WESTERGOO, een der drie kwartieren, waarin de prov. Friesland verdeeld is; palende W. en N. aan de Zuiderzee, O. aan Oostergoo, Z. aan Zevenwouden.

Oudtijds had Westergoo de tweede en Oostergoo de derde plaats onder de zeven zeelanden van Friesland, en nog in het jaar 1327 strekte zich deze landstreek van Stavoren af tot aan Leeuwarden uit, en Doniawarstal met zijn toebehooren werd mede onder dit goo gerekend, hetwelk in het Latijn Westrachia en Westringia, en in het Duitsch Westringeland plagt genoemd te worden.

Westergoo is bijna geheel omgeven door eenen dijk, welke een begin neemt, tusschen Oosterbierum en Sexbierum en vervolgens, boven Franeker naar Achlum loopende, van daar achter Tjum, Cubaard, Wommels, Hydaard, Oosterend, Lutkewierum, Bozum en Oosterbierum, tot aan den dijk van de Borne, namelijk aan de nieuwe landen voor Mantgum, Weidum, Jellum, Bozum, Marsum, Beetgum, Berlikum, Wier, Minnertsga en Dijkshorne. Deze Borndijk had in vroeger tijd veel van de zee te lijden, vooral omstreeks het jaar 1200. De Slagtedijk is eerst aangelegd toen men begon te bemerken, dat de zee tusschen Vlieland en Terschelling eene meerdere ruimte innam.

Dit kw. bevat acht steden: Bolsward, Franeker, Harlingen, Hindeloopen, Sneek, Stavoren, Workum en Ylst, en negen griet. Baarderadeel, Barradeel, het Bildt, Franekeradeel, Hemelumer-Oldephaert-en-Noordwolde, Hennaarderadeel, Menaldumadeel, Wonseradeel, en Wymbritseradeel.

De aard der landerijen is in Westergoo niet zoo verscheiden als in Oostergoo, naardien men in geheel Westergoo geene heivelden en weinige veenen vindt, ja zelfs geene zandgronden op de oppervlakte des aardrijks, alleen uitgezonderd den heuvel, het Roode Klif. Over het algemeen bestaat Westergoo uit vruchtbaar kleiland, hetwelk zelfs in de laagste oorden, door inpoldering, tot voordeelig weiland kan worden gemaakt. Ondertusschen zijn het Bildt en de hooge deelen van Barradeel en Menaldumadeel wel de vruchtbaarste streken van dat kwartier, ja mogelijk van de geheele provincie Friesland. Hier aan volgen in deugd de bouwakkers van Wonseradeel en Franekeradeel, welke beide grietenijen, gelijk ook de vorige, insgelijks veel goed bouwland bezitten. Baarderadeel, Hennaarderadeel, een gedeelte van Wonseradeel en Hemelumer-Oldephaert, gelijk ook het beste gedeelte van Wymbritseradeel, zijn meerendeels niet geschikt tot den graanbouw, maar zoo veel te dienstiger tot weilanden, die eenen grooten schat van zwaar vee, boter en kaas geven. Alomme vindt men echter in de beste grietenijen lage landen, die van weinig dienst zijn, zoo zij niet in polders werden gebragt; doch door dit heilzaam middel, hetwelk meer en meer wordt aangewend, kunnen zij alle zeer nuttig gemaakt worden. Ondertusschen zijn er ook grietenijen, die voor een groot gedeelte alleen uit lage landen, poelen en meren bestaan, hetwelk vooral in Wonseradeel, Wymbritseradeel en Hemelumer-en-Oldephaert plaats heeft.

