ALBADA, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, onder Garijp.

AMAMA, voorm. adell. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, onder Garijp.

ANTJE-JETSENSMEER, vischrijk watertje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, ¼ u. N. O. van Wyns.

AYSMA, voorm. adell. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, onder het d. Oudkerk. Zij werd in het begin der vorige eeuw door Hobbe Baerdt van Sminia, raad-ordinaris in den Hove van Friesland aanmerkelijk verbouwd en met vele aanplantingen vermeerderd. Thans heet zij de Klense; en gelijk het huis voor eenige jaren door Mevr. Eritia Titia van Sminia vernieuwd is, zoo heeft de tegenwoordige bezitter Jonkheer Arend Johannes van Sminia, in 1856, de plantsoenen van deze fraaije plaats veel verbeterd, en naar den hedendaagschen smaak aangelegd.

BERGER-CONVENT, voorm. klooster in Friesland. Zie Berg-Klooster.

BERGKLOOSTER, ook wel Berger-Konvent of Bergumer-Klooster en Oudklooster geheeten, voorm. klooster van reguliere Kanunniken, volgens den regel van den H. Augustus, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, in het N. O. van het d. Bergum, ter plaatse waar nu de buurt Het Klooster gevonden wordt. Zie dat woord.

Het was aan den H. Bisschop Nicolaas toegewijd, en behoorde onder het kapittel van Windesheim, maar werd door Paus Pius IV, bij eenen bul van 7 Augustus 1561, met den Bisschoppelijken stoel van Leeuwarden vereenigd, hoewel dit besluit eerst in het jaar 1570 ten uitvoer gebragt werd. Deze inlijving geschiedde met dat beding, dat de Kanunniken, die er nog waren, en door Bisschoppelijke gezag op eene andere eerlijke plaats zouden besteld worden, hun leven lang een genoegzaam jaargeld van de vruchten, renten en inkomsten moesten genieten; en voorts, dat de Bisschop van Leeuwarden de kerk van dit klooster daar eenen bekwamen pastor bezorgen, om er de kerkelijke diensten te verrigten. Het klooster is in of kort na de Hervorming van 1580 afgebroken. De tegenwoordige pastorie der Herv. gemeente, met haren uitgestrekten tuin, beslaat den grond, waar het klooster gestaan heeft.

BERGUM, d. prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. O. van Leeuwarden, kant. Bergum.

Het is een aanzienlijke en zeer aangenaam gelegen d., dat uit vijf buurten bestaat, als: de Groote-buurt, ook wel Bergumerburen genoemd, het Klooster, de Nyestad, Noordermeer en Bergumerdam. Ook de sloten of landhuizen: Groustins, Walsdorf en Recalf lagen vroeger onder Bergum, gelijk thans de buurt Gaastmaburen aan de westzijde en de herbergen het Huis ter Heide, het Huis ten Bosch, het Boschhuis enz. aan de noordzijde. Dit dorp telt 413 h. en ruim 1900 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden; ook heeft men er aanzienlijke boomkweekerijen.

De kerk, die vóór de Hervorming aan den H. Nicolaas toegewijd was, werd door Paus Paulus Pius IV, bij eene bul van 7 Augustus 1561, tot eene parochiekerk verheven. Zij is een oud kruisgebouw, met eenen niet hoogen, afgezonderd in het zoogenaamde Klooster staanden naaldtoren, waarin eene zware klok hangt. De Herv., die thans hunne godsdienst in deze kerk uitoefenen, hebben hier eene gem., die tot de klass. van Leeuwarden, ring van Bergum, behoort, ruim 1800 zielen telt, en door éénen Predikant bediend wordt. De eerste, die hier het leeraarsambt bekleed heeft, is geweest Daniel Johannes, die hier waarschijnlijk tot aan zijnen dood gebleven is.

De R. K., van welke men hier slechts 2 telt, behooren tot de statie van Dockum. De Doopsgezinden, ruim 70 in getal, gaan te Veenwoudsterwal ter kerk.

Er is in dit dorp een Departement der Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen, dat den 26 Augustus 1799 opgerigt is, en 24 leden telt, en eene school, die gemiddeld door 150 leerlingen bezocht wordt.

De beroemde Hoogleeraar in de wis- en vestingbouwkunde aan de hoogeschool te Franeker, Nicolaas Ypey, werd te Bergum, in het jaar 1714 geboren en † in 1785.

Men vindt bij Bergum, hetwelk op eenen zandigen, boschrijken grond ligt, zeer schoone wei- en bouwlanden en onderscheidene veenen; oudtijds was hier het konvent Bergklooster. Zie dat woord.

De beroemde vestingbouwkundige Menno Baron van Coehoorn oefende zich in zijne jeugd op een ruim heideveld, ten N. van en onder Bergum, de Hooge Geesten, ook wel de Bergumerheide, genaamd, in het maken van vestingwerken en verschansingen. Destijds woonde zijn vader op de oude buitenplaats het Hooghuis, waarvan het huis thans afgebroken is, even als de state Hillema, die mede vroeger hier gevonden werd. Thans heeft men aan het westeinde van het dorp een vrij goed huis, dat in het jaar 1770, door den toenmaligen Grietman gebouwd is.

Te Bergum worden twee jaarmarkten gehouden, als: eene den Maandag op of na den 12 Mei, zijnde eene koemarkt, en eene op den Maandag op of na den 15 September, zijnde eene beroemde paardenmarkt.

BERGUM, kant., prov. Friesland, arr. Leeuwarden; palende N. aan de kantons Holwerd en Dockum, O. aan de prov. Groningen, Z. aan het kant. Beetsterzwaag, W. aan het kant. Leeuwarden.

Het bevat de grietenijen Tietjerksteradeel en Achtkarspelen, en ruim 15,000 inw.

BERGUM, kerk. ring, prov. Friesland, klass. van Leeuwarden.

Zij telt ongeveer 12,000 zielen in de volgende gem.: Bergum, Ryperkerk-en-Hardegarijp, Oenkerk-Giekerk-en-Wyns, Oudkerk-en-Roodkerk, Suawoude-en-Tietjerk, Garyp-Suameer-en-Eernewoude, Oostermeer-en-Eestrum, Rottevalle, Dragten, Boornbergum-en-Kortehemmen en Oudega-Nyega-en-Opeinde.

Deze ring heeft 20 kerken, die bediend worden door elf Predikanten.

BERGUMER-BUREN of de Groote-Buurt, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. O. van Leeuwarden, kant. Bergum. het is eene der vijf buurten, waaruit het d. Bergum bestaat.

BERGUMERDAM, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. het is een der vijf buurten, waaruit het d. Bergum bestaat.

Zij ontleent haren naam van eene weleer houten, doch nu van steen opgemetselde brug, bij Bergum, die eertijds zuidelijker lag, maar, wegens den stroom, die aldaar te hevig was, meer noordelijk verplaatst is, zoodat de vaart hier nu de gedaante van eene spijkerboor heeft.

De buurt is zeer levendig, zijnde er veel doortogt, zoo van rijtuigen als binnenschepen; ook wordt zij in den zomer door de liefhebbers van vischpartijen zeer druk bezocht, doordien men er in het aanzienlijke logement: de drie gekroonde Baarzen, uitmuntende baars en paling bekomen kan, welke in het nabij gelegen meer gevangen worden. Men heeft er eene scheepstimmerwerf, rog-, bark-, pel-, olie- en houtzaagmolens, brouwerij enz.

BERGUMERHEIDE, uitgestrekt heideveld en hooge zand- en veengrond, prov. Friesland, waar de straatweg van Leeuwarden naar de Groninger grenzen midden door loopt. Zie Hooge-Geesten.

BERGUMER-KLOOSTER, voorm. klooster van reguliere Kanunniken, prov. Friesland. Zie Bergklooster.

BERGUMERMEER, meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 3 1/2 u. ten O. van Leeuwarden, ten Z. van het d. Bergum, waarvan het zijnen naam ontleent.

Het is omtrent 3 u. gaans in den omtrek groot, en heeft ten W. gemeenschap met de Wijde Ee, en de Langemeer, door middel van den Bergumerdam, en ontvangt ten Z. de Lits. Vóór den aanleg der Trekvaart van Dockum naar Groningen, was al de vaart van Leeuwarden naar Groningen over dit meer, waartoe de bekende Spaansche Kolonel, Casper de Robles, Stadhouder van Friesland, uit dit meer, een wijde en diepe vaart, ter lengte van omtrent 2 u. gaans heeft doen graven, die nog het Kasper-Robles- of Kolonelsdiep genoemd wordt. Dit nadat gemelde trekvaart, omtrent het jaar 1650, gegraven is, wordt deze vaart minder gebruikt, wegens de gevaarlijkheid van het meer, bij harde winden. Dit meer is zeer vischrijk, doch wordt steeds ondieper en is daardoor voor geladene tjalken moeijelijk te bevaren.

BERGUMER-NYESTAD, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en ruim 5 u. O. van Leeuwarden, kant. Bergum. Het is eene der oostelijke buurten, waaruit het d. Bergum bestaat; met twee aanzienlijke boomkwekerijen. ook worden er vele groenten en tuinvruchten geteeld, zoodat deze buurt Leeuwarden des zomers van geheele scheepsladingen fruit, aard- en boomvruchten voorziet.

BERGUMERVEEN, uitgestrekt heideveld en hooge veengrond, prov. Friesland. Zie Hooge-Geesten.

BETHLEHEM, voorm. nonnenkloost. van de Premonstratenser orde, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel onder Oudkerk, en 1/2 u. N. W. van dat dorp, nabij de Dockumer trekvaart en de opvaarten naar Finkum, Hallum en Oudkerk gelegen.

Het was in het jaar 1163 gesticht door ?, eersten Abt van Hallumerklooster Mariengaarde, die, daartoe geholpen door edele vrouwen uit de geslachten van Martena en Cammingha, eerst het klooster Mariengaard bouwde. Na de stichting snelden velen toe, om daarin te worden opgenomen – ook vrouwen. Deze in zijn klooster op te nemen, achtte de brave man gevaarlijk, waarna hij, naar de Premonstratenser gewoonte, Bethehem, als een afzonderlijk klooster voor maagden, deed opbouwen en aan de H. Maagd Maria toewijdde, welk klooster ook in het vervolg onder het bestuur der Abten van die Abdij gebleven is. In latere tijden is dit klooster door adellijke maagden in bezit genomen, die ongetwijfeld van dezelfde orde zullen geweest zijn. ter plaatse, waar het gestaan heeft, ziet men thans eene hoeve, doch de naam leeft nog voort in de buursch. langs de trekvaart, die Bartele-Hiem heet, en van ouds ook wel Bartehiem genoemd wordt.

CAMMINGHA, voorm. state, bij het d. Oudkerk, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zij is in het jaar 1840 afgebroken.

