BACCAFEEN of Baccaveen, buurt, prov. Friesland. Zie Bakkeveen.

BACKENFEENE, buurt, prov. Friesland. Zie Bakkeveen.

BACKEVEEN, buurt, prov. Friesland. Zie Bakkeveen.

BAKENDIJK, dijk, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. Heerenveen, kant. Beetsterzwaag. Deze dijk komt in een contract van het jaar 1518 (of1318?), tusschen Ludgerus Werluck, Abt van het klooster Smalle-Ee, en Sjoerd Feickes, Grietman van Opsterland onder den naam van Bakinghe voor Hij loopt van het dorp Siegerswolde zuidwaarts langs de buurt Bakkeveen, en diende vroeger tot keering van het water uit de hooger gelegene bosschen en veengronden, naar Bakkeveen afvloeijende.

BAKIGHE, oude dijk, prov. Friesland. Zie Bakendijk.

BAKKAVEEN, buurt, prov. Friesland. Zie Bakkeveen.

BAKKEVEEN, Bakkaveen, Baccaveen, Backeveene, Backenfeene of Baccafeen, buurt, prov. Friesland. kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 3 1/2 u. O. ten N. van Heerenveen, kant. en 2 1/2 u. O. van Beetsterzwaag, 1/2 u. N. O. van Duurswolde, waartoe het behoort, aan de oostelijke grenzen, naar den kant van Drenthe.

De naam Bakkeveen strekt zich uit over eene ruime heide, zijnde de uiterste noordoosthoek van Zevenwouden, en is buiten twijfel ontleend van de opgeworpen dijken, welke, eeuwen lang geleden, aldaar zijn aangelegd geworden, en als tot afbakening of afwering van het water dienden. Aan het begin toch van het Oude Diep gelegen, was Bakkeveen gedurig blootgesteld aan overstroomingen van water, uit de hooger gelegene bosschen en veengronden afkomende, welk water door onderscheidene dijken en waterweeringen moest beteugeld worden. Niettegenstaande de gesteldheid der veengronden, van het begin der veengraverijen af aan, en alzoo van het jaar 1664 af, aanmerkelijk veranderd is, echter van deze dijken nog onderscheidene in wezen.

Het lijdt geen twijfel, of de buurt Bakkeveen is reeds in zeer oude tijden gesticht, aangezien zelfs de oudste geschiedschrijvers daarvan gewag maken. Vermoedelijk heeft zij haren oorsprong te danken aan een uithof van het klooster Mariengaard, dat hier, ten jare 1225, gesticht was door Siardus, den vijfden Abt van dat klooster, en Marienhof heette, waartoe die van Zevenwouden, door den roem van heiligheid van gezegden Abt bewogen, hem geschonken met zeer vele landerijen en veenen in deze streken; terwijl dier te zelfder tijd een kapel gesticht aan de H. Maagd Maria toegewijd werd, met oogmerk om op zekere tijden, daar ter plaatse, godsdienstoefeningen te verrigten. Deze kerk moet reeds spoedig in eenig aanzien gekomen zijn, althans onder degene, die den 30 Junij 1338 zekere overeenkomst tusschen de Friezen en Groningers onderteekend hebben, komt ook de Prior van Backefene voor, waaruit af te meten is, dat deze plaats toen zeer belangrijk moet geacht zijn, en vermoedelijk dus ook eene aanzienlijke bevolking zal gehad hebben. In het jaar 1622 werden hier evenwel slechts twee huizen gevonden, welke vermindering men meent te moeten toeschrijven aan den inval der Spanjaarden in Friesland, in het jaar 1582, in welk jaar zij, in den nacht tusschen 18 en 19 April, eenige dorpen in Opsterland, waaronder ook Bakkeveen zal geweest zijn, afbrandden.

Vermoedelijk is men, toen weder begonnen nieuwe woningen te bouwen waartoe wel kan medegewerkt hebben het aanleggen van de Dragtstervaart, waarmede men in 1641 een begin maakte, en die vervolgens meer oostelijk opgelegd wordende, eene gemeenschap daarstelde tusschen Bakkeveen en de algemeene binnenwateren der provincie. Nu toch had men tot het verwerken van den veengrond en het afvoeren van turf handen noodig; dit deed den bloei en de welvaart van deze buurt herleven, en alzoo ontstonden er daar, waar men in 1622 slechts 2 huizen vond, later 90, die thans eene bevolking van ruim 450 zielen tellen.

Bakkeveen is vermaard door de nederlaag, welke de Friezen in het jaar 1231, in eenen strijd tegen de Drenthen, geleden hebben.

In het jaar 1503 zijn aldaar, door de droogte en de hitte der lucht, vele veenen in brand geraakt, waardoor het gewas en de bosschen in den omtrek groote schade leden. Deze veenen zijn waarschijnlijk eerst geestelijke goederen geweest, afkomstig van het klooster Mariengaard te Hallum, en werden, vermoedelijk in eene massa, verkocht aan onderscheidene personen, die zich daartoe tot eene compagnie hadden vereenigd. Later hebben zij eerst aan het geslacht van Aylva en daarna aan dat van Burmania toebehoord; maar in het jaar 1778 zijn zij door koop in eigendom gekomen van eenige Friesche en Groninger Heeren, die ze in gemeenschap bezeten hebben, en hier eene menigte turf deden graven. Achtervolgens bleef echter een dier Heeren, namelijk Allard Scheltinga, koopman te Harlingen, alleen eigenaar van deze veenen, die, later echter weder verkocht zijnde, meerendeels vergraven en tot land gemaakt, thans toebehooren aan de geslachten van Lynden, van Eysinga, van Boelens, van T??jens enz. Onder de verkochte goederen van den Heer Allard Scheltinga, te Bakkeveen gelegen, was ook de heerenhuizing, welke na het aanvangen der veengraverijen aldaar gesticht, zeer vermakelijk gelegen, en door bosschen omgeven was, maar in het jaar 1838 voor afbraak verkocht en gesloopt is (1).

(1) Wil men meer omtrent Bakkeveen weten, men leze de Geschied- en Oudheidkundige beschouwing van Bakkeveen, van D. H. van der Meer, in den Frieschen Volks-Almanak voor het jaar 1839.

BEESTERZWAAG, verkeerde spelling van Beetsterzwaag. Zie dat woord.

BEETS of Beetz, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 4 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1/2 u. N. W. van Beetsterzwaag, 1 1/2 u. Z. W. van Dragten, in het geboomte gelegen, ten noorden van de Boorn, waarmede het door eene opvaart gemeenschap heeft. Het is vrij groot van omvang, doch ruim gebouwd, en een der vruchtbaarste dorpen van de grietenij Opsterland.

Men telt er 30 h. en 200 inw., meest alle Herv., die tot de gem. van Beetsterzwaag-Beets-en-Oldeterp behooren en hier eene kerk hebben. Deze kerk was vr de Hervorming aan de H. Geertruida toegewijd, en had weleer eenen zeer hoogen, spitsen toren, die omtrent het einde der zestiende eeuw is omgevallen, doch naderhand weder opgebouwd is. De kerk was in de katholijke tijden eene kapittelkerk, staande onder eenen Deken, met zijne Kanonniken. Er is aan de kerk eene kapel gebouwd, die tot bijzetting van lijken uit de adellijke familie van Lijnden dient.

Er is in het dorp geen school. De kinderen der ingezetenen genieten te Beesterzwaag onderwijs.

De inwoners van Beets generen zich alleen met den landbouw en de veefokkerij. Men heeft er vele lage veenlanden.

BEETSTERZWAAG, d. prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 4 u. N. O. van Heerenveen, kant. Beetsterzwaag, van rondom in het geboomte, op eenen zandgrond, gelegen.

Het is een zeer aangenaam en welvarend dorp met eene fraaije en bestrate buurt, waarin onderscheidenen voortreffelijke huizen gevonden worden, onder welke uitmunt het prachtige, voor eenige jaren nieuw aangelegde buiten van Mevr. de weduwe van den voormaligen Grietman Frans Godard Aiso Boelens Baron van Lijnden, Lijndenstein genaamd, met uitmuntende, in het jaar 1839, aanmerkelijk verfraaide bosschen en tuinen; dat van den Heer Saco van Teyens, tegenwoordig Grietman, op het westeinde, in de 16e eeuw door den Grietman Martinus Fokkens gebouwd; dat van Jonkheer Lycklama Nyeholt, en het nieuwe in 1837 gebouwde grietenijhuis; als ook het fraaije gebouw van Mevrouw van Eysinga.

