AALSUM of Aalzum, d. prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 3 1/2 u. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. N. van Dockum, even zoo ver Z. W. van Metslawier, 1 u. W. van Bornwerd, aan de Paezens, zeer hoog en schoon gelegen. De landerijen van dit dorp loopen tot aan Dockum, wordende die stad grootendeels daardoor omringd; zelfs behoort de voorstad van Dockum, de Streek genoemd, aan de Ee gelegen, tot dit dorp. Gedurende de belegering van Dockum door de Gelderschen onder Arkelens was hier een leger opgeslagen. Onder dit dorp liggen de buurten Sybrandahuis, en de Marren, vroeger ook de staten Stinstra en Mokkema benevens een nonnenklooster. Er loopt een rijweg van Dockum naar de dorpen in het N. dezer grietenij door. Ook kan men door de Paesens tot vóór Dockum varen. De kerk en toren, welke op eenen hoogen heuvel staan, behooren aan de Herv., die kerkelijk met Wetsens gecombineerd zijn. De R. K. worden tot de statie van Dockum gerekend.

AALSUM-EN-WETSENS, kerk. gem., prov. Friesland, onder de klass. en ring van Dockum. Het is eene combinatie welke twee kerken heeft, die door éénen predikant bediend worden. Zij telt 480 zielen en de predikant wordt door de floreenpligtigen beroepen.

AALZUM. Zie Aalsum.

ABBEWIER, voorm. state, prov. Frisland, arr. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, onder Anjum en 1/2 u O. van dat dorp.

ANGJUM, d. in Friesland. Zie Anjum.

ANINGHEM, d. en voorm. Klooster, prov. Friesland. Zie Anjum.

ANJUM, Angjum, Aangium of Aenjum, eertijds Anighem, ook wel eens onder den naam van Anygum voorkomende, oud en groot d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. En 7 u. N.O. van Leeuwarden, kant. en ruim 3 u. N.O. van Dockum, 3/4 u. W. Z. W. van Oostmahorn en 1 u. Z.O. van Peazens, van rondom in bouwlanden gelegen, uitgezonderd ten Z., waar men, aan de Zuur- of Zuider-Ee, weilanden heeft. Het is het grootste d. der geheele grietenij, in welks omtrek men vroeger vele aanzienlijke staten had, van welke de laatste, Holdinga-state, een schoon en sterk gebouw, voor ruim vijf jaren voor afbraak verkocht heeft en gesloopt is. Ook behoren nog tot dit d. de voormalige schans Oostmahorn ten O.; het buurtje Teerd, de Ganzepollen, en het gehucht Ezumburen met Ezumazijl ten Z.O. Door deze, vroeger zeer aanzienlijke zeesluis ontlast thans alleen de groote polder van Oost- en West-Dongeradeel zijn water, langs de Zuider-Ee, in de Lauwerzee.

Doordien Anjum veel van de Allerheiligen vloed van het jaar 1570 geleden had, werd het met onderscheidene andere dorpen buitengedijkt; maar in 1592 werd het even als de overige weder binnengedijkt. Bij den Kersvloed van het jaar 1717, die hier almede veel schade aanrigtte, kwamen te Anjum 53 menschen om het leven.

Anjum telt 1100 inw., allen Herv., die er eene kerk (foto) met eenen naaldtoren hebben, welke op eene hoogte gebouwd is, en door eenen Predikant bediend wordt. De gem. behoort tot de klass. Van Dockum, ring van Holwerd.

ANYGHEM, d., prov. Friesland. Zie Anjum.

BAND (DE), voorm. eilandje, prov. Friesland. Zie Bandt (De).

BAND, voorm. d., prov. Friesland. Zie Bandt

BANDT (DE), De Band of De bant, voorm. eilandje, dat men op het jaar 890 vermeld vinst, als tot de Groninger Ommelanden behoord hebbende. het ontleende zijnen naam van een daarop gelegen dorp Bandt. Men vermoedt algemeen, dat het gelegen heeft tusschen het Dockummer-diep en de Lauwers. Ons komt het niet onwaarcshijnlijk voor, dat de noordoostelijke hoek van Oostergoo, buiten den zeedijk, der in 1592 nieuw bedijkte landen van Oost-Dongeradeel, die nog De Bandt genoemd wordt, de plaats vervangt, waar dit eiland vroeger gelegen heeft, dat vermoedelijk eerst door de zee overspoeld, later weder droog geworden en toen, door de aanslibbing aan de zuidzijde, met het vasteland vereenigd is. Voor dat gevoelen pleit ook het gezegde het Ubbo Emmius, in het eerste boek zijner Rerum Frisicarum, fol. 14.

BANDT, Band of bant, voorm. d., prov. Friesland, op het