat den naam draagt van de Gouden-Poel, en in het westen een groot ondiep water de Vlakke-Brekken genoemd.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. van Oudega-Idsega-en-Santfirde, die hier eene kerk heeft, welke vr de reformatie 100 goudguld. (150 guld.) opbragt, terwijl er nog eene prebende van 30 goudguld. (45 guld.) bestond. Deze kerk heeft toren noch orgel.

De R. K., welke men er aantreft, worden tot de stat. van Sneek gerekend.

SANDFIRDER-RYP (DE), b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wijmbritseradeel. Zie Ryp (De).

SANDGAAST, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. Z. W. van Sneek, bij Hommerts, waartoe het behoort.

SANDVOORT, d., prov. FRiesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Sandforde.

SANTFURDE, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Sandfirde.

SCHARNEGOUTUM, gewoonlijk Goutum, en weleer Scharnum, en in het oud Friesch Schernhemstra genoemd, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 3/4 u. N. O. van Sneek, aan den rijweg en de jaagvaart van Leeuwarden naar Sneek, op eene hooge en breede terp, daar oudtijds de Middelzee was, ten. Z. van welke dit d. lag. Men telt er, met de daartoe behoorende buurt Nijeklooster, 200 inw., die meest in de veefokkerij en in den landbouw hun bestaan vinden. De landerijen zijn hier zeer vruchtbaar, en vooral de nieuw aangespoelde uit de Middelzee, welke tot goed bouwland dienen.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. Scharnegoutum-en-Loinga. De kerk is een steenen gebouw, met eenen vierkanten toren en van een orgel voorzien.

De Doopsgez., welke men er aantreft, behooren tot de gem. van Sneek. - De R. K., die er wonen, worden tot de stat. van Sneek gerekend.

In het Oosten van dit dorp ligt de state Teppema of Tjeppema, en in het Noordoosten, aan de scheiding van Rauwerderhem, stond vroeger het Nijeklooster. Zie dat woord.

SCHARNEGOUTUM-EN-LOINGA, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Sneek.

Men heeft er eene kerk, te Scharnegoutum en telt er 300 zielen, onder welke 70- Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Petrus Ambrosius, die hier in het jaar 1585 was en naar Deersum vertrok, waar hij in Maart 1589 stond.

SCHUITEL-MEERTJE of Schuttel-meertje, meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, O. van Oudega, dat ten W. met de Geeuw en ten O. met de Palsepoel in verbinding staat.

SICKEMA, Sickama of Siccama, ook Sickinge genoemd, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. N. N. O. van Sneek, bij Goinga, waartoe zij behoorde.

SIPKEMEER, meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1 1/4 u. N. W. van Oudega, ten Z. met de Oudegaster-Brekken, O. met het Riedmeer en W. met de Vliet in verbinding staande.

SJAARDAHUIS (FOPPE-), voorm. stins, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Sneek, 10 min. N. W. en onder het beheer van Abbega, in het b. Morra.

Deze stins werd den 16 September 1490, door Douwe Tietes Hettema en zijnen broeder Epe, ingenomen en verbrand, waardoor de eigenaar, een vreedzaam man, na verloop van drie dagen, van droefheid stierf.

SJAARDAHUIS, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u W. N. W. van Sneek, te Folsgare. - Deze stins is in het jaar 1498 afgebrand.

SMALBRUGGE, voorm. d., thans eene b. prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Smallebrugge.

SMALLEBRUGGE of Smalbrugge, voorm. d., thans eene b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 u. W. Z. W. van Sneek, digt aan de grenzen van Doniawarstal, ongeveer 1/4 u. N. O. O. van Woudsend, ten O. van de Wymers. men telt er 2 h. en 20 inw., die hun bestaan vinden in den landbouw.

De Herv., die er 10 in getal zijn, behooren tot de gem. van Woudsend-Ypekolsga-en-Indijk. Deze b., welke thans geen kerk heeft, moet er vr de reformatie eene bezeten hebben; althans wij vinden, dat de pastorie destijds aan inkomsten had 130 goudg. (195 guld.), het vikarisschap 100 goudg. (150 guld.). De Proost van St. Janskerk te Utrecht trok van de pastorie drie schilden ( 4 guld. 20 cents). Op de begraafplaats staat een klokkestel, en men vindt er een grafsteen van 1569 van eene Hylke B. Bruynsma, van welke familie men ook grafsteenen te Ypecolsga vindt.

De R. K., die men er aantreft, worden tot de stat. van Woudsend gerekend. - Men heeft te Smallebrugge geen school, maar de kinderen genieten onderwijs te Woudsend. - Vroeger stond hier de sterke stins Hepkehuis.

SNEEKER-VIJFGA, naam, welken men oudtijds gaf aan de dorpen Scharnegoutum, Goinga, Loinga, Gauw en Offingawier, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel.

SOLKAMA of Solkema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr. en 2 u. Z. Z. W. van Sneek, 1/2 u. N. O. van Heeg, waartoe zij behoorde.

STAPERT, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. W. N. W. van Sneek, 20 min. O. ten Z. van Nyland.

SYBRANDAHUIZEN, voorm. plaats, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, waar later het klooster Groendijk gestaan heeft. Zie dat woord.

SYDSINGAWIER, voorm. plaats, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, waar later het klooster Groendijk gestaan heeft. Zie dat woord.

SYTINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Sneek, 10 min. Z. Abbega, waartoe het behoorde, aan de Wymers.

TEPPEMA of Tjeppema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. N. N. O. van Sneek, 5 min. O. N. O. van Scharnegoutum, waartoe zij behoorde.

THABOR, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/2 u. N. W. van Sneek, 25 min. N. O. van Ysbrechtum, 1/4 u. Z. O. van Tirns, waartoe het behoorde, nabij den ringdijk.