Westergoo maakt thans nagenoeg het arr. Sneek uit, beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 89,305 bund. 67 v. r. 92 v. ell en daaronder 82,724 bund. 37 v. r. 47 v. ell. belastbaar land; telt 13,130 h., bewoond door 16,512 gez., uitmakende eene bevolking van ongeveer 79,000 inw., die meest in landbouw en veeteelt hun bestaan vinden. Ook heeft men er de volgende fabrijken: 15 kalkbranderijen, 62 steen-, pannen- en pottenbakkerijen, 5 plateelbakkerijen, 1 suikerpottenbakkerij, 3 geelgieterijen, 2 ankersmederijen, 34 scheepstimmerwerven, 14 lijnbanen, 4 zeilmakerijen, 2 zeiltaanderijen, 1 traankokerij, 1 lijnziederij, 5 zeepziederijen, 11 zoutketen, 17 looijerijen, 1 zeemfabrijk, 2 leem- en zeemtouwerijen, 3 vellenblooterijen, 1 lintweverij, 5 wolkammerijen, 3 saijetfabrijken, 1 calicotweverij, 1 deken-volmolen, 1 wolspinnerij, 1 papierfabriek, 5 boekdrukkerijen, 1 steendrukkerij, 11 cichoreifabrijken, 4 bierbrouwerijen, 1 mouterij, 1 branderij, 1 likeurstokerij, 2 vrieschgroenfabrijken, 6 wagenmakerijen, 44 houtzaag-, 9 olie,- 3 cement- 3 tras- en looderts-, 1 leer, 5 eek-, run- of schors-, 1 specerij- 1 kalander, 9 pel-, 1 rijstpel-, 3 pel- en koren- en 15 korenmolens.

De voornaamste vaarten in dit kw. zijn: de Trekvaart van Leeuwarden over Franeker naar Harlingen, de Trekvaart van Leeuwraden over Bolsward naar Workum ende Sneekertrekvaart, welke laatste, over het grootste gedeelte van haren loop, de grensscheiding tusschen Oostergoo en Westergoo uitmaakt.

Men heeft er ook eenige aanzienlijke meren, als: het Makkumermeer, of het Koudmeer, het Parregaastermeer, het Workumermeer, de Fljeussen, het Heegermeer, de Oorden, het Haanmeer, de Morrha, het Flait, de Vlakke-Brekken, het Gaastmeer en op de grenzen het Sneekermeer en het Slootermeer; benevens eene ontelbare menigte kleine meertjes, vooral in Wonseradeel, Wymbritseradeel en Hemelumer-Oldephaert-en-Noordwolde.

Nevens worden in Friesland meer zeesluizen gevonden dan in Westergoo, zijnde daar, van Roptazijl tot Stavoren, acht in het geheel. Ondertusschen heeft men hier nog dikwijls grooten overlast van het binnenwater, het geen uit verscheiden oorzaken ontstaat. De meeste dier sluizen liggen aan plaatsen, alwaar het verschil der hooge en lage getijen zeer klein is, gelijk vooral te Workum, Hindeloopen en Stavoren plaats heeft, en dus kunnen die sluizen weinig uitlozing geven, dan alleen met Noordelijke en Oostelijke winden die, vooral in natte jaargetijden, zeldzaam waaijen, in vergelijking van de zuidelijke en westelijke winden, die voor de uitstrooming zeer ongunstig zijn. Met zulke regenachtige en ongunstige winden wordt het water uit de lage kwartieren naar de hooge gedreven, en dus naar de scheiding tusschen het Bildt, Menaldumadeel, Baarderadeel en Oostergoo; doch hier wordt het water gekeerd door het Leeuwarder-verlaat, en vindt naauwelijks eenen aanmerkenswaardigen doortogt dan door de Leije naar de Dokkumer-Ee; terwijl daarentegen die van Oostergoo, met oostelijke winden, hun verlaat openzettende, Westergoo nog daarenboven met hun overtollig water bezwaren; doch dewijl Oostergoo thans, na het slatten der Dokkumer-Ee, zijn water gemakkelijker kan lozen, is dit laatste nadeel thans minder groot dan wel voor dezen; doch het eerste blijft nog steeds aanhouden, en is inzonderheid nadeelig voor het Bildt en Menaldumadeel, dewijl de anderzins hooge bouwakker daardoor dikwijls in den wintertijd diep onder water staan.

De voornaamste wegen in het kwartier zijn: De Klinkerweg van Leeuwarden over Sneek naar de Lemmer en de grindweg van Leeuwarden over Franeker naar Harlingen.

Het wapen van Westergoo was oudtijds zeer verschillende van het tegenwoordigen, hebbende het toen bestaan uit drie vrouwen, welker middelste eene Santin of Heilige was, die twee kleindere als twee kinderen ter wederzijden had. Thans bestaat het wapen uit een veld van azuur met eene bande van zilver.

WESTINGERLAND, oude naam van het kw. Westergoo, prov. Friesland. Zie Westergoo.

WESTRINGIA, Lat. naam van het kw. Westergoo, prov. Friesland. Zie Westergoo.