ASSEMA, vroeger eene stins, later een pachthof, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, onder het d. Oldouwer, aan den noordelijke boord van het Tjeukemeer gelegen.

AUSTERHAULE. Zie Ouwsterhaule.

AUSTERHAULE-OLDOUWER-en-NYEGA, kerk. Gem., prov. Friesland, Zie Ouwsterhaule-Oldouwer-en-Nyega.

BOORNZWAAG, voorm. d., thans slechts een b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. ten O. van Sneek, kant. en 3 u. N. ten O. van Lemmer, ten Z. en bijna tegen de Langweerder wielen, O. van Langweer, waarmede het thans eigenlijk slechts n d. uitmaakt, daar de oostelijke huizen van Langweer tegen de westelijke van Boornzwaag aanpalen. Men telt er ruim 60 inw.

Er moet hier oudtijds eene kerk gestaan hebben, of die echter in het jaar 1517, toen deze plaats door de Bourgondischen is afgebrand, of op eenen anderen tijd, gesloopt zij, vindt men niet vermeld.

BROEKof Brouck, oudtijds Broech en ook wel Broke geschreven, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 1/2 u. Z. Z. O. van Sneek, kant. en 4 u. N. ten O. van de Lemmer, O. van de Jouwstervaart, aan wier oostzijde de huizen, in eene noordelijke en zuidelijke rigting, te midden van vele lage waterrijke landen, liggen. Men telt er 125 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Goingarijp-en-Broek. De kerk heeft eenen stompen toren. - De R. K. worden tot de statie van Nicolaasga gerekend. - Men heeft er ook eene dorpschool.

Gedurende den Spaanschen oorlog was dit dorp de schuilplaats van zekeren beruchten straatschender, bekend onder den naam van den Boerenvijand, die zich hier met nog ruim 30 soldaten in de kerk opsloot; doch gevangen genomen zijnde, werden zij allen te Leeuwarden onthalst.

BROEKSTER-KERKVAART, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat bezuiden het d. Broek uit de Zylroede voortkomt, en met eene zuidwaartsche rigting in de Sypen uitloopt.

BROEKSTER-OUDE-WEG, water, prov. Friesland, kw. zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat uit de Modderige-poel, ten W. van Goingarijp, voortkomt, eerst westelijk en vervolgens zuidelijk loopt, en na de Bloksloot en de Bandsloot ten W., de Sa? ten O., enz. te hebben opgenomen, zich Zuidwestwaarts in de Langweerder-wielen verliest.

BROKE, oude naam van het d. Broek, prov. Friesland. Zie Broek.

BURUM, voorheen, gelijk ook thans weder, Osinga genaamd, state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 1./2 u. W. ten N. van Heerenveen, kant. en 3 u. N. van de Lemmer, in het dorp Langweer.

Deze state is in de zeventiende eeuw een tijdlang door het aanzienlijk geslacht van Burum bezeten, in de vorige eeuw door dat van Vegilin van Claerbergen, gelijk thans, in vernieuwden vorm, reeds lang door de familie van Eysinga, die in den omtrek vele landgoederen bezit.

DIJKEN (DE), d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Dyken (De).

DODDINGAWERSTAL, griet., prov. Friesland. Zie Doniawerstal.

DONIAGAof Donjegea, ook wel Donyagea, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 1/2 u. Z. Z. O. van Sneek, kant. en 1 1/4 u. N. ten O., van de Lemmer, aan den weg van de Lemmer op Leeuwarden, nabij het Tjeukemeer.

Men telt er 120 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw. De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Tjerkgaast-St._Nicolaasga-Doniaga-Idskenhuizen-en-Legemeer. Zij hebben hier eene kerk zonder toren. - De R. K., welke men er aantreft, behooren tot de stat. van St. Nicolaasga. - Ook is er eene dorpschool.

In het jaar 1498 werden hier 27 h. door de Saksen afgebrand.

DONIAGAWERSTAL, oude naam van de griet. Doniawarstal, prov. Friesland, kw. Zevenwouden. Zie Doniawarstal.

DONIAWARSTALof Doniawerstal, oudtijds Dodingawerstal en Doniagawerstal, in het Oud-Friesch Dodingwerstal, griet. prov. Oud-Friesland, kw. Zevenwouden, arr. Sneek, kant. de Lemmer (3 k. d., 12 m. k., 7 s. d.); palende N. aan Wymbritseradeel en voor een klein gedeelte aan Rauwerderhem, N. O. aan Utingeradeel, O. aan Haskerland, Z. O. aan Schoterland, Z. aan Lemsterland en het Tjeukemeer, Z. W. aan de stad Slooten en aan Gaasterland, W. aan het Slootermeer en Wymbritseradeel. Zij is de derde griet. van Zevenwouden, en ontleent haren naam, even als het in het Z. gelegen d. Doniaga, alwaar oudtijds de openbare teregtzittingen werden gehouden, van het adell. geslacht Donia, dat hier vroeger woonde en veel gezag had, en van warstal of werstal, regtstoel of regtsgebied. Voorheen was deze griet. met Lemsterland verbonden, maar zij schijnt reeds vroeg daarvan te zijn afgescheiden.

Zij bevat de volgende 14 d.: Langweer, de hoofdpl. der griet.; Boornzwaag; de Broek; Doniaga; Goingarijp; Idskenhuizen; de Dyken; Legemeer; St. Nicolaasga; Oldouwer; Ouwsterhaule; Ouwster-Nyega; Teroele en Tjerkgaast, die de volgende 4 Herv. gem. uitmaken: Goingarijp-en-de-Broek; Langweer-en-Teroele, Ouwsterhaule-Oldouwer-en-Nyega; Tjerkgaast-St-Nicolaasga-Doniaga-Idskenhuizen-en-Legemeer, welke tot de klass. van Heerenveen, ring van de Lemmer behooren, 12 kerken hebben, door 4 Predikanten bediend worden en ruim 7100 zielen tellen.

De R. K., van welke men er een tiental heeft, worden tot de stat. van St. Nicolaasga en Joure gerekend.