DEEL (LANG-), vaart, prov. Friesland, kw. Oostergoo. Het komt op de grenzen van Leeuwarderadeel en Tietjerksteradeel uit het Woudmansdiep, maakt, in eene zuidelijke rigting, voorbij Rustenburg en Altenburg voortloopende, de grensscheiding tusschen de beide grietenijen, komt, even benoorden Warstiens, in de griet. Idaarderadeel, en, na in de zelfde strekking voorbij de Langemeer en dit dorp te hebben geloopen, neemt het eene eenigzins zuidoostelijker rigting aan, om zich bij het geh. de Laape in twee takken te splitsen, waarvan de eene den naam van het Wartenaster-Wyd, de andere dien van Schoetsmadeel aanneemt. Het is een gedeelte van het grootscheepsvaarwater tusschen Leeuwarden en de Lemmer.

DEEL (OUD-), water, prov. Friesland, dat, in eene noordelijke rigting, al de grensscheiding tusschen Leeuwarderadeel en Tietjerksteradeel, uit het Woudmansdiep en de Lang-Deel komt, en zich bij Giekerk met de Murk verenigt.

EASTERMAR, Friesche naam van het d. Oostermeer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Oostermeer.

EE (SMALLE-), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, dat uit de Wyde-Ee voortkomende, in eene oostelijke rigting naar Bergumerdam loopt, en 1/2 u. O. van die plaats zich in twee takken splitst, van welke de noordelijkste in het Noordermeer en de zuidelijkste in het Suameerder-meer uitlopen.

EERENWOLDE, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, Zie Eernewoude.

EERENWOLDSTERWIJD, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Eernewoudsterwijd.

EERENWOUDE, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Eernewoude.

EERENWOUDSTERWIJD, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Eernewoudsterwijd.

EERNEWAUD, Friesche naam van het d. Eernewoude, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Eernewoude.

EERNEWOUDE, Eernewolde, Eerenwoude, Eerenwolde, Eernswolde, Eerswolde, Eerwolde of Eerswoude, in het Friesch Eernewaud, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. Z. W. van Bergum, aan de vaart van Leeuwarden naar Dragten en de Eernewoudsterwijd.

Het is eene kleine en afgelegene plaats met 55 h. en ruim 200 inw., meest visschers, en schippers en varensgezellen, terwijl er ook goed veenland gevonden wordt. Daar het alleen bij drooge zomers te voet genaakbaar is, zoo is men hier verpligt, de Predikant steeds met een geschikt vaartuig te halen en te brengen, zoo dikwijls hij er eenig dienstwerk te verrigten heeft.

De inw., die hier alle Herv. zijn, behooren tot de gem. Garijp-Suameer-en-Eernewoude, welke hier een, in 1794 nieuw gebouwd, kerkje met spitsen toren heeft, dat op een net, zindelijk, met opgaande boomen beplant, kerkhof staat, hetwelk de eenige wandelplaats der inw. is.

De dorpschool, welke in het jaar 1837 aanmerkelijk verbeterd is, wordt gemiddeld door een getal van 40 leerlingen bezocht.

EERNEWOUDSTERWIJD, Eernewoldsterwijd, Eerenwoudsterwijd, Eerenwoldsterwijd, Eernswoldsterwijd, Eerswoldsterwijd, Eerwoldsterwijd of Eeswoudsterwijd, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, Z. van Eernewoude, dat gemeenschap heeft met de Sanding, de Sarter, het Wijd, het Kruiswater, en door de Folkersloot met de Graft.

EERNSWOLDE, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Eernewoude.

EERNSWOLDSTERWIJD, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Eernewoudsterwijd.

EERWOUDE, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Eernewoude.

EERWOUDSTERWIJD, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Eernewoudsterwijd.

EESTRUM of Iestrum, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 4 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. O. ten N. van Bergum, zich uitstrekkende, en tusschen goede bouwlanden en geboomte gelegen.

Men telt er in de kom van het d., door welke een rijweg naar Oostermeer en Kooten loopt, en van waar eene vaart naar het Bergumermeer schiet, ruim 78 h. en 370 inw., die zich meest op den landbouw toeleggen, waartoe het hier geenszins aan geschikten grond ontbreekt; zijnde er onderscheidene personen rijk geworden door de heidevelden in goed bouwland te veranderen, en voornamelijk zekere vrouw, met naame Aat Boelens, die eene zeer groote uitgestrektheid dorre heidevelden dus nuttig heeft aangelegd, zelve arbeiders voorgaande, en in eigen persoon werkende.

Langs de noordzijde van dit d. loopt de straatweg van Leeuwarden naar de Groninger grenzen, en langs de zuidzijde het Kaspar-Robles- of Kolonelsdiep, zijnde de vaart naar Groningen.

De inw., die hier allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Oostermeer-en-Eestrum, welke hier eene kerk met eenen stompen toren heeft.

De dorpschool wordt des winters gemiddeld door 70, des zomers door 40 leerlingen bezocht.

EESTRUMER-OPVAART of Iestrumer-Opvaart, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, dat te Eestrum een begin neemt en voorts eerst west- en later zuidwaarts loopt, om zich in het Bergumermeer te ontlasten.

ESTRUM, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Oostrum.

EYSINGA, voorm. state, thans eene boerenwoning, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, kant. Bergum, 1/4 u. N. N. O. van Oenkerk, waartoe zij behoorde.

Deze boerenwoning beslaat met de daartoe behoorende gronden eene oppervlakte van 8 bund. 8 v. r. en wordt thans in eigendom bezeten door Mevrouw de Douairière W. L. Heemstra, woonachtig te Groningen.

GAAL, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 5 min. W. van Hardegarijp, waartoe het behoorde.

Ter plaatse, waar het gestaan heeft, ziet men thans eene hofstede, Gaalslot of Galeslot geheeten.

GAASTMABUREN, geh., uit eenig verspreid liggende boerenplaatsen bestaande, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 1/2 u. O. ten Z. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. W. van Bergum, 1/2 u. Z. O. van Hardegarijp, waartoe het behoort.

GALEKEHEM of Galkehiem, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. Leeuwarden, kant. Bergum, 25 min. Z.van Garijp.

Deze voorm. state wordt thans, onder den naam van Binnenrust, als eene boerenplaats verhuurd. De bouworde van het huis toont echter nog de oorspronkelijke bestemming aan.

GALESLOT, hofst., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Gaal.

GALKEBIERUM, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, onder Garijp.

GALKEHIEM, Galkenhiem of Galkhiem, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Galkerem.

GARIJP (HARDE-), d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Hardegarijp.

GARYP, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. Z. W. van Bergum.

Het is eene oude plaats en heeft hoogst waarschijnlijk zijnen naam ontvangen van de woorden ga of gea en ryp, d.i. bestraat voetpad. Het was in vroegere dagen zeer aanzienlijk, doch is, door het sloopen der voormaals hier gestaan hebbende adellijke stinzen, allengs in verval geraakt. Men telt er in de kom van het d. 530 inw., en met de b. Lutke-Ina, Sigerswolde en de Veenhuizen, 690 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt; terwijl zij hier vele lage landen, alsmede zeer goede bouw- en veenlanden hebben. De voortbrengselen van den grond zijn: rogge, boekwiet, haver, erwten, aardappelen, rapen en tuinvruchten; mede wordt hier veel boter gemaakt. Ook bestond er vroeger eene aanzienlijke cichorij-branderij, welke echter thans in verval is.

De inw., die allen Herv. zijn, behooren tot de gem. Garyp-Suameer-en-Eernewoude, die hier eene kerk heeft, die in het jaar 1838 gebouwd is, ter vervanging van de oude, welke vóór de Hervorming voor het bevestigen van den Pastoor, twee goudgulden en acht stuivers (3 guld. 40 cents) opbragt. Deze kerk heeft eenen spitsen toren.

Men heeft er eene dorpschool. Oudtijds lagen onder het beheer van het dit d. veertien adell. stinzen of sloten, als: Albada, Amama, Douma, Galama, Galekehiem, Kinnema, Scroetsma, Sixma, Solcama, Vooklama, Wiarda, en nog drie anderen, van welke de namen zelfs verloren zijn gegaan. Van deze stinzen waren in 1622 nog drie in wezen, als: Solcama, Scroetsma en Galekehiem, zijnde de naam van Solcama veranderd in Hoogstins, en Galamehiem thans met den naam van Binnerust bestempeld. Onder Garyp behoorde toen reeds Veenhuizen, welken naam ontleend is van hutten, die in de heide, ten dienste der turfstekers, waren opgebouwd. - Onder den klokslag van Garyp, ten Z., lag het dorp Sigerswoude. Het had in dien tijd een zeer goede waterkeering in den zoogenaamden Sigerswouderdijk, door de bewoners aangelegd.

GARYP-SUAMEER-EN-EERNEWOUDE, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Leeuwarden, ring van Bergum, met ongeveer 1400 zielen en 3 kerken. De eerste, die hier het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Haye Watzes, die in het jaar 1602 Emeritus werd.

Suameer is reeds vóór 1619 met Garyp gecombineerd geweest, maar van 1619 tot 1637 met Oostermeer, en van 1647 tot 1642 weder met Garyp. Toen echter in dat jaar Garyp en Eernewoude eenen Leeraar beriepen, waartegen Suameer opstond, en men daarover in twist geraakt was, werd Suameer, na veel over en weer schrijven, door de Staten der prov. Friesland, bij Oostermeer-en-Eestrum gevoegd, doch vijf jaren later weder met Garijp en Eernewoude vereenigd, zoo als het tot nu toe gebleven is.

GEEST (KLEINE-), geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Kleine-Geest.

GEEST (WESTER-), geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Kleine-Geest.

GEESTEN (HOOGE-), veld, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Hooge-Geesten.

GIEKERK, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 1 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. W. van Bergum.

Men telt in dit dorp, dat met de naburige dorpen Oenkerk en Oudkerk de zoogenaamde Trynwouden uitmaakt, ongeveer 55 h. en 320 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw, alzoo de grond hier nog al geschikt is voor rogge en boekweit, maar minder voor weide, ook zijn de Giekerkster knollen, om hunne smakelijkheid, vermaard. De landerijen zijn van een groote uitgestrektheid; ten Oosten liggen de bouwlanden tot nabij het watertje, dat uit de Ried naar de Zwartebroek loopt, nog oostelijker, gelijk ook westwaarts, heeft men de weilanden, en bij de laatste ook eenige vogelkooijen, aan het water de Wielen, in welke veel watergevogelte gevangen wordt. Hier ziet men ook de overblijfselen van onderscheidene oude staten en eenen korenmolen aan den rijweg, die van hier over de Ried, voorbij Ryperkerk, naar den Zwarteweg loopt.