Men telt hier ruim 700 inw., die tot de Herv. gem. Beetsterzwaag-Beets-en-Oldeterp behooren. De nette kerk, die, aan de Noordzijde van het dorp, in het geboomte staat, is in het jaar 1803 nieuw gebouwd en vergroot, door Rijnhard Baron van Lijnden, en zijne echtgenoote, Catharina Johanna Albinga van Humalda, voor de eene helft, en de Heeren Tingo en Benedictus van Tijens en Mejuffrouw Hymna van Tijens voor de wederhelft. In deze kerk is een grafkelder voor de familie van Tijens. Zij heeft van buiten een net aanzien, prijkt met eenen korten naaldtoren, en is van binnen, naar den ouden smaak betimmerd en ofschoon niet groot, echter ruim genoeg, om de toehoorders te bevatten.

Er is hier eene school voor de drie dorpen: Beetsterzwaag, Beets en Oldeterp, die gemiddeld door 80 90 leerlingen bezocht wordt.

Beetsterzwaag heeft eenen korenmolen, en in den omtrek zeer vermakelijke en lommerrijke wandelwegen, die eene menigte van vogelen waaronder ook nachtegalen, ten verblijf verstrekken. De landen zijn niet zeer vruchtbaar; er worden desniettemin verschillende granen aangekweekt, doch voornamelijk boekweit, waarvan de opbrengst een voornaam gedeelte van het bestaan der inwoners uitmaakt.

Men heeft hier twee jaarmarkten, die elk twee dagen duren, en beginnen op den eersten Woensdag in de maanden Mei en October. De eerste dag is het vlasmarkt en de tweede beestenmarkt. Eene groote menigte menschen, niet alleen uit verschillende oorden van Friesland, maar ook uit Groningen en Drenthe vloeit dan hier te zamen, om te koopen en te verkoopen.

BEETSTERZWAAG, kant., prov. Friesland, arr. Heerenveen; palende N. W. aan het kant. Bolsward, N. aan het kant. Bergum, O. aan de prov. Groningen, Z. aan de kant. Oldeberkoop en Heerenveen, W. aan het kant. Heerenveen.

Het bevat de grietenijen Smallingerland en Opsterland. Men telt er 2500 h. en 17,000 inw.

BEETSTERZWAAG-BEETS-EN-OLDETERP, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Heerenveen.

Men heeft in deze gem. drie kerken, als eene te Beetsterzwaag, eene te Beets en eene te Oldeterp; men telt er ruim 1000 zielen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt bekleed heeft, is geweest Jacobus Gelmeri.

BEETZ, d. in de prov. Friesland. Zie Beets.

BETHLEHEM, voorm. kloost. of kapelle, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, ten O. van Beetsterzwaag.

BONIFACIUS-KAPEL, voorm. kapel, den H. Bonifacius toegewijd, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, in het zuidelijke gedeelte van het dorp Wynjeterp, op de hooge veenen.

COBUNDERHUIZEN, vroeger naam van het d. Lippenhuizen, griet. Opsterland, prov. Friesland. Zie Lippenhuizen.

DEEL (OUD-), water, prov. Friesland, dan van de grenzen van Opsterland afkomende, de grensscheiding tusschen Aengwirden en Utingeradeel vormt en zich in de griet. Haskerland, in het Deel ontlast, ter plaatse waar dit den naam van Monnike-rak aanneemt.

DEKAMA-STATE, voorm. landhuis, aan de Jonkermanssloot, bewesten het Friesche d. Kortezwaag, in de griet. Opsterland, welligt vroeger bewoond door den Ridder Pieter van Dekama, die in 1551 een der compagnons was, ter vergraving der Heeren-veenen in Schoterland, en in de zeventiende eeuw door Sixtus van Dekama.

DOUWES-MEERTJE of eigenlijk Groot-Hendrik-Douwes-Meer, meertje in de Friesche griet. Opsterland, onder Sigerswolde, op de grenzen tusschen de prov. Friesland en Groningen, Z. van de Friesche palen.

DUIRSWOLDE, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Duurswolde.

DUURSWOLDE, Dieverswolde, Duerswolde, Duirswolde of Duurswoude, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 5 1/2 u. O. N. O. van Heerenveen, kant. en 2 u. O. van Beetsterzwaag, meest bestaande uit verspreide woningen en boerenplaatsen, welke langs den beplanten weg en tusschen zandbouwlanden en bosschen zijn gelegen.

Men telt er, in de kom van het d., 14 h. en 75 inw., met de hieronder behoorende veenbuurt Bakkeveen, de Molenbuurt, het Voorwerk en eenige verspreide b., 130 h. en 650 inw., welke meest hun bestaan vinden in den landbouw.

Men heeft aan de oost-, zuid- en noordzijde van dit d. eene zeer groote uitgestrektheid van woeste veenachtige heidevelden, die inzonderheid tot schapenweiden dienen.

De inw., die hier allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Wijnjeterp-en-Duurswoude, en hebben hier nog de oude kerk, met zijn zoogenaamd Noords-deurtje, welke vr de reformatie aan den H. Johannes was toegewijd.

De dorpschool wordt gemiddeld door een gemiddeld getal van 80 leerlingen bezocht.

DUYRSWOLDE, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Duurswoude.

FINEPOEL, watertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, 1/2 u. N. van Bakkeveen.

FOCKENS (OUD-) of Groot-Fockens, landh. van het oude Friesche geslacht Fockens, aan de westzijde van het d. Beetsterzwaag, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, in de zestiende eeuw gebouwd door den Grietman van Opsterland, Martinus Fockens, thans nog bewoond door den Heer Saco van Teyens, grietman van Opsterland.

FOCKENS, oude naam van eene voorm. state, op wier plaats thans gebouwd is het fraaije landhuis Lyndenstein, in het Friesche dorp Beetsterzwaag, griet. Opsterland. Zie voorts Lyndenstein.

FRIESCHE-PALEN, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, onder Sigerswoude en Ureterp (1), aan de Bakkeveenstervaart, met vallaat en valbrug, 5 min. ten W. de grenzen en de voorm. schans van dien naam; met 23 h. en 120 inw.

(1) Het Friesche-paalster-verlaat ligt onder Ureterp.

FRIESCHE-PALEN, ook de Oude-Schans genaamd, voorm. schans, half in de prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, onder en 3/4 u. N. O. van de kerk van het d. Sigerswolde, half in het Westerkwartier, prov. Groningen, onder de 3/4 u. Z. W. van de kerk van het d. Marum, in eenen vergravenen veengrond, die vroeger moerassig was, doch thans, na het vergraven van het veen, woest en dor is.

Ter plaatse, waar deze schans gestaan heeft, ziet men thans in de heide, ten N. van den rijweg, een paar groene heuvels, op welke de batterijen lagen, die tegen de prov. Groningen gerigt waren.

GOOREDIJK, vl., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Gorredijk.

GORDIJK, vl., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Gorredijk.

GORREDIJK, Gooredijk, Goeredijk of Gordijk, vlek, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 2 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 1/4 u. Z. van Beetsterzwaag, 1/2 u. Z. W. van Lippenhuizen.

De naam van dit aanzienlijk, met vele fraaije huizen versierd vlek is ongetwijfeld zamengesteld uit Goor of Gor en dijk, waarvan het eerste oudtijds eene moerassige plaats betekende, gelijk ook de vaartbaar buiten, op oude kaarten, den naam van Gorsloot draagt. Dit vlek, hetwelk, voor ongeveer 300 jaren, op een gedeelte der gronden van de dorpen Kortezwaag, Terwispel en Lippenhuizen gebouwd is, en aanvankelijk ook eene uitbuurt van het d. Kortezwaag uitmaakte, is gedeeltelijk omringd van eene gracht, die eenigzins naar de wijze van eene verschansing gegraven is, en voormaals zeker behoord heeft tot de versterking, in het jaar 1672, tegen den inval der Munsterschen, rondom dit vlek aangelegd. De h., welke hier 280 in getal zijn, zijn gebouwd in de gedaante eener dubbele kruisbuurt, waarvan de eene streek, ter wederzijden der vaart of Gorresloot geplaatst, in het midden regthoekig doorsneden wordt door de tweede, welke aan den rijweg gebouwd is, en met eene brug, waarboven het wapen van Opsterland prijkt, over de gemelde vaart loopt. In dit vlek wonen ruim 1700 inw. Het is in de laatste 200 jaren, aanmerkelijk in bloei toegenomen door de omliggende veenderijen, die gedeeltelijk reeds in wei- en korenlanden zijn veranderd; er wordt veel handel gedreven; ook vindt men er nog groote veenbazen, alsmede 2 korenmolens, 1 houtzaagmolen, 1 eek- en volmolen, 2 kalkbranderijen, 2 scheepstimmerwerven, 3 branderijen, 3 leerlooijerijen, 1 lijnbaan, enz. Tweemaal in het jaar wordt hier eene jaarmarkt gehouden, en eens ter week eene weekmarkt, te weten Woensdags, als wanneer hier veel handel in rogge, boekweit enz. gedreven wordt. De handel is hier niet weinig toegenomen, nadat er, in het jaar 1758, eene nieuwe brug over de Compagnonsvaart, en daarover eenen rijweg van Heerenveen herwaarts is aangelegd, waarop met alleen de handel met die van Schoterland en Stellingwerf-Oosteinde, maar ook met de inwoners van Drenthe zeer is toegenomen; hebbende het graven van de Smildervaart, het evenwel aanmerkelijk schade toegebragt.