Doniawarstal heeft van het N. naar het Z. eene lengte van 3 1/2 u. en van het W. naar het O. eene breedte van 3 u., beslaat eene oppervlakte van 12,561 bund., telt 382 h., bewoond door 475 huisgez., uitmakende eene bevolking van ruim 7100 inw., die meest hun bestaan vinden in den vee- en houtteelt en een weinig landbouw. De grond dezer griet, is hier zand- en daar veenachtig, en moet van tijd tot tijd behoorlijk bemest worden, om goede vruchten vort te brengen. Over het algemeen is er de grond meest geschikt tot weideen hooiland. Hoewel er omtrent Langweer, St. Nicolaasga, Legemeer en Tjerkgaast ook hooge korenlanden gevonden worden, waarop in den herfst, na de inoogsting der granen, smakelijke knollen worden geteeld, zoo behoort zij toch onder de minst vruchtbare streken van Friesland. Ook liggen de meeste landen, vooral in het N. en O., gedeelte, zeer laag, zoodat zij nog in het begin der vorige eeuw weinig waarde hadden, daar zij, reeds in den herfst onderloopende, eerst laat in het voorjaar weder droog werden en dus weinig vee konden voeden. Doch hierin is eene groote verandering ten goede gekomen, sedert Heer Johan Vegilin van Claerbergen, die er van 1722 tot 1772 Grietman over was, is begonnen de landen, welke hij er bezat, in te polderen en de polderdijken met boomen te beplanten, hetwelk spoedig door andere voorname grondeigenaars gevolgd is, zoodat tegenwoordig zeer groote streeken lands in deze griet. onder poldermolens zijn gebragt, en daardoor in tijds van het overtollige water kunnen ontlast worden, waardoor een groot gedeelte dezer grietenij, vooral in de omstreken van Langweer, een vruchtbaar, boschrijk en zeer aangenaam oord is geworden.

Ook heeft men in Doniawarstal eenigen houthandel en scheepvaart, maar men treft er geene fabrijken of trafijken aan.

Een groot gedeelte deze griet. wordt doorsneden met een aantal groote en kleine wateren; als: het Sneeker-meer, het Koevoeter-meer, het Groot-Idskenhuister-meer, het Klein-Idskenhuister-meer, de Langweerder-wielen, de Goingarijpster-poelen, en een gedeelte van het Slootermeer, alsmede van het Tjeuke-meer. Weleer waren deze water ongemeen vischrijk, doch dit is thans aanmerkelijk verminderd; eveneens zijn de eenden, waarvan hier vroeger ook een overvloed aangetroffen werd, zeer afgenomen, zoodat men er van de menigvuldigen eendenkooijen, welke vroeger gevonden werden, nog maar drie heeft.

Door Doniawarstal loopt de algemeene rijweg van de Joure naar St. Nicolaasga en verder over de Woudsloot bij Follega naar de Lemmer. Van dezen weg scheidt zich te St. Nicolaasga een andere, die, zich meer zuid-westwaarts uitstrekkende, door Slooten naar Gaasterland loopt.

Het wapen dezer griet. is een veld van goud, beladen met eenen arm van keel, komende van den regter kant des schilds, en houdende in de hand eene omgekeerde wereldkloot van azuur, waarvan het kruis zwart is. het schild gedekt met eenen gouden kroon.

DONJEGA, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Doniaga.

DOUMA, of Douwma of Douwema, state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. Z. O. van Sneek, kant. en 3 u. N. van de Lemmer, in Langweer.

Het is thans een fraai modern landhuis, dat bewoond wordt door den Heer Douwe Ruitinga, Rijks-Ontvanger te Langweer.

ELVESLOOT, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat uit de Langsteertepoel voortkomt en, met eene noordelijke rigting, in de Gongarijpsterpoelen uitloopt.

EYSINGA, state, prov. Friesland, kw., Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Burum.

Eene dezer staten is het stamhuis geweest van het, sedert verscheidene eeuwen en tot heden toe, in Friesland, zeer aanzienlijk geslacht van Eysinga, van hetwelk vier leden, als teekenaars van het verbond der Edelen voorkomen, zijnde de gebroeders, Ritske, Fokke, Frans en Tjalling van Eysinga (1).

(1). Zie over hen nader J. W. te Water, Historie van het Verbond der Edelen, St. II., bl. 387-394, en over den laatsten Mr. J. Scheltema, Staatkundig Nederland, D. I. bl. 338.

GAAST (GROOTE-), naam onder welke het grootste gedeelte van het d. Tjerkgaast, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, wel eens, ter onderscheiding van het geh. Kleine-Gaast, voorkomt.

GAAST (KLEINE-), geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 1/2 u. Z. van Sneek, kant. en 1 3/4 u. N. W. van de Lemmer, 1/4 u. N. O. van Slooten, eigenlijk een gedeelte van het d. Tjerkgaast uitmakende.

GAASTER-VAR, meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, onmiddelijk aan den rijweg van Tjerkgaast en door dezen afgescheiden van de Hoiyte-Brekken, terwijl het met Slooter-Vaart in verbinding staat.

GOINGARIJP, meer algemeen Goengarijp of, zoo als dit in het Land-friesch wordt uitgesproken, Goinrijp, oudtijds Goingrijp, Gohimrup of Gongehuysum, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. O. van Sneek, kant. en 4 1/2 u. N. van de Lemmer, niet ver van den Slagtedijk. Het is een tamelijk groot d., in de lengte uitgestrekt. Men telt er in de kom van het d. 5 h. en 30 inw., en met de b. Jongeburen en Ballemboer, 19 h. en 130 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw. De landerijen zijn in eenen zeer goeden staat, doch verliezen jaarlijks min of meer door het afschurend vermogen der naburige wateren, van welke het Sneekermeer, bijna geheel tot dit dorp behoorende, het voornaamste is, ofschoon de Goingarijpster-poelen, de Langsteertepoel, de Modderigepoel, het Anewiel, en het Scharrewiel, insgelijks in aanmerking komen.

De Herv., die hier 80 in getal zijn, behooren tot de gem. Goingarijp-en-Broek, welke hier eene kleine en nette kerk, zonder toren, heeft.

De R. K., die hier 20 in getal zijn, worden tot de stat. van St. Nicolaasga gerekend. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 10 leerlingen bezocht. - Bij dit d. lag eertijds de state Oenema.

GOINGARIJP-EN-BROEK, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Heerenveen, ring de Lemmer; met 138 zielen en 2 kerken: als ne te Goingarijp en ne te Broek.

GOINGGARIJPSTER-POELEN, meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. W. van Goengarijp

Het staat door het Kruiswater, de Sybesloot en de Heerensloot met het Sneekermeer en door de Frijgrassloot en de Elvesloot met de Langsteerepoel in verbinding.

