AALSUM of Aalsumerklooster, voormalig klooster van Graauwe zusters in Friesland, dat eerst onder het dorp Akkrum in Utingeradeel, aan den noordkant der Boorn, gestaan heeft, waar het in de oorlogen tusschen de Geldersche en Bourgondische Vorsten, tot eene versterkte inlegering diende, maar in 1521 geheel afgebrand zijnde, vertrokken de zusters naar Aalsum in Oost-Dongeradeel.

ABBEMA, onder Akkrum, waarvan men zelfs niet meer weet, waar zij gestaan heeft.

ABBEMA, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Zevenwolden, griet. Utingeradeel, bij Akmarijp, reeds voor meer dan eene eeuw afgebroken.

ACKMARYP, d., prov. Friesland. Zie Akmaryp.

AKKRUM, fraai en welvarend d. en kant. hoofdpl., prov. Friesland, kw. Zevenwolden, griet. Utingeradeel, arr. en 2 1/2 u. N. van Heerenveen, 3 1/2 u. Z. van Leeuwarden, 2 1/2 u. O. van Sneek, aan de Boorn en aan den straatweg van Leeuwarden op Heerenveen, hetgeen dit dorp niet weinig levendigheid zijzet. Men telt er 163 h. en nagenoeg 1100 inw., die in veeteelt, scheepvaart en handel in boter en kaas hun bestaan vinden en onder welke 480 Herv., 570 Doopsg. en 40 R. K. De Herv., die hier eene groote kerk, voorzien van eenen spitsen toren, hebben, behooren tot de gem. Akkrum-en-Terhorne. De Doopsgez. hebben hier in 1836 eene schoone en groote nieuwe kerk gebouwd, die door ne predikant bediend wordt. De R. K. worden tot de statie van Eernsum gerekend.

Tot dit dorp behooren de buurt Henshuizen benevens de gehuchten Leenhuis, Meskewier, de Oude en Nieuwe Schouw en Weerhuis,. Vroeger vond men hier, behalve het klooster Aalsum, de sloten, Abbema, Galama, Meske-, Metsela- of Metsingawier en Sikkema, die tegenwoordig niet meer bestaan. Thans zijn hier 1 dorpsschool met 138 leerlingen, 3 scheepstimmerwerven, 2 grofsmederijen en 1 leerlooijerij. Van de branderijen, die hier voorheen gevonden werden, zijn thans geene meer aanwezig. Dit dorp heeft eene jaarmarkt, die den eersten Dinsdag in Augustus gehouden wordt.

Akkrum is de geboorteplaats van den wis- en geneeskundigen Johannes Accronius, in 1563 als Hoogleeraar te Bazel overleden. Walke Sierksen van Akkrum, wordt geteld onder de heerschappen van Zevenwolden, die op den 22 Julij 1499 bij Kropswolde in de provincie Groningen, in den slag tegen den Saksischen ridder Fox, sneuvelden.

AKKRUM-EN-TERHORNE, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Heerenveen, ring van de Lemmer. Het is eene combinatie, welke twee kerken heeft, die door nen predikant bediend worden. Zij telt ruim 700 zielen.

AKMARIJP, bij sommigen Ackmarijp of Eckmarijp, d., prov. Friesland, kw. Zevenwolden, in den Z. W. hoek der griet. Utingeradeel, arr. en 3 u. N. W. van Heerenveen, kant. en 2 u. Z. W. van Akkrum, 3 u. Z. O. van Sneek, 4 1/2 u. N. van de Lemmer, was voorheen vrij aanzienlijk, nu echter van kleinen omvang, bevattende slechts 13 h. en 110 inw., die allen van de veeteelt leven en onder welke 80 Herv. 20 R. K. en 10 Doopsg. De Herv. behooren tot de gem. Terkaple-en-Akmarijp, de R. K. tot de statie van Heerenveen, de Doopsg. tot de gem. Terhorne. Van de kerk bestaat hier niets meer, dan de toren. Vroeger stond hier de sterke stins Galama; thans ziet men er nog een oud Kerkhof van St. Jansga.

ANDRINGA, state, prov. Friesland, kw. Zevenwolden, griet. Utingeradeel, in het d. Oldeboorn. Thans is zij een fraai gebouwd heerenhuis, dat door het adellijk geslacht Lycklama Nyeholt gewoond wordt.

BIRSTUM, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwolden, griet. Utingeradeel, arr. kant. en 3 1/4 u. N. ten O. van Heerenveen, 3/4 u. N. N. O. van Akkrum, waartoe het behoort.

BOKKUM, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwolden, griet. Utingeradeel, ar.., kant. en 2 1/2 u. N. van Heerenveen, 1/2 u. N. ten O. van Akkrum, waartoe het behoort; met 2 h. en 13 inw.

BOKKUMERMEER, meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, ten N. van het geh. Bokkum, waarvan het zijnen naam ontleent.

BOORN (OLDE-), d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Utingeradeel. Zie Oldeboorn.

BOORNDEEL of Borndeel, vroegere benaming van de griet. Utingeradeel, prov. Friesland, kw. Zevenwouden. Zie Utingeradeel.

BOTMEER, meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, N. van Oldeboorn.

DEEL (HENHUISTER-), of Naauwe-Deel, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, dat Z. W. van de buurt Henshuizen, onder Akkrum, uit de Poppius-sloot eenen aanvang neemt, en in eene zuidoostelijke strekking voortloopende, bij de Meyne-sloot, enkel den naam van Deel aanneemt. Zie voort het voorgaande art.

DEEL (NAAUW-), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Deel (Henshuister-).

DEEL (NIEUW-), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden. Zie Deel.

DEEL of het Nieuw-Deel, vaart, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, die in de griet. Utingeradeel uit het Henshuisterdeel voortkomt, en in eene zuidoostelijke rigting, als de zeilvaart van Akkrum naar Heerenveen, voortloopt tot bij Haskerdijken, in de griet. Haskerland, waar het den naam van Monnike-rak en voorts van Heeresloot aanneemt.

DONIA, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, te Akmarijp.

DOUMA, of Douwma of Douwema, voorm. adell. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, onder het behoor van het d. Akkrum, ofschoon zij aan Irnsum lag, en alleen door de vaart van dat d. was afgescheiden.