Het werd bewoond door Monniken van de eerste orde der Reguliere-kanunniken en was gesticht door Rienk Bockema, een Friesch Edelman, die vroeger Heerschap van Sneek geweest was. met den Koning van Engeland te Turken beoorloogd hebbende, werd hij, wegens betoonde dapperheid, door deze, tot Ridder geslagen. Na den dood zijner echtgenoote Bot Sickinga, dochter van Fekka Sickinga van Dongjum, reisde hij in bedevaart naar Jeruzalem. Van daar terug gekeerd, hielp hij, in het jaar 1390, hertog Willem van Gelre den wederspanningen Vorst van Litthauwen beteugelen, ten behoeve der Duitsche Ridders in Pruissen. Bij de verovering van zeker slot, Gaarde genoemd, vond Bockema een Mariabeeld; dit nam hij mede en liet het daarna in de St. Anthony- of Kruisbroederskerk te Sneek plaatsen. In 1398 verhief hem Albrecht, Hertog van Saksen, tot Baljuw van Wymbritseradeel, Gaasterland en Doniawarstal. Daar hij echter, in deze waardigheid, de zijde der landzaten, die men Hollandsgezinden noemde, scheen toegedaan, verloor hij, door bewerking der anders gezinde partij, deze bediening, en moest, zelfs in 1309, het land ruimen. men ging zoo ver, dat men zijn huis Rodenburg, dat te Sneek in de Burgtstraat stond, vernielde. wat later trof Hertog Albrecht een bestand met de Friezen, en nu kwamen de gevlugte Edelen, en ook Bockema,, terug in hun vaderland. Hij onthield zich gedurende een jaar te Stavoren en keerde, in 1402, op de uitnoodiging der Sneekers, in die stad terug, waar hij met veel vreugde ontvangen werd. Ten zelfden jare huwde zijne dochter met Age Harinxma, die door dit huwelijk, in zijn schoonvaders plaats, Heerschap van Sneek werd. Bockema ging nu naar het klooster te Windesheim, om aldaar zijne dagen te eindigen. Hier kreeg hij in den zin, om in Friesland, zijn vaderland, eend ergelijk gesticht te doen bouwen. Om dit doel te bereiken, droeg hij zijne, omtrent Sneek gelegene landerijen, benevens nog eenige andere op aan het kapittel van gemelde plaats, ten einde daaruit een klooster te bouwen. Zij aanbod werd gereedelijk aangenomen en daartoe als eene bekwame plaats uitgekozen het slot van Rienck Bockema, met nog eenige andere huizen, bekend bij den naam van Abort, waarvan de Bisschop bij de wijding van het klooster, door letterverzettinge, Thabor maakte. Ook werd er zorg gedragen, dat het aan geene genoegzame inkomsten, zoo tot het houden der woningen, als tot het onderhoud der kloosterlingen noodig, ontbrak. Nadat alles voltrokken was werd Bockema, op zijn sterk aangehouden, door den Prior van Windesheim in de orde aangenomen, met het ordekleed omhangen en zoo naar Thabor gezonden, alwaar hij van het jaar 1410 tot 1437 heeft geleefd. Priester kon hij echter niet worden, omdat hij veel bloeds in den oorlog vergoten had, maar het gewaad daarvan werd door hem tot zijnen dood toe gedragen.

Dit geestelijk gesticht werd in 1572, met anderen verwoest, en de gebouwen tot wereldlijke einden aangewend.

In dit klooster heeft geleefd de Geschiedschrijver Vorperus Thaborita, eigenlijk Worp, Kanunnik van Thabor, schrijver van eene kronijk van Friesland, in de Latijnsche taal, beginnende met de opkomst der Friezen en eindigende met het jaar 1357, terwijl hij zelf of zekere Henricus Thaborita of Hendrik, Kanunnik van Thabor, de schrijver is van een vervolg dier historie, welke met het jaar 1400 begint en met 1467, 1497, 1510 of zelfs later eindigt, want de afschriften verschillen zeer (1).

(1) Zie een belangrijk verslag over eenige handschriften der Cronijk van Worp van Thabor, in de vrije Fries, III, 105-149, en V. 71-85. De drie boeken in het Latijn worden algemeen voor de Cronijk van Worp gehouden, terwijl het vierde en vijfde boek wel als vervolg daarbij behooren, maar niet met volkomen zekerheid aan den zelfden schrijver worden toegekend. Het Friesch Genootschap: van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde zal de drie eerste boeken uitgeven, en misschien ook het vierde of vijfde boek, als voor de geschiedenis van 1400 tot 1522 van veel belang.

THABORTILLE, brug, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/2 u. N. W. van Sneek, bij de plaats waar het voormalige klooster Thabor, gestaan heeft. vermoedelijk is aldaar eene zijl of uitwatering geweest.

TIENESLOOT (DE), prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Tiensloot (De).

TIENSLOOT (DE) of de Tienesloot, water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, loopende O. van Uiterwellingerga, tusschen de Geeuw en de Dolte.

TIJALLAHUSEN, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Tjallehuizen.

TIJALLAHUSEN, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Tjallehuizum.

TIRNS of Tuuns, in het oud Friesch Trinse, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 3/4 u. N. ten W. van Sneek, aan de vaart van Franeker op Sneek. men telt er met de daartoe behoorende b. Anneburen, Hemelumerlaan en de Huniadijk, 200 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. Ysbrechtum-Tjallehuizum-en-Tirns. De kerk, die met eenen toren prijkt, had vr de reformatie 100 goudg. (150 guld.) aan inkomen, en betaalde den Proost van St. Janskerk te Utrecht 12 schilden (27 guld.). - De R. K. Parochiren te Sneek.

Ten N. van de kerk, in de nabijheid van dit dorp, is eene hooge wier, waaruit sommigen afleiden, dat hier vroeger eene adellijke state gestaan heeft.

TJAARD-ZIJL (DE), sluis, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, in den Tjaarddijk, bij de Zijlsterburen, 1/4 u. N. W. van Nieuwland.

TJALHUIZEN, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Tjallehuizum.

TJALLEHUIZUM, Tjallehuizen, Tjalhuizen, Tjallehusen of Tylahuizum, vroeger d., thans geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1/2 u. N. W. ten W. van Sneek, niet ver buiten den Nieuwlander-ringdijk. Men telt er 40 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden.

Men meent, dat dit dorp voorheen grooter geweest, doch, ten jare 1516, met meer andere dorpen, door de Saksische troepen vernield en verbrand is.

De Herv., die er zijn, behooren tot de gem. Ysbrechtum-Tjallehuizum-en-Tirns. De kerk, welke hier vroeger stond, is, om hare bouwvalligheid, in het begin dezer eeuw afgebroken, doch de toren en het kerkhof zijn nog aanwezig. De pastorie bragt vr de reformatie 120 goudg. (180 guld.) op en het vikarisschap 80 goudg. (120 guld.). De Proost van St. Janskerk te Utrecht trok van de pastorij 6 schilden (8 guld. 40 cents).

Hier woonde eenmaal een vermogend huisman, Wybe Klaassen, die tevens Dorpsrechter en Ontvanger was. Deze man werd, in het begin van Maart 1627, bij nacht op weg zijnde, door eenen reisgenoot aangevallen en omgebragt, welligt verlokt door eenig geld, dat de ongelukkige bij zich had. Op eenen grafsteen, welke vroeger in de kerk lag, doch nu op het kerkhof gevonden wordt, is dit geval der vergetelheid onttrokken, door de volgende dichtregelen:

Siste pedem quisquis sacras intraveris aedes,

Et lege quam misera morte peremptus homo,

Quem tenet hic tumulus: noctu comitando necatur

Nescius Socio vulnere: grande nefas!

Spiritus inde brevi petit alta palatia coeli,

Corpus ubi, Christo mite vocante, manet."