GROENDAL, naam, onder welke het voorm. landh. Groenendal, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, op sommige kaarten verkeerdelijk voorkomt. Zie Groenendal.

GROENENDAL, ook wel eens verkeerdelijk onder den naam van Groendal voorkomende, voorm. landh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, 1/2 u. Z. Z. W. van St. Nicolaasga, waartoe het behoorde.

Ter plaatse, waar het gestaan heeft, ziet men thans twee boerenhuizingen, welke, met de daartoe behoorende gronden, eene oppervlakte beslaande van 28 bund. 28 v. r. 90 v. ell., in eigendom bezeten worden door Sietze Thetzes Leemstram die er een van bewoont, en door anderen.

HAULSTER-POEL, meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, W. van Ouwsterhaule, dat met de Dijksloot in verbinding staat.

HEIDE (DE), geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 u. Z. ten O. van Sneek, kant. en 2 u. N. ten O. van Lemmer, 1/4 u. O. N. O. van St. Nicolaasga, waartoe het behoort; met 9 h. en 60 inw.

HEIDE (HUIS-TER-), bekende herberg, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 u. Z. ten O. van Sneek, kant. en 2 u. N. ten O. van de Lemmer, 1/4 u. O. N. O. van St. Nicolaasga, nabij het geh. de Heide, ten Z. aan den zandigen weg van Groningen op de Lemmer, onder het d. Leegemeer.

Het is de gewone verpozingplaats langs dien weg, liggende in een fraai bosch van zware eiken- en dennenboomen, vr eene regte laan, welke 3/4 u. Noordwaarts tot in het dorp Langeweer loopt. Uit de dorpen in Wymbritseradeel, meestal in opene weidelanden, zonder boomen en tusschen veel water, gelegen, komen hier des zomers, alsmede van Sneek, vele personen ter uitspanning te zaamen.

HETTINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 1/2 u. Z. van Sneek, kant. en 2 1/2 u. N. van de Lemmer, 5 min. Z. W. van Ter-Oele, waartoe zij behoorde. Van deze state zijn thans hoegenaamd geene sporen meer aanwezig.

Tiete Waltes Hettinga, die in 1580, door het Hof tot Substituut Grietman was aangesteld, werd hier, met zijnen broeder Gerrit, in oorlogstijd, door de soldaten van den Hopman Snater, in bezetting liggende in de Sloterschans, doorschoten.

Eene derzer voorm. staten was het stamhuis van het oud adellijk geslacht van Hettinga, van hetwelk twee leden, de gebroeders Homme en Tiete van Hettinga, onder de Teekenaars van het verbond van Edelen vermeld worden. Een der latere mannelijke afstammelingen van dit geslacht is geweest Antonius Hettinga, kleinzoon van Antonius en Katharina Albada van Speers; hij werd geboren den 23 Januarij des jaars 1696, was een geruime tijd in krijgsdienst en overleed in het jaar 1768 (1).

(1). Men zie over hen en hun geslacht J. W. te Water, Historie van het Verbond van Edelen, St. II, bl. 451-461, en over de eersten ook Mr. J. Scheltema, Staatkundig Nederland, D. I, bl. 456 en 457. Dit geslacht heeft nog voort in den burgerstand te Langweer en elders.

HEYTESLOOT, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat door de Nijweg met de Koevordermeer en door de Haagjessloot met de Langweerder-wielen in verbinding staat.

HOITEBREKKENof Hoytebrekken, meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat door kleinere sloten met de Gaastervar en de Brandemeer in verbinding staat.

HOITESLOOT, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat uit de Nijeweg voortkomt, en in eene oostelijke rigting naar Fetze-Hol loopt, waarin het zich ontlast.

HOLLE-GRAFT, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, komende uit de Geeuw en loopende oostwaarts naar de Dolte.

HORNE (TER-), geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. Z. O. van Sneek, kant. en 3 u. N. van de Lemmer, 10 min. N. W. van Langweer, waartoe het behoort.

HOUTTOOM, inham van het Tjeukemeer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, ten Z. van Ouwster-Nijega, welke door het Lutkekruis met het overige deel van het Tjeukemeer in verbinding staat.

HOYTEBREKKEN, meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, staande ten Z. in verbinding met het Kleine-Slootermeer en ten N. met het Gaastermeer. het behoort onder het d. Tjerkgaast.

IDSCHENHUIZEN, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Idskenhuizen.

IDSKE, vaart, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, welke uit het Slootermeer voortkomt, en, met eene oostelijke rigting, in de Koevorde uitloopt.

IDSKENHUISTER-MEER (HET GROOT-), meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, W. van Idskenhuizen.

Het heeft door het Oude-Gouw, het Grouw en de Sierde-sloot gemeenschap met het Slootermeer, en voorts door slooten met de Koevorde en het Klein-Idskenhuister-meer, in verbinding.

IDSKENHUISTER-MEER (HET KLEIN-), meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, N. W. van Idskenhuizen.

Het staat met het Groote-Idskenhuister-meer en met de Oelster-Sypen in verbinding.

IDSKENHUIZEN, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 1/2 u. Z. van Sneek, kant. en 2 1/4 u. N. van de Lemmer.

Dit d. is niet groot in omtrek, doch heeft eene matige binnenbuurt bij de kerk; buitendien zijn er nog 7 boerenplaatsen. het telt in zijn geheel 320 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw. Ook heeft men er eenen windkorenmolen. Veel land is er aan de oostzijde tot bosch aangelegd.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Tjerkgaast-St.-Nikolaasga-Doniaga-Idskenhuizen-en-Legemeer, die hier eene kerk hebben.

De R. K., welke hier gevonden worden, behooren tot de stat. van St. Nikolaasga.

Men heeft er eene dorpschool en vroeger stond hier de state Roorda.

Dit d. heeft een veerschip, dat des Maandags naar de Joure, en des Dinsdags, om de veertien dagen, naar Sneek vaart. Thans kan men ook van hier naar Woudsend rijden, langs eenen weg, die in 1782 is aangelegd, en dwars door het zoogenaamde Iskenhuizer-meer loopt. Die van Woudsend hadden reeds in het jaar 1781 eenen weg tot aan dit ondiepe meer aangelegd, en reden dan voorts door het water; doch dewijl hierdoor een diep spoor gemaakt werd, is men er toe overgegaan om er eenen rijdijk door aan te leggen.

INDIJK, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Indijken.