Deze state werd, in het jaar 1516, door Floris van Egmond, Graaf van Buren, Stadhouder van Karel, Aartshertog van Oostenrijk, belegerd en na eenen hardnekkigen tegenstand veroverd, bij welke gelegenheid hij Epo Douma en diens zwager Abbe Heringa gevangen kreeg, die beide niet lang daarna te Harlingen onthoofd werden.

DOUMA, of Douwma of Douwema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, 10 min. ten W. van Oldeboorn, waartoe zij behoorde.

Deze state werd, in 1481, door de Leeuwarders afgebroken, doch, hersteld zijnde, later bewoond door den beroemden Staatsman Jancke Douwama. Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerenhuizinge.

Eene der bovengemelde staten is het stamhuis geweest van het in de geschiedenis bekende geslacht van Douma, of Douwma of Douwema gespeld, dat reeds lang vr de onlusten der Schieringers en Vetkoopers in magt en aanzien was, en van hetwelk wij vier leden: Douwe Douma, Epo Douma, Foppe Douma en Idzard Douma, als teekenaars van het verbond van Edelen vermeld vinden; terwijl Jancke Douma, of zoo als hij zich schreef Douwama, reeds in het begin der zestiende eeuw, zoowel door pen en degen, als door zijn lot, was vermaard geworden (1).

(1) Men zie over de vier eerste J. W. te Water, Historie van het Verbond der Edelen. St. II. bl. 346-350; en over den laatste Mr. J. Scheltema. Staatkundig Nederland. D. I. bl.296, alsmede het eerste deel der werken van het provinciaal Friesch Genootschap, waarin zijne geschriften zijn uitgegeven.

DUITSCHE-HUIS, voorm. geestelijk gesticht te Nes, kw. Zevenwouden., gr, Utingeradeel, prov. Friesland.

De kerk te Nes, is met vele andere goederen, door eenige Friesche Heeren aan de Ridders van de Duitsche orde gegeven in het jaar 1298, welke Ridders een Convent bij gemelde kerk hebben gesticht, waarin sommige Priesters dier orde en eenige Serantbroeders, d.i. die den Priester ten dienste stonden maar geene Ridder-broeders waren, gewoond hebben.

De Duitsche Ridders van nes stonden onder den Land-Commandeur van utrecht, en hun klooster was den H. Georgius toegewijd, dit is de reden dat hun Convent, in eenen brief van het jaar 1529, genoemd wordt het Mansklooster van de Orde van St. Georgius.

EKMARIJP, d. in Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Akmarijp.

GALAMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, onder Akkrum, vermoedelijk dezelfde, die later Jonker-Hoygis-Huis genoemd werd, en ten N. O. van Akkrum ligt.

Een der vroegere bezitters dezer state, Douwe Galama, een zoon van Gale Galama, te Koudum, was gemengd in de eerste onlusten tegen de Saksische regering; gebannen zijnde, werd hem, op vrij geleide, voor eenen bepaalden tijd, toegestaan in het land te komen, om over eene verzoening te handelen; doch hiervan kwam niets, en daar hij de onvoorzigtigheid had, om over den bepaalden tijd in Friesland te blijven, deed de Saksische Stadhouder Schomberg, die zich nu van zijne belofte ontslagen hield, hem te Sneek van het bed ligten, en op Sjaerdama-huis te Franeker overbrengen. Weldra vergaderde de naburige adel te Franeker, om voor hem vergiffenis te vragen; maar de Stadhouder, wetende dat dit den dag na de aankomst moest plaats hebben, liet hem, in den nacht voor den 8 October 1500, heimelijk onthoofden, opdat hij, door de weigering van hetgeen hij niet wilde toestaan, geen haat mogt verwekken.

GALAMA, voorm. sterke stins, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, Z. van Akmarijp, waartoe zij behoorde.

In 1459, toen zij door Janke Galama bezeten werd, nam Agge Donia, met behulp van Janke Douwa, deze stins in, vestigde hier zijne woning en beroofde zijne naburen, van Boxum af tot Bolsward toe, voerende niet slechts het vee uit de velden weg, maar zelfs geheele dorpen onder brandschatting brengende. Ten einde dien moedwil te keer te gaan, werd in 1461 op eenen landsdag besloten, het slot met de algemeene magt des lands aan te vallen, en zulks te meer, omdat Donia aldaar, tegen 's lands wetten, eene bezetting van vreemde knechten hield. Weldra had men een, voor dien tijd aanzienlijk leger van 4000 man op de been, en trok daarmede tegen de stins op. Daar echter de bezetting zich van musketten, een te dier tijd in Friesland geheel onbekend wapentuig, had voorzien, moesten de belegerars zoo onverwachts van verre aangerand wordende, onverrigter zake vertrekken, nadat Rienk Camstra, Sjoerd Aylva en nog zeven andere voorname lieden gesneuveld waren. Dit deed den moed van die van binnen niet weinig aanwakkeren, zoodat zij nu niemand meer ontzagen, en zoo om hun gestadig plunderen, als om het ongewone geweld, dat zij met het schieten maakten, den naam van Droezen kregen. In het volgende jaar werd dit slot echter, door Gale Galama van Koudum en Janke Douma, andermaal belegerd, en na veertien dagen tijds ingenomen; aan de bezetting werd toegestaan, met behoud van lijf en goed, vrijelijk te mogen uittrekken, werwaarts het haar geliefde, maar de aanvoerder Donia, die er zeker zoo niet zoude afgekomen zijn, was het ontsnapt, en het kasteel werd omvergehaald.

GAUMA, voorm. stat., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr. en kant. Heerenveen, 1/4 u. Z. W. van Oldeboorn.

Deze state is thans eene boerenplaats, welke, met de daartoe behoorende gronden, eene oppervlakte beslaat van 38 bund. 58 v. r., en in eigendom bezeten wordt door den Heer Arnold Andreae, te Beetsterzwaag.

GEORGIUS-KLOOSTER (ST.), voorm. geestel. gesticht te Nes, prov. Friesland. Zie Duitsche-Huis.

HEENSHUISEN, buurt, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Henshuisen.

HEENSHUISTER-DEEL, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden. Zie Henshuister-Deel.