De Herv., welke hier 1300 in getal zijn, maken eene gem. uit, welke tot de klass. en ring van Heerenveen behoort; weleer was zij vereenigd met die van Kortezwaag, doch nadat er bijna 20 jaren lang in eene, eenigzins daartoe bekwaam gemaakte, schuur was gepredikt, werd hier, in het jaar 1683, eene nieuwe kerk gesticht, op een stuk gronds, daartoe door de Heeren Compagnons van Opsterland, de eerste aanleggers van Gorredijk, geschonken. In 1698 werd den ingezetenen door 's lands Staten vrijheid gegeven, en hunnen eigen predikant te beroepen, zijnde de eerste, die het leeraarambt alhier heeft waargenomen, geweest Theodorus Crans, die in het jaar 1698 herwaarts kwam, en in het jaar 1704 naar Metslawier vertrok. Het beroep geschiedt door den kerkeraad, eene afwijking van de gewone beroepingswijze is Friesland, waar de Floreenpligtige ingezetenen naar het getal floreenen, waarmede hunne landen bezwaard zijn, tot de stemming zijn geregtigd. Toen de kerk te Gorredijk, na verloop van tijd, door aanwas van het getal inwoners, te klein bevonden werd, verhoogde men, in het jaar 1735, de oude vijf voeten, en vergrootte haar met een nieuw zijgebouw, welke vergrooting en vernieuwing geheel bekostigd is, door vrijwillige liefdegaven der gemeenteleden, terwijl intusschen de kerkdienst, zoo lang te Kortezwaag waargenomen werd. Deze kerk is van eenen spitsen toren voorzien doch heeft geen orgel.

De Doopsgez., die er 300 in getal zijn, behooren tot de gem. Gorredijk-en-Lippenhuizen, welke hier eene kerk heeft, die in het jaar 1817 gebouwd is en noch toren, noch orgel heeft.

De Isr., die er 150 in getal zijn, maken eene ring-synagoge uit, welke tot het synagogaal ressort van Leeuwarden behoort, en waartoe ook de bijkerken te Heerenveen, te Noordwolde en te lemmer gerekend worden. De synagoge is een klein, maarnet gebouw, prijkende op het midden met eenen kleinen toren, in de gedaante eener theebus.

De dorpschool is een groot, luchtig gebouw, met een verwulf, voor 15 16 jaren geheel nieuw gebouwd. Zij wordt door een gemiddeld getal van 180 leerlingen bezocht. Men vindt er een zeer groot, op doek geschilderd, prachtexemplaar van eene kaart van Europa, geschonken door wijlen T. Sterringa, den vader van den vervaardiger dier kaart.

Er is mede een distributiekantoor voor de brievenposterij en een Departement der Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen, dat den 23 September 1815 is opgerigt, en 20 leden telt.

Gorredijk is de geboortepl. van den beroemden Godgeleerde Jodocus Heringa Elisaz., geb. 14 October 1768, in den nacht tusschen 17 en 18 Januarij 1840, als Hoogleeraar aan de hoogeschool te Utrecht.

GORREDIJK-EN-LIPPENHUIZEN, Doopsgez. gem., prov. Friesland, tot de derde klasse van de prov. behoorende, zijnde de eenige gem. dier gezindte in Opsterland. Zij telt 325 zielen, onder welken 120 Ledematen. Men heeft er twee kerken, als: eene te Gorredijk en eene te Lippenhuizen. het beroep van den Predikant gescheidt door den kerkeraad.

GORREDIJKSTERVAART, Gorresloot of Gorsloot, vaart, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zij neemt haren oorsprong te Appelsche digt bij de Smildervaart, vereenigt zich bij Gorredijk met de Oude vaart, komende van het Jonkersland, onder Kortezwaag, en stort zich, na door acht verlaten te zijn opgekeerd, en de Klisse gepasseerd te zijn, in de Wijde-Wispel.

GORRESLOOT, vaart, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie vorige artikel.

GORREVEEN of Gorveen, voorm. veen, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, Z. O. van Gorredijk, dat nu reeds langs door afveening in schoone wei- en korenlanden veranderd is.

GORVEEN, voorm. veen, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Gorreveen.

HEIDHUIZEN, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 4 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1/2 u. O. ten N. van Beetsterzwaag, gem. en Z. W. van Olterterp.

HEMMERIK, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Hemrik.

HEMMINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 4 u. N. O. van Heerenveen, kant. en in het d. Beetsterzwaag, waartoe zij behoorde.

HEMRIK, d., prov. Friesland, kw. zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 3 1/2 u. O. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 u. Z. O. van Beetsterzwaag, in eene boschrijke streek, aan den grooten- of Heerenweg naar Drenthe. Alting vindt in dit d., door hem Hemrijk of Hamrijk genoemd, de Hoeve van Gruptorix, door Tacitus vermeld. Men telt er 75 h. en 400 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw. Ook heeft men er Noordwaarts bouwlanden en heidevelden, doch Zuidwaarts van veen ontbloote gronden, die gedeeltelijk in bouw- en weilanden herschapen zijn. Het is eene der oudste dorpen van de griet. Opsterland.

De inw., die allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Lippenhuizen-Terwispel-en-Hemrik, waarmede ook Korte-Zwaag en Lange-Zwaag tot in het jaar 1633 vereenigd waren, en door nen Leeraar bediend werden. Men heeft te Hemrik eene kerk, die vr de Reformatie aan den H. Andreas was toegewijd. Zij is in het jaar 1739 verbouwd en vergroot. Dit gebouw heeft noch toren, noch orgel.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 70 leerlingen bezocht.

HENDRIK-DOUWES-MEER (GROOT-), meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Douwes-meertje.

KLIESE (DE) of de Klieze, buurtje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 2 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 2/2 u. Z. W. van Beetsterzwaag, W. van het d. Terwispel, waartoe het behoort; palende aan een groot uitgeveend onderland.

KLIESE (DE) of de Klieze, vaart, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Gorredijkster-Vaart.

KLISSE (DE), b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 1 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. van Beetsterzwaag, ten N. van het d. Luxwolde, waartoe het behoort.

KLUIS-VAN-DODO, voorm. kapel, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, in het d. Bakkeveen, aan den noordkant van den weg, die hier naar Duurswoude loopt.

Hier leefde omstreeks het jaar 1231 een kluizenaar, Dodo genaamd. Vr omstreeks 50 jaren heeft men, ter plaatse, waar deze kapel gestaan heeft, nog een ring gevonden, waarop den naam Dodo duidelijk te lezen stond. Deze kapel behoorde tot het klooster Marienhof, te Hallum.

KOBUNDERHUIZEN, naam, welken oudtijds werd gegeven, aan het d. Lippenhuizen, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland.. Zie Lippenhuizen.

KONINGSDIEP (HET), riviertje, prov. Friesland, ontspringende in het oostelijke gedeelte van de griet. Opsterland, arr. Heerenveen, uit het Mieuwe-meer, en loopende als eene geringe, des zomers drooge beek, tot aan de Poosterbrugge; wordende van daar af, westwaarts voortstroomende, steeds breeder en breeder, en verkrijgende, ter plaatse, waar Beetsterzwaag ten N. en Lippenhuizen ten Z. van de rivier ligt, beide 40 min. landwaarts in, den naam van de Boorn. Zie voorts dat woord.

KORTEZWAAG, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 2 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 1/2 u. Z. W. van Beetsterzwaag, 1/4 u. Z. van Gorredijk.

Men telt er 112 h., welke, aan den rijweg en aan het voetpad naar Langezwaag en voor een groot deel aan de Dwarsvaart en aan de Gorredijkstervaart, het Oosterend genaamd, niet onvermakelijk in het geboomte liggen. Zij worden thans bewoond door 550 zielen, die meest hun bestaan vinden in landbouw en veeteelt. De turfgraverij is hier vele jaren in bloei geweest en daarvan hebben de Joukersloot en de Gorredijkstervaart haren oorsprong.