JANESLOOT, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat, uit het Koevorder meer voortkomende, met eene oostelijke strekking in de Langweerder-wielen uitloopt.

JENJE-MEER, meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, op de grenzen van de griet. Wymbritseradeel en Doniawarstal, 1/2 u. Z. O. van Uitwellingerga, dat door de Tienesloot met de Broekster-oude-weg, en door eene andere sloot met de Brekken in verbinding staat.

JONGE-BUREN, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. O. van Sneek, kant. en 4 1/2 u. N. van de Lemmer, 3/4 u. N. van Goingarijp, waartoe zij behoorde, bij het Sneekermeer.

KATTEBUREN, voorm. buurtje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 u. N. van de Lemmer, nabij de Dijken, waartoe het behoort.

Ter plaatse, waar voorheen dit buurtje lag, worden thans eenige hofsteden gezien.

KERKHEUVEL, d. in Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Tjerkgaast.

KIEL, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Kijl.

KOEVERDERMEER, meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Koevoetermeer.

KOEVOETERMEER (HET), Koevordermeer, Koeverdermeer of Koevostermeer, ook wel enkel de Koevorde geheeten, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, hetwelk door de Welle met de EE, door de Jeltesloot met de Wijmers, door de Nijeweg met het Oudhof, door de Janesloot en de Dollegraft, met de Langwerderwielen, door de Nieuwesloot met de Ter-Oelstersijpen, door de Bondam met het Groote-Idskenhuistermeer en door de Fokkegraft met het Slootermeer in verbinding staat.

KOEVORDE (DE), meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Koevoetermeer.

KOEVORDERMEER, meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Koevoetermeer.

KOEVORTERMEER, meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Koevoetermeer.

KOINRIJP, naam, welken men weleens geeft aan het d. Goingarijp, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zoe Goingarijp.

LAGEMEER, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Legemeer.

LANGESLOOT (DE), vaart, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, die uit de Ee, griet. Doniawarstal, voortkomende, in eene oost-zuid-oostelijke strekking, in de griet. Lemsterland, in de Groote-Brekken uitloopt.

LANGSTEERTE-POEL, meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat door de Elvesloot en de Frygrassloot met de Goingarypsterpoelen en ten Zuiden met het Jentje-meer in verbinding staat, terwijl de Jurringasloot en de Dolte er in uitloopen.

LANGWEERof Langeweer, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. Z. O. van Sneek, kant, en 3 u. N. van de Lemmer, aan de Langweerder-wielen.

Dit d. bestaat uit een fraaije buurt huizen, versierd met twee rijen lindeboomen. Men telt er in de kom van het d. 62 h. en 385 inw., en met de b. Terhorne of de Hoek en Zandeburen of Zandgaast, 82 h. en 520 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden. Ten Oosten en Westen heeft men hier schoone weilanden, benevens heerlijke plantaadjen, die geheel tot aan den algemeenen rijweg loopen, en schoon brandhout geven. De eikenboomen, langs de rijwegen geplant, zijn meestal schraal en dun wegens de vochtigheid der gronden; doch de berk en vooral de els groeit hier zeer welig. Ook heeft men er eene scheepstimmerwerf, eene looijerij en eenen korenmolen. Er is veel intogt van de Lemmer naar Sneek met beurtschepen van Langweer en terug; ook is het zeer vermakelijk, door het menigvuldige geboomte, en levert op eenen afstand, inzonderheid van het vaarwater de Wielen gezien, een fraai gezigt op. Eertijds woonden hier vele schippers, die met het aldaar groeijende hout naar Holland en elders voeren, en in dit dorp eene bekwame haven hadden, om, gedurende den winter, hunne schepen op te leggen.

De Herv., die hier 490 in getal zijn, behooren tot de gem. Langweer-Dijken-Ter-Oele-en-Boornzwaaag, die hier eene kerk hebben, welke omstreeks het jaar 1779 nieuw opgebouwd is, en met eenen fraaijen toren versierd, die een spits heeft ter hoogte van 18 ellen. Van binnen pronkt de kerk met een fraai orgel van zestien registers, met uitmuntend snijwerk versierd. De beroemde Hoogleeraar Elias Annes Borger, geb. te Joure den 26 Februarij 1784, te Leyden den 12 October 1820, heeft hier in de pastorie zijne eerste letterkundige opleiding genoten.

De Doopsgez., van welke men er 30 aantreft, worden tot de gem. van de Joure gerekend.

De enkele R. K., die men er aantreft, behoort tot de stat. van Sint-Nicolaasga.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 90 leerlingen bezocht.

In dit d. heeft men ook het grietenijhuis van Doniawarstal, alsmede de aloude Douma-state, eens de verblijfplaats van den beroemde Jancko Douwama, benevens de deftige Osinga-state. De eerstgenoemde state was in 1792 in modernen stijl fraai herbouwd, doch wordt thans (Maart 1845) voor afbraak verkocht. De adellijke geslachten Vegilin van Claerbergen en van Eysinga, die beide deze huizen het laatst bezaten, hebben door het aanleggen van polders, wegen en beplantingen veel tot ontginning en verfaaijing van dit oord bijgedragen.

De jaarmark, welke vroeger op den eersten Pinksterdag inviel, wordt thans op den laatsten Donderdag in Augustus gehouden.

Langweer ligt maar twee uren gaans van Sneek, doch men kon er voor dezen niet anders dan te scheep komen, of men moest eenen zeer grooten omweg, over de Nieuwe- en Oude-Schouw, maken, waardoor het reizen derwaarts veelmalen moeijelijk viel. Dit bewoog Jonkheer van Eysinga, een der vroegere Grietmannen, in de vorige eeuw, om een plan te beramen, tot het aanleggen van eenen rijweg van dit dorp naar Sneek, waar langs men, met veel minder moeite, van daar naar het Heerenveen en de Lemmer, en ook van Leeuwarden over Sneek naar de Lemmer zou kunnen komen, hetgeen voorzeker niet weinig tot den bloei van dit dorp zou versterkt hebben. De noodige maatregelen tot dit werk waren reeds genomen; ook was de toestemming van de eigenaren der grond; ook was de toestemming van de eigenaren der gronden verkregen, doch met dit alles is er, tot dus verre, van deze heilzame zaak niets gekomen; doch door den aanleg van den straatweg van Sneek naar de Lemmer, in 1843, 1844 en 1845, is dit d. nader bij de algemeene route gekomen, en zal denkelijk van hier een zijtak naar dien straatweg aangelegd worden.