HEENSHUISTER-RIETMEER, poel. Prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Henshuister-Rietmeer.

HEERENZIJL, ook wel Veenheerenzyl genaamd, voorm. sluis in de Slachtedijk, prov. Friesland, thans een wijd vaarwater, alwaar vele kleine en groote schepen, meest met turf uit de naburige grietenijen doorkomen. Dit water behoort tot het d. Terkaple, griet. Utingeradeel, kw. Zevenwouden, en dient tot scheiding met de griet. Doniawarstal, alsmede tot verbinding van de Terkapelster-poelen in eerstgemelde, met de Zoutpoel in laatstgemelde grietenij.

HENSHUISEN, Henshuysen of Heenshuisen, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. N. W. van Heerenveen, 1/4 u. W. van Akkrum, waartoe zij behoort; met 3 h. en 22 inw.

HENSHUISTER-DEEL, Henshuyster-Deel of Heenshuister-Deel, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, dat bij de b. Henshuizen, onder Akkrum, uit de Poppiussloot afkomt, in eene Zuidoostelijke rigting de griet. Utingeradeel doorstroomt, en daarin, op de hoogte van de Meinsloot, de benaming van het Naauwe-Deel, en op de hoogte van het Akkrummerrak, die van het Deel aanneemt, en, in Haskerland, in het Monnikenrak uitloopt.

HENSHUISTER-MEER, Henshuyster-Meer of Heenshuister-Meer, voorm. watertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, dat, onder den naam van Wegsloot, ten Zuiden van de b. Henshuizen, ontsprong, dwars door het Henshuisterdeel heenliep, de b. Henshuizen en het geb. Meskewier langs stroomde, en, ter hoogte van de Dijkhuister-zijl, zich in de Boorne ontlastte. Wegens inpoldering bestaat het thans niet meer.

HENSHUISTER-RIETMEER, Henshuyster-Rietmeer of Heenshuister-Rietmeer, voorm. poel, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, 5 min. N. O. van de b. Henshuisen, 3 min W. van het geh. Meskewier.

Zij besloeg nog geen 10 bund. oppervlakte water en riet, welke door aanwas, allenskens in hooiland zijn veranderd, en nu bemalen worden met andere landen, in denzelfden polder gelegen, als waarin dit rietmeer lag.

HENSWOUDE, geh. onder de d. Oldeboorn en Nes, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 3 u. N. N. W. van Heerenveen, 1/2 u. O. van Akkrum; met 8 h. en 50 inw.

HIEYGIS, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Huigisz.

HORNE (TER-), d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Terhorne.

HORNSTER-ZIJL, voorm. sluis, thans niet meer bestaande, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Terhornster-zijl.

HOTTINGAZIJL sluis in den Leppedijk, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, 5 min. Z. van het voorm. klooster Aalsum. - Zij dient om het water uit het Naauwdeel in den Born te ontlasten.

HUGITS, vroegere state, thans eene boerenhuizing of zathe, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Huigisz.

HUIGISZ, Huygitz, Hugits of Huygis, boerenhuizing of zathe, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr. en 1 1/2 u. N. ten W. van Heerenveen, kant. en 1 u. W. van Oldeboorn, onmiddelijk O. van Akkrum, waartoe zij behoort.

Deze boerderij vindt men weleens als eene voorm. state opgegeven, doch, indien het er immer eene geweest zij, is de naam in vergetelheid geraakt: want in 1640 was het reeds eene boerderij, waarvan eigenaar was Jonkheer Huygens, van wien de naam zal ontleend zijn. De daartoe behoord hebbende gronden, beslaande eene oppervlakte van 20 bund. 5 v. r., worden thans in eigendom bezeten door den Heer Jacobus Gerrits Hopstra, te Akkrum, en anderen.

JANSGA (KERKHOF-VAN-ST.-), plaats, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, in de nabijheid van Akmarijp, welke voorheen tot een kerkhof van de par. St. Jansga gediend heeft, doch sedert onheugelijke jaren niet meer bestaat, en in weiland veranderd is.

JENSHUIZEN, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Henshuizen.

JONKER-HUIGISHUIS, state, prov. Friesland, griet. Utingeradeel. Zie Galema.

JOUKE-SLOOT, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel en Smallingerland. Zie Sjouke-sloot.

KAPLE (TER-), d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Ter-Kaple.

KAPLESTERPOELEN (TER-), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Ter-Kaplesterpoelen.

KAPPELSTER-POELEN (DE), poel, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Ter-Kaplesterpoelen.

KEIMPEMA-ZIJL (DE) of de Kempena-zijl, thans de Molen-Zijl geheeten, sluis of val in den Leppedijk. Z. O. van de Friesche d. Irnsum, doch 1 u. N. van en onder het d. Akkrum, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel.

Deze zijl is in het begin der vijftiende eeuw gelegd door Bokko Wtsma, te Friens, en Eko Kempama of Keimpema, en werd naar laatstgenoemde klooster Aalsum, te Akkrum in Utingeradeel, schijnen, nopens het onderhoud dier zijl, eenige zwarigheid gemaakt hebben, hetzij dat dit konvent daarmede reeds belast is geweest, of dat men het onderhoud daarvan tot zijnen last heeft zoeken te brengen; doch in dit jaar werd dat klooster voor altoos van die last vrij gesteld bij eene akte van den 25 Julij 1438, volgens welke Bokko Wtsma de gemelde zyl geheel tot zijnen laste nam, met schade en bate belovende, voor zich en zijne nakomelingen, de Zusteren van Aalsum, nopens die zyl, vrij, schadeloos en quyt te houden van alle luiden, en tontlasten van allen regten.

KEMPEMA-ZIJL (DE), sluis, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Keimpema-Zijl (De).

LEENHUIS, landhoeve, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. N. van Heerenveen, 1/2 u. N. W. van Akkrum, waartoe het behoort.

LEKKERTERP of Leckerterp, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 u. N. van Heerenveen, 1/2 u. Z. W. van Oldeboorn, waartoe het behoort; met 3 h. en 25 inw.

LONGEBUREN, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 3 u. N. W. van Heerenveen, nabij Terhorne, waartoe zij behoort.

LYCKLAMA-HUIS of Lyklama-Huis, state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Andringa.