De inw., die allen Herv. zijn behooren tot de gem. Oenkerk-Giekerk-Wyns, welke hier eene kerk heeft, welks toren, tegen de gewoonte in Friesland, niet ten W., maar aan de Zuidkant staat. In deze kerk, zijnde een langwerpig vierkant gebouw, ziet men de grafzerken van Franciscus Fricius, overleden 26 Februarij 1744, als oudste Advokaat van het Hof van Friesland en Gecommiteerde Staat ten Landsdage; van Hartesius Iepema, Raad-Ordinaris van het Hof van Friesland, overleden 21 maart 1666, en zijne weduwe Ida van Andringa, overleden 23 Januarij 1667, op welke grafzerk eenige Latijnsche dichtregelen zijn te lezen; voorts nog de grafzerk van Docter Regnerus Iepema, Advokaat voor het hof van Friesland, en broeder van Hartesius, welke met zijne beide zonen, Regnerus en Tinco, daaronder rust. - Ook heeft men in deze kerk eenen fraaijen zilveren avondmaalsbeker, waarop men leest:

Sytske Bennes Sjoerda, wed. van Wijlen T. van Andringa, Grietman van Utingeradeel; heeft deze beker en drie zilveren schotelen, vereerd aan de Gereformeerde Gemeente van Christus te Giekerk, den 21 April 1660, Oldste kerkvoogd H. van Iepema, Raedt Ord. in den Hove van Friesland, haar Schoonzoon.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 30 of 40 leerlingen bezocht.

GOLKEHIEM, naam, onder welken de voorm. state Galekehiem, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, wel eens voorkomt. Zie Galekehiem.

GROENE-DEKEN (DE), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, Z. van Eernewoude.

Het staat door de Folkerts-sloot met het Hante-meer, door de Meersloot met de Sayter, door de Oude-weg met het Rommerts-meer, en door de Lange-sloot en de Hooidam-sloot met het Kruisdobbe in verbinding.

GROENEWOUD, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 5 u. O. ten Z. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. Z. O. van Bergum, 1/4 u. Z. O. van Oostermeer.

GROOTE-BUURT, b., prov. Friesland. kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Bergumerburen.

GROUSTINS, staten. prov. Friesland. Zie Grovestins.

GROUWSTINS, voorm. stinsen en staten, prov. Friesland. Zie Grovestins.

GROVESTINS, Groustins of Grouwstins, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 1/2 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. W. van Bergum, 3/4 u. Z. O. van Hardegarijp, in de b. Gaastmaburen.

Vóór dat dit gebouw, in het jaar 1823, eene prooi der vlammen werd, was het van eene vierkante gedaante, en had in bouworde veel overeenkomst met de oude stompe kerktorens. Het was 14 ell. hoog, geheel van de groote en zware soort van steenen, oude Friezen genoemd, opgemetseld, en droeg alle sporen van hoogen ouderdom. De muren waren beneden 1 el 2 palm 5 duim 8 streep dik, doch werden hooger op langzamerhand dunner, zoodat zij bovenaan niet meer dan één voet dikte hadden. Zij waren grootendeels gegoten, doch hier en daar ook doorgemetseld (1).

Deze stins, welke vroeger vermoedelijk Dekama was geheeten, heeft waarschijnlijk zijnen naam ontvangen van Botto van Grovestins, gehuwd met Trijn, dochter van Frans van Dekama en Tjardtke Douma, die haar in het begin der zeventiende eeuw bewoonde. Van des broeders zoon van dezen Botto, Oene van Grovestins, Grietman van Hennaarderadeel, kocht Willem van Viersen, Raadsheer in het Hof van Friesland, in 1676, de stins met de onderhoorige landerijen, beslaande eene oppervlakte van 51 bund. 7 v. r. 40 v. ell. De dochter van dezen was gehuwd aan Hector van Glinstra, Kolonel van de kavallerie, en erfde deze plaats. Na zijn overlijden kwam zij in handen van zijnen zoon Johannes van Glinstra, Ontvanger-generaal van Menaldumadeel; thans worden de overblijfsels, bestaande in eene kelder, het eenigste wat van het gebouw is blijven staan, in eigendom bezeten door de erven van Willem Livius van Viersen, woonachtig in Gelderland.

(1) Men zie eene omstandige beschrijving van deze stins, in het werkje, getitelt: wandelingen van mijnen Oudoom den Opzigter, door een gedeelte van de provincie Friesland; bevattende eene plaatselijke en geschiedkundige Beschrijving van de merkwaardigheden der Grietenij Tietjerksteradeel, uit de nagelatene papieren van eenen Dorpspredikant, bijeenverzameld door H. van Rollema (Jonkheer Mr. H. Baerdt van Sminia, bladz. 131-132.

HAERSMA of Haarsma, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 4 u. O. ten Z. van Leeuwarden kant. en 1 1/2 u. O. ten Z. van Bergum, omstreeks 1/4 u. van Oostermeer, waartoe zij behoorde.

Deze state is reeds onderscheidene jaren in percelen verkocht, zoo dat er thans niet meer van over is.

HANENBURG, voorm. hofstede, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 1 3/4 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. W. N. W. van Bergum, 1/2 u. Z. W. van Rijperkerk, aan den Zwarteweg.

De grond van deze hofstede, later bij gedeelten verkocht, is thans bouw- en weiland.

HARDEGARIJP, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. W. van Bergum, aan den straatweg van Groningen en Leeuwarden. Men telt er, in de kom van het d., 29 h. en 180 inw., en met de daartoe behoorende b. Gaastmaburen, 124 h. en 770 inw., die meest hun bestaan vinden in veeteelt en landbouw.

De inw., die er allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Rijperkerk-en Hardegarijp, welke hier eene kerk heeft, zijnde een ruim en langwerpig vierkant gebouw, waarin men eenige merkwaardige grafzerken vindt, Op het westeinde dier kerk prijkt een klein spits torentje, waarin eene klok, welke, ofschoon zonder jaargetal, beschouwd wordt uit de twaalfde eeuw te zijn. De kerk stond weleer aan den Zomerweg, doch is, in het jaar 1711, bij de buurt geplaatst, staande thans onmiddelijk ten Zuiden van den straatweg van Groningen naar Leeuwarden, welke weg dit dorp, bestaande uit eene dubbele rij huizen, veel levendigheid geeft; ook vindt men hier eene fraaije hofstede, door zekeren Bennema uit Leeuwarden gesticht, aan den vermakelijken rijweg, die van hier naar Veenwouden liep. Later behoorde zij an de familie Boelens. Thans wordt zij in eigendom bezeten door den Heer U. H. van Wielinga Huber. De plaats, waar vroeger de kerk gestaan heeft, zijnde eene verhevene vierkante plek gronds, wordt thans nog het Oudkerkhof genoemd. Er is te Hardegarijp eene afzonderlijke kamer, waarin de Predikant der gemeente, te Rijperkerk wonende, met zijne familie den dag door kan brengen, ingeval hij hier de beide beurten moet waarnemen.

De dorpschool wordt gemiddeld door 120 leerlingen bezocht.

Den 22 Augustus 1840, sloeg de bliksem in eene boerewoning nabij Hardegarijp, welke alzoo met alle de daar aanwezige voorwerpen, eene prooi der vlammen is geworden.

HARSTE (DE), op sommige kaarten ook De Horste gespeld, geh. of liever boerenstreek, prov. Friesland, griet. Tietjerksteradeel, kw. Oostergoo, arr. en 3 1/2 u. O. ten Z. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. Z. ten O. van Bergum, 1/4 u. O. van Suameer, waartoe het behoort.

Het voetpad van Suameer derwaarts, loopt over zulke ongemakkelijke vondels, grootendeels uit boomstammen, niet dikker dan een mansarm, bestaande, die scheef en zonder leuningen over de slooten liggen, dat men die ter naauwernood, zonder gevaar van in het water te vallen, kan overkomen.

Ter zijde van dit geh. op de heide zijn nog eenige overblijfselen te zien van eene legerplaats, in het jaar 1672 opgerigt voor de troepen van den Luitenant-Generaal Hans Willem van Aylva, die hier toen eenigen tijd gelegen hebben.

HEEMSTRA of Hiemstra, state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. W. van Bergum, 5 min. Z. O. van Oenkerk, waartoe zij behoort.

Deze state wordt thans in eigendom bezeten en bewoond door Mevrouw de Douairière C. van Heemstra.

HEIDE (HUIS-TER-), van ouds bekende herberg, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1/4 u. N. W. van Bergum, waartoe zij behoort.

Vroeger was dit eene druk bezochte herberg, ten N. aan den weg van Groningen naar Leeuwarden, en was de uitspanningsplaats van de Bergumer jongelieden, die hier eene kolfbaan vonden. Dan, door het leggen van den straatweg, 1/4 u. meer Noordwaarts, is het aanmerkelijk vervallen; terwijl de Bergumers thans naar het vrolijke Bergumerdam gaan, waar het, ten gevolge der doorgraving van den Oude-dam, in 1842, en de Stoombootvaart tusschen Stroobos en de Lemmer, zeer levendig is.

HEIDHUIZEN, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 1/2 u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. Z. van Bergum, nabij Suameer, waartoe zij behoort.

HEYDHUIZEN, voorm. landh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 1/2 u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. Z. Z. O. van Bergum, gem. en 1/2 u. Z. O. van Suameer.

Ter plaatse, waar het gestaan heeft ziet men thans bouw- en weiland, dat aan onderscheidene eigenaren toebehoort.

HIDDINGGARIJP, oude naam van het d. Hardegarijp, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Hardegarijp.

HIEMSTEDE, voorm. landh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 4 u. O. ten Z. van Leeuwarden, kant. en 1 u. O. ten Z. van Bergum, N. van Oostermeer, waarvan men thans zelfs de juiste plaats niet meer weet aan te wijzen.

HILLAMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Hillema.

HOOGE-GEESTEN of Hooggeesten, heideveld en bosch, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. ten N. van het d. Bergum, waaronder het behoort.

Dit veld is vermaard, doordien de beroemde Vestingbouwkundige Menno baron van Coehoorn, er zich in zijne jeugd in het maken van vestingwerken en verschansingen oefende.

HOOGEHUIS (HET), voorm. landh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Hooghuis (Het).

HOOGEHUIS (HET), voorm. landh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Hooghuis (Het).

HOOGENHUIS, voorm. hofst., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1/4 u. N. O. van Bergum, waartoe het behoorde.

Ter plaatse waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene daglooners woning met een klein plek gronds; het is allengskens in handen van onderscheidene eigenaren gekomen. De woning is het eigendom van Jonkheer Hobbo Baerdt van Sminia, Grietman van Tietjerksteradeel, woonachtig te Bergum.

HOOG-HUIS (HET), voorheen Bergumerbosch genaamd, voorm. landh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. O. van Bergum, in de buurt Noordermeer, welke tot het d. Bergum behoort.