(d. i. wie gij ook zijt, die dit heiligdom binnetreedt, blijf staan en lees, welk eene noodlottige dood de man ondergaan heeft, die hier begraven ligt: in den nacht werd hij onverhoeds door zijnen reisgenoot vermoord, o gruwel! Toen is zijn ziel naar de hooge paleizen des hemels opgevaren. Zijn ligchaam blijft hier, tot Christus hem genadiglijk roept).

Men heeft in dit d. geen school, maar de kinderen genieten onderwijs te Ysbrechtum.

Het overschot van eene wier, ten N. W. van de kerk, draagt blijken, dat hier vroeger eene state gestaan heeft.

TJEPPEMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Teppema.

TOPPENHUIZEN, verbastering van te Oppenhuizen, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Oppenhuizen.

TYLAHUIZUM, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Tjallehuizum.

UITWELLINGERGA of Utwellingerga, in het oud Friesch Uitwollinge, Folpranga, Uwillensera of Wtwallingerhergae, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. Z. O. van Sneek. Men telt er 51 h. en 300 inw., die meest in den landbouw en de veefokkerij hun bestaan vinden. Ook is hier langs de Oosterbrugsloot veel scheepvaart van en naar de Lemmer tot aan die van Jutryp en het Oudehof uit, een water, waarbij weleer een dorp is geweest, waarvan de plek, waar het kerkhof geweest is nog overig is. Zuidwaarts loopt dit dorp tot aan het Stobberak; oostwaarts tot aan het Kruiswater, en voorts zuidoostwaarts aan de wateren, die Wymbritseradeel van Doniawarstal scheiden, terwijl onderscheidene wateren en stroomen deze landen doorsnijden. Ook behoort onder dit d. een stuk lands, Ooster-Bildt geheeten.

De Herv., die er 300 in getal zijn, behooren tot de gem. van Oppenhuizen-en-Uitwellingerga. De pastorie was vr de reformatie jaarlijks 120 goudguld. (180 guld.) waardig; het vikarisschap 47 goudguld. (70 guld. 50 cents). De Proost van St. Janskerk te Utrecht trok 8 schilden (11 guld. 20 cents). Deze kerk is een langwerpig gebouw, met eenen korten spitsen toren, doch zonder orgel. Den eenen Zondag wordt daarin 's morgens, den anderen 's namiddags dienst gedaan.

De Doopsgez., die er wonen, worden tot de gem. van Sneek gerekend. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 50 leerlingen bezocht.

UITWOLLINGA, oud Friesche naam van het d. Uitwellingerga, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Uitwellingerga.

VAAR (HET), geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, in eene westelijke rigting van de Heeg naar de Wymerts loopende.

VIJFHUIS, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Sneek, 10 min O. Z. O. van Wolsum, aan de Wymerts.

VISSCHERBUREN, buurtje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. W. van Sneek, niet ver van Gaastmeer, waartoe het behoort.

VLIET (HET), b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 u. W. ten Z. van Sneek, 1/4 u. Z. W. van Westhem.

VRIJBURG, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Albada.

VRIJGRASSLOOT (DE), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, dat, met eenen westelijke rigting, uit de Goingarypster-poelen naar de Dolt loopt.

WALMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 u. W. ten N. van Sneek, ten Z. van Folsgare, waartoe zij behoorde.

WESTERBUREN, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Sneek, 1/4 u. N. O. van Abbega.

WESTEREND buurs., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. Z. W. van Sneek, 10 min Z. van Gaastmeer, waartoe het behoort aan de Flieussen.

Onder de inw. zijn vele visschers; terwijl hier de aken liggen, met welke de opgekochte meervisch naar Holland en elders verzonden wordt.

WESTHEM, in het oud-Friesch Woschum, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/4 u. W. ten Z. van Sneek, tegen de Hemdijk. Men telt er, met de b. Blaauwhuis en de Graauwe kat, 130 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden.

De Herv., die er zijn, behooren tot de gem. van Wolsum-en-Westhem. De kerk bragt vr de Reformatie 100 goudg. (150 guld.) op; er was eene vikarij, waarvan de inkomsten 70 goudguld. 9105 guld.) beliepen.

De Doopsgez., die er wonen, worden tot de gem. van Ylst gerekend. - De R. K., die men er aantreft, parochiren te Sneek. - Men ziet hier twee wieren, overblijfsels van oude staten.

WIEMERS (DE), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Wymers (De).

WIGMANA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Sneek, 1/4 u. N. van Abbega, waartoe zij behoorde.

WINSLOOT (DE), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, Z. van Ylst, dat met eene oostelijke rigting uit de Wymerts, naar t Zouw loopt.

WOBBENGHABREGGHA, oud Friesche naam van de griet. Wymbritseradeel, prov. Friesland, kw. Westergoo. Zie Wymbritseradeel.

WOLSEND, naam, onder welken het d. Woudsend, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, wel eens voorkomt. Zie Woudsend.

WOLSUM, Wilsum of Wilsmem, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Sneek, 1/2 u. Z. O. van Bolsward, aan de Wymerts en het Meer of Morrawieltje. Men telt er in de kom van het d. 11 h. en ruim 50 inw., en met de daartoe behoorende buurtjes: Laard, Jouwswerd, Remswerd, Vijfhuis, Ytsum en het Ketting 50 h. en 240 inw., die meest in de veefokkerij hun bestaan vinden.

De Herv., die er ongeveer 200 in getal zijn, behooren tot de gem. Wolsum-en-Westhem, welke hier eene kerk heeft, die vr de reformatie aan den H. Martinus was toegewijd. Het is een oud gebouw, met een de houten spits, doch zonder orgel. Vroeger stond er een zware toren bij de kerk; doch deze is, wegens bouwvalligheid, in 1819 weggebroken.

De 9 Doopsgez., die men er telt, behooren tot de gem. van Bolsward. - De R. K., van welk men er ruim 30 aantreft, parochiren te Blaauwhuis, onder Westhem. - De dorpschool wordt gemiddeld door 35 leerlingen bezocht.

WOLSUM-EN-WESTHEM, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Sneek, ring van Ylst.

Men heeft in deze gem. twee kerken, ne te Wolsum en ne te Westhem en telt er 260 zielen, onder welke 75 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Cornelis Johannes, die in het jaar 1608 herwaarts kwam, in het jaar 1636 emeritus werd en in 1640 overleed. Vroeger, althans van 1589 tot 1607, waren Wolsum en Westhem gecombineerd met Oosthem, Abbega en Folsgare, en werden toen bediend door Jelis Capelleman, die in laatstgenoemde jaar overleed. - In het jaar 1843 ontving deze gemeente van den Heer Hajo Bangma, Emeritus Predikant te Nieuwland, eenen zilveren schotel ten gebruike bij het Nachtgemaal, en een zilveren doopbekken, het laatste bepaaldelijk voor Wolsum ten geschenke, terwijl eenigen tijd daarna twee echtgenooten, die zij onder hare leden mogt tellen, Theodorus Ykema en Fokeltje Idzerda, een zilveren doopbekken, bepaaldelijk voor Westhem, vereerden.