MEINESLOOT of Meynsloot, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, dat nabij Akkrum een begin neemt, in eene zuidwestelijke rigting naar de Hornsterpoelen vloeit en zich daarin ontlast.

MESKEWIER, Metskewier, Metselawier, Metsingawier of Metzingawier, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 3 u. N. W. van Heerenveen, N. W. van Akkrum, in het geb. Meskewier.

MESKEWIER, Metskewier, Metselawier, Metsingawier of Metzingawier, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 3 u. N. W. van Heerenveen, N. W. van Akkrum, in het geh. Metkewier.

METSELAWIER, Metsingawier en Metskewier, namen, onder welke het geh. en de voorm. state Meskewier, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, wel eens voorkomen. Zie Meskewier.

METZINGAWIER, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 3 u. N. W. van Heerenveen, nabij Akmarijp, waartoe zij behoorde.

MEYNESLOOT (DE) of de Mijnsloot, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden; griet. Utingeradeel, dat, van Akkrum afkomende, met eenen Z. W. strekking, in de Hornster-poel uitloopt.

MODDER (DE), voorm. hoeve, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 3 u. N. van Heerenveen, 1 u. N. van Oldeboorn.

Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans hooilanden. De daartoe behoorende gronden, beslaande eene oppervlakte van 23 bund. 72 v. r., worden thans in eigendom bezeten door Jonkvrouw V. J. D. J. Lycklama a Nijeholt en anderen, woonachtig te Oldeboorn.

MOLLA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr. kant. en 3 u. N. W. van Heerenveen, 1/4 u. Z. van Akmarijp, waartoe zij behoorde.

MONNIKESLOOT (DE), thans de Boksloot geheelen, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, dat bij Oldeboorn, in de griet. Utingeradeel, uit de Boorn voortkomt, en in eene zuid-zuidwestelijke strekking naar Lunjeberd, in Aenwirden, loopt.

NAAUW-DEEL (HET), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Deel (Henshuister-) .

NES, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 3 u. N. van Heerenveen, aan den noordkant van de Boorn.

Dit dorp is klein, tellende slechts 22 h. en ruim 140 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt.

De Herv., die er 40 in getal zijn, behooren tot de gem. Oldeboorn-en-Nes. Vroeger stond hier eene oude kerk, doch deze, in verval geraakt zijnde, is niet weder opgebouwd.

De Doopsgez., van welke men er ruim 100 telt, worden tot de gem. van Oldeboorn-en-Nes gerekend.

Men heeft in deze gem. geen school, maar de kinderen genieten onderwijs te Oldeboorn.

Weleer zag men bij de kerk een klooster Nesseragae of het Nesser-konvent genoemd, en behoorende aan de Duitsche orde van St. Jan. Van hier loopt eene vaart naar de buurtjes Bokkum en Britsum, die beide onder dit dorp behooren, en naar de meertjes van dien naam genoemd worden. In die vaart ligt hier eene sluis, de Nesser-Zijl, met eene draaibrug daarover.

NESSERAGAE of het Nesser-Konvent, voorm. geestelijk gesticht te Nes, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, prov. Friesland. Zie Duitsche-Huis.

NESSER-ZIJL (DE), sluis, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, bij het d. Nes.

Deze sluis ligt in den Leppedijk en dient om Oostergoo te bevrijden voor het invloeijen van het water der Boorn

NIJEHUIS of Nijenhuis, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. N. van Heerenveen, 1/4 u. W. Z. W. van Oldeboorn, waartoe zij behoorde.

Ter plaatse, waar deze voorm. state gestaan heeft, ziet men thans eene boerderij.

OENEMA, voorm. state. prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 3 u. N. W. van Heerenveen, N. van Terkaple.

Deze state, welke in den aanvang der vorige eeuw nog in zijn haven en singels lag, toebehoorende aan het adellijk geslacht van Albama, is later genoemd Roordahuis of het Roodhuis, ofschoon reeds van zijn vorig aanzien geheel beroofd en eindelijk geheel gesloopt.

OLDEBOORN (HET NIEUWE-HUIS-), Doopsgez. gem. in Friesland, welke ruim 380 zielen, onder welke 160 Ledematen telt, en door eenen Predikant bediend wordt. De eerste, die in deze gemeente het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Gerwen Thomas Brouwer, die in het jaar 1738, na de scheuring, waarvan in het volgende art. gesproken wordt, dit ambt aanvaarde. Hij was vroeger Kommandeur op Groenland en heeft, als Liefdeprediker, de gemeente veel dienst bewezen.

OLDEBOORN (HET OUDE-HUIS-), Doopsgez. gem in Friesland, welke 390 zielen, onder welke 170 Ledematen telt, en door eenen Predikant bediend wordt.

Deze gem. is eene der oudste in Friesland, waarvan de juiste tijd van ontstaan onbekend is; vrij zeker bestond zij reeds vr 1549. Onder de eerste Liefdepredikers dezer gem. schijnen geweest te zijn Eelke en Fije, die in dat jaar te Leeuwarden, om hun geloof, zijn ter dood gebragt.

In 1738 ontstond er eene scheuring in deze gemeente. het is wel waarschijnlijk, dat eenig verschil in godsdienstige begrippen het zijne hiertoe hebbe bijgedragen, zoodat de zoogenaamde grove partij, onder den titel van het Nieuwe-huis (zie vorige art.), zich van de bestaande gem. afzonderde, terwijl deze laatste den naam van het Oude-huis kreeg. De eerste, die na de scheuring, in het Oude-huis de dienst waarnam, was een zoogenaamde Liefdeprediker, Jan Mentis, overleden in 1784. De eerste gestudeerde Predikant was Hendricus Haga, die er in 1837 beroepen werd.

OLDEBOORN of Oudeboorn, voorheen Boornga, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 3 u. N. van Heerenveen.

Oldeboorn is eene groote en aanzienlijke plaats, ongetwijfeld een der oudste dorpen der prov. Friesland en de zetel van het grietenijbestuur.

Het bestaat uit eene nette dubbele buurt, die langs de Boorn gebouwd is, en door deze rivier in twee deelen gescheiden wordt.