De Herv., die er 500 in getal zijn, behoren tot de gem. van Langezwaag-en-Korte-Zwaag. De kerk is een eenvoudig, net, langwerpig vierkant gebouw, dat in 1790 gesticht is, en noch toren, noch orgel heeft, maar een klokkenhuis.

De Doopsgez., van welke er 37 wonen, behooren tot de gem. van Gorredijk-en-Lippenhuizen.

De R. K., van welke men er 4 aantreft, worden tot de stat. van Heerenveen gerekend.

De 10 Isr. behooren tot de gem. van Gorredijk, welke gem. alhier aan de Dwarsvaart, hare begraafplaats heeft.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 70 leerlingen bezocht.

LANGE-EN-KORTE-ZWAAG, kerk gem., prov. Friesland, klass. en ring van Heerenveen. Men heeft er twee kerken, als: eene te Langezwaag en eene te Kortezwaag, en telt er 1540 zielen, onder welke 210 Ledematen. De eeste, die in deze gem., welke tot in 1633 door de Predikanten van Lippenhuizen bediend werd, het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Jacobus Adama, die hier kwam in 1633 en overleed in 1637.

LANGE-ZWAAG, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 1 1/2 u. O. ten N. van Heerenveen, ant. en 2 u. Z. ten W. van Beetsterzwaag.

Het bevat uitgestrekte landerijen, doch weinig huizen bij de kerk, maar een fraaije buurt van verscheidene huizen in het geboomte een weinig zuidelijk. men telt er met de daartoe behoorende b. Groot-Wyngaarden, 900 inw., die meest hun bestaan vinden in landbouw en veeteelt. De noordelijke landen zijn schoone wei-en miedlanden, en de zuidelijke bouwlanden. Men heeft er eene scheepstimmerwerf en eene kalkhoven.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. Lange-en-Korte-Zwaag. De kerk, welke vr de Reformatie aan den H. Mattheus was toegewijd, is een langwerpig vierkant, in 1780 gesticht, gebouw, zonder toren of orgel. - De R. K., die men er aantreft, behooren tot de stat van Gorredijk.

LANGEZWAAGSTER-FENNE, streeks lands, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, onder het d. Lange-Zwaag, N. van de Langezwaagster-Leyen.

LANGEZWAAGSTER-LEYEN, streeks lands, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, onder en N. van het d. Lange-Zwaag en daar onmiddelijk tegen aan palende.

LIPPENHUISTER-BRUG (DE) brug, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, over het Koningsdiep, 1/2 u. N. van Lippenhuizen.

LIPPENHUISTER-GEMEENE-HEIDE, heideveld, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, N. O. van Lippenhuizen.

Door dit heideveld plagt weleer de Schipsloot naar de Rogmolen te loopen.

LIPPENHUIZEN of Leppenhuizen, vroeger Kobanderhuizen of Cobunderhuizen geheeten, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet Opsterland, arr. en 3 u. O. ten N. van Heerenveen, kant. en 1 u. Z. van Beetsterzwaag. Men telt in dit d., hetwelk eene dubbele buurt huizen aan den rijweg heeft, 1000 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw en de veeteelt.

De noordelijke landen loopen tot aan het Koningsdiep en zijn gedeeltelijk bouwlanden, gelijk ook de zuidelijke, dewijl het veen onder dit dorp vergraven is; doch ten westen vindt men daar ook goed weiland op de zoogenaamde Lippenhuister gemeene heide. In het zuiden, over de nieuwe Smildervaart, is het alles hoog veen geweest, tot over de Rooigruppel, tusschen de Opsterlandsche en Schoterlandsche veenen. men heeft er eenen korenmolen.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Lippenhuizen-Terwispel-en-Hemrik, welke ook hier eene kerk heeft. De voormalige kerk in het jaar 1744 vervangen door een fraai, nieuw gebouw, waarvan de kosten door de Eigenrfden der gem. gedragen zijn.

De Doopsgez., die men er aantreft, behooren tot de gem. van Gorredijk-en-Lippenhuizen. - De R. K., die er zijn, worden tot de stat. van Heerenveen gerekend.

De voorjaarsmarkt en beestenmarkt valt in den laatsten Maandag in Mei, de najaarsbeestenmarkt den eersten Dinsdag in October.

LIPPENHUIZEN-TERWISPEL-EN-HEMRIK, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Heerenveen. Men heeft er drie kerken, als: ne te Lippenhuizen, ne te Terwispel en ne te Hemrik, en telt er ruim 2000 inw., onder welke 250 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leraarambt heeft waargenomen, is geweest Henricus Flammius, die in het jaar 1600 hier reeds was en in het jaar 1604 naar Parrega vertrok. Tot aan 1633 zijn Korte- en Langezwaag hiermede vereenigd geweest. Henricus Sypkens, Predikant te Lippenhuizen e.a., van 1763 tot in 1765, wanneer hij naar Dronrijp verroepen werd, is later, als hoogleeraar in de Godgeleerdheid te Groningen overleden, den 9 Julij 1812.

LUXTERHORN of Luxterhoek, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 1 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 2 1/2 u. Z. W. van Beetsterzwaag, 3/4 u. W. N. W. van Langezwaag, waartoe het behoort; met 15 h. en 70 inw.

LUXTERTIENJE (DE), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, met eene oostelijke richting, van de Lange-Rek naar de Wyde-Wispel loopende.

LUXTERTIENJE, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet . Opsterland, arr. en 2 u. N. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 1/2 u. W. Z. W. van Beetsterzwaag, 1 1/4 u., N. W. ten N. van Langezwaag, waartoe het behoort; met 3 h. en 10 inw.

LUXWOLDE, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, arr. en 1 3/4 u. N. O. ten N. van Heerenveen, kant. en 2 u. Z. W. van Beetsterzwaag en 1 u. N. W. van Langezwaag. Men telt er 4 h. en 20 inw., onder welken ongeveer 16, die of geheel of gedeeltelijk uit de armenkas onderhouden worden, terwijl een huisgezin zich op de veenderij en de veeteelt toelegt. De landen, welke tot dit dorp behooren, loopen voorbij Gersloot in een punt ten einde, op de kaart bekend onder den naam van Luxterhorn, en daarover loopt, van den Keensterweg, een hooiweg naar Luxtertienje.

LYNDENSTEIN, landg., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 4 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1/2 u. N. ten O. van Beetsterzwaag, nabij Olterterp, waartoe het behoort.

Dit uitgestrekte landg., van uitmuntenden aanleg, prijkende met het schoonste lustslot, wordt thans in eigendom bezeten en bewoond door mevrouw de douairire Frans Godard Aiso Boelens baron van Lynden, geb. Van Borgharen.

MANSMEER, meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, O. van Duurswolde.

MARIENHOF, voorm. kapel, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Kluis-van-Dodo.

MARSCHEN (DE), streek hooi- en weiland, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, Z. van het d. Beets, zich uitstrekkende tot de Westerburen-Fennen ten westen en de Zwaagster-Gaasten ten Oosten.

MIEUWEMEER of Mieuwermeer, voorm. meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, O. van Sygerswolde.

Dit meer is door het afgraven der veenen verdwenen.

MOLENBUURT, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 4 3/4 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 1/2 u. O. van Beetsterzwaag, 31/4 u. W. van Duurswolde, waartoe het behoort.

OLDHOF, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 3 1/2 u. O. ten N. van Heerenveen, kant. en 1 u. Z. van Beetsterzwaag, 1/4 u. N. O. van Lippenhuizen.

OLTERTERP, Olderterp of Oldeterp, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 4 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1/4 u. O. van Beetsterzwaag.

Men telt er 20 h. en ruim 100 inw., en met de daartoe behoorende b. Heidhuizen, 24 h. en 130 inw., die hun bestaan vinden in den landbouw.