WOUDBUREN, buurs., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 1/4 u. Z. W. van Sneek, 1/4 u. N. O. van Gaastmeer, waartoe het behoort.

WOUDSEND of Woltsend, in het oud-Friesch Waulseyndra, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 2 u. Z. Z. W. van Sneek, aan de vaart van Sneek naar Slooten en de Lemmer of Noorder-Ee.

Het ontleent zijnen naam van zijne ligging, aan het einde van het meer de Fluessen, welke waterplas, naar hetgeen oude kronijkschrijvers opgeven, in overoude tijden, een uitgebreid woud of bosch, genaamd de Groote-Kreil, zou geweest zijn, waarin zich auer-ossen ophielden, en alwaar de Friesche koningen en grooten zich met jagen plegen te vermaken, doch dat naderhand, men weet niet door welk toeval, uitgebrand en in een meer zou veranderd zijn. De koningen van Stavoren hadden, 1/2 u. van hier, een jagtslot, waar thans het d. Heeg staat, waarvan dit dorp ook zijnen naam ontleent; want een heegh beteekent, in het Oud-Saksische en West-Gotische taal, een jagteigendom, waarop een Heerschap alleen het regt heeft enz., zoo als heden de oude jagteigendommen werkelijk in eenige oorden van Duitschland een heegh, geheege, hdgh genoemd worden. Woudsend heeft het Heeger-meer ten N. W., het Slooter-meer ten Z., de Wymerts ten N., de Welle ten N. O. en het Koevordermeer verder oostwaarts. Van daar, dat alle schepen, die van Sneek en Ylst naar Slooten, de Lemmer of de Kuinre bestemd zijn, deze plaats voorbijvaren en veelal aandoen, welke menigvuldige doortogt deze aanzienlijke plaats zeer veel levendigheid bijzet. Het is een digt gebouwd dorp, dat nette en zindelijke, met Friesche klinkerts aan den kant geplaveide, straten voor voetgangers heeft: want voor rijtuigen was dit d. steeds ontoegankelijk, uithoofde van de breede wateren, waarvan het omgeven is. Men telt er 250 h. en 1410 inw., onder welke aanzienlijke en vermogende lieden; ook vindt men er 2 scheepstimmerwerven, 2 houtzaagmolens, 1 lijnbaan, waarop ook patenttouw geslagen wordt, door eene machine, die met een paard gedreven wordt, 1 zeilmakerij en taanderij, 3 mast- en blokmakerijen, smederijen, 2 leerlooijerijen, 2 wolkammerijen en 1 rogge-, weit- en pelmolen; voorts schippers, op onderscheidene binnenlandsche plaatsen geregeld varende, zoo als, onder anderen, eenen beurtman op Amsterdam. Men drijft er ook veel handel in Oostzeesche produkten, klaphout voor kuipers, hennep, lijnzaad en dergelijken. Voor eenige jaren had men er nog eene zoutziederij, die nu vervallen is. Vroeger woonden hier ook vele fluit- en kofschippers, waarvan de eigenaars of reeders grootendeels te Woudsend te huis behoorden, en waardoor velen een groot vermogen gewonnen hebben, vooral in den oorlog tusschen Frankrijk en Engeland, van het jaar 1756 tot 1764; doch ook velen hebben daarna, door de trouweloosheid der Engelschen, groote verliezen geleden. Dit middel van vertier is vervolgens door bekende oorzaken allengs zeer verminderd. Er bestond evenwel nog onlangs eene aanzienlijke reederij voor kof- en andere schepen, behoorende er, op 1 Januarij 1849, nog 12 zeeschepen hier thuis, doch deze reederij is dezer dagen weder ontbonden en de schepen zijn verkocht.

Woudsend is het eenige dorp in de grietenij Wymbritseradeel, dat met het regt van eene waag is begiftigd geworden; doch het voormalige waaggebouw, aan de westzijde van de Burenstraat, is thans een partikulier huis, nu het Oude-Heeren-Loogement genoemd, in welks gevel men een steen ziet, met opschrift, balans en schalen. Thans heeft Woudsend nog eene eigen vleeschhal. Ook heeft men hier eene jaarmarkt in de maand October, welk voorregt deze plaats heeft met de dorpen Heeg en Nieuwland, buiten welke in de grietenij Wymbritseradeel geene jaarmarkten gehouden worden.

De Herv., die er 970 in getal zijn, behooren tot de gem. Woudsend-Ypecolsga-Smallebrugge-en-Indijk. De kerk, welke hier vr de Reformatie stond, was aan den H. Aartsengel Michael toegewijd. zij bragt 100 goudg. (150 guld.) op, en daar was eene prebende van 60 dergelijke guldens (90 guld.). Volgens een handschrift der Utrechtsche kerk werd de pastorij door eenen Monnik bekleed, welke ongetwijfeld een Karmeliet zal zijn geweest, want te Woudsend heeft, zoo als wij later zien zullen, door dezen een Karmelieter klooster gestaan. Deze kerk is in het jaar 1660 vervangen door een nieuwe, boven wier ingang men de wapens van Burmania en Juckema vond, en daaronder dit versje:

Cum Duco major Burmania, rexerut anno:

Praeturam tredecim, tune sacra structa somus.

Filius en Duco junior, cui quatuor anni

Is primum laterem fundat et aptat opus.

Huie Eduarda fuit de stemmate Juckama mater,

Progeniem claram Cambur ab arce gerens.

(d.i. Toen Duco Burmania, de oude, dertien jaren Grietman was geweest, is dit heilig huis gebouwd. Duco de Jonge, zijn zoon, vier jaren oud, legde de eersten steen en bereidde het werk toe; de moeder van deze laatsten was Eduarda, uit de stam van Juckema, een beroemd geslacht, dat het slot Cammingha tot stamhuis had.). Aangezien deze kerk, door verzakking onbruikbaar geworden was, heeft men, in 1837, eene nieuwe gebouwd, waartoe uit het fonds voor noodlijdende kerken 2000 gulden verleend is. Het leggen van den eersten steen aan dit gebouw, hetwelk een plegtig feest opleverde, is gedenkwaardig gemaakt, doordien bij die gelegenheid, daaraan als renteloos voorschot, door eenige godsdienstvrienden, verstrekt, welk voorbeeld naderhand door anderen vrijwillig gevolgd is. Deze kerk is een kruisgebouw, met een uitmuntend orgel en eenen koepeltoren op vrij hooge kolommen en van de klok en uurwerk voorzien.