De omtrek van dit dorp is zeer groot, en wordt verdeeld in vier kwartieren, twee ten Noorden en twee ten Zuiden van de Boorn. De noordelijke deelen heeten, het Henswoudster- en het Noordervierendeel, behoorende onder het eerste, de buurten Henswoude en Sormorra; onder het tweede Poppenhuizen en Warniahuizen, of, zoo men eertijds zeide, Wantingahuizen, en verkort Wangiahuizen. De zuidelijke deelen zijn het Zuider-vierendeel en Wester-vierendeel, bevattende het eerste de buurt Oosterboorn, daar men eertijds eene plaats had, met name Stoutenburg, en het laatste de buurt Nijehuis, alwaar ook eene wetering loopt, met eene valbrug daarover.

Deze vier kwartieren tellen met het d. 259 h. en ongeveer 1650 inw., die meest hun bestaan vinden in landbouw, scheepvaart, en handel in vee, boter en kaas. De landerijen en boerenplaatsen, welke tot dit d. behooren, liggen zeer wijd uitgestrekt. De weilanden zijn allen ingedijkt in kleine polders, welke des winters, door een aantal watermolens, worden droog gehouden. Ook heeft men er 1 kalbranderij, 1 koperslagerij, 3 scheepstimmerwerven, 1 wind-koren-, 1 mosterd- en 1 moutmolen, 2 grof- en hoefsmederijen enz. Vroeger had men er ook jeneverstokerijen, en er woonden onderscheidene koopvaardijvaarders, en in het eerste gedeelte der vorige eeuw twee Kommadeurs op Groenland.

De Herv., die hier wonen behooren tot de gem. Oldeboorn-en-Nes, die hier eene nette kerk heeft, in het zuid-oosterdeel des dorps, welke met eenen fraaijen toren prijkt. Beide, kerk en toren, zijn reeds in de verte zigtbaar. De vorige kerk, een oud en groot gebouw, rustende op twee rijen pilaren, was gebouwd op of over eene fontein of bron, welke, naar sommiger gedachten, den naam aan het dorp dien aan de rivier de Boorn verschuldigd zij. In het midden der vorige eeuw werd de toren door den bliksem in brand gestoken, en gedeeltelijk vernield, doch weder opgebouwd. Kort na de reformatie zou men, uit den ouden kerktoren van dit dorp, naar een fabelachtig berigt, eene klok naar Leeuwarden gevoerd hebben, op welke haar ouderdom met deze letteren uitgedrukt stond:

A. D. CCCCCCC

(d. i. In het jaar onzes Heeren 700), waaruit dus zou blijken, dat het Christengeloof te dier tijd, in Friesland, reeds gepredikt zou wezen, hetgeen geheel onaannemelijk is.

De Doopsgez. maken, met die van het dorp Nes, twee gem. uit, die het Oude-huis en het Nieuwe-huis genoemd worden, en gezamelijk 770 zielen, onder welke 330 Ledematen tellen, en hier elk eene kerk hebben, zijnde beide kleine, doch nette gebouwen, zonder toren of orgel.

De 8 R. K., welke men er aantreft, worden tot de stat. van Heerenveen gerekend. De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 150 leerlingen bezocht. - Men heeft hier een fraai Grietenijhuis.

Oldeboorn is begiftigd met eene openbare Waag, terwijl men vroeger geene goederen, die het waagregt onderhevig waren, uit deze grietenij op een andere plaats ter waag mogt brengen, dan na hier het waagregt reeds betaald te hebben.

In 1581 werd hier, zoo ter dekking van dit dorp als van andere plaatsen, eene schans aangelegd, waarvan de plaats tegenwoordig naauwelijks met zekerheid kan aangewezen worden. Waarschijnlijk is het alleen, dat zij aan de noordoostkant des dorps gelegen heeft, dewijl men daar nog hedendaags een huisje vindt, dat de Schans genaamd wordt. Van hoe veel nut deze schans ware, bleek reeds in het volgende jaar, wanneer de Spaansche veldheer Verdugo, haar aantastende, manmoediglijk werd afgeslagen.

Ook heeft men er nog een fraai buitengoed Andringa-state. Vroeger had men er nog de staten Gauma en Douma.

Ten Zuiden van het d. vindt men een watertje, de Wetering genaamd, doch geheel onderscheiden van de bovengemelde weteringen. Ook loopt er een lange vaart, de Boksloot geheeten, zuidwaarts in het Ouddeel.

Er bestaat in dit d. een Departement der Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen, hetwelk den 1 Augustus 1815 opgerigt is, en ongeveer 50 leden telt.

Oldeboorn is de geboorteplaats van den Kapitein Tette Baukes Veltman, geb. 18 Maart 1791, 20 Julij 1830, die zich gedurende 18 jaren, dat hij zich in Oost-Indi bevond, vooral in de oorlogen op Sumatra, door onverschrokken dapperheid onderscheiden heeft.

In het jaar 1413 werd hier een put gegraven, waaruit eene zoo vergiftige damp oprees, dat er aanstonds twaalf mannen, vier vrouwen en twee kinderen door omkwamen, waarom men den put, zoo spoedig mogelijk, weder dempte.

OLDEBOORN-EN-NES, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Heerenveen, ring van de Lemmer.

Men telt er 800 zielen, onder welke 190 Ledematen. De eerste die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Conradius Aluarius, die in het jaar 1596 herwaarts kwam, en in het jaar 1602 naar Tjum vertrok.

OOSTERBOORN, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 3/4 u. ten N. van Heerenveen, 3/4 u. O. N. O. van Oldeboorn. - In dit geh. stond voorheen eene landhoeve Stoutenburg genaamd.

OUDE-DIJK, dijk, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Leppe-dijk.

OUDESCHOUW, voorm. pontveer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Utingeradeel, over de Wetering, 25 min. N. W. van Akkrum, aan den straatweg van Leeuwarden naar Heerenveen.