De aankweking van den groven den is, een aantal jaren geleden, voor het eerst in deze streken te Olterterp met het beste gevolg beproefd, waardoor aldaar aanzienlijke dennenbosschen ontstaan zijn, wier groei niets te wenschen overlaat. Deze bosschen sluiten zich met die van Beetsterzwaag aaneen, en breiden zich verre in eene noordoostelijke rigting uit. Zij zijn, voor het grootste gedeelte, de schepping van wijlen den achtenswaardigen bezitter van het landgoed van dien naam, den Heer Mr. Ambrosius Ayso van Boelens, die voor omtrent vijftig jaren begon de woeste gronden, welke vroeger dit d., dat destijds uit slechts tien huizen bestond, omringden, te ontginnen en te beplanten. Eigenaar van den geheelen grond van het dorpje Olterterp, en van de daaronder behoorende uitgestrekte landerijen, evenzeer als van de woningen, de kerk en verdere gebouwen, die, niet in eene buurt vereenigd, maar, hier en daar verstrooid, bevallige groepen vormen, heeft hij, door aanleg en aanplanting, de geheele gedaante van het landschap op de gunstigste wijze herschapen. Alleen in de nabijheid van het woonhuis ziet men eenen kunstmatigen aanleg, of zoogenaamde Engelsche partij; overal elders heeft de schoone natuur alle hare eenvoudigheid behouden, en men ontwaart de kundige hand niet, die van eene plaatselijke omstandigheid heeft weten gebruik te maken, om teekenachtige groepen daar te stellen, fraaije gezigten te openen, en verrassende partijen te scheppen. Boven alles verdient het gelukkige denkbeeld vermeld te worden, om eene zoogenaamde veenkom, namelijk eene doorgaans ronde, dikwijls aanmerkelijke diepe uitholling in den zandgrond, die geheel en al met goede zwarte veenstof en klijn gevuld is, zoo als onderscheidene op de Olterterpsche heidevelden gevonden worden, door uitveenening in eenen natuurlijken vijver, van onregelmatigen vorm, te herscheppen, dien met hoog of laag hout van verschillende soort te omplanten, met den overigen aanleg te vereenigen, op een gezigtspunt eene bevallige arbeiderswoningen te bouwen, en dus doende eene waterkom daar te stellen, meer dan een bunder groot, waarin zich een, als door de natuur gevormd, eilandje spiegelt, en die, bevallig en eenvoudig tevens, eene zoo verrassende en grootsche partij oplevert, als men weinig elders zal aantreffen. Op deze wijze is het geheele landschap als het ware in eene aangename lustplaats herschapen; zelfs het kleine dorpskerkje draagt daartoe bij, en levert, met de naastgelegene boerenwoning, half in het hooge eikenhout verscholen, eene schilderachtige groep op.

De inw., die er alle Herv. zijn, behooren tot de gem. van Beetsterzwaag-Beets-en-Olterterp, die hier een klein kerkje heeft, met een spits torentje, eertijds gesticht ter eere van den H. Hippolytus. Dit kerkje heeft geen orgel.

Men heeft in dit dorp geen school, maar de kinderen genieten onderwijs te Beetsterzwaag.

OLTERTERPSCHE-HEIDE, voorm. heideveld, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, dat thans, schier geheel ontgonnen zijnde, voor een groot gedeelte niet meer bestaat.

OPPERBUREN of Opperbuurte, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 5 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 2 u. O. van Beetsterzwaag, 20 min N. O. van Wynjeterp, waartoe het behoort.

OPSTERLAND, oudtijds Upsterland, griet., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, hoewel zij, tijdens het Saksische bestuur, onder Oostergoo moet behoord hebben, arr. Heerenveen, kant. Beetsterzwaag (3 k. d., 9 m. k., 5 s. d.); palende N. aan Smallingerland, N. O. aan de prov. Groningen, O. aan Drenthe, Z. O. aan Stellingwerf-Oosteinde, Z. aan Schoterland, W. aan Aengwirden en Utingeradeel.

Deze griet., die van het Oosten naar het Westen ruim 6 u. lang, en van het Noorden naar het Zuiden 2 1/2 u. breed is, strekt zich als in twee streken, in de lengte, gescheiden door de rivier de Boorn of het Koningsdiep. Dit water scheidt de dorpen dezer grietenij vaneen, zoodat aan den noordkant vijf en den zuidkant de overige acht dorpen liggen.

Opsterland, de achtste grietenij van Zevenwouden, bevat de volgende dertien d.: Beetsterzwaag, dat de hoofdplaats is, Beets, Olterterp, Siegerswolde, Duurswolde, Wynjeterp, Hemrik, Lippenhuizen, Ter-Wispel, Korte-Zwaag, Lange-Zwaag, Ureterp en het vlek Gorredijk.

De griet. Opsterland beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 23,036 bund. 85 v. r. 60 v. ell., en daaronder 22,873 bund. 53 v. r. 30 v. ell. belastbaar land. Men telt er 1823 h., bewoond door 1960 huisgez., uitmakende eene bevolking van ruim 10,000 inw., die in landbouw, veefokkerij, veengraverij en koophandel hun bestaan vinden; ook heeft men er veel houtgewas. Niet alleen toch zijn verre de meeste publieke en bijzondere wegen met boomen beplant, maar elke boerenwoning ligt, als het ware, verscholen in een opgaand eikenbosch, waarmede het zoogenaamd hiem, een stuk land, om of bij het woonhuis gelegen, doorgaans ongeveer een bunder groot, beplant is, met oogmerk, om, wanneer zoodanig hiem, gelijktijdig met den bouw of de vernieuwing der woning is geplant geworden, na tachtig of honderd jaren, wanneer die woning, door ouderdom, belangrijke herstelling, gedeeltelijke vernieuwing vereischt, de kosten daartoe benoodigd, te vinden uit den hak der alsdan voor werkhout geschikte eikenboomen. Dit overoud gebruik wordt heilig in acht genomen, zoodat alleen die boerenwoningen van dit sieraad beroofd zijn, wier eigenaars, in meer bekrompene omstandigheden geraakt, ontijdig hunne boomen hebben geveld, zonder de onkosten van de wederplanting te kunnen of te willen doen; dan deze uitzonderingen zijn zeldzaam, daar verre de meeste woningen, in de geheele grietenij, het eigendom zijn van groote grondbezitters.

Boven en behalve deze, door voorouderlijke zorg als het ware geheiligde, zich telkens vernieuwende aanplanting van eikenboomen, wedijveren deze groote grondbezitters onderling in het aanleggen van bosschen van opgaand hout, en het beplanten van wegen, daartoe bij voorkeur steeds den eik verkiezende. En zulks geschiedt op geene kleine schaal, maar in het groot, zoo is omstreeks het jaar 1830 een bosch, van ongeveer twaalf duizend opgaande eiken, aangelegd geworden, door eenen der aanzienlijkste ingezetenen der grietenij, die nu reeds het genoegen heeft van ten minste een gelijk aantal zelf geplante eikenboomen, van verschillenden leeftijd en zwarte, op zijn uitgestrekt landgoed welig te zien groeijen. Nog veel grooter is het aantal dier boomen op de uitgebreide bezittingen van eenige aanzienlijke familin, wier buitenplaatsen te Beetsterzwaag gelegen zijn; daar van elders gekomen boomsnoeijers, in het jaar 1836, voor die familin in Opsterland en de naburige grietenijen, niet minder dan twee honderd duizend stuks, eest eikenboomen, hebben gesnoeid. De aangehaalde voorbeelden zullen voldoende zijn, om aan te toonen, welk eenen schat van eikenhout deze minder bezochte streek van ons vaderland voor de toekomst belooft; en zulks is van te meer aanbelang, doordien de eikenboomen van Opsterland eene aanzienlijke hoeveelheid scheepstimmerhout, zoo als kromhouten, knien enz. voor binnenschepen en kleine vaartuigen, opleveren, daar het de gewoonte is, om de stammen niet hooger dan tot achttien of twintig voet glad hout te houden; waaruit volgt, dat op die hoogte eene uitgebreide kroon ontstaat, wier takken zich van zelve tot kromhouten vormen, terwijl de geheele boom hierdoor een eenigzins vreemd aanzien bekomt, zeer verschillend van den hoogstammigen minder zwaar getakten, eik, dien men elders doorgaans aantreft. Ook andere houtsoorten worden daarom niet verwaarloosd, en slagen even gunstig. Beuken- en esschenboomen worden mede aangeplant; voor de eerste in de grond overal, even als voor de eiken, voor de laatste en vele plaatsen, uitmuntend geschikt, en zij bereiken eene buitengemeene dikte, waarvan men zich te Beets kan overtuigen, alwaar, onder verscheidene ongewoon zware esschenboomen, een ruim vier ellen in omtrek heeft. Ook de ijp wil op daartoe geschikte plaatsen zeer goed voort. De kultuur van den groven den is, een aantal jaren geleden, voor het eerst in deze streken, te Olterterp, met het beste gevolg beproefd, waardoor en te Beetsterzwaag aanzienlijke dennebosschen ontstaan zijn, wier groei niets te wenschen overlaat; dit is ende het geval in andere gedeelten der grietenij, zoo als te Sparjebirt, alwaar voor eenigen jaren een veel belovend dennenbosch, van niet minder dan twintig bunders, door een onbekend toeval in brand geraakt, grootendeels vernield is geworden, welke brand zoo hevig was, dat zelfs de grond, waarin nog vele overblijfsels van het hooge veen, hetwelk hem vroeger bedekte, zijn overgebleven, mede vuur vatte en eenige weken na den brand, onder de bovenkorst, nog voortsmeulde, zoodat van tijd tot tijd verbrande dennenboomen, door het uitbranden van den ondergrond, hun evenwigt verliezende, omver vielen, hetwelk een zonderling gezicht opleverde.