Dit d. is van ouds vermaard, voornamelijk in de onrustige tijden der Schieringers en Vetkoopers. Ook is het, in het jaar 1517, benevens meer andere daarbij gelegenen dorpen, door de Bourgondirs is de asch gelegd.

Het wordt door velen opgegeven als de geboortepl. van den Godgeleerde Sibrandus Lubbertus, die in 1556 geboren was, en den 21 januarij 1625, als Hoogleeraar te Franeker, overleden is; doch deze heeft te Langweer, in Oost-Friesland, het eerste levenslicht gezien.

LANGWEERDER-WIELEN, meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, N. van Langweer, dat door de Haaytze-sloot met het Vollandswiel, door de Langweerdervaart met het Fetse-hol, door de Kaai met de Brekken; door de Oude-weg met Trijntjewiel; door de Scharsterryn met de Wester-Zypen en door de Janesloot met de Koevorde in verbinding staat. Voorheen had dit meer ook door de Dollegracht gemeenschap met het Koevordermeer, doch deze gracht bestaat niet meer.

LANGWEER-DIJKEN-TER-OELE-EN-BOORNZWAAG, kerk. gem. prov. Friesland, klass. van Heerenveen, ring van de Lemmer.

Men heeft er eene kerk te Langweer, en telt er 700 zielen, onder welke ruim 170 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest, Abraham Boertig, die nog in het jaar 1632 hier het Evangelie verkondige.

LEGEMEER, ook wel Leegemeer of Lagemeer, in de oude schriften wel eens Maris genoemd, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 1/2 u. Z. Z. O. van Sneek, 2 1/2 u. N. van de Lemmer, op eenen dorren hoogen grond, tusschen geboomte gelegen. Men telt er 7 h. en 40 inw., en, met de daartoe behoorende huizen 't Huis-ter-Heide en Sypenstein, 9 h. en ruim 50 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw.

Het d. is ten grooten deele besloten binnen eenen zeshoekigen dijk. Het land, dat veelal dor is, wordt gedeeltelijk tot landbouw gebruikt. Waarom men aan deze oord den naam van Legemeer gegeven heeft, valt moeijelijk te bepalen. Tot dit dorp behoort ook een zandig heideveld, buiten den dijk, ten O. Z. O. gelegen, hetwelk tot bosch is aangelegd en zich uitstrekt tot aan den Lemster-rijweg.

De wegen zij hier, inzonderheid bij de herberg, 't Huis-ter-Heide genaamd, zeer wel beplant, terwijl het fraaije bosch niet zelden de bewoners van Sneek, de Lemmer en het Heerenveen uitlokt, om derwaarts des zomers eenen uitstap te maken.

De Doopsgez., die hier 8 in getal zijn, worden thans tot de gem. van de Joure gerekend.

De Herv., die er 45 in getal zijn, behooren tot de gem. Tjerkgaast-Doniaga-en-St.-Nicolaasga.

MODDERIGE-GAT (HET), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, Z. W. van het d. Goingarijp.

Dit en andere wateren, om en door Goingarijp loopende, brengen door afschuring aan de landerijen aldaar gedurig schade toe.

NICOLAASGA (ST.), St. Nicolaasga of St. Niklaasga, d., prov. Friesland, kw. zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 u. Z. Z. o. van Sneek, kant. en 2 u. N. van de Lemmer.

Het is een der grootste dorpen van de grietenij. men telt er, in de kom van het d., 25 h. en ruim 170 inw., en met de daartoe behoorende buurtjes de Rijlst, de Heide, waar vroeger de R. K. kerk gestaan heeft, en het Hongerschar, 51 h huizen, bewoond door ruim 510 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden en goede knollenteelt hebben. Over het algemeen is de grond er zandig en hoog, doch ten Z. O. laag en onvruchtbaar; ten Z. heeft men eenen polder van ruim 220 bund.

De Herv., die er 170 in getal zijn, behooren tot de gem. van Tjerkgaast-St._Nicolaasga-Idskenhuizen-en-Legemeer, die hier mede eene kerk heeft. De vorige kerk, welke er reeds vr de reformatie stond, was ingewijd op naam van den H. Bisschop en Belijder Nicolaas, naar wien ook het dorp genoemd is. Van deze kerk trok de Proost van St. Janskerk te Utrecht 6 schilden (9guld. 90 cents). Deze vervallen zijnde is, in 1720, vervangen door eene, welke met een koepeltorentje prijkt, doch van geen orgel voorzien is. Weleer zag men in de kerk, in een der glazen, het wapen van zekeren Roordama, met eenen witten hoorn en dit zonderling opschrift: Dit is Roordama's blanke horen, die de onderaardsche hem geleverd hebben.

De R. K., van welke men er ruim 330 aantreft, maken, met de overige uit deze griet., eene stat. uit, welke tot het aartspr. van Friesland behoort, ongeveer 480 zielen, onder welke 330 Communikanten, telt en door eenen Pastoor bediend wordt. De kerk, aan den H. Nicolaas toegewijd, is in 1837 nieuw gebouwd. het is een fraai gebouw, met een spits torentje, doch heeft geen orgel. Ten Oosten van de kerk, staande ten Zuiden van den rijweg naar de Lemmer, ziet men op de begraafplaats een groot, wit kruis, waaraan een Christusbeeld, dat in die streken iets vreemd is. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 40 leerlingen bezocht.

Voorheen werd hier, des Zondags na Pinksteren, eene jaarmarkt gehouden, die in 1774 is afgeschaft, omdat zij nu en dan vele ongeregeldheden en bijkans nooit eenig wezenlijk nut te weeg bragt. Thans wordt de kermis nog door de inwoners van het dorp gevierd, doch levert zeer weinig vertier op.

Toen de watervloed van den 4 en 5 Februarij 1825 door eene gedichte ziekte in 1826 werd opgevolgd, zijn in dit dorp (in evenredigheid van zijne bevolking, vergeleken met andere steden en dorpen in Friesland), het grootste aantal menschen overleden.

NIJEGAof Ouwster-Nijega, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 u. Z. O. van Sneek, kant. en 3 u. N. O. van Lemmer, nabij de Haulster-poel, niet ver van het Hartzand of de Nijegaster-poel. - Men telt er met de b. de Scharren 13 h. en 100 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw en in de veeteelt.

De Herv., die er 60 in getal zijn, behooren tot de gem. van Ouwsterhaule-Oldenouwer-en-Nijega. Voorheen had men er eene kerk, doch deze wegens bouwvalligheid afgebroken, zoodat er thans nog alleen het kerkhof van te zien is.

De Doopsgez., die er 20 in getal zijn, worden tot de gem. van Joure gerekend. - De R. K., van welke men er 20 aantreft, behooren tot de stat. van St. Nicolaasga. - Er bestaat geen school, doch de kinderen genieten onderwijs in de school te Oosterhaule, welke aan de dorpen Ousterhaule en Nijega behoort.

NIJEGASTER-POELof het Hartzand, meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat door de Nije-Rhijn en de Kruisdijksloot, met de Westerijpen en het Tjeukemeer in verbinding staat.

NIKLAASGA, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Nicolaasga.

OENEMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. O. van Sneek, kant. en 4 1/2 u. N. van de Lemmer, Z. van Goingarijp, waartoe zij behoorde.

OLDEHUW, oude naam van het d. Ouwster-Haule, prov. Friesland, kw. Zevenwolden, griet. Doniawarstal. Zie Ouwster-Haule.

OLDOUWER of Olde-Ouwer, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 4 u. Z. Z. O. van Sneek, kant. en 3 u. N. O. van de Lemmer, te midden van vruchtbare ingepolderde weilanden.

Men telt er, met de daartoe behoorende buurt Scharhuizen, 120 inw., die meest in de veeteelt hun bestaan vinden. vele landen van dit dorp liggen aan het Tjeukemeer, dat, door gedurige afkabbeling, daaraan van tijd tot tijd aanmerkelijke schade toebragt.

Die van het geslacht van Assema plagten hier zeer vermogend te zijn, en hadden het regt der visscherij in het gemelde meer. Johannes Assema, en die van Douma en Solkama deden den Nieuwe-Rijn graven. Zie Rijn (De Nieuwe-).

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. van Ouwsterhaule-en-Oldouwer-en-Nijega. Eertijds stond de kerk aan den Ouden-Rijn, ter plaatse, daar nog heden het oude kerkhof gevonden wordt. Naderhand bouwde men er eene ten Zuidoosten van de Dijksloot, welke met eenen gewonen dorpstoren voorzien was, doch ook reeds voor vele jaren wederom werd weggebroken.

De Doopsgez., welke men er aantreft, worden tot de gem. van Joure gerekend. - De R. K., welke men er heeft, behooren tot de gem. van St. Nicolaasga. - Men heeft er eene dorpschool.

Bij den watervloed van Februarij 1825 was de nood in dit dorp zeer hoog gestegen, want hoewel geene menschen slagtoffer van den ramp geworden zijn, moesten onderscheidene hunne woningen verlaten, door de vlugt zich redden en elders huisvesting zoeken. Ook verdronk er een groot aantal rundvee en vele schapen.

OOSTER-SYPEN, waterplas, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, staande N. door de Broekster-vaart in verbinding met de Zijlroede, en Z. met de Wester-Sype.

OSINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Burum.

Een dezer staten moet het stamhuis geweest zijn van het adellijke Friesche geslacht der Osinga's, dat zich insgelijks Osingha, Ozinga en Oosinga schreef, en van hetwelk een der leden, Agge Osinga, Teekenaar van het verbond der Edelen gewest is. Hij moet vr 1589 overleden zijn (1).

(1). Zie verder over hem en zijn geslacht J. W. te Water, Historie van het verbond der Edelen. St. III, bl. 199 en 200.

OUDE-WEG (DE BROEKSTER-), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, hetwelk zich onderscheidt in den Noorder-Oude-Weg en den Zuider-Oude-Weg, waarvan de Noorder-Oude-Weg een naauw water en de Zuider-Oude-Weg een breed water is. Het komt uit de Goingarijpster-poel voort en loopt met eene zuidelijke en zuidwestelijke rigting langs het d. Broek in de Langweerder-wielen uit.

OUSTER-NIJEGA, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Nijega (Ouwster-).

OUWSTERHAULE, Auwersterhaule of Oosterhaule, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 1/2 u. Z. O. van Sneek, kant. en 3 u. N. ten O. van de Lemmer, 1 u. Z. van Joure, aan eenen zuid- en noordwaarts loopende rijweg, die van den Scheendijk af tot nabij het Tjeukemeer strekt. Dit d. ligt, met de beide d. Oldouwer en Nijega, in eenen polder, de Trijegaster-polder genaamd; terwijl ten N. van dezen grooten polder een kleiner gelegen is, mede onder deze dorpen behoorende. men telt er 20 h. en ruim 120 inw., die meest in de veeteelt hun bestaan vinden.

De Herv., die er 90 in getal zijn, behooren tot de gem. van Ouwsterhaule-Oldouwer-en-Nijega, die hier eene kerk heeft, met eenen scherpen toren, doch zonder orgel. - De Doopsgez., van welke er 5 leden wonen, worden tot de gem. van de Joure gerekend. - De R. K., van welke men er 14 aantreft, behooren tot de stat. van St. Nicolaasga. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 35 leerlingen bezocht.

OUWSTERHAULE-OLDOUWER-EN-NIJEGA, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Heerenveen, ring van de Lemmer.

Deze gem. heeft slechts ne kerk te Ouwsterhaule, zijnde die van Oldouwer en Nijega de eene voor en de andere na afgebroken. Men telt er 210 zielen, onder welke 60 Ledematen. De eerste, die in deze gemeente het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Cornelius Rudophi Sygersma, die in het jaar 1603 herwaarts kwam, en in het jaar 1627 gestorven is.

OUWSTER-NIJEGA, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Nijega.

RHYN (DE OUDE-), voorm. vaarwater, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat, uit de Wester-Sypen voortkomende met eene zuidoostelijke rigting in de Atzepoel uitliep. - Dit water is grootendeels verland.

RHYN (NIJE-), vaart, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, welke Johannes Assema en die van Doma en Solkmama deden graven.

Dit waarwater neemt zijnen oorsprong bij Boornzwaag, uit de Langeweerster-wielen, en strekt zich van daar, door de Wester-Sypen, zuid-oostwaarts aan, tot aan den Nijegaster-polderdijk, waar langs het verder voorloopende in het Tjeukemeer valt.

Dewijl door het graven van deze vaart eene nieuwe doorvaart werd geopend, die veel bekwamer was, dan de door droogte verzande Oude Rhyn, tot het vervoeren van turf, die hier in groote menigte pleeg gegraven te worden, hebben de Staten der prov. Friesland octrooi verleend aan de eigenaars, doorgaans Rhyn-heeren genaamd, om eenen tol van twee stuivers te mogen heffen van ieder schip, dat varen zoude door de brug, welke door hen gelegd was over gemelde vaart, door den Ouwster-rijweg, van de Joure naar Slooten loopende, en langs de Scharren, een buurtje van verscheidene boerenhuizen, niet ver van daar gelegen, de Scharster-brug genaamd; gelijk deze tol daar nog heden betaald wordt, aan de herberg, bij deze brug staande. In de vorige eeuw heeft Jonkheer Johan Vegilin van Claerbergen, aan den Nij-Ryn eene kortere wending gegeven, toen alhier de groote polderdijk werd aangelegd.

RODENBURG, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 1 u. Z. Z. O. van Sneek, kant. en 4 u. N. van de Lemmer, 1 u. N. W. van Broek, 3/4 u. N. van Langweer, behoorende onder Boornzwaag.

ROORDA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 1/4 u. N. aan de Lemmer, en ten Z. van Idskenhuizen, waartoe zij behoorde.

SCHARREN (DE), geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 1/4 u. ten Z. O. van Sneek, kant. en 2 1/2 u. ten N. O. van de Lemmer, 3/4 u. ten N. W. van Oldouwer. Het bestaat uit onderscheidene boerenhuizen langs de Ryn.

SCHARRE-WIEL (DE)<, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, 1/2 u. Z. Z. W. van Goingarijp. Het staat ten N. in verbinding met de Ane-wiel en ten W. met de Broekster-oude-wiel.

SIBE-SLOOT (DE), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, hetwelk uit de Goingarijpster-poelen in eene noordwestelijke rigting naar het Sneeker-meer loopt.

SLOT (HET), voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 u. Z. O. ten Z. van Sneek, kant. en 2 u. N. O. van de Lemmer, 5 min. Z. O. van St. Nicolaasga.

Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerenhuizinge en eenen watermolen. De grootte der daartoe behoord hebbende gronden is niet op te geven, daar zij allen aan verschillende eigenaren behooren. Ook is de omtrek van de gronden, welke daartoe hebben behoord, niet meer zigtbaar.

SNEEKER-OUD-KERKHOF, hoek lands ten noordwesten van het Sneeker-meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Doniawarstal.

SOLKAMA of Solkema, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 u. Z. van Sneek, kant. en 1 1/2 u. N. ten W. van de Lemmer, 5 min N. O. van Tjerkgaast, waartoe zij behoort. Aan den rijweg van Slooten naar den straatweg. Ook stond hier vroeger eene state, van dezelfden naam. Zie het volgende art.

SOLKAMA of Solkema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. W. van Sneek, kant. en 2 1/2 u. N. van de Lemmer, onder Indijken. De plaats, waar zij gestaan heeft, is niet bekend.

SOLKAMA of Solkema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. van Sneek, kant. en 1 3/4 u. N. ten W. van de Lemmer, 5 min. N. O. van Tjerkgaast, aan den rijweg van Slooten naar den straatweg.

Een dezer staten, is vermoedelijk het stamhuis geweest van het oude Friesche geslacht van Solkama of Solckema, van hetwelk afstamde Rennert van Solckema, die doorgaans gehouden wordt voor den opsteller van de Consoriptio exulum Frisiae, door te Water vermeld (1).

(1) Zie Historie van t verbond en de Smeekschriften der Edelen, St. IV. Bl. 412-415.

SOOL (DE), vaart, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, loopende uit de Wymers, in eene westelijk rigting, langs Indijken naar het Koevoetermeer.

SYPEN (DE OOSTER-), meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, 3/4 u. Z. Z. W. van Broek, dat N. met de Sypen en met de Wester-Sypen in verbinding staat.

SYPEN (DE TEROELSTER-), meer, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet Doniawarstal, 15 min. O. van Teroele, dat N. W.

rest nog ophalen, volgende bladzijde.

SYPEN (DE WESTER-), twee ineen loopende meertjes, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, 1/4 u. Z. O. van Langweer.

SYPEN, meertje, prov. Driesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, 5 min. Z. van Broek, dat N. door de Broekster-kerk-vaart met de Zylroede, en Z. met de Ooster-Sypen in verbinding staat.

TERHORNE, veeltijds genaamd de Hoek, geh. prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. Z. O. van Sneek, kant. en 3 u. N. van de Lemmer, 1/4 u. W. van Langweer, waartoe het behoort, digt aan het Koevorder-meer; met 6 h. en 50 inw.

TEROELE, oudtijds Olis, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 1/2 u. Z. ten O. van Sneek, kant. en 2 1/2 u. N. van de Lemmer; aan het Koevordermeer. Men telt er 40 h. en ongeveer 80 inw.

De Herv., die er 50 in getal zijn, behooren tot de gem. Langweer-Boornzwaag-Indijken-en-Teroele, Sedert het begin der voorgaande eeuw, heeft men hier geene kerk meer, zijnde die, welke er vroeger gestaan heeft, wegens bouwvalligheid afgebroken.

De 8 Doopsgez., die er wonen, behooren tot de gem. van Woudsend. - De R. K., die er 20 in getal zijn, worden tot de stat. van St. Nicolaasga gerekend. - Men heeft in dit dorp geen school, maar de kinderen genieten onderwijs te Langweer of te Idskenhuizen.

Weleer was hier zeer vermaard het aanzienlijk geslacht van Hettinga, en eene state van dien naam. Tiete Waltes Hettinga, die in 1580, door het Hof van Friesland, tot Substituut Grietman was aangesteld werd hier met zijnen broeder Gerrit, in oorlogstijd, door de soldaten van den Hopman Snater, in bezetting liggende in de Slooterschans, doodgeschoten. Benedictus van Hettinga, Kapitein van ter-Oele, was de zoon van Epo, en de broeder van de vermaarde mannen Homme en Tiete van Hettinga. In de laatste helft der vorige eeuw waren er nog drie mannelijke afstammelingen van dit geslacht in wezen, te weten Sytse van Hettinga, Ontvanger der Floreen-schattingen van het dorp Doniaga, met zijne twee zoons Tiete en Hans, alle drie te Langweer woonachtig, doch gering van middelen en aanzien; zij daalden in eene regte lijn af van voornoemden Benedictus. Tieto overleed te Langweer, den 26 September 1846, in den ouderdom van een en negentig jaren, en liet eenen zoon na, Pieter van Hettinga, die nog leeft en te Langweer woonachtig is.

TJERKGAAST(d.i. Kerkheuvel), oudtijds Tzerkgeest, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 u. Z. van Sneek, kant. en 1 1/2 u. N. ten W. van de Lemmer, op eenen zandigen heuvel, aan den rijweg naar Slooten; terwijl de rijweg van de Lemmer naar Sneek dit dorp op de hoogte van het Oude-Wollegaast kruist.

Men telt er in de kom van het d. 22 h. en 130 inw., en met de daartoe behoorende buurtjes Kleine-Gaast en Wollegaast, 35 h. en 220 inw., die meest in landbouw en veeteelt hun bestaan vinden. Rondom de kerk op de hoogte heeft men goed korenland, doch de overige landen zijn laag; men vindt er achttien kleine polders, binnen welk goed weiland is; doch de jaarlijks onderloopende buitenlanden zijn dor en moerassig.

De Herv., die er 200 in getal zijn, behooren tot de gem. Tjerkgaast-Doniaga-St.-Nicolaasga-Idskenhuizen-en-Legemeer. De kerk, welke op het midden van den heuvel staat, waarop het d. gebouwd is, was vr de Reformatie aan den H. Augustus toegewijd. Die van Slooten stonden destijds voor een gedeelte onder de parochie van dit dorp, welke aan de Kanunniken van St. Pieter te Utrecht 12 postulaat gulden (24 guld.) moesten betalen. De kerk was toen een vrij groot en schoon gebouw, men eenen fraaijen toren, beiden van duifsteen opgetrokken. In het begin der zeventiende eeuw werden beide openlijk geveild, doch de kooper moest, volgens een gemaakt bestek, eene nieuwe steenen kerk in de plaats bouwen. Dit is een net en zindelijk gebouw, met een spits torentje, gebouwd in 1759. De windwijzer bevat de letter M., beteekenende, zoo men wil, het woord Makkum, dewijl de aannemer aldaar te huis behoord. Er is in deze kerk geen orgel.

De Doopsgez., die er 9 in getal zijn, behooren tot de gem. van Joure. - De R. K., van welke men er 13 aantreft, worden tot de stat. van St. Nicolaasga gerekend. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 35 leerlingen bezocht.

Vroeger had men hier Solkama-state, die reeds voor lang verdwenen is. - Onder dit dorp behooren mede de wateren Hoyte-Brekken, Brandemeer en een gedeelte van het Slootermeer.

De Generaal Coehoorn had een plan ontworpen, om den Slaperdijk, die in de hoogten van Hemelum ligt, voorbij Slooten, door dit dorp over St. Nicolaasga tot in Schoterland, te verlengen, om dus, bij eenen onverhoopten doorbraak der zuidelijke dijken, het verder doordringen des waters te beletten; doch dit is blijven steken, hoewel het buiten twijfel zeer heilzaam zou geweest zijn.

Ids van Tjerkgaast was een dier Heerschappen uit de Wouden, welke in den vermaarden slag van Slooten, tegen de Saksischen Overste Fox, gesneuveld zijn.

TJERKGAAST-DONIAGA-ST._NICOLAASGA-IDSKENHUIZEN-EN-LEGEMEER, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Heerenveen, ring van de Lemmer.

Men heeft in deze gem. drie kerken, te Tjerkgaast, St. Nicolaasga en Idskenhuizen, en telt er 700 zielen, onder welke ruim 200 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Gerardus Cleyboker, die in het jaar 1603 hier stond, en welligt reeds in 1599, zoo niet vroeger, herwaarts kwam, en in het jaar 1607 naar Oosthem c. a. vertrok.

TRYNJEWIEL, meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, in Doniawarstal, ten W. van Broek, dat ten Z. met de Zijlroede vereenigd is.

UILESPRONG (DE), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, N. van het Tjeukemeer, waarvan het eene bogt uitmaakt. Het staat ten O. van het Zandwater of Binnenwater en ten W. met de Wiel in verbinding.

VAR (GAASTER-), meertje, prov. Friesland, griet. Doniawarstal, ten. W. nabij Tjerkgaast, dat ten Z. door de Hoyte-Brekken, met het Brandemeer, en ten Z. O. door de Winia-sloot, met de Groote-Brekken in gemeenschap is.

VEENESLOOT (DE), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, van de Brekken in eene noordelijke rigting naar het Stobberak loopende.

VEENESLOOT-POLDER (DE), pold., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal; palende N. aan Roodenburg, O. aan de Achterwouds-Warren, Z. aan de Brekken, W. aan de Veenesloot.

WELLE (DE), kanaal, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, dat uit het Koevordermeer voortkomt en in eene westelijke rigting naar de Noorder-Ee loopt, waarmede dit kanaal zich ten N. O. van en nabij Woudsend vereenigt. In 1846, is over dit breede water eene brug gelegd, in den straatweg van Sneek naar de Lemmer.

WELLEPOELTJE (HET), meertje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, W. van het Koevordermeer, dat W. ten N. met de Welle in verbinding staat.

WIEL (DE), water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, 5 min. Z. O. van Doniaga.

Het is een inham van het Tjeukemeer, welke door de Kerkesloot met de Informe in verbinding staat.

WOLLEGAAST (DE), buurtje, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 3 u. Z. van Sneek, kant. en 1 1/2 u. N. van de Lemmer, 1/4 u. ten N. O. van Tjerkgaast, waartoe het behoort, op eenen zandigen heuvel, aan den rijweg van Sloten naar de Joure.

WRINS of Writs, gegraven vaart, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, welke uit het Slootermeer voortkomende, in eene noordelijke en westelijke rigting in de Noorder-Ee, tegenover Woudsend uitloopt.

ZANDBUREN, voorm. naam van het geh. Zandgaast, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal. Zie Zandgaast.

ZANDGAAST, vroeger Zandburen of Sandeburen, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Doniawarstal, arr. en 2 u. Z. van Sneek, kant. en 3 u. N. N. W. van de Lemmer, 1/2 u. W. van Langeweer, waartoe het behoort, ten W. van het Koevordermeer; met 4 h. en ongeveer 30 inw. Vroeger bestond hier eene eendekooi, die geheel vervallen en waarvan thans niets meer zigtbaar is.