Dit veer is in het jaar 1840 vervangen door eene groote brug, waarbij de fraai gelegene herberg is vernieuwd, die algemeen onder den naam van Oudeschouw bekend is. Deze herberg behoorde, met het veer of de overvaart in den straatweg, sedert eeuwen aan de stad Leeuwarden, die in Mei 1839 beide aan het amortisatie-syndicaat heeft overgedragen, welke de herberg weder verkocht heeft aan den tegenwoordigen bewoner W. J. Meijer, door wien het gebouw sedert vernieuwd en veel vergroot is. Een gelijk belang verbindt haar aan de scheepvaart, daar hier de rivier de Boorn uit het Oosten, de Grouw uit het Noorden en de Wetering uit het Zuidwesten, als in n punt zamenstroomen; ook de doortogt is langs de groot-scheepsvaarwaters van Leeuwarden en Groningen, naar Sneek, de Lemmer en andere plaatsen. De drukke doortogt van rijtuigen en schepen, zoo wel als het onverhinderd land- en watergezigt, maken deze welingerigte herberg tot eene aangename plaats van uitspanning voor de nabijgelegene oorden. Zij wordt druk bezocht door liefhebbers van baars en paling, die men altijd levend aantreft. Ook worden er dikwijls vischpartijen gegeven.

POPPEHUIZEN, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Poppenhuizen.

POPPENHUIZEN of Poppehuizen, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 u. N. van Heerenveen, 20 min. N. O. van Oldeboorn. Het behoort onder het Noorder-vierendeel van den uitgestrekten omgang van dit dorp, genaamd het Henswoudster-Vierendeel.

ROODHUIS (HET), voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Oenema.

ROORDA-HUIS, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Oenema.

SCHOUW (DE NIEUWE-), voorm. pontveer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Nieuweschouw. (De)

SICKEMA, Sickama of Siccama, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. N. N. W. van Heerenveen, onder Akkrum, waarvan men zelfs niet meer weet, waar zij gestaan heeft.

SJOUKESLOOT, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, dat in de grietenij Utingeradeel, te Oldeboorn, uit de Boorn voorkomt, eerst met eene oostelijke rigting achter dit dorp heen loopt, vervolgens eene noordelijke en dan weder eene oostelijke strekking aannemende, tot bij Poppenhuizen voortloopt. Van hier vliet het met eene noordoostelijke rigting naar Warniahuizen; aldaar, weder een noordelijke rigting aannemende, scheidt het Utingeradeel van Smallingerland, en ontlast zich daar in de Kromme-Ee.

SMEERPOT (DE), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. 10 min. Z. van Akkrum.

SMINIA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr. kant. en 2 1/2 u. N. N. W. van Heerenveen, niet ver van Akkrum, waartoe zij behoorde.

SORMORRE, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. N. van Heerenveen, 1/2 u. N. N. W. van Oldeboorn, waartoe het behoort.

SPEKLAND (HET), eil., prov. Friesland, in het Sneeker-meer, N. W. van Terhorne.

SPYKERBOOR, benaming van een krommend gedeelte der Diepe-sloot, ten Z. van het d. Akkrum, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel.

TERHORNE, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 3 u. N. W. van Heerenveen, Z. Z. W. van de Oude-Schouw, W. van Akkrum, ten Z. van de vaart, op een eiland, door het Sneeker-meer, de Terhornster-, de Terkapelster- en de Soute-poelen gevormd, en op den hoek van Utingeradeel, waarvan het zijnen naam ontleent.

Men telt er 138 h. en 470 inw., die meest in landbouw, veeteelt, scheepvaart en het halen van zand uit het Sneeker-meer hun bestaan vinden; ook bestaan eenige lieden van de visscherij in de naburige vischrijke wateren. Vroeger werd er mede eene kalkbranderij gevonden. De buurt, hoewel tamelijk groot, is geheel zonder orde aangelegd. De landen onder dit dorp en de naburige behoorende, zijn over het algemeen laag, en voorzien met vele poelen, om welke deze landen ook wel de lage wouden worden genoemd.

De Herv., die er 230 in getal zijn, onder welke 90 Ledematen, behoorden tot in 1844 tot de ge. Akkrum-en-Terhorne, doch zijn in dat jaar daarvan afgescheiden, en maken thans eene afzonderlijke gem. uit, welke tot de klass. Van Heerenveen, ring van de Lemmer, behoort. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest H. Niemeijer, die in het jaar 1845 herwaarts kwam, en er nog staat. De kerk, die eenen niet hoogen, maar stompen toren heeft, werd vr de Reformatie aan den H. Laurentius toegewijd; in een der glazen stond, ten blijk daarvan, het volgende kreupelrijm:

St. Laurens is de Patroon ven onze karke;

Daarom staat hij schoon in 't middelste parke.

Ook vond men er vroeger de beeltenis van dien Heilige met eenen rooster. De kerk is van geen orgel voorzien.

De Doopsgez., van welke men er 240 telt, maken met die van Terkaple eene gem. uit, die 270 zielen, onder welke 140 Ledematen, telt, en vermoedelijk reeds ten tijde van Menno Simonsz. bestaan heeft, wiens schoonbroeder Reyn Eden tot deze gem. moet behoord hebben. De eerste gestudeerde Predikant, die aldaar het leraarambt heeft waargenomen, is geweest J. H. Akkringa, die in het jaar 1837 herwaarts kwam, en in het jaar 1839 naar Workum vertrok. De kerk is een vierkant gebouw zonder toren of orgel.

De dorpschool wordt gemiddeld door 90 leerlingen bezocht.

De kermis valt in den laatsten Donderdag in Augustus.

TERHORNSTER-POEL, ook Terhornster-diep, bij verkorting wel Hornster-poelen of Horne-poel genoemd, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet Utingeradeel, onmiddelijk Z. O. van Terhorne, dat door de Zandsloot en de Holleried met de Geeuw en daardoor met de Terkapelster-poelen in verbinding staat, terwijl het Droog-gat en het Diep-gat het met het Sneeker-meer verbinden.

TERHORNSTER-ZIJL (DE), voorm. sluis, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, nabij het d. Terhorne. Zij diende, om het water langs het Deel en de Zandsloot, van de hooge veenen afkomende, uit de Terhornster-poel in het Sneeker-meer te ontlasten.

Door deze sluis plagt men weleer van Leeuwarden naar het Heerenveen te varen, vr dat men de vaart van Akkrum derwaarts had aangelegd.

TER-KAPELSTER-POELEN (DE), de Kappelster-poelen of de Kapelster-poelen, meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, N. O. van en bij Terkaple.