De Doopsgez., van welke men er 55 lelt, maken, met die uit de dorpen Ypekolsga, Smallebrugge en Indijk, eene gem. uit, welke 100 zielen, en onder deze ongeveer 50 Ledematen telt. Wie de eerste Leeraar in deze gem. geweest is, kan men niet met zekerheid opgeven. De eerste, van wien de oude papieren der gem. melding maken, is Arjen Klazes, die hier in 1682 Leeraar werd en den 11 Augustus 1727 overleed. Niet onwaarschijnlijk is het, dat hij de eerste was. Vroeger echter heeft er eene gem. bestaan in Ypekolsga. De kerk, staande aan de westzijde van het dorp, is een klein, doch net gebouw, zonder toren of orgel.

De R. K., die er 300 in getal zijn, maken met die van Ypekolsga, Smallebrugge en Indijk, eene stat. uit, welke 385 zielen, en onder deze ongeveer 200 Communikanten telt, en door eenen Pastoor bediend wordt. De kerk, aan den H. Michael toegewijd, is een sierlijk langwerpig gebouw, zonder toren, doch met een orgel en eenen zeer fraaijen predikstoel, welks snijwerk toont, dat de onbekend vervaardiger een bekwaam beeldsnijder was. Elk der drie altaren prijkt met eene schilderij van den beroemden Kunstschilder Otto de Boer, die den 11 Julij 1797 te Woudsend geboren is; vooral wordt door de kunstkenners het groote altaarstuk, de Opwekking van Lazerus, bewonderd.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 180 leerlingen bezocht.

Men heeft er een Departement der Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen, hetwelk den 4 September 1835 opgerigt is en 16 Leden telt.

Ten jare 1816 werd alhier eene Maatschappij ter onderlingen verzekering voor rand, door sommige ingezetenen opgerigt. In den beginne bepaalde deze Maatschappij zich alleen tot de grietenij Wymbritseradeel, doch later, ten gevolge van den bijval, die het publiek aan deze inrigting schonk, oordeelde men ze algemeener te moeten maken; zoodat zij thans over Friesland en naburige provincin uitstrekt, terwijl ze reeds tot een kapitaal van tusschen 30 a 40,000,000 guld. is geklommen, met tien duizend deelhebbers. De oorzaak dezer opklimming en het belang, dat men in deze Maatschappij stelt, is hoofdzakelijk te vinden in de openbaarheid van het beheer, daar ieder deelgenoot jaarlijks in de gelegenheid wordt gesteld, om, tot in de minste bijzonderheden, inzage te nemen van de gewonen administratie, welke geheel verantwoordelijk is, en waarbij alle speculatiegeest of mogelijkheid tot buitengewoon winstbejag is uitgesloten; terwijl een naauwkeurig toezigt en jaarlijksche herziening der verzekerde voorwerpen, niet weinig toebrengen, om kwade praktijken te weren. De vorm van het bestuur, sedert twee en dertig jaren, door den Heer Age Hylkes Tromp, als Directeur-Boekhouder, gevoerd, is proefhouden en eenvoudig.

Onder de merkwaardige personen te Woudsend geboren, behooren genoemd te worden Tiete Solkes Tromp, in leven Vice-President van het Provinciaal Geregtshof van Friesland en Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, geb. 25 Februarij 1786, 17 December 1844. Hij behoorde tot die achtenswaardige en werkzame familie Tromp, welke sedert eene reeks van jaren, tot nu toe, in Woudsend gevestigd, door uitgebreiden handel en onderscheidene fabrijken, zoo veel heeft bijgedragen tot den bloei en de welvaart van dit dorp.

Er bestond hier vroeger een Karmeliter-klooster, aan de Maagd Maria toegewijd. Het werd in 1337 afgebrand, doch spoedig weder opgebouwd, zoodat het in 1339 reeds voltooid was. Omstreeks 1490 had het veel van overstromingen te lijden, maar werd telkens weder hersteld. later nam het zoodanig in bloei toe, dat het, met verlof van Utrechts Bisschop en met goedkeuring van den Proost en Aartsdiaken der St. Janskerk aldaar, goederen afstond en daarmede een zusterklooster te Ylst Stichtte. In 1523 deden de Bourgondirs onder beleid van Jan van Wassenaar en Schenck, in het klooster een blokhuis bouwen, en voorzagen het van eene goede versterking, waarvan het opperbevel toevertrouwd werd aan Jonkheer Douwe van Burmania, hetwelk ten oogmerk had, om de Geldersche krijgslieden, die in Slooten en de Lemmer gelegerd waren, hunne strooperijen te beletten. Uithoofde van den oorlog en het stichten van het Blokhuis, zagen de Nonnen zich verpligt het klooster in het gezegde jaar, voor eenigen tijd te verlaten. Nog stond er bij genoemd gesticht twee sterke huizen of Stinzen, gebouwd tijdens de beroerten der Schieringers en Vetkoopers. een daarvan had tot stichter Wybe Jarichs Jelckama van Akkrum, het andere Bokke Harinxma, uit welke sterkten menigen aanval geschiedde op de schepen, die door deze plaats naar de Lemmer en de Zuiderzee op reis waren. Het klooster stond nog den 16 Augustus 1572, op welken dag de Nonnen er werden uitgezet door den Kapitein der Watergeuzen Jan Bonga, die daags te voren met zijn volk te Slooten was aangekomen. Wanneer het klooster, alsmede de overige gebouwen, gesloopt zijn, is bij gebrek van de noodige narigten niet op te geven.

De kermis valt in den tweeden Woensdag in October.

Bij den watervloed van Februarij 1825, bespeurde men Zaturdags morgens, te zeven ure, te Woudsend, tot aller bevreemding, dat er, in weerwil van den hevigen noordwestenwind, een zeer sterke stroom van den zuidkant of van het Slootermeer liep, waardoor bij de dorpbewoners de vrees voor doorbraak in het Zuiden der provincie ontstond. In den tijd van een half uur nam de kracht van dezen stroom zoo geweldig toe, dat men zich niet meer veilig op het vaarwater de Ee begeven kon. Tusschen 8 en 9 ure zag men door het spoedig wassen van het water de binnenpolders overloopen, terwijl het 4 1/2 palm hoog uit het Slootermeer over de landen rolde; zoodat binnen weinige oogenblikken van alle de polders en omstreken van Woudsend geen plek lands meer zigtbaar was, en de laagste huizen van het dorp, van 5 tot 9 palmen hoog, onder water werden gezet. Deze aanwas duurde tot 2 ure in den volgenden nacht, wanneer het tot de hoogte van bijna ne el boven het winterwater had bereikt. Niet alleen in de omstreken, maar ook in dit dorp was het kommerlijk gesteld, daar 70 huisgezinnen hunne woningen moesten ontvlugten en een twintigtal op de zolders verblijven.

Door de ziekte die, in 1826, vooral Friesland en Groningen teisterde, verloor dit dorp een achtste zijner bevolking en slechts ne mensch bleef er geheel vrij van de ziekte.

WOUDSEND-YPEKOLSGA-SMALLEBRUGGE-EN-INDIJK, kerkelijke gem., prov. Friesland, klass. van Sneek, ring van Ylst. Men heeft er ne kerk te Woudsend, en telt er 1100 zielen, onder welke 370 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Duco Hylconides, die in 1609 herwaarts kwam, en in 1636 vertrok.