Het zuidelijkste gedeelte van deze streek, die eene noordoostelijke rigting heeft, paalt aan de hooge veenen van Schoterland en Stellingwerf-Westeinde, en heeft vroeger alsmede grootendeels uit hooge veenen bestaan, waarvan de vergraving, voor ruim twee honderd jaren aangevangen, zoo ijverig en met zulk een goed gevolg is voortgezet, dat thans vruchtbare gras- en bouwlanden de plaats beslaan van het woeste en dorre veen, en het welvarende vlek Gorredijk, de grootste en meest bevolkte plaats der grietenij, daaraan zijn aanzijn en opkomst verschuldigd is.

Deze afgeveende vlakte bevat weinig opgaand hout, en evenmin bijzondere landelijke schoonheid; dan spoedig verandert het tooneel: want niet verre van Gorredijk neemt de zandgrond eenen aanvang, en bevindt men zich op eene der beide zandhoogten, die de geheele grietenij in de lengte doorloopen, en zich oostwaarts in de nog hooger gelegen Drentsche en Groninger heidevelden en hooge veenen verliezen. Deze zandruggen of zandhoogten, wel verre van eenen onvruchtbaren bodem te vertoonen, bestaan grootendeels uit hetgeen men gewoon is eenen vruchtbaren zandgrond te noemen, hier en daar met leem en veenstoffen vermengd, zeer geschikt tot den verbouw van alle produkten, die zandgronden doorgaans opleveren, inzonderheid voor houtgewas. Hier en daar vertoont zich een heideveld, echter niet uitgestrekt genoeg om treurigheid of eentoonigheid over het landschap te verspreiden, maar weleer juist geschikt, om de welbebouwde gedeelten en de boschachtige oorden te beter te doen uitkomen. Op deze zandrug, die eene gedurige afwisseling van lanen en bosschen, koornvelden, bevallige woningen en beplante hiemen oplevert, liggen de dorpen Lippenhuizen, Hemrik, Wynjeterp en Duurswolde, waarvan de huizen, met uitzondering van eerst- en laatstgenoemd dorp, geene aaneengeschakelde buurten uitmaken, maar op eene aangename wijze in de landen en onder het geboomte verspreid zijn. De tweede zandrug verheft zich aan de overzijde der door het Konings-diep doorsneden vlakte, en is verre weg het fraaijste, en daardoor het meest belangrijkste gedeelte der grietenij. Het zindelijk, welvarend en aanzienlijk dorp Beetsterzwaag maakt het middelpunt uit van een oord, zoo rijk in landelijke schoonheden en afwisselende gezigten, dat het, te dezen aanzien, niet behoeft onder te doen voor de zoo hoog geroemde kwartieren van Zeyst en Driebergen. Welige rogge- en boekweitvelden, niet in onafzienbare, lange, eentoonige akkers verdeeld, en of door eikenwallen en hagen ingesloten, of met opgaand hout omzoomd, omringen aan de eene zijde deze hoofdplaats van Opsterland, terwijl zich aan de andere zijde schoone en uitgestrekte bosschen verheffen, die, door lanen en slingerpaden doorsneden, de lommerrijkste wandelingen opleveren.

Men heeft in Opsterland de volgende fabrijken en trafijken, als: 1 bierbrouwerij, 3 branderijen, 3 kalkbranderijen, 7 leerlooijerijen, 1 lijnbaan, 3 scheepstimmerwerven, 2 houtzaag-, 1 schors- en vol- en 6 korenmolens.

De Herv., die er 900 in getal zijn, onder welke 1250 Ledematen, maken zes gemeenten uit, als: Beetsterzwaag-Beets-en-Olterterp, Gorredijk, Langezwaag-en-Kortezwaag, Lippenhuizen-Ter-Wispel-en-Hemrik, Ureterp-en-Siegerswolde en Wynjeterp-en-Duurswolde. Men telt er twaalf kerken, waarin door zes Predikanten dienst wordt gedaan. Vr het jaar 1633 vond men er slechts drie Predikanten, maar door het splitsen der gemeenten en het nieuw oprigten der gem. Gorredijk is dit getal tot zes aangegroeid.

De Doopsgez., tellen er 450 zielen, en maken de gem. van Gorredijk-en-Lippenhuizen uit. - De 3 Evang. Luth., die er wonen, behooren tot de gem. van Leeuwarden. - De R. K., van welke men er ruim 30 lelt, worden tot de stat. van Heerenveen gerekend. - De Isr., die er 150 in getal zijn, behooren tot de ringsynagoge van Gorredijk. - Men heeft in deze griet. 15 scholen, welke gemiddeld door een getal van 1900 leerlingen bezocht worden.

Oudtijds is de griet. Opsterland sterker bevolkt geweest, dan thans het geval is. Toen namelijk de westelijke en lage gedeelten van Friesland door dijken tegen het instromende zeewater werden beveiligd, hebben een aantal vroegere bewoners die hoogere streken verlaten en zich in deze aangewonnen landen nedergezet. Ofschoon deze grietenij onder de vroegst bewoonde gedeelten der provincie behoort, vindt men zeer weinige sporen van oude gebouwen, zelfs de meeste kerken zijn in latere tijden geheel of gedeeltelijk vernieuwd, terwijl de kerktorens, waar zij bestaan, want alleen sommige kerken zijn daarvan voorzien, door de eenvoudigheid van hunnen vorm, namelijk die van een hoog opgetrokken vierkant, ter wederzijde van een klein, schuins afloopend dak voorzien, getuigen welke geringe vorderingen de bouwkunde, tijdens hunne daarstelling, nog gemaakt had; een en ander is echter niet te verwonderen, wanneer men in aanmerking neemt, dat steenen gebouwen in overoude tijden zeer kostbare zaken waren, die men dan ook natuurlijk in de meer vruchtbare en rijke gronden van Oostergoo en Westergoo menigvuldiger, dan in de zandstreken der Zevenwouden moet aantreffen. De tegenwoordige bevolking heeft, in taal en zeden, veel van het oorspronkelijk Friesch behouden. het zoogenaamde Boerenfriesch is de algemeene spraak. Ook de bijzondere gebruiken, aan de landbouwers dezer grietenij en in het algemeen aan die der Zevenwouden eigen, behoort de wijze van inoogsting van de boekweit. Deze wordt niet, even als in andere oorden van ons Vaderland, in schoven gebonden naar huis gereden, maar of in de opene lucht, of bij de woning, of op de boekweitlanden zelve, wordt eene geschikte plaats uitgekozen en gelijk gemaakt, telle geheeten. Op deze plaats wordt de boekweit gedorscht, zoodra zij eenen genoegzamen graad van droogte en hardheid op het veld verkregen heeft, zonder in schoven of gerven gebonden te zijn geweest. Dit gebruik, hetwelk men oppervlakkig zoude denken, in natte jaren aan groote moeijelijkheden onderworpen te zijn, schijnt in tegendeel verre weg verkieselijk boven de, in andere streken van ons Vaderland gebruikelijke, wijze der inoogsting van de boekweit, daar men, dus doende, alle verlies, door muizen, broeijijng en schimmel zoo dikwerf veroorzaakt, geheel en al voorkomt, terwijl het dorschen van niet geheel drooge boekweit ook zeer gemakkelijk gaat, en het uitgedorschte graan, zonder veel moeite, verder kan worden gedroogd.

Nog verdient eene zonderlingen gewoonte vermeld te worden, namelijk de liefhebberij der Opsterlanders voor het klokkeluiden. Op Kersavond en andere feestelijke gelegenheden, zoo als 's Konings verjaardag, begeven zich kinderen en jonge lieden naar de torens, of naar de in open klokkenhuizen hangende klokken, zoo als er velen zijn, zelfs op plaatsen waar vroeger kerken gestaan hebben; zij vermaken zich, elkander verpoozende, met onophoudelijk klokkengelui, welk vervelend muzijk soms vier en twintig uren, zonder of met geringe tusschenpoozing, voortduurt; deze gewoonte is zoo ingeworteld, dat zij als een zeker regt beschouwd wordt, en de plaatselijke Regeringen hebben, om groote onaangenaamheden te voorkomen, moeten afzien van hare pogingen, om dit lastig gebruik te beletten.