Dit meer staat ten W. door de Heerenzijlsloot met de Soutepoelen, ten N. door het Drooggat met de Terhornsterpoelen, ten N. O. door de Gaatsesloot en O. door het Akkrumerrak met het Deel en O. mede met de Wijde-Geeuw in verbinding

TERKAPLE, Terkapple of Terkappel, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 u. N. W. van Heerenveen.

Het ligt niet onaangenaam, wegens de zeer nabij gelegen vischrijke Terkapelster-poelen. Men telt er 18 h. en 100 inw., die meest in de veeteelt hun bestaan vinden.

De Herv., die er ongeveer 70 in getal zijn, behooren tot de gem. van Terkaple-en-Akmarijp, welke hier eene kerk heeft, zijnde een eenvoudig gebouw zonder toren of orgel, met eenen klokkestoel op de begraafplaats.

De Doopsgezinden, van welke men er 30 telt, worden tot de gem. van Terhorne gerekend. - De 3 R. K., die er wonen, behooren tot de stat. van Joure.

Weleer lag hier in den Slagtedijk de Veenheerenzijl. (Zie Heerenzijl), en ten N. W. van de kerk stond de state Oenema. Zie dat woord.

Keimpe Tjeskes van Terkaple was mede onder degenen, die in den slag tegen Fox, bij Slooten, sneuvelde.

TERKAPLE-EN_AKMARIJP, kerk. gem., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Me telt er ruim 200 zielen, onder welke 60 Ledematen, en heeft er een kerk zonder toren te Terkaple en een toren zonder kerk te Akmarijp.

TJERNE-MEER, meertje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Utingeradeel, op de grenzen van Haskerland, 1/2 u. O. van Terkaple, door de Wijde-Geeuw met de Terkaplester-poelen in verbinding staande.

UNIA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. N. W. van Heerenveen, te Akmarijp.

Ter plaatse, waar zij waarschijnlijk gestaan heeft, ziet men thans eene boerderij. De daartoe behoorende gronden, beslaande eene oppervlakte van 53 bund. 83 v. r. 56 v. ell., worden thans in eigendombezeten door Jonkheer F. J. Lycklama a Nijeholt, woonachtig te Oldeboorn.

UTINGERADEEL, in het Oud-Friesch Wytendengheradeele, griet. prov. Friesland, kw., Zevenwouden, arr. en kant. Heerenveen (3 k. d., 11 m. k., 5 s. d.); palende N. W. aan de griet. Rauwerderhem, N. aan Idaarderadeel, N. O. aan Smallingerland, O. aan Opsterland, Z. aan Aengwirden en Haskerland, W. aan Doniawarstal.

Deze griet. heeft aan het O. naar het W. eene lengte van 2 1/2 u. en van het N. naar het Z. eene breedte van 1 1/2 u. Zij is waarschijnlijk dus genoemd naar het woord Utinghe of Witringe, gemeenlijk wetering, welken naam, ofschoon bij de Friezen niet zeer gebruikelijk, onderscheiden wateren dezes deels dragen. Weleer behoorde dat gedeelte der griet., hetwelk ten Noorden van de Boorn ligt, onder den naam van Boorndeel tot Opsterland. Merkwaardig is nog hedendaags de gesteldheid van dit vaarwater, ten opzigte zijner oude dijken, zijnde de Leppedijk, van Irnsumerzijl af tot aan Opsterland, op den noordelijken oever dier rivier aangelegd, gelijk ook ongeveer aan den overkant van den Akkrumer rijweg over Oldeboorn tot aan de zelfde grietenij plaats heeft, hetwelk een bewijs oplevert, dat het water der Middelzee, ten minste bij hooge vloeden, tot hiertoe plagt door te dringen, voor dat men de Irnsumerzijl had aangelegd. De dijk of waterkeering aan de zuidkant van de Boorn aangelegd, voormaals Slagtedijk genaamd, is nu vervallen. De grietenij telt de volgende zes dorpen: Oldeboorn, de hoofdplaats, waar ook het grietenijhuis staat, Nes, Akkrum, Terhorne, Terkaple en Akmarijp, en bevatte oudtijds twee klooster, als: het Duitsche-Huis of het Nesser-konvent en het Aalsumer-klooster. Zie die woorden.

Utingeradeel beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 6463 bund. 18 v. r. 38 v. ell., waaronder 6094 bund. 9 v. r. 57 v. ell., belastbaar land. men telt er 607 h., bewoond door 771 huisgez., uitmakende eene bevolking van ongeveer 3950 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw, de scheepvaart en den handel in vee, boter en kaas. Ook heeft men er 8 scheepstimmerwerven, 5 grof- en hoefsmederijen, 1 kalkbranderij, 1 kaarsenmakerij, 2 koperslagerijen, 1 windkoren-, mosterd- en moutmolen, 1 wind-oliemolen, 1 zeepziederij en 2 grutterijen. Vroeger waren er onderscheidene jeneverbranderijen, doch deze hebben opgehouden te bestaan.

De landen dezer griet. zijn onder Oldeboorn Nes en Akkrum meerendeels uit klei- of knipgrond zamengesteld. In het zuidelijk en westelijk gedeelte zijn het meest lage wei- en hooilanden, waarvan de wieden meestal door dijken omgeven en tot kleine polders gemaakt zijn, die met watermolens drooggehouden worden, terwijl de hooilanden des winters onder water staan. Die gronden zijn met verschillende meertjes en vaartjes doorsneden.

De Hervormden, die er 1930 in getal zijn, onder welke ongeveer 800 Ledematen, maken de vier volgende gem. uit. Akkrum, Oldeboorn-en-Nes, Terhorne-en-Akmaryp, welke vier kerken hebben, die door even zoo vele Predikanten bediend worden.

De Doopsgezinden, die er 1900 in getal zijn, onder welke ongeveer 700 Ledematen, maken de vier volgende gem. uit: Akkrum, Oldeboorn (het Oude huis), Oldeboorn (het Nieuwe huis) en Terhorne.

De 100 Roomsch-Katholijken, die er wonen, parochiren te Irnsum en te Joure. - Bovendien zijn er een twintigtal Christelijke Afgescheidenen.

Er zijn in deze griet. vier scholen, welke gezamenlijk gemiddeld door ruim 430 leerlingen bezocht worden.