Weleer behoorde dit landh. aan het geslacht van Nassau, en was denkelijk als jagthuis gesticht door den derden Stadhouder van Friesland Hendrik Casimir I. Omstreeks het jaar 1708 was het in het bezit van den Kolonel Frans Menno van Eminga, die het, in het jaar 1721, voor eene som van 15,500 guld., aan den Grietman Hector Willem van Glinstra verkocht, waarna het in de helft der vorige eeuw gesloopt is. het is een tijdlang bewoond geweest door den vader van den beroemden Vestingbouwkundige Menno baron van Coehoorn, welke laatste hier mede eenige jaren van zijne jeugd doorbragt.

Ter plaatse, waar het gestaan heeft, ziet men nu eene arbeiderswoning. De daartoe behoord hebbende gronden zijn onder andere boerenlanden verdeeld, en worden thans grootendeels in eigendom bezeten door Jonkheer Hobbo Baerdt van Sminia, Grietman ven Tietjerksteradeel, woonachtig te Bergum. (Zie ook Hoogenhuis.)

HOOIDAMSLOOT, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, dat uit de Groenedeken voortkomt, en in eene zuidelijke rigting naar de Kruisdobbe loopt, waarin het zich ontlast.

HORSTE (DE-), naam, onder welken de boerenstreek de Harste, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, op sommige kaarten ook wel voorkomt. Zie Harste (De).

IESTRUM, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Eestrum.

IESTRUMER-OPVAART, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Eestrumer-Opvaart.

INDIJK, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. N. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. W. van Bergum, 1/2 u. N. W. van Oudkerk, waartoe het behoort.

INIA (LUTKE-), b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 2 1/2 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. Z. W. van Bergum, 1/2 u. Z. van Garijp, waartoe zij behoort.

JETZERKSTERADEEL, naam, waaronder de griet. Tietjerksteradeel, prov. Friesland, kw. Oostergoo, weleens voorkomt. Zie Tietjerksteradeel.

JOERE (DE), geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 4 u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. O. van Bergum, 1/4 u. N. van Oostermeer, waartoe het behoort.

KATTEGAT, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 5 u. O. ten Z. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. Z. O. van Bergum, 1 u. Z. van Oostermeer, waartoe het behoort.

Bij dit geh. ligt een vlak en effen stuk lands, genaamd het Bildt, zijnde klijngrond, en dienende tot eene algemeene weide voor de ingezetenen, bij de Friezen een Meenschar geheeten.

KEETLERS-MEER (HET), meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, Z. W. van Tietjerk.

KETELER-MEER, voorm. water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, Z. van Tietjerk, dat met de Louwsmeer in verbinding stond, doch thans drooggemaakt is.

KINNEMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. Z. W. van Bergum, onder Garijp.

Van deze state, welke reeds in het jaar 1622 gesloopt is, weet men thans de juiste plaats niet meer aan te wijzen.

KLEINE-GEEST of Wester-Geers, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 1/2u. O. van Leeuwarden, kant. En 1 u. N. W. van Bergum, ten W. van Tietjerk, waartoe het behoort.

KLENSE (DE) of De Kinse, tegenwoordige naam van de voorm. adell. state Aysma, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Aysma.

KLINSE (DE), state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Aysma.

KLINZE (DE), state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Aysma.

KLOOSTER (HET), ook wel Oldeklooster genoemd, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en ruim 3 u. O. van Leeuwarden, kant. Bergum; het is eene der buurten, waaruit het d. Bergum bestaat, ligt ten N. W. van en tegen Bergumer-Nyestad aan, 10 min. O. N. O. van de Groote-Buurt, bestaat uit de kerk, paastorij en school van Bergum, twee aanzienlijke boerderijen en een paar burgerwoningen.

Deze b. ontleent haren naam van een klooster van reguliere Kanunniken, dat hier gestaan heeft en het Bergklooster genoemd werd. Zie voort dat woord.

KOIJEN of Kooijen, geh., prov. Frieslands, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 21/2 u. N. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. ten W. van Bergum.

KOOIJEN, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Koijen.

KRUISWATER (HET) , water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, ten Z. van Eernewoude, dat ten N. met het Wijd, ten O. met de Westerzanding, ten Z. door de Hooidamssloot met de Wijde-Ee en het Grietmans-rak, en Z. W. door de Geeuw met de Lange-Lits in verbinding staat.

Dit water maakt een gedeelte der grensscheiding tusschen Smallingerland en Tietjerksteradeel uit.

LANDSBUREN, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 1/2 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. Z. O. van Bergum, 10 min. O. van het d. Suameer, waartoe het behoort.

LANGELITS, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Idaarderadeel, O. van de Grouw, staande in verbinding N. door de Graft met de Wijde-Ee in Tietjerksteradeel; W. door de Bergsloot met het Tjaardsmeer; Z. de Wijde-Ee in Idaarderadeel, en O. door de Geeuw met de Kruiswaters in Smallingerland.

LANGEMEER (DE), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel.

Dit breede, heldere vaarwater neemt zijn begin uit het Langdeel op de grenzen van Idaarderadeel, en loopt, in eene oostelijke rigting, tot onder Suawoude, ten Zuiden van welk dorp het zich in de Wijde-Ee ontlast

LANGESLOOT (DE) , water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, dat uit de Groenedeken voortkomt, en met eene zuid-zuidoostelijke strekking in de Kruisdobbe uitloopt.

LANGESLOOT (DE), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, tusschen Wartena en Eernewoude, voortkomende uit de Kruiswaters, en zuidoostwaarts loopende tot in de Groenedeken.

LIOEDMEERSDAM, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Bergumerdam.

LOUSMEER of Louwsmeer, voorm. meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, dat met het Langdeel, met het Langemeer en met het Keetlersmeer in verbinding staat.

Dit meer is thans een pold., arr. Leeuwarden, kant. Bergum, onder en 1/2 u. W. van Suawoude.

LUTKEGEEST of Kleinegeest, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 1 3/4 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. Z. W. van Bergum, 1/4 u. Z. W. van Tietjerk, waartoe het behoort. Men heeft er vele eendekooijen.

LUTKEWAE, meertje, prov. Friesland, griet. Tietjerksteradeel, N. W. van het Bergumermeer, waarmede het in verbinding staat.

LUYNEN, meertje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, W. van Tietjerk, dat ten N. met de Dooytsewiel en ten W. met de Merge-Dobbe in verbinding staat.

LYTSE-LEU of Lytse-Leue, naam, welken men gewoonlijk geeft aan het geh. Lutkegast, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Lutkegast.

MEEREN (DE), b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 4 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. O. ten N. van Bergum, 5 min. N. van Eestrum.

MEERSHUIZEN, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 1/2 u. O. ten Z. van Leeuwarden, kant. en 3/4 u. Z. van Bergum, 5 min. O. van Suameer, waartoe zij behoort.

MEERSLOOT (DE), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, N. van Eernewoude, in eene noordoostelijke kronkelende rigting van de Graft naar de Lange-meer loopende.

MEINSMA-BOSCH, bosch, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, ten N. van Bergum.

MIEDEN (OUDE-) of Leegemieden, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. W. Z. W. van Bergum, 3/4 u. W. van Suawoude, waartoe zij behoort.

MOLENENSMEER (HET) , meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, Z. van Oudkerk.

MORK (DE), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel en Dantumadeel. Zie Murk (De).

MURK (DE WIJDE-), of de Wijde-Murk, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, dat, in de griet. Tietjerksteradeel, uit de Oudkerkstermeer voortkomt, in een noordoostelijke strekking naar Rinsumageest, in Dantumadeel, loopt en zich daar in de Rinsumageester-vaart ontlast.

MURK (DE) of de Mork, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet Tietjerksteradeel, dat, bij Giekerk, uit het Oude-Deel voortkomt en, in eene noord-noordoostelijke rigting, naat het Oudkerkstermeer loopt en zich daarin ontlast.

NICOLAAS-KONVENT (ST.), voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Bergklooster.

NIEUWE-MEER (DE) , water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, hetwelk uit het Oudkerkster-meer, in eene westelijke rigting naar de Dockumer-Ee loopt.

NIJESTAD (BERGUMER-), geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. O. van Leeuwarden, kant. en 5 min. N. O. van Bergum, waartoe het behoort, nabij het Bergumermeer. Men heeft er twee belangrijke boomkweekerijen, behoorende de westelijke aan de weduwe Okke Tietes Bosgra, en de oostelijke aan haren zoon Tiete Okkes Bosgra.

NIJLAND, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. O van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. N. W. van Bergum, nabij Rijperkerk, waartoe het behoort.

NOORDER-GAT (HET), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, waardoor het Noordermeerder-meer met het Bergumer-meer in verbinding staat.

NOORDERMEER, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 1/2 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. O. van Bergum.

Het is eene der buurten, waaruit het d. Bergum bestaat. Vroeger lag hier het buit. Hooghuis. Zie dat woord.

NOORDERMEERDER-MEER (HET), meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, Z. O. van Bergum.

Het is eigenlijk eene inham van het Bergumer-meer, die met de Wijde-Ee en met het Suameerder-meer in verbinding staat.

OENKERK, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. W. van Bergum.

Het is waarschijnlijk in den oorsprong Oeneskerk en dus naar den stichter alzoo genoemd, zijnde Oene een bekende Friesche mansnaam. Dit dorp is zeer vermakelijk, zoo wegens de schoone plantaadjen en bouwlanden, die oostwaarts tot aan de Zwartebroek loopen, als wegens een watertje, dat ten deele hier onder behoort, en dikwijls door visschers bezocht wordt. daaromtrent, en niet ver van elkander, ware vroeger eenige eendekooijen, waarin vele watervogels gevangen werden. Westwaarts aan loopen de landerijen van dit dorp, over de Murk, tot aan Wyns.

Men telt er 156 h. en 720 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw.

Oenkerk maakt met het naburige Oudkerk en Giekerk de zogenoemde Trynwouden, tusschen de Ryd en de Murk besloten, uit.

De inw., die er allen Herv. zijn, behooren tot de gem. Oenkerk-Giekerk-en-Wyns, die hier eene kerk heeft, aan de H. Maria toegewijd, een tamelijk groot, oud gebouw, met dikken, stompen toren, waarin een slaguurwerk en twee klokken. Deze kerk is van geen orgel voorzien, doch prijkt met onderscheidene wapenborden, waaronder er twee fraaije gevonden werden. Thans vindt men er nog een drietal bezienswaardighedige grafsteenen (1).

In het jaar 1839 zijn door een der leden van deze gemeente; die zijnen naam niet wilde vermeld hebben, twee zilveren schotels, ten gebruike bij de bediening des H. Avondmaals, aan de kerk ten geschenke gegeven.

De, in het jaar 1836, nieuw gebouwde, dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 120 leerlingen bezocht.

Men heeft hier ook de staten Heemstra en Stania. Vroeger had men er nog de state Eysinga, thans eene boerenwoning; doch bij deze zal nu weder (1846) eene nieuw plaats gebouwd worden, door den Baron S. P. van Heemstra en zijne Echtgenoote Vrouwe Fabritius van Heukelom, uit Amsterdam. De grachten der vroeger hier gestaan hebbende Eysingastate zijn nog aanwezig.