Boven vele andere gedeelten van ons Vaderland genieten de inwoners dezer grietenij het onschatbaar voorregt, dat de groote grondbezitters zich, of het geheele jaar, of het grootste deel daarvan, in hun midden bevinden; dat deze achtingwaardige familin, wel verre van den uitersten penning van hunne bruikers te vorderen, niet alleen door hunne verteringen welvaart rondom zich verspreiden, maar bovendien, bekend met de omstandigheden en behoeften hunner mingezegende mede-nwoners, zich beijveren, om gedurende den winter den behoeftigen werk te verschaffen, op eene verstandige wijze aan degenen, die niet kunnen werken, onderstand te verleenen, de zieken te verkwikken en door bevordering van het schoolonderwijs voor het aankomend geslacht te zorgen.

Men vindt in deze grietenij geene groote wateren, doch vroeger trof men hier een daar een poeltje aan, bij voorbeeld, de Wyde-Wispel, het Moediep, het Waas-meer, het Nieuwe-meer, de Reigers-poel, de Fine-poel, het Pale-meer enz., welke echter door de afgraving der hooge veenen verdwenen zijn. Van Oldeboorn loopt uit de Boorn een ruime vaart naar de Wyde-Wispel, en van daar door Gorredijk, met eenige evenwijdige zijtakken uit de turfgraverijen, uit een van welke de Nieuwe-vaart geboren wordt, loopende van Gorredijk naar de Smilde, die wel niet geheel voltooid, echter reeds verre gevorderd is. Zij komt, ten Zuiden van Lippenhuizen en Hemrik, bij de Witte-Bult uit Opsterland in Stellingwerf-Oosteinde, en gaat van daar naar Drenthe. In het Noorden der Grietenij vindt men nog een aanzienlijk vaarwater, dat van Dragten, in Smallingerland, ten Noorden van Ureterp en Sigerswolde loopt, naar Bakkeveen, en verder zuidwaarts in de veenen schiet; dienende deze vaart, met hare zijtakken en vallaten, om het water in de hooge veenen op te houden, en, even als de vorige, om de turf, welke hier jaarlijks in eene groote menigte gegraven wordt, naar elders te vervoeren.

Drie voorname rijwegen worden in deze grietenij gevonden: van dezen loopt de noordelijkste uit Dragten, door Ureterp, naar Sigerswolde, en met een zijtak naar de Friesche-palen. De middelste loopt uit Smallingerland naar Beetsterzwaag, en van daar, ten westen, naar Beets, doch ten Oosten naar Bakkeveen, alwaar deze weg zich vereenigt met den zuidelijksten, die uit ngwirden door Luxwolde, Kortezwaag, Lippenhuizen, Hemrik, Wynjeterp en Duurswoude loopt, naar voornoemde plaats, van waar de nu vereenigde rijweg, ten Zuiden van de voormalige schans Zwartedijk, in Drenthe komt. Nog vindt men hier eenen rijweg, uit den gemelden middelweg naar Beetsterzwaag en Lippenhuizen, en eenen anderen van Beetsterzwaag naar Duurswoude van waar ook een rijweg gaat naar Donkerbroek en Haule in Stellingwerf-Oosteinde.

Gedurende de Spaansche oorlogen was deze grietenij bijzonder blootgesteld aan de invallen van den vijand, waarom men haar met eenige verschansingen zocht te dekken. De eene lag op den Drentsche bodem, tusschen Bakkeveen en Ede, en werd genaamd Zwartedijk; de andere tusschen Duurswoude en Donkerbroek, genaamd Breeweg, de derde eindelijke, tusschen Sigerswolde en Trimunt, met den naam van de Friesche-palen.

Het wapen van Opsterland bestaat in een veld van zilver, met vier boomen, waaronder een loopende haas, op een terras, alles van natuurlijk zilver (1).

(1) Wij meenden niet beter te kunnen doen dan in dit artikel op te nemen het belangrijke Iets over Opsterland, van J. A. D(rieling), te vinden in de Leeuwarder Courant van 24 Junij 1834.

PALE-MEER, meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, 40 min. Z. O. van Duurswolde.

PALEN (DE FRIESCHE-), voorm. schans, half prov. Friesland, half prov. Groningen. Zie Friesche-palen.

REIGERSPOEL of Reygerspoel, meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, bij Duurswoude.

SCHIPSLOOT (BROER-JAN-KLAASSENS-), vaart, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, beginnende nabij Lippenhuizen, aan den Buiten-hoogenweg en noordelijk naar het Koningsdiep loopende.

SCHIPSLOOT (DE OUDE-), onderscheidene vaarten, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, welke in de zelfde rigting als de Broer-Jan-Klaassens-Schipsloot naar het Koningsdiep loopen.

SELMIEN of Silmien, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Opsterland, arr. en 3 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 1/4 u. N. O. van Beetsterzwaag, 20 min W. ten Z. van Ureterp, waartoe het behoort.

Het is eene welvarende, aangenaam en vruchtbare streek. Men vindt er 9 h., waaronder 5 aanzienlijke boerderijen; met 60 inw.

SIGERSWOLDE, Sygerswolde of Siegerswoude, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 5 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 2 1/2 u. O. N. O. van Beetsterzwaag. Men telt er in de boerenstreek, of het oude dorp, 18 h. en ruim 110 inw.

Ten Noorden van het dorp, aan de vaart, ligt het gehucht de Friesche-Palen. Nog iets noordelijker de Friesche-paalster-Schans, half in de grietenij Opsterland en half in de provincie Groningen. In het Oosten vindt men de veenkolonie de Wilp, die zich mede in Groningerland uitstrekt, en nog verder oostelijk het voormalige Uithof van den Abt van Smalle-Ee, het Voorwerk genaamd, tegen de Nieuw-meerswijk en Bakkeveen. met deze uitbuurten telt het dorp Sigerswolde 70 h. en 420 inw., die hun bestaan vinden in den landbouw en in veenarbeid.

De inw., die er allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Ureterp-en-Sigerswolde. De kerk vr de Reformatie aan den H. Jacobus toegewijd, is een onaanzienlijk gebouw, zonder toren of orgel.

SILMIEN, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Opsterland. Zie Selmien

SPARJEBIRT of Sparriebirt, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 4 u. O. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 1/4 u. Z. O. van Beetsterzwaag, 10 min. W. van het d. Wynjeterp; waartoe het behoort.

Hier is in het jaar 1834 een veel beloovend dennenbosch, van niet minder dan 20 bund., door een onbekend toeval in brand geraakt, en grootendeels vernield geworden, welke brand zoo hevig was, dat zelfs de grond, waarin nog vele overblijfsels van het hooge veen, het welk hem vroeger bedekte, waren overgebleven, mede vuur heeft gevat, en eenige weken na den brand, onder bovenkorst, nog voorsmeulde, zoodat van tijd tot tijd verbrande dennenboomen, door het uitbranden van den ondergrond, hun evenwigt verliezende, omver vielen, hetwelk een zonderling gezigt opleverde.

SYGERSWOLDE, d., prov. Friesland, kw. Opsterland. Zie Sigerswolde.

TER-WISPEL of Wispel, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 2 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 1/4 u. Z. W. van Beetsterzwaag, nabij de Groote-vaart uit de Boorn naar Gorredijk.

Het is een zeer vruchtbaar dorp. Men telt er, met de buurtjes Westerend, Trimbeets en de Klieze, 540 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw en veeteelt. Noordwaarts heeft dit d. schoone weilanden, naar het Westen zeer uitgebreide hooilanden en ten Zuiden van de kerk, hoog vruchtbaar bouwland.

De Herv., die er zijn, behooren tot de gem. Lippenhuizen-Terwispel-en-Hemrik, welke hier ook eene kerk heeft, die in eenen polder van vergraven land, tusschen de wegen gebouwd is. het is een vierkant gebouw, met eenen steenen toren, doch zonder orgel.

De Doopsgez., die men er aantreft, behooren tot de gem. van Dragten. - De R. K., welke er gevonden worden, parochiren te Heerenveen.

TERWISPEL-VENNEN (DE), schoone weilanden, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. Heerenveen, kant. Beetsterzwaag, N. van Terwispel.

TIJENS, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 3 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en in het d. Beetsterzwaag.

UILESPRONG (DE), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, een gedeelte der vaart tusschen Oldeboorn en Gorredijk uitmakende.

UPSTERLAND, oude naam van de griet. Opsterland, prov. Friesland, griet. Zevenwouden. Zie Opsterland.