Te Oldeboorn heeft men nog Andringa-state en men had hier vroeger de oude staten Gauma en Douma onder Oldeboorn; Sickema, Sminia en Douma, onder Akkrum; Oenema, onder Terkaple, en Abbema, Galama, Donia, Molla, Unia, Bangma en Bavema, onder Akmarijp.

De Boorn met vele bogten van het Oosten uit Opsterland komende, verdeelt deze grietenij nagenoeg in twee gelijke deelen, en eindigt hoog in het westen bij de oude Schouw. Van daar gaat uit de Boorn een wijd vaarwater, naar het Sneeker-meer, hetwelk zich eerlang in twee takken verdeelt; wordende de noordwestelijke tak de Oude-Wetering en de zuidoostelijke de Nieuwe-Wetering genaamd. Nabij Opsterlands grenzen is uit de Boorn afgeleid het zoogenaamde Nieuwe-diep, langs hetwelk men van Oldeboorn naar de Gorredijk vaart. Ook is er een groot vaarwater in het zuidwestelijke deel der grietenij, hetwelk gemeenschap heeft met de Nieuwe-Wetering en verdere naburige wateren, vooral door de Meynesloot, die tevens de schepen van en naar Akkrum in dit water brengt, hetwelk onder den naam van het Deel enz. naar het Heerenveen loopt. Ten Zuidwesten van dit vaarwater vindt men de Terhornster- en Terkaplester-poelen, benevens nog vele andere kleinere wateren, die genoegzaam allen gemeenschap hebben met het waterige gedeelte van het naburig Wymbritseradeel.

Buiten de dijken van de Boorn vindt men nog onderscheidene rijwegen in deze grietenij. De noordelijke Boorn- of Leppe-dijk loopt, gelijk wij reeds gezegd hebben, altoos langs den oever der rivier, eenige weinige afgesneden hoeken uitgezonderd; komende daaruit, bij Oldeboorn, de Slagte- of Oude-Leppe-dijk, die noordwaarts naar Smallingerland loopt en tevens tot rijweg naar Opsterland dient. De zuidelijke dijk van den Boornvloed is over het algemeen verder van zijne oevers gelegen, en volgt het beloop van den stroom niet zoo naauwkeurig, vooral ten Oosten van den Oldeboorn. Bij de Oude-Schouw komt uit dezen dijk voort de reeds gemelde Slagtedijk, die over Terhorne en Terkaple naar de Joure loopt; doch hier en daar door tusschenkomend water wordt afgebroken; waarom, door de familie Vegilin van Claerbergen, in het jaar 1723, een nieuwe weg van de Joure naar Akkrum is aangelegd, die met eene schouw, de Nieuwe-Schouw genaamd, over het Deel loopt, tot groot gemak dergenen, die van de Lemmer naar Leeuwarden enz. willen rijden. Deze weg is in 1846 verhoogd en bepuind op kosten van den edelen eigenaar Jonkheer Pieter Benjamin Johan Vegilin van Claerbergen. Eindelijk komt uit den voornoemden Boorndijk, tusschen Akkrum en Oldeboorn, de gewone rijweg van daar naar het Heerenveen, vroeger bekend onder den naam van de Haskerdijken welke zich aansluit aan den straatweg, die van Heerenveen over Akkrum en de Oude-Schouw naar Leeuwarden loopt.

Bij den watervloed van Februarij 1825 stroomde het zeewater, aan den zuid- en zuidoostkant van deze griet., des namiddags van Zaturdag den 5, tusschen drie en vier ure, over de landerijen gelegen onder de dorpen Akmarijp, Terkaple, Akkrum en Oldeboorn, en de voortgang van den vloed was zoo snel, dat des avonds te elf ure het grootste gedeelte dezer grietenij daardoor werd bedekt; terwijl des Zondags nog de weinig overgebleven polders in het zelfde lot deelden, blijvende alleen daarvan uitgezonderd het hoogste gedeelte der dorpen Akkrum, Terhorne en Oldeboorn, benevens eenige wieren en terpen, wier geheele oppervlakte nog geen bunder lands bedroeg. Door den fellen noordwestenwind en den daartegen werkenden stroom, vergezeld van sterke sneeuwjagt en daarop volgende vorst, werd de gemeenschap van de dorpen en nabij gelegen boerderijen geheel afgesneden, en de stand des waters was, op het hoogste geklommen zijnde, van vijf palmen tot ne el boven het gewone winterwater. geene ongelukken met menschen of vee, of vernieling van gebouwen van eenig belang hebben in deze grietenij plaats gehad, en algemeen was men bereidvaardig tot hulp en bijstand. Zeven en zeventig huisgezinnen onder de dorpen Oldeboorn, Terhorne, Terkaple, Akmarijp en Akkrum waren genoodzaakt haardsteden te verlaten en elders huisvesting te zoeken, die gewillig werd verleend.

Het wapen van Utingeradeel bestaat uit een veld van keel, met drie klaverbladen van goed, staande twee en een, waar tusschen een lelie van zilver. Door sommigen vindt men opgegeven een veld van goud, met drie klaverbladen van synopel en eene lelie van keel.

VEGILIN-STATE, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant en 2 1/2 u. N. W. van Heerenveen, W. van Akkrum, waartoe zij behoorde.

WANGIAHUIZEN, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Wanniahuizen.

WANNIAHUIZEN, of zoo men eertijds zeide Wantingaburen en verkort Wangiahuizen, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 3 1/2 u. N. van Heerenveen, 1 u. N. O. van Oldeboorn, waartoe zij behoort.

WARNIAHUIZEN, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Wanniahuizen.

WEEREHUIS of Werehuis, hoeve, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, arr., kant. en 2 1/2 u. N. W. van Heerenveen, 1/4 u. N. N. O. van Akkrum, waartoe zij behoort, aan den straatweg.

WEREHUIZEN, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel. Zie Weerhuis.

WIJDE-GEEUW (DE), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Utingeradeel, dat uit het Tjernemeer voortkomende, met eene noordwestelijke rigting in de Terkaplester-poelen uitloopt.

WYTENDENGHERADEELE, oud Friesche naam van de griet. Utingeradeel, prov. Friesland, kw. Zevenwouden. Zie Utingeradeel.