(1) men vindt de beschrijving der wapenborden en grafsteenen in de: wandelingen van mijne Oudoom den opzigter, door een gedeelte van de provincie Friesland, door H. van Rollema (Jhr. Mr. H. Baerd van Sminia), M 148-152, een zeer belangrijk boekje.

OENKERK-GIEKERK-EN-WYNS, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Leeuwarden, ring van Bergum.

Men telt er 1130 zielen, onder welke 150 Ledematen, en heeft er drie kerken, als: ééne te Giekerk en eene te Wijns, welke reeds sedert de reformatie zijn gecombineerd geweest. De dienst is voor den Predikant vrij zwaar en lastig, dat hij den eenen Zondag tweemaal te Oenkerk, waar de pastorij van het begin dag gestaan heeft, den tweeden des voormiddags te Giekerk en des namiddags te Oenkerk, en den derden 's morgens te Wyns namiddags weder te Oenkerk moet pred'ken, niettegenstaande beide laatste plaatsen, een goed uur gaans van elkander afliggen. Dit valt, vooral des winters en in den laten herfst, bezwaarlijk, uithoofde van den slechten staat van den zoogenoemden Woud-dijk, en van den nog veel slechteren kleiweg onder Wyns. daarom is voor een lange reeks van jaren, door de stemgeregtigden te Wyns, bij het beroepen van eenen nieuwen Predikant, die verandering in de predikbeurten gemaakt, dat aldaar, in plaats van om den derden Zondag eens, voortaan in den wintertijd om den zesden Zondag, de geheelen dag, zal gepredikt worden, beginnende zulks na de Wynzerbuurt, die dan invalt op den naasten Zondag aan Allerheiligen. De eerste, die in deze gem. het leraarambt heeft waargenomen, is geweest Gellius Hotsenius (Jelle Hotzes), die hier vroeger Roomsch Priester was, en in het jaar 1567 naar Embden vlugtte, doch later naar Oenkerk terugkeerde, en waarschijnlijk in het jaar 1600 daar gestorven is.

OOSTERMEER, in het Oud-Friesch Aestermar, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet Tietjerksteradeel, arr. en 1 u. O. van Bergum.

Dit d. ontleent zijnen naam van zijne ligging, ten O. van het Bergumer-meer. het is eene zeer uitgestrekte plaats, loopende tot aan de Rottevalle; wordt in het Oosten en Zuiden van Achtkarspelen afgescheiden door de Monnike-gruppel, en loopt in het Zuidwesten tot aan Smallingerland.

Men telt er in de kerkbuurt, een vierde uur gaans ten Z. van de kerk gelegen, voor een gedeelte met eene wijde vaart doorsneden en van goede huizen voorzien, met de buurtjes Snakkeburen, Stedema, de Borst, de Joere en het Witveen, 175 h. en 1080 inw., die meest in den landbouw en de turfgraverij hun bestaan vinden. Naar de zijde van Smallingerland had men vroeger lage veengronden, welke goede baggelaarturf plagten te leveren. Nabij de kerk, vooral in het Zuiden, zijn ook vele bouw-, wei- en hooilanden, door vlijt en arbeid van oude heidevelden gemaakt en met verscheidene aangename wegen, ter weerszijden met boomen beplant, doorsneden. De kerkbuurt ligt hoog, vooral het kerkhof, vanwaar men een fraai gezigt heeft over die lage landen en het Bergumer-meer.

De Herv., die er ruim 950 in getal zijn, behooren tot de gem. Oostermeer-en-Eestrum. De kerk is een vrij groot gebouw, met eenen stompen toren, doch zonder orgel. In den toren is geen klok, maar deze hangt op het kerkhof, in een zoogenaamd klokhuis. - De Doopsgez., van weke men er 110 aantreft, behooren tot de gem. Witveen-en-Rottevalle.

Men heeft in deze gem. eene in het jaar 1836 nieuw gebouwde school, welke gemiddeld door een getal van 100 leerlingen bezocht wordt.

Er worden jaarlijks twee goed bezochte veemarkten gehouden. De eerste in Junij en de tweede in September, op welke dikwijls vele menschen vooral uit Groningerland, zamenvloeijen.

Met Achtkarspelen en andere omliggende grietenijen is Oostermeer, afgescheiden van het overige gedeelte van Tietjerksteradeel, in vroegere tijden somtijds in overeenkomst geweest tot onderlinge bescherming tegen den vijand, het uitleveren van dieven en andere misdadigers enz. Zelfs maakte het dorp in 1477 een verdrag met de stad Groningen, om elkander alle dieven en gestolen of geroofd goed te zullen uitleveren, welk voorbeeld spoedig door andere dorpen, zoo als Suameer, Garijp, Bergum en Eestrum, werd gevolgd.

OOSTERMEER-EN-EESTRUM, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Leeuwarden, ring van Bergum.

Men heeft er twee kerken, als: ééne te Oostermeer en ééne te Eestrum, en telt er ruim 1460 zielen, onder welke 110 Ledematen. De eerste Predikant, voor zoo ver bekend is, die hier het leeraarambt heeft waargenomen, was Nicolaas van Eestrum of Estrumanus, die in 1567 van daar moest vlugten. Van toen af schijnt de gem. zonder Leeraar te zijn gebleven tot in 1609 of 1610, toen Jodocus Redding er in dienst kwam. Deze werd in 1639 te Dockum Emeritus. Zijn afstammelingen hebben zich later meestentijds en sedert lang algemeen Reddingius geschreven.

OUDE-MEER (DE), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, verbindende de Murk met de Finkumer-meer.

OUDE-MIEDEN, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. Z. W. van Bergum, 1/2 u. W. van Suawoude.

OUDHOF, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 ½ u. O. ten Z. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. Z. van Bergum, 5 min. N. van Suameer.

OUDKERK, Oldkerk of Oldekerk, en in het oud-Friesch Aldkerk, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet Tietjerksteradeel, arr. en 1 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. N. W. van Bergum, nabij het Oudkerkster-meer.

Men telt er met de daartoe behoorende b. Indijk en Wrans, benevens een gedeelte van Bartelehiem, 470 inw., die meest in den landbouw en de veeteelt hun bestaan vinden. De landerijen, die verre in het Westen uitloopen, zijn schoone wei- en hooilanden en hebben in de naburige Ee hunne uitwatering, door de watertjes de Oude-meer en de Nieuwe-meer. In den oostenlijken omtrek van dit dorp heeft men vele goede bouwlanden, met geboomte omringd, en in het Zuidwesten een meertje, het Oudkerkster-meer genoemd.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. van Oudkerk-en-Roodkerk, welke in dit dorp eene kerk heeft, zijnde een net onderhouden gebouw, met stompen toren, voorzien van fraaije banken en gestoelten, eenen prachtigen predikstoel en een goed orgel. Nog vindt men in deze kerk een grafschrift, dat wegens zijnen hoogen ouderdom en kunstige bewerking zeer belangrijk is. Op eenen zeer grooten steen is een krijgsman met volle wapenrusting, uitgehouwen, doch de familiewapens en het randschrift zijn door den tijd zoo onduidelijk geworden, dat men slechts alleen meer lezen kan:

Ao. 1638 .... sterf de E. ..... Dorothea Feitsma, Tjeerd Walta wif.

Ook hangt er een bord met het wapen van het geslacht Sminia, en het onderschrift: De welgeboren Heer Johannes Rhala van Sminia, Medegecommiteerde ten Landsdage. Obiit d. XIII, IX br. 1734 oud ruim XXIIII jaren en VII maanden.

Op het kerkhof vindt men een grafsteen, waarop het volgende te lezen staat:

Kent u selven

O Mensch! terwijl gy hier wacht,

Neemt doch eens op u selven acht

Denkt of schroom dy nu van my,

Dat ick noch onlangs was als ghy

En dat ghy worden sult als ick

Misschien noch dezen oogenblick

En dan volght Hemel ofte Hel

Kiest eewigh qualick, ofte eewigh wel.

Bienheureux sont les Morts qui dorénavant meurent au Seigneur, car ols se reposent de leurs travaux et lers ocuvres les suivent. Apoc. 14:13. (d.i. Zalig zijn de dooden, die in den Heere sterven van nu aan: want zij rusten van hunnen arbeid en hunne werken volgen hen na. Openb. 14 vs. 13)

Anno 1674 den 22 januarij is in de Heere gerust Pitter Annes, ordinaris Bode der Ed. Mog. Heeren Staten van Friesland, old 55 jaar, en leit hier begraven, verwagtende de zalighe opstandinghe tot dat zijnen Salighmaker onsen lieven Heilandt en gekruisten Christus in de wolken sal verschijnen tot sijn ende aller geloovigen verlossinghe. Amen.

Heere Jesus Amen.

De Roomsche Priester Sikke Wibes, moest in 1657, wegens zijne Hervormde gevoelens, van hier vlugten.

Men heeft er een dorpschool, en het fraai aangelegde buit. Klinse.

OUDKERK-EN-ROODKERK, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Leeuwarden, ring van Bergum. Men heeft er twee kerken als: ééne te Oudkerk en ééne te Roodkerk, en telt er 820 zielen, onder welke 120 Ledematen. De eerste, die in deze gemeente het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Hero Ulkes, die in het jaar 1611 herwaarts kwam, en in het jaar 1619 overleed. Onder de aldaar gestaan hebbende Predikanten verdienen melding, Petrus Brouwer, naderhand Hoogleeraar in de Godgeleerdheid te Dordrecht, die hier van 1755 tot in 1756 in dienst was, en Samuël Hendrik Manger, later Hoogleeraar in de Oostersche talen, en daarna in de Godgeleerdheid te Franeker, die hier van 1757 tot 1760 gestaan heeft.

OUDKERKSTER-MEER (HET) of het Oudkerkermeer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, Z. W. van Oudkerk, in de Murk, en dat door de Nijemeer met de Dockumer-trekvaart in verbinding staat.

OUDKERKSTERTREKVAART (DE), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet Tietjerksteradeel, welke bij Oudkerk een begin neemt en met eene westelijke rigting naar de Dockumer-trekvaart loopt.

POELZIGT, buit., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 1 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. W. van Bergum, nabij Giekerk, waartoe het behoort.

POPPESTEEN, buitengewoon groote keisteen, met eenige eikenboomen er om, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 5 min. W. van Bergum aan den rijweg, die juist daar eene meer dan gewone breedte heeft, tegenover de plaats, waar vroeger de state Hillema gestaan heeft.