URETERP, in het oud Friesch Wraterp, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 5 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. 1 1/2 u. N. O. ten O. van Beetsterzwaag, aan den Binnenweg, zeer aangenaam in het geboomte en bouwland gelegen. Ten Z. van het d. heeft men den Buitenweg van Beetsterzwaag naar Sigerswolde. Ten Noorden loopt de groote veenvaart, waaraan vele huizen staan.

Men telt er, met de daartoe behoorende buurtjes Selmien, Vijfhuizen, Webuurt en Ureterpster-Vallaat, 1600 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden.

De Herv., die er zijn, behooren tot de gem. van Ureterp-en-Sigerswoude, welke in dit d. eene kerk heeft, die vr de reformatie aan den H. Petrus was toegewijd. Het is een langwerpig gebouw, met eenen stompen toren, doch zonder orgel.

Reeds in het jaar 1661, moet hier ook eene afzonderlijke gem. van Doopsgez. bestaan hebben, welke zich naderhand met die van Dragten vereenigd heeft, tot welke gem. ook nu nog de Doopsgez., die men er aantreft, behooren. - De R. K., die er wonen, parochieren te Heerenveen.

URETERP-EN-SIGERSWOLDE, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Heerenveen.

Men heeft er twee kerken, als ne te Uteterp en ne te Sigerswolde, en telt er 1500 zielen, onder welke 130 Ledematen. De eerste, die in deze gemeente het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Petrus Crans, die in het jaar 1722 herwaarts kwam, en in het jaar 1750 overleed. Tot aan 1722 was het bediend door de Predikanten van Wynjeterp en Duurswolde.

URETERPSTER-VALLAAT (HET), geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 5 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 1/2 u. N. O. van Beetsterzwaag, 1/2 u. N. W. van Ureterp; met eenen kalkoven.

Dit geh. ontleent zijnen naam van een vallaat of verlaat in de Bakkeveenster-vaart.

VIERSSEN of Viersen, later Lyklama geheeten, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 3 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en u. N. W. van Beetsterzwaag, waartoe het behoorde.

VIJFHUIZEN, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 5 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 1/2 u. N. O. ten O. van Beetsterzwaag, 20 min. N. N. W. van Ureterp, waartoe het behoort, aan de Bakkeveensche vaart.

VIJFMEEREN, meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, 1/2 u. O. van Duurswolde, in de hooge veenen.

VOORWERK (HET), voorm. uithof van den Abt van Smalle-Ee, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 6 1/2 u. N. O. ten O. van Heerenveen, kant. En 3 u. O. N. O. van Beetsterzwaag, 1/2 u. N. N. O. van Sigerswoude, waartoe zij behoort.

Thans is het eene boerderij, met uitgestrekte heidevelden en gedeeltelijk vergravene veengronden, met de Voorwerks-brug over de Bakkeveensche vaart.

WASSEWIJK, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 5 1/2 u. O. N. O. van Heerenveen, kant. en 3 u. O. ten N. van Beetsterzwaag, 3/4 u. O. van Sygerswolde, waartoe het behoort, aan de wijk of turfvaart van dien naam.

WATZE-MEER (HET) of Wasemer, meer, gedeeltelijk prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, 1 u. O. ten N. van Sigerswolde; gedeeltelijk in het Westerkwartier, prov. Groningen, en daarin ten deele gem. en 1 u. Z. W. van Marum, ten deele gem. de Leek, 40 min. W. ven Zevenhuizen.

Het beslaat eene oppervlakte van ongeveer 6 bund., waarvan ongeveer 4 bund. in Opsterland, 1 bund. gem Marum en 1 bund. gem. Leek. Daarin liggen onderscheidene eilandjes, maar thans groeit het meer digt.

WEGBUURTE, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Weybuurte.

WESTERBURE-VENNEN, streek lands, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. Leeuwarden, kant. Beetsterzwaag, Z. O. van het d. Beets, waar onder zij behoort, tusschen dit d. en het Koningsdiep. - Deze streek lands bestaat uit hooi- en weilanden.

WESTEREND, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 2 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 u. Z. W. van Beetsterzwaag, 3 min. Z. W. van Terwispel, waartoe het behoort.

WEYBUURT of Wegbuurte, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 5 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 1 1/2 u. N. O. van Beetsterzwaag.

WIJNGAARDEN (GROOT-), b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 1 1/4 u. O. N. O. van Heerenveen, kant. en 2 1/4 u. Z. W. van Beetsterzwaag, 3/4 u. W. van Langezwaag, waartoe het behoort, aan het voetpad, hetwelk uit de veenen van Aengwirden, door de Zwagen, naar Gorredijk loopt.

WILP (DE) of de Wulp, geh., gedeeltelijk prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 6 u. N. O. van Heerenveen, kant. en 3 u. O. N. O. van Beetsterzwaag, 3/4 u. N. van Sigerswolde, waartoe dat gedeelte behoort, gedeeltelijk in het Westerkwartier prov. Groningen, arr. en 5 u. Z. W. van Groningen, kant. en 3 1/2 u. Z. Z. W. van Zuidhorn, gem. en 1 u. Z. van Marum.

De naam dezer, thans volkrijke, buurt had zijn oorsprong in het uithangbord eener kleine tapperij, onder eenige hier staande veenhutten, waarop eene regenwulp (Scolopax Phacopus) afgebeeld was. Door de zorg van den Heer J. F. Obbes, Burgemeester van Marum, nemen de bebouwing en landontginningen hier thans zeer toe, waardoor de armoede meer en meer afneemt.

WISPEL (DE WIJDE-), meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, 3/4 u. W. van Terwispel, dat ten N. W. door de Lukster-Tinje met het Lange-Rek, ten N. met het Moediep, en ten Z. door de Gorrdeijkstervaart met de Jonkersrek en de Nijesloot in verbinding staat.

WISPEL, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Terwispel.

WISPELER-FENNEN (DE TER-), schoone weilanden, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Terwispeler-Vennen (De) .

WITTEWATER (HET), meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, 10 min. O. ten Z. van Beetsterzwaag.

WULP (DE), geh., gedeeltelijk prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, gedeeltelijk in het Westerkwartier, prov. Groningen. Zie Wilp (De).

WYNJETERP, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, arr. en 5 u. W. N. W. van Heerenveen, kant. en 1 1/2 u. O. Z. O. van Beetsterzwaag, aan den rijweg, die naar Drenthe loopt. Men heeft er geen aaneengeschakelde buurt, maar de huizen staan op eene aangename wijze in het geboomte verspreid. men telt er 115 h. en 720 inw., en met de daartoe behoorende buurtjes Sparjebirt en Opperburen 120 h. en ruim 750 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden. De landerijen van dit dorp zijn gedeeltelijk schoone bouwlanden, en voorts dorre heidevelden. Door de landerijen loopt de Leidijk naar het Paalemeer, om te dienen tot eene waterkeering tegen de naburige hooge veenen in het zuiden.

De Herv., die er ruim 740 in getal zijn, behooren tot de gem. van Wynjeterp-en-Duurswoude, welke hier ook eene kerk heeft, zijnde een zeer net gebouw, zonder orgel, dat in oude tijden eene parochiekerk plag te zijn en met eenen hoogen toren te prijken, die al voor lang voor eene spits plaats gemaakt heeft. Een kwartiers uurs gaans ten Noorden van de tegenwoordige kerk zijn nog de sporen van een oud kerkhof te ontdekken. In het zuidelijke gedeelte van dit dorp op de hooge veenen, wordt nog eene put gevonden, die den naam draagt van Bonifaciusput, en volgens overlevering door den H. Bonifacius zoude gegraven zijn.

De 10 Doopsgez., die men er aantreft, behooren tot de gem. van Lippenhuizen.

De dorpschool wordt gemiddeld door 80 leerlingen bezocht.

Wynjeterp mag roem dragen op zekeren Stephanus Sylvius, die in 1505 hier geboren is, door eigen vernuft, gepaard met leergrage naarstigheid zich uit eenen geringen stand tot eenig aanzien verheven heeft en in 1567 als Pastoor van de St. Walburgskerk te Groningen overleed.

WYNJETERP-EN-DUURSWOUDE, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Heerenveen.

Men heeft er twee kerken, als ne te Wynjeterp en ne te Duurswoude en telt er 1300 zielen, onder welke 250 Ledematen.

Eerst was deze gem. vereenigd met Ureterp, doch toen Johannes Jacobus Munckerus, die in 1685 te Ureterp c.a. gekomen was, in 1720 overleed, werd die combinatie opgeheven en Wynjeterp-en-Duurswoude bekwam, in 1722, tot eersten afzonderlijken Predikant Thomas Munckerus, die in 1734 overleed.

ZIJGERSWOUDE, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland. Zie Sigerswolde.

ZWARTWATER, meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Opsterland, N. van Berlikum.