WTWALLINGHERGAE, oude Friesche naam van het d. Uitwellingerga, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Uitwellingerga.

WYMBRITSERADEEL, weleer Wagenbruggerdeel en in het oud-Friesch Wobbenghabreggha genoemd, en in het jaar 1308 voorkomende onder den naam van Wenderendsie, griet., prov. Friesland, kw. Westergoo, arr. en kant. Sneek ( 2 k. d., 16 m. k., 8 s. d.); palende N. aan Wonseradeel, Hennaarderadeel en Baarderadeel, N. O. aan Rauwerderhem, Z. O. aan Doniawarstal, Z. aan de Slootermeer en Gaasterland, Z. W. aan Hemelumer-Oldephaert-en-Noordwolde, W. aan Wonseradeel.

Deze griet. ontleent waarschijnlijk haren naam van de uitwateringen de Ooster-Wymerts en de Wester-Wymerts, en zou alzoo eigenlijk moeten heeten Wymertseradeel. Zij is van het O. naar het W. 4 1/2 u. lang en van het N. naar het Z. 3 u. breed, en bevat de volgende 28 d.: Oppenhuizen, Uitwellingerga, Jutryp, Hommerts, Smallebrugge, Woudsend, Ypekolsga, Indijk, Heeg, Gaastmeer, Nijehuizum, Sandfirde, Oudega, Idsega, Oosthem, Abbega, Westhem, Wolsum, Nieuwland, Folsgare, Tjallehuizum, Ysbrechtum, Tirns, Scharnegoutum, Goinga, Loinga, Gauw en Offingawier. Zij beslaat eene oppervlakte, volgens het kadaster, van 16,540 bund. 28 v. r. 98 v. ell., waaronder 14,194 bund. 91 v. r. 14 v. ell. belastbaar land: telt 1398 h., bewoond door 1493 huisgez., uitmakende eene bevolking van ongeveer 7700 inw., die meest hun bestaan vinden in veefokkerij, veel binnenlandsche scheepvaart, eenige buitenlandschen handel en scheepvaart, en in de visscherij in de veelvuldige meren en kanalen, welke door de grietenij loopen. Voorst heeft men er 5 timmerwerven, 1 lijnbaan, 1 zeilmakerij, 2 mastenmakerijen, 5 leerlooijerijen, 1 zoutkeet, 1 wolkammerij, 1 koorn- en 2 houtzaagmolens.

De landerijen van Wymbritseradeel binnendijks bestaan meest uit eenen zeer stevigen kleigrond, die geheel ongeschikt is tot den akkerbouw, doch zo veel te bekwamer tot de veevoeding, waarom ook de velden hieromtrent als bezaaid zijn met schoone koeijen, die uitmuntende boter geven. De buitendijksche landen, die het grootste gedeelte der griet. uitmaken, zijn daarentegen meerendeels zoo laag, dat zij, zonder bepoldering, alleen tot maailanden kunnen dienen; doch vele daarvan zijn anders van eenen goeden aard, en geven, ingepolderd zijnde, goed weiland.

De Herv., die er 5700 in getal zijn, onder welke 1370 Ledematen, maken de volgende 11 gem. uit: Gaastmeer-en-Nijehuizum, Goinga-Gauw-en-Offingawier, Heeg, Jutrijp-en-Hommerts, Nieuwland, Oosthem-Abbega-en-Folsgare, Oppenhuizen-en-Uitterwellingerga, Oudega, Idsega-en-Santfirde, Scharnegoutum-en-Loinga, Wolsum-en-Westhem, Woudsend-Ypekolsga-Smallebrugge-en-Indijk en Ysbrechtum-Tjallehuizum-en-Tirns, die 21 kerken hebben en door 11 Predikanten bediend worden.

De Doopsgez., die er 265 in getal zijn, maken gedeeltelijk de gem. van Woudsend uit en behooren gedeeltelijk tot de gem. van Sneek en Ylst.

De R. K., van welke men er 1370 telt, maken gedeeltelijk de stat. van Heeg en Woudsend uit en behooren gedeeltelijk tot de stat. van Sneek. Ook gaan velen in het zoogenaamd Blaauwhuis, even buiten de grensscheiding dezer grietenij, in Wonseradeel, ter kerk.

Men heeft in deze griet. 19 scholen, welke gezamelijk gemiddeld door 780 leerlingen bezocht worden.

Oudtijds bevatte Wymbritseradeel niet minder dan vier kloosters, als: Thabor, Nieuw-klooster, Groendijk en Nazareth. Ook stonden hier de stinsen en staten: Abbema, Attama, Bangama, Bonninga, Botnia, Donia, Epema, Harinxma, Heringa, Hepkehuis, Hettinga, Hiddama, Hoitema, Jongema, Okma, Sjaarda, Sickinga, Sytinga, Vrijburg of Albada, Walma, Wigmana enz.

Wymbritseradeel bevat zeer vele wateren, meren, poelen en stroomen. De voornaamste daarvan zijn: de Witte-Brekken en de Zwarte-Brekken, tusschen de Ooster-Wymerts, Oppenhuizen en Uitwellingerga, de Oudegaster-Brekken in het Westen van Oudega en Sandfirde; de Ringwiel, de Idsegaster-poelen, een gedeelte van het Slootermeer, het Sneekermeer en het Groote-Gaastmeer en vooral het Heegermeer, het grootste water van allen, gelegen tusschen de dorpen Heeg en Indijk, en westwaarts loopende naar de Fljuessen. In deze grietenij zijn nog twee kronkelige uitwateringen, de Ooster-Wymerts en de Wester-Wymerts, genoemd, die, benevens andere watertjes van minder belang, voorkomen onder den naam van rivieren. Alle deze wateren, gelegen in het buitendijkster of lage gedeelte van Wymbritseradeel, zijn zeer boschrijk, en hebben hunne uitwatering door de sluizen van Makkum, Workum, Molkwerum, Stavoren, Takozyl en de Lemmer, die echter, alle te zamen genomen, naauwelijks in staat zijn, om aan deze en de naburige lage grietenijen eene genoegzame ontlasting van water te bezorgen; eendeels dewijl deze landen veel lager zijn gelegen dan die der meeste hoogere grietenijen van Friesland, anderdeels, dewijl de zuidelijke Friesche sluizen naar evenredigheid veel minder water kunnen lossen dan de noordelijke. Om deze lage deelen der provincie te hulp te komen, heeft men in het midden der vorige eeuw, gedurende den geheelen winter gestroomd, zoowel bij vorst als bij dooi weder, hetwelk echter dit bezwaar had, dat daardoor, gedurende de vorst, het vervoer van vele dingen te water verhinderd werd, en sommige lieden ongelukkiglijk verdronken. Behalve de opgetelde wateren in Wymbritseradeel buitendijks, verdienen nog gemeld te worden de Geeuw, of de Vaart van Sneek naar Ylst; de Vaart van Sneek, ten Oosten van Hommerts en Jutrijp, naar de Witte-Brekken, en die van Sneek naar het Sneekermeer, de Houckesloot genaamd. In Wymbritseradeel binnendijks, zijn weinig wateren; komende, behalve de boeren opvaarten, inzonderheid in aanmerking de vaart van de Oosthemmer-Nieuwezylen, noordwestwaarts naar Bolsward, in Wonseradeel, en ook bij den naam van Wymerts bekend; de vaart van Sneek naar Franeker, doorgaans de Franeker-vaart genoemd en loopende voorbij Ysbrechtum en Tirns; de Leeuwarder-jaagvaart, vr ruim 150 jaren, tot meerder gerief van den koophandel en de reizigers gegraven, en eindelijk de oude Leeuwardervaart.