Omtrent dezen steen bestaan er onderscheidene lezingen. Sommigen zeggen, dat hij met zestien paarden en wel 300 menschen uit het Bergumer-meer is gehaald, om als een gedenksteen van dien moeitevollen togt hier geplaatst te worden; anderen beweren, dat de steen een overblijfsel van een der hunnebedden zal wezen, welke zij willen dat hier, even als in het naburige Drenthe, zullen geweest zijn. Doch geen van beide overleveringen is geloofbaar. Het aannemelijkste is, dat de steen óf in de sloot, op wier kant hij thans ligt, óf in de gracht hier tegenover, welke Hillema-state heeft omringd, gevonden is; dat men, om den loop van het water niet te stremmen, hem er heeft uitgehaald, en, omdat men er mede verlegen was, hier heeft laten liggen. Naderhand zal de een of ander, uit aardigheid, er een groepje boomen om heen hebben geplant.

RIED (DE MUYSE-), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet Tietjerksteradeel. Zie Muyse-Ried (De).

RIED (DE) of de Riyd, meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 5 min. Z. van Giekerk, dat met het Zwarte-Brek en de Siers-wiel in verbinding staat.

RUSTENBURG, herberg, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 1 u. Z. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2  u. Z. W. van Bergum, 1 u. Z. W. van Tietjerk, aan de Langdeel.

RYPERKERK, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. W. van Bergum.

Men telt er, in de kom van het d. 53 h. en 300 inw., en met de b. Nyland, 65 h. en 360 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden. Ook heeft men er eene eendenkooi. Het ontleent zijnen naam van de woorden Ryp en kerk; Ryp wil zeggen, volgens Wassenbergh, eene buurt langs eenen stroom gebouwd, zoo dat dit dorp den naam ontleende van een kerk, omtrent eene buurt gesticht.

Dit dorp is door menigvuldige geboomte zeer vermakelijk, ook water en vischrijk, waarom het ook veel door watervogels bezocht wordt, welke hier in menigte, door middel van de eendenkooi, plegen gevangen te worden.

In het Noorden van der kerkbuurt ligt het buurtje Nyland, en in het Zuiden, aan den Zwarten-weg, heeft men twee fraaije buitenplaatsen, waarvan de oudste is Toutenburg, aan den rijweg naar Tietjerk, en wegens haar uitzigt op het water de Zanding, zeer aangenaam gelegen, en de nieuwste en fraaiste Vijversberg, aan den ouden Zwarteweg, thans de straatweg naar Leeuwarden.

Het grootste gedeelte van den Zwarteweg, welke tusschen de schansen, weleer Hendrik Casimir en Albertina genoemd, doorloopt, tot aan het Ouddeel, behoort mede onder dit dorp.

De inw., die er allen Herv. zijn, behooren tot de gem. Ryperkerk-en-Hardegarijp, die hier eene kerk en pastorie heeft, zijnde de eerste een langwerpig vierkant gebouw, welke vroeger met onderscheidene wapenborden prijkte, een spits torentje heeft en van geen orgel voorzien is. Zij is gebouwd in de jaren 1756 en 1757 en werd ingewijd door den Predikant Adrianus Oudkerk, den 2 October van Laatstgenoemd jaar. In het torentje hangt eene klok, gegoten in 1546.

Men heeft in dit dorp eene in 1836 nieuw gebouwde school, welke gemiddeld door een getal van 50 leerlingen bezocht wordt.

RYPERKERK-EN-HARDEGARIJP, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Leeuwarden, ring van Bergum.

Men heeft in deze gem. twee kerken, ééne te Ryperkerk en ééne te Hardegarijp, en telt er 950 zielen, onder welke 130 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Emarus Marci, wien in het jaar 1598 zijne dienst door de ingezetenen geregtelijk werd opgezegd.

SANDING (DE) , meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, ten Z. van Garyp. Het strekt zich van dit d. tot 1/2 uur meer zuidwaarts uit en heeft eene aanmerkelijke breedte.

SANDMEER (HET GROOTE-) , meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 3/4 u. Z. van Suameer, op de grenzen van Smallingerland.

SANDMEER (HET KLEINE-) , meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 3/4 u. Z. van Suameer, op de grenzen van Smallingerland.

SCHALKE-PYP, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, Z. van Bergum, in eene oostelijk strekking van de Wijde-Ee naar het Noordermeerdermeer loopende.

SCHANSEN (DE), voorm. schansen, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 1/2 u. W. van Ryperkerk, aan den Zwarteweg.

Deze schansen zijn in het jaar 1672 opgeworpen, ter beveiliging van Leeuwarden tegen de Munsterschen. Zij droegen de namen van Hendrik Casimir en Albertina Agnes. Ter plaatse, waar zij gestaan hebben, ziet men nog eenige hoogten.

SCHANSER-BRUG, brug, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, in den Zwarte-weg, 1/2  u. W. van Ryperkerk. – In de nabijheid lagen de bovenvermelde twee schansen.

SCHROETSMA, oudtijds Scroetsma, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. Z. W. van Bergum, bij Garijp, waartoe zij behoorde.

SCHUILENBURG, buurs., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 1/2 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. O. ten N. van Bergum, 1/4 u. Z. van Eestrum, aan den weg van Eestrum naar Oostermeer, aan het Kolonels- of Robles-diep, nabij en even ten O. van het Bergumer-meer.

Hier was vroeger eene naauwe schutsluis of verlaat. Zie Schuilenburger-Vallaat (De). – Ook is hier eene bekende herberg van dien naam.

SCHUILENBURGER-VALLAAT (HET), voorm. schutsluis of verlaat, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 1/4 u. Z. van Eestrum, in het Kolonelsdiep.

Deze sluis, welke zeer naauw was, bragt eene groote belemmering in de drukke vaart, waarover de schippers algemeen klagten aanhieven. Voor weinige jaren is zij weggeruimd.

SIEGERSKLOOSTER, naam, onder elken het klooster, dat vroeger te Sigerswolde, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, gestaan heeft, wel eens voorkomt. Zie Sigerswolde.

SIERDSWIEL (HET), meertje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 8 min. Z. van Giekerk, dat Z. met de Houtwielen en O. met de Ryd in verbinding staat.

SIEUBED, meertje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 1/2 u. N. W. van Giekerk, eene verwijdering van het stroomkanaal de Murk.

SIGERSWOLDE of Sygerswolde, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 1/2 u. Z. van Garijp.

Men vindt omtrent dit klooster het volgende aangeteekend. In de Hoeksche en Kabeljaauwsche tweespalt in Holland hadden de laatstgenoemden de stad Hoorn, waar vele Hoeksgezinden woonden, stormenderhand ingenomen, en hielden er op eene gruwelijke wijze huis, zoodat vele Geestelijken, hun leven niet zeker, liever verkozen have en goed te verlaten, dan langer aan de genade en ongenade van die barbaren blootgesteld te zijn. Vijf Witte zusters, namen ook de vlugt, en kwamen, na veel omzwervens, in Friesland aan, om in andere klooster kost en huisvesting te zoeken. Eindelijk, omstreeks 1485, te Garijp gekomen, oordeelen zij dat Sigerswolde, hetwelk vroeger een dorp geweest, maar thans zoodanig vrvallen was, dat er geene huizen meer stonden, en van de kerk niets dan de muren overgebleven waren, eene geschikte plaats voor haar zoude zijn. Tegen de muren van de, van het dak beroofde, kerk bouwden zij een hutje van sparren en riet, om vooreerst voor koude en regen beschermd te zijn. Spoedig werd dit geval door het geheele gewest bekend, en onderscheidene milddadige lieden sloegen de handen ineen, om deze Kloosterzusters, wier strenge, eenv oudige en zedige leefwijze hun behaagde, behulpzaam te zijn in het herstellen van de kerk en het opbouwen van eene geschikte woning. Met algemene toestemming van geheel Friesland en door de bevestiging van den Bisschop van Utrecht, werd het gesticht tot een Vrouwenklooster van Reguliere Kanonikessen verheven, en was gedurende zijn aan? Beroemd wegens de nederige godsdienstigheid der Nonnen, terwijl het meerendeel der overige Friesche Geetelijkheid, om hare brooddronkenheid en brasserij, bekend stond. Bijna honderd jaren zijn de Kloosterlingen in het rustig bezit van het gebouw gebleven, en hadden waarschijnlijk allengskens hunne bezittingen vermeerderd, door het aankopen van landerijen, in den omtrek gelegen, zoo als het gebruik der Geestelijken van dien tijd medebragt.

Ook in andere oorden waren zij bezitters van vastigheden, doch deze hadden zij grootendeels bij testatment van godsvruchtige personen verkregen: als, onder anderen, in 1504, veertien mad maden, de Gherren genaamd, welke zij als een legaat ontvingen van Thyedze, dochter van Wapke, te Oudega, en vrouw van zekeren Rinnert, die evenwel bedong, dat zij daarvan tot haar onderhoud jaarlijks zoude genieten acht Horensche postulaten (eene munt van dien tijd); en in 1532 nog veertien andere dergelijke mad, gelegen onder Suameer, bij den zoogenaamden Koekoeksboom van Sjouck van Camminga, zonder bezwaar. Toen door de Hervorming de kloosters werden afgeschaft, waren de Zusters genoodzaakt het hare te verlaten, en elders een heenkomen te zoeken. Ofschoon eene ordonnantie van den Graaf van Merode, Stadhouder, van wege den Prins van Oranje, in Friesland, in 1583, de onbewoonde kloostergebouwen prijs gaf, en iedereen verlof bekwam die af te breken, en de materialen voor zich te behouden, waarop eene maand later zelfs een bevel aan alle geregtspersonen volgde, om het overgeblevene geheel af te breken, ten einde den vijand te beletten daarin te nestelen, en het hout en de steenen tot dijken en dammen te verbruiken, schijnt men, ten opzigte van dit gesticht, van deze vergunning geen gebruik gemaakt te hebben: mogelijk, om de afgelegenheid van steden en groote wegen; althans volgens overlevering stond het nog in 1632. Ter plaatse, waar het gestaan heeft, ziet men thans weiland.

Nadat de Nonnen zich genoodzaakt zagen het klooster te verlaten, schijnen zij, die nog ouders of nabestaanden hadden, dezen te hebben opgezocht. Van eenige anderen, zoo als van den Prior of Opperste van het klooster, Wilhelmus Johannes, en van Marijke Wijnolts, de eerste toen vijf en zestig, de andere dertig jaren oud, is bekend, dat hun, bij besluit van de Staten van Frieland van 28 Mei 1595, toegestaan is een jaarlijksch pensioen van tachtig en dertig gulden, terwijl anderen uit de fondsen van het Ritske Boelema-Gasthuis te Leeuwarden eene jaarlijksche toelaag van vijf goudgulden (7 guld. 50 cents) ontvingen; de laatste van deze aldus bedeelden is overleden in het jaar 1637.

SIXMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. Z. W. van Bergum, 1/4 u. N. W. van Garijp, waartoe zij behoord had.

Deze state was reeds in het jaar 1622 weggebroken.

Een der beide voorgaande staten was het stamhuis van het adell. geslacht Sixma, waarvan onder anderen afstamde de bekwame Staatsman Tjalling Aedo Hessel Roorda van Sixma, Burgemeester van Staveren, die, in het midden der vorige eeuw, de voornaamste staatsambten en commissiën met lof van wijsheid bekleedde en in 1776 als Lid van de Vergadering der Staten Generaal overleed; terwijl hij ook als Curator van de Akademie te Franeker zich had beroemd gemaakt door et bevorderen van geleerdheid en gematigsheid in Godgeleerde zaken (1).

(1) Men zie verder over hem Mr. J. Scheltema, Staatkundig Nederland, D. II, bl. 311.

SJOERDA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 1 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. W. van Bergum, niet ver van Giekerk, waartoe zij behoorde. - ter plaatse, waar zij gestaan heeft ziet men thans eene buitenplaats.

SNAKKERBUREN, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 4 u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. Z. O. ten O. van Bergum, 20 min. Z. W. van Oostermeer, waartoe het behoort.

STANIA, buit., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. W. van Bergum, 5 min. N. O. van Oenkerk.

Deze state, gesticht door een lid van het sedert lang uitgestorven geslacht Stania, was in de vorige eeuw in geheel vervallen staat, maar is toen door den Heer Hans Hendrik van Haersma, grietman van Oost-Dongeradeel, van nieuws af opgebouwd, en met zulks schoonen tuinen en plantaadjen voorzien, dat en het toen voor de fraaiste buitenplaats in de grietenij hield. Voor ongeveer vijf en twintig jaren, toen zij Reinstein geheeten was, is deze plaats door den Heer L. P. Roodbaard op de Engelsche wijze zeer schoon aangelegd, op kosten van den toenmaligen bezitter den Heer Mr. J. H. van Boelens.

Zij beslaat, met de daartoe behoorende gronden, eene oppervlakte van ongeveer 12 bund., en wordt in eigendom bezeten en bewoond door den Heer T. M. T. Looxma.

STEDEMA of Stedma, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 4 u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. O. Z. O. van Bergum, 1/4 u. Z. van Oostermeer.

De juiste plaats, waar zij gestaan heeft, weet men niet meer aan te wijzen.

STILLEVEN, voorm. landh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. W. van Bergum, 5 min. van Ryperkerk, waartoe het behoorde.

Het landh. is voor eenige jaren bij percelen verkocht en aan onderscheidene eigenaren overgegaan.

STOKWIER, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. Z. W. van Bergum, niet ver van Garyp, waarvan men de plaats, waar zij gestaan heeft niet meer weet aan te wijzen.

SUAMEER of Su-meer, ook wel Sudera-meer en eigenlijk Zuid-meer in het oud Friesch Suwa-meer gespeld, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. Z. van Bergum, aan den rijweg naar Dragten en Oostermeer.

Dit d. is eene nette plaats, welke weinig verschildt van Garyp, ten opzigte van de ligging der landerijen en plantaadjen, en sluit ook, op eene gelijksoortige wijze, tegen Smallingerland met een zandig heideveld. Bij de kerk is slechts eene kleine buurt; doch onder dit dorp behooren onderscheidene andere buurtjes, met namen, de Meershuizen, de Eest, de Landsburen, de Harste en de Heidhuizen, met nog eenige huizen, bekend bij den naam van Molenbuurt. De Tieke-sloot of Takesloot scheidt dit dorp in het Oosten van Oostermeer.

Het ontleent zijnen naam van de ligging in betrekking tot het Bergumer-meer, waarvan het ten Zuiden gelegen is. men telt er overige buurtjes te zamen 400 inw. - De Herv., die er wonen, hebben, sedert de reformatie, eene kerkelijke gem. met Garyp en Eernewoude uitgemaakt, doch toen er in 1642 over de beroeping van eenen Predikant twist ontstond, werd zij door de Staten der provincie, na veel over en weer schrijven, voorloopig bij Oostermeer en Eestrum gevoegd, doch vijf jaren later weder met de vorige gemeenten vereenigd, waarbij zij tot nu toe gebleven is, terwijl de pastorij altijd te Garyp, als het voornaamste der drie dorpen, heeft gestaan. De kerk, aan de zuidzijde van den rijweg, is een net gebouw, met eenen kleinen spitsen toren, doch zonder orgel.

SUAMEERDER-HEIDE (DE), eigenlijk de Zuidermeerder Heide, heideveld, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 10 min. Z. van Suameer, W. van de Harste.

In het jaar 1672 lag op dit heideveld het leger van den Nederlandschen Staat verschanst; eenige overblijfselen en den naam des velds, dat het Leger genoemd wordt, bewaren het aandenken van deze gebeurtenis.

SUAMEERDER-MEER (DE), eigenlijk het Zuidermeerder-meer, meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, dat ten W. met het Noordermeerder-meer en ten O. van het Zuidergat met het Bergumer-meer in verbinding staat.

SUAWOUDE of Suwoude, in het oud Friesch Suwald of Suwold, eigenlijk Zuidwoude, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. W. Z. W. van Bergum.

Dit afgezonderd en in laag waterachtig land gelegen dorp ligt niet onvermakelijk op eene hoogte; ten Zuiden en Noorden heeft men bouwlanden, en de huizen staan in het geboomte, alwaar vele heidebezemen gemaakt er naar elders verzonden worden. In het westen loopt dit dorp uit tot aan het Langdeel, en bevat daar het buurtje de Oude-Mieden, alwaar veel vogelkooijen gevonden worden. In de nabuurschap heeft men ook eenige meertjes, van welke het Louwsmeer wel het voornaamste is. Onder dit dorp behooren ook de herbergen Rustenburg en Altenburg, staande op den wal van het Langdeel. Uit de landen, aan den Oostkant en de Wijde Ee gelegen, wordt veel turf gegraven.

Men telt in dit dorp, met het daartoe behoorend buurtje Oude Mieden, 200 inw.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. Suawoude-en-Tietjerk. In de kerk, welke eenen stompen toren heeft, doch geen orgel, vindt men eenige geschilderde glazen en een paar zerken met opschriften.

SUAWOUDE-EN-TIETJERK, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Leeuwarden, ring van Bergum; met twee kerken en 610 zielen, onder welke 80 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Nicolaus Martini, die in het jaar 1600 hier stond, doch in het jaar 1605 niet meer. Anne IJpey, als Hoogleeraar te Groningen overleden en beroemd door zijne godgeleerde, geschied-, taal- en oudheidkundige werken, is hier Predikant geweest van 1789-1790.

SUDERA-MEER, naam, welken men wel eens geeft aan het dorp Suameer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Suameer.

SU-MEER, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Suameer.

SUWALD, oud Friesche naam van het d. Suawoude, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Suawoude.

SUWA-MEER, oud Friesche naam van het d. Suameer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Suameer.

SUWOUDE of Suwold, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Suawoude.

TAUTENBURG of Toutenburgh, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 1 3/4 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. W. van Bergum, 10 min. Z. W. van Ryperkerk, waartoe zij behoorde.

Deze stins was merkwaardig, vooral om zijne oudheid, als zijnde hersticht door Georg Schenck van Tautenburg, overleden in 1540, die Vrijheer van Tautenburg en Stadhouder van Friesland, Groningen en Ommelanden, Twente en Drenthe was, en moet aldus genoemd zijn, naar zijne vaderlijke goederen in Thuringen.

TIEKE (DE), ter onderscheiding de Suameerder-Tieke genaamd, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. Z. O. van Bergum, 3/4 u. Z. O. van Suameer, waartoe het behoort.

TIEKESLOOT (DE), water, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Tietjerksteradeel, dat met eene noord-noordwestelijke rigting van het Gaaster-diep naar het Suameerder-meer loopt. - Het is de scheiding tusschen Suameer en Oostermeer.

TIEKE-TILLE (DE), brug, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, over de Tiekesloot, in de rijweg van Suameer naar Oostermeer.

TIETJERK of Tietserk, in het oud Friesch Tietzerk, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 1 3/4 u. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. W. ten N. van Bergum, aan de westzijde omgeven door uitgestrekte poelen en plassen, te midden der wateren, die hier van alle kanten zamenvloeijen.

Dit dorp heeft waarschijnlijk zijnen naam ontvangen van een aanzienlijk man. Tiete geheeten, die denkelijk de stichter van de kerk geweest is. Vóór het bestaan van den straatweg was het een pleisterplaats der postwagen en andere rijtuigen, die van Leeuwarden naar Groningen er door reden. Men telt er in de kom van het d. 22 h. en nagenoeg 130 inw., en met de daartoe behoorende b. Kleine-Geest 30 h. en ongeveer 180 inw., die meest in de landbouw en veeteelt hun bestaan vinden. Het land is er meest laag en tot weilanden geschikt. In het Westen strekken deze tot het Oud-Deel. Uit de nabijheid van dit dorp gaat de Zwarteweg naar Leeuwarden. Men treft er ook onderscheidene eendekooijen aan.

De inw., die er op 2 na allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Suawoude-en-Tietjerk, die hier mede eene kerk heeft, welke van de buurt afgezonderd, in het midden van een met opgaande boomen beplant kerkhof staat. Zij is in het jaar 1716 gesticht en is een net vierkant gebouw, met eenen spitsen toren, doch van geen orgel voorzien. Boven den ingang van de kerk is op eenen steen uitgehouwen:

Favente Deo Ter Opt. Max:

Aedes haee Sacra ab Incolis

Hujus vici extructa

Anno Domini

CIC(om)IC(om)CCXVI

Hectore Wilhelmo A

Glinstra Territorii

Praetore.

(d.i. Door de gunst van den Allerhoogste, is dit heilig huis door de bewoners van deze buurt, in het jaar 1716 na Christus geboorte, gesticht, toen Hector Willem van Glinstra Grietman dezer grietenij was.)

In de kerk ligt een grafsteen, waarop in het midden het wapen van Kingma, met aan ieder der vier hoeken een medaillon, verbeeldende het eerste het aangezigt eens jongelings, het tweede dat van eenen man van gevorderden leeftijd, het derde van eenen grijsaard, en het vierde een doodshoofd. Rondom staat:

Anno 1645 den 21 janner sterf Jan va Kingma, gewese Gedepeterd. Staet va Frislandt out 59 jaer. Op een ander steen in uitgehouwen: Obiit den XXIII JUnij CIC(om)IC(om)CCXXXIII Juffrouw Jeska Wilhelmina van Glinstra aetatis LIII en leit alhier begraven.

De 2 Doopsgez., die er wonen, worden tot de gem. van Leeuwarden gerekend. - De dorpschool, die in het jaar 1836 belangrijke verbeteringen heeft ondergaan, wordt gemiddeld door een getal van 35 leerlingen bezocht.

TIETJERKSTERADEEL of Tietzerksteradeel, griet., prov. Friesland, kw. Oostergoo, (1 k. d., 2 m. k., 4 s. d.); palende N. W. aan Ferwerderadeel, N. aan Dantumadeel, O. aan Achtkarspelen, Z. aan Smallingerland, Z. W. aan Idaarderadeel en W. aan Leeuwarderadeel.

Deze griet. is van het N. naar het Z. 1 1/2 u. lang en van W. naar het O. gemiddeld 3 1/2 u. breed. Zij telt de volgende 14 dorpen: Wyns, Oudkerk, Oenkerk, Giekerk, Ryperkerk, Tietjerk, Suawoude, Hardegaryp, Bergum, Eestrum, Oostermeer, Suameer, Garyp en Eernewoude, en bevatte oudtijds drie kloosters, namelijk: Bethlehem onder Oudkerk, Berger-Convent onder Bergum, en Siegerswolde onder Garyp. De hoofdpl. is Bergum, waar ook het grietenijhuis staat.

Tietjerksteradeel beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 17,283 bund. 9 v. r. 46 v. ell., en daaronder 15,975 bund. 17 v. r. 12 v. ell. belastbaar land. Men telt er 1669 h., bewoond wordende door 1708 huisgez., uitmakende eene bevolking van 9200 inw., die meest in landbouw, veeteelt en veenderij hun bestaan vinden. Ook heeft men er 1 bierbrouwerij, 3 leerlooijerijen, 3 scheepstimmerwerven, 2 houtzaag-, 1 schors- en 4 korenmolens en 6 eendekooijen.

De landerijen van deze grietenij bestaan voor een groot gedeelte uit lage en waterachtige wei- en hooilanden, benevens vele lage venen; doch omtrent de Ryd liggen zeer vruchtbare weilanden. Ook heeft men in het Noorden, Oosten en Zuiden, vooral rondom Bergum, vele schoone hooge bosschaadjen en zaailanden. Omtrent Tietjerk, Suawoude, Garyp, Eernewoude enz. is veel goed veenland, doch vooral bij Oostermeer, zijnde de turf, die aldaar gegraven wordt, bekend voor weinig brak en zeer wel brandende; doch deze veenderij is thans ten naasten bij uitgeput.

De Herv., die er 6950 in getal zijn, onder welke ruim 800 Ledematen, maken de volgende gem. uit: Bergum, Garyp-en-Suameer, Eernewoude, Oenkerk-Giekerk-en-Wyns, Oostermeer-en-Eestrum, Ryperkerk-en-Hardegarijp en Suawoude-en-Tietjerk, terwijl Oudkerk vereenigd is met Roodkerk, in Dantumadeel. Deze gem. hebben veertien kerken, welke door 8 Predikanten bediend worden; terwijl sedert 1844 op de Bergumerheide, in het Armhuis, door eenen Hulpprediker dienst wordt gedaan.

De Doopsgez., van welke men er 240 aantreft, behooren tot de gem. van Leeuwarden en Veenwoudsterwal. - De 3 Evang. Luth., die er wonen, worden tot de gem van Leeuwarden gerekend. - De R. K., die er ongeveer 20 in getal zijn, behooren tot de stat. van Warrega.

Er zijn in deze griet. 15 scholen, welke gemiddeld door een getal van ruim 1000 leerlingen bezocht worden.

Vroeger had men hier onderscheidene staten, van welke nog bestaan: Heemstra en Stania onder Oenkerk. Ook heeft men er de buitens Sjoerda-state en Poelzigt onder Giekerk, en de landhuizen Vijversberg en Toutenburg onder Ryperkerk en de Klinse, onder Oudkerk.

Deze grietenij is met veel wateren doorsneden; zoo heeft men er: het Lange- het Bergumer-, het Lous-, het Oudkerkster- , het Uile-, het Aaltjes-Jetses- en het Keetlersmeer, het Ouddeel, het Groote en het Kleine-Zandmeer, de Houtwielen, de Murk, de Gronte en de Kleine Wielen, de Ryd, de Zwartebroek, de Wyde Ee, de Lits enz.

Bij den watervloed van februarij 1825 drong het zoute water in deze griet. tot aan het d. Eernewoude door, terwijl het aldaar en in den omtrek, op den 8 Februarij, 13 palm op het vlakke land stond. Wijders had het voortgedreven binnenwater zich eenen weg gebaand door de dorpen Suawoude, Garyp en Suameer tot den algemeenen rijweg naar Twyzel, hebbende tevens aan den westkant van deze grietenij de landen onder Wyns tot aan de noordelijke grensscheiding overstroomd.

Het wapen van Tietjerksteradeel, bestaat in een gevierendeeld schild; het eerste deel van keel met een schepnet en een houweel, kruislings over elkander liggende van goud; het tweede van zilver met korenaren van sinopel; het derde mede van Zilver met drie boomen van sinopel; het vierde van azuur met eenen posthoorn van goud.

TIJETZERCK, oud-Friesche naam van het d. Tietjerk, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Tietjerk.

TOUTENBURG, state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Tautenburg.

TRYNWOUDEN of Trijewolden, landstreek, prov., Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel.

Deze landstreek, welke binnen de Ryd en de Murk besloten ligt, bevat de dorpen Giekerk, Oenkerk en Oudkerk, van welke drie boschrijke dorpen den naam van Trije- of Trijnwolden, de drie wouden, afkomstig schijnt te zijn.

In deze streek is de grond op ver na zoo goed niet als elders in de grietenij, hoewel het land er, vooral in den omtrek van Giekerk, nog al geschikt voor rogge en boekweit, maar minder voor weide is.

TZEINTGUM, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Tjeintgum.

UILEMEER (DE), vaart, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, loopende van de Dockumer-trekvaart, bij het dorp Wyns, in eene oostelijke rigting naar de Murk.

VEENHUIZEN (DE), h., prov. Friesland, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 1/2 u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. Z. W. van Bergum, 10 min. Z. O. van Garyp, waartoe het behoort. De inw. vinden vooral in het houden van eendekooijen hun bestaan.

VERMANING, geh., Prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 4 1/2  u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2  u. Z. O. van Bergum, 1 u. Z. Z. O. van Oostermeer, waartoe zij behoort, aan de Litse.

VIJVERBERG, buit., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. W. van Bergum, bij Rijperkerk, waartoe het behoort.

Dit buit. wordt in eigendom bezeten door den Heer Nicolaas Ypey, woonachtig te Leeuwarden.

VOKLAMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Vooklama.

VOOCKLAMA of Voklama, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. Z. W. van Bergum, O. van Garijp, waartoe zij behoorde. – Deze state was in 1662 reeds afgebroken.

WIARDA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 3 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. Z. W. van Bergum, onder Garijp. - Deze state was in 1622 reeds afgebroken.

WIEL (DE DOITSE-), vaart, prov. Friesland, kw. Oostergoo, Tietjerksteradeel, 1/4  u. W. van Tietjerk, dat ten W. met het Ouddeel en ten O. met de Sanding in verbinding staat.

WIEL (SIERDS-), meertje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, W. ten N. van Ryperkerk, hetwelk N. O. met de Ryd en Z. met de Houtwielen in verbinding staat.

WIELEN (DE GROOTE-), meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 1/2 u. W. van Ryperkerk, welke N. met de Houtwielen, Z. met de Kleine-Wielen en W. met de Ouddeel in verbinding staat.

WIELEN (DE HOUT-), meertje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 1/2 u. W. van Ryperkerk, hetwelk N. met het Sierds-Wiel, Z. met de Groote-Wielen en W. met het Ouddeel in verbinding staat.

WIELEN (DE KLEINE-), meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, 1/2 u. W. ten Z. van Ryperkerk, hetwelk N. met de Groote-Wielen, O. met de Sanding en W. met het Ouddeel in verbinding staat.

WINENIA, naam, onder welken het dorp Wyns, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, bij Latijnsche schrijvers voorkomt. Zie Wyns.

WITTEVEEN, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Witveen.

WITVEEN of Witteveen, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en ruim 4 u. O. Z. O. van Leeuwarden, kant. en bijna 2 u. O. Z. O. van Bergum, 25 min Z. O. van Oostermeer, waartoe het behoort, op hoogen veengrond.

In dit geh. stond vroeger eene kerk van de Doopsgezinde gem. van Witveen-en-Rottevalle, doch deze is in 1838 afgebroken. Ook is hier eene, in 1836, nieuw gebouwde school.

WITVEEN-EN-ROTTEVALLE, Doopsgez. gem., prov. Friesland. - Deze gem. heeft eene kerk te Rottevalle en telt 150 zielen.

WRANS, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 2 u. N. N. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. N. W. van Bergum, 1/2 u. N. W. van Oudkerk.

WYNS, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel, arr. en 1 1/2 u. N. N. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. N. W. van Bergum, aan de Ee of Dockumer-trekvaart. Men telt in dit d., hetwelk uit eenige verspreid liggende boerenplaatsen en arbeiderswoningen bestaat, 23 h. en 130 inw., die in landbouw en veeteelt hun bestaan vinden. De landerijen, onder dit dorp behorende, zijn wei- en hooilanden en loopen in het Oosten tot aan de Mork. In het Noorden der kerk ligt eene uitwatering, de Uilemeer genoemd. Door dit dorp loopt ook, over de mieden, een rijweg van Leeuwarden naar Oudkerk en Oenkerk, die alleen, gedurende den zomer, ongeveer 3/4 jaar bruikbaar is. Eindelijk ligt, niet verre van de Oudkerkstermied-weg of Raladijk een thans opgedroogd meertje Antje-Jetsesmeer genoemd.

De Herv., die er ruim 110 in getal zijn, behooren tot de gem. van Oenkerk-Giekerk-en-Wyns, welke hier eene kerk heeft, zijnde een klein, maar tamelijk net gebouw, met eenen stompen toren, doch zonder orgel.

De Doopsgez., die men er 8 telt, behooren tot de gem. van Warrega. - De R. K., van welke men er 5 aantreft, parochiëren te Leeuwarden. - De dorpschool wordt door 45 leerlingen bezocht.

Ongeveer 3/4 u. N. O. van Wyns werd, in den aanvang der twaalfde eeuw, door den eersten Abt van Mariengaarde, een Nonnenklooster gesticht, van de orde der Premonstreiten. het droeg den naam van Bethlehem en is met de overige van dien naam voor lang vernietigd.

ZUAWOLDE, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Suawoude.

ZUIDMEER, de eigenlijke naam van het d. Suameer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Suameer.

ZUIDWOLDE, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Suawoude.

ZUWOUDE, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Tietjerksteradeel. Zie Suawoude.

ZWARTEBROEK (DE), meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, gedeeltelijk griet. Tietjerksteradeel, en voor een klein gedeelte griet. Dantumadeel, 1/2 u. O. van Oenkerk, 1/4 u. Z. van Roodkerk, dat ten N. door de Leegemeer met het Aaltjesmeer en ten O. door de  Korte-Zuwei en de Lange-Zuwei met de Houtewielen in verbinding staat.