Deze grietenij en de daarin beslotene steden Sneek en Ylst zijn, ofschoon niet aan zee liggende, evenwel tot het onderhoud van een goed stuk dijk en zeewerken, gehouden, strekkende zich uit langs een gedeelte van de grietenij Hemelumer-Oldephaert-en-Noordwolde van Wonseradeel tot voorbij Molkwerumzijl, en bovendien nog een stuk, midden in Hemelumer-Oldephaerts dijken liggende. De gemeenschap der dijkwerken, deze contributie betreffende, is mede bij arbitrament van het Hof Provinciaal bepaald, en den 11 Julij 1719, voor de rolle uitgesproken; zijnde ook door een Staatsbesluit van den 5 Maart 1722 bekrachtigd.

Het Binnendijkster deel van deze grietenij wordt van het Buitendeelster deel gescheiden door den Hemdijk. Ook wordt deze grietenij binnendijks nog door onderscheiden hooge binnendijken gesmaldeeld, met nam den Tjaarddijk en den Ringdijk, om nu niet van de menigvuldigen rijwegen te spreken, die alomme van het eene dorp naar het andere loopen. Buitendijks zijn daarentegen de rijwegen zeer schaars, en komen maar alleen in aanmerking die van de Oosthemmer Nieuwezijl naar Heeg, en nog een rijweg, uit dezen niet verre van Heeg komende, en van daar loopende naar Oudega. De voornaamste weg in deze griet. is de straatweg van Leeuwarden naar de Lemmer, die hier langs Sneek, Jutryp en Hommerts loopt. Het gebrek aan rijwegen wordt door gemelde veelvuldige wateren en vaarten vergoed; ook heeft genoegzaam ieder landman hier zijn eigen jagt of vaartuig van meer of minder grootte, geschikt om daarmede zijne waren van boter en kaas ter markt te voeren; en dewijl Sneek de gewone marktplaats, van dezen oord is, zoo wordt daar, op den wekelijkschen markdag, doorgaans eene groote menigte van dergelijke jagten en kleine vaartuigen aangetroffen, dat inderdaad eene aangename vertooning maakt.

Weleer werd deze griet., even als Wonseradeel, door twee Grietmannen bestuurd, waarvan de een binnen- en de ander buitendijks het bewind voert.

De hooge oudheid van Wymbritseradeel bewijst men uit verscheidene ordonnantin en lijsten voor eenige honderd jaren gemaakt.

Ten tijde van de Schieringers en Vetkoopers, alsmede van de Saksische en Bourgondische twisten, is het gezag alhier zeer langen tijd aan het edel geslacht van Harinxma geweest, dat ook meest alle de eerambten te Sneek bekleedde.

Deze griet. werd bij den watervloed van Februarij 1825 geheel overstroomd. Het water, meest van het Zuidoosten, maar ten dele ook van het Zuidwesten opkomende, begon reeds in den namiddag van den 4 Februarij de zuidelijke en westelijke deelen te overstroomen. Het klom op sommige plaatsen tot 2 ell. boven het land, en noodzaakte vele boeren met hun vee de vlugt te nemen. Woudsend was het toevlugtsoord van vele vlugtelingen uit de lagere streken. Vele behoeftigen werden. door de zoo zeer geteisterde ingezetenen, van het noodige levensonderhoud voorzien, en ook te Heeg werden velen gehuisvest. Elders werden de godshuizen ontruimd en in beestenstallen veranderd; terwijl de kerkhoven de verzamelplaatsen van het uit den vloed geredde vee werden. Zoo werd de kerk te Oudega, Gaastmeer en Jutryp met vee opgevuld, maar vooral die te Uitwellingerga, alwaar 70 koeijen, en te Openhuizen, alwaar 40 koeijen geplaatst werden, terwijl in het geheel 42 huisgezinnen uit deze plaats verpligt zijn geweest hunnen woningen te verlaten, welke vlugtelingen bij hunnen vrienden en bekenden herbergzaam ontvangen werden. Elders moesten de menschen tot de schepen hun toevlugt nemen, gelijk bijvoorbeeld te Gaastmeer een huisgezin in eene vischaak gewoond heeft. Veel vee is in dit gedeelte der grietenij niet omgekomen. Behalve het verdrinken van eenige schapen te Uitwellingerga, Jutryp en elders, zijn er niet meer dan 6 hoornbeesten te Oudega verdronken. De zoutheid van het water moet te dezer plaats, en gevolgelijk ook in de omliggende streken, vrij aanmerkelijk geweest zijn, dewijl men daar doode visschen in eenen poel gezien heeft.

Het wapen dezer griet. is een gedeeld schild, regts van goud, met eenen uit de linkerzijde half te voorschijn komende arend van sabel; links van azuur, bezaaid met lelin van zilver.

WYMERTS (DE NAAUWE-), dat gedeelte van de Ooster-Wymerts, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, hetwelk van de Zwarte-Brekken, in eene noordwestelijke strekking naar de Kerk-sloot loopt.

WYMERTS (DE OOSTER-), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, hetwelk uit het Oude-Kerkhof voorkomt en in eene noordwestelijke rigting naar de Kerksloot loopt, na bij de Zwarte-Brekken, waarmede het in verbinding staat, den naam van Naauwe-Wymerts te hebben aangenomen.

WYMERTS (DE WESTER-), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, hetwelk uit het Slootermeer voortkomt, als eene gegravene vaart, in eene noordelijk rigting tot bij Ylst en van daar noordwestwaarts naar Bolsward loopt, waar het zich in onderscheidene vaarten verdeelt en verliest.

WYMERTS (DE), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, hetwelk uit het Workumer-meer voortkomt, zuidwaarts door Workum stroomt en zich, door de Workumer-zyl, in de Zuiderzee ontlast.

WYMERTSERADEEL, waarschijnlijk de eigenlijke naam van de griet. Wymbritseradeel, prov. Friesland, kw. Westergoo. Zie Wymbritseradeel.

YPEKOLDEGA, oude naam van het d. Ypekolsga, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie het volgende artikel.

YPEKOLSGA, Ypecolsga of Epekolsga, volgens sommigen eigenlijk St. Hypolitusga, oudtijds Ypekoldega, in het oud Friesch Ipekeldekerke, vroeger een d. thans slechts een geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 3 u. Z. Z. W. van Sneek, nabij het Slootermeer. Deze plaats, welke zijn naam ontleent van den H. Hypolitus, aan wien vr de reformatie de kerk was toegewijd, bestaat uit eene streek koemelkerijen, die zich Z. W., 3/4 u. gaans, tusschen Woudsend en de grenzen van de griet. Hemelumer-Oldephaert-en-Noordwolde, uitstrekt, bestaande uit eentoonige wei- en hooilanden, aan de zuidoostzijde van de Wegsloot, welke landen door bedijking en watermolens droog gehouden worden. De boomlooze omtrek verliest zich in ruime waterplassen. men telt er 15 h. en 100 inw., die meest in de veefokkerij hun bestaan vinden.

De Herv., die er 70 in getal zijn, behooren tot de gem. Woudsend-Ypekolsga-Smallebrugge-en-Indijk. De kerk bragt vr de Reformatie 100 goudg. (150 guld.) het vikarisschap 60 goudg. (90 guld.) op. Ook had de kerk twee prebenden, eene van 120 goudg. (180 guld.) en eene van 90 goudg. (136 guld.) Dit gebouw, in 1497, door de soldaten in brand gestoken zijnde, verteerde, met 15, daarin zijnde, gewijde hostin, tot assche, welke hostin naderhand, naar men zeide, groote mirakelen deden en daarom zoo veel toeloops hadden, dat men uit het offergeld eene nieuwe kerk kon bouwen, die, vervolgens weder vervallen zijnde, in 1664 werd vernieuwd en met een spits torentje voorzien. Ook deze kerk is voor ruim 100 jaren weder afgebroken. Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans aan de noordwestzijde van de Wegsloot, eene kleine, met boomen beplante heuvel, dienende nog voor begraafplaats, waarop een klokkenstoel of overdekte galg, in welken twee klokken hangen, eene groote en eene kleine, met gelijk luidende inscriptin, als: Duco Martena van Burmania, Grietman van Wymbritseradeel, en vrouw Edsart Luts van Juckama op Cammingha-burg. M. R. S. J. P. en J. G. F. H. Anno 1664. Op het kerkhof vindt men twee grafsteenen, de kleinste, binnen de fondamenten van het voorm. koor der kerk, is van 1572, en dekt het graf van den vroegeren Kerkvoogd Fokke Hepkes Bruynsma. De grootere steen ligt op de zuiderhelling van het kerkhof, is van 1615, en dekt het stoffelijk deel van Hans Hanssen Bruynsma, Dorpsregter en Ontvanger te Ypekolsga en Dijkregter van Wymbritseradeel.

De Doopsgez., die er 8 in getal zijn, behooren tot de gem. van Woudsend. - De R. K., van welke men er 20 telt, parochiren te Woudsend. - Men heeft in dit d. geen school, maar de kinderen genieten onderwijs te Woudsend.

In oude tijden stond hier ook een slot of state, toebehoorende aan Take Abbema, die de Vetkoopers was toegedaan. In 1520 deden de Schieringers, die in het naburige Slooten in bezetting lagen, eenen uitval, overrompelden deze sterkte en braken die geheel af.

Bij den watervloed van Februarij 1825, had dit dorp mede veel te lijden.

YSBRECHTUM, in het oud Friesch Isbroechten, d., prov. Friesland. kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1/2 u. N. W. van Sneek, 1 1/2 u. O. Z. O. van Bolsward, aan den rijweg, die van Sneek naar Bolsward, Franeker en Harlingen loopt. Voetgangers loopen door het dorp heen, om hunnen weg te bekorten. Eene fraaije laan van twee reijen boomen leidt tot het dorp, alwaar men, van Sneek komende, allereerst de aanzienlijke Heerenhuizinge Epemastate aantreft, met ruim plantsoen omringd, van ouds bewoond door het edel en beroemd geslacht der Burmania's of Rengers, zijnde tijdelijke Grietmannen van Wymbritseradeel, waaronder vele uitmuntende Staatslieden en Geleerden gevonden werden. men telt, met de daartoe behoorende b. Bons en Pophorne, ruim 100 inw., die meest in veefokkerij hun bestaan vinden. De huizen zijn er net en in eenen goeden smaak gebouwd.

De Herv., die er zijn, behooren tot de gem. Ysbrechtum-Tjallehuizen-en-Tirns, welke hier eene kerk heeft, waarvan de pastorie, vr de Reformatie jaarlijks 100 goudgl. (150 guld.) opbragt; het Onderpastoorschap 80 goudguld. (120 guld.), daar de Domproost van Utrecht 12 schilden (16 guld. 80 cents) van genoot. Deze kerk, een fraai, uitstekend net betimmerd gebouw, met een fraai welluidend orgel, dat in 1798 gemaakt is, en eenen toren, omgeven van een kerkhof, welk een en ander vrij hoog ligt, versiert zeer dit dorp. Het kerkgebouw prijkt voorts met een praalgraf van halfverheven beeldhouwwerk, in 1696 gesticht, ter nagedachtenis van Duco Martena van Burmania en zijne vrouw Eduarda Lucia van Juckama, terwijl van het adellijke geslacht der Burmania's ook vele wapenborden de kerk versieren.

De Doopsgez., welke men er telt, behooren tot de gem. van Sneek. - De R. K., die er wonen, parochiren te Sneek.

Ten jare 1513 werden Nieuwland, Ysbrechtum, Tjallehuizum, Tirns en Tjerkwerd door de Bourgondische krijgslieden, van Bolsward afkomende, baldadig verbrand en geplunderd.

YSBRECHTUM-TJALLEHUIZUM-EN-TIRNS, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Sneek.

De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Jacob Roelefs, die in het jaar 1584 hier in dienst was.

Onder de hier gestaan hebbende Predikanten verdient melding de Opvoedkundige Hans Willem Cornelis Anne Visser, die er van 1819-1826 stond.

Men heeft in deze gem. twee kerken, eene te Ysbrechtum en eene te Tirns, en telt er 320 zielen, onder welke ruim 90 Ledematen.

YSLOT, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel. Zie Ylostein.

YTSYM, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. W. van Sneek, nabij Wolsum, waartoe het behoort.

ZANDPOEL, meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, 1/2 u. Z. van Oudega, waartoe het behoort.

ZIJLSTERBUREN, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wymbritseradeel, arr., kant. en 1 1/2 u. N. W. van Sneek, 1/4 u. W. N. W. van Nieuwland, waartoe het behoort.

Dit geh. wordt aldus genoemd naar de Tjaardzijl, aldaar in den Tjaardijk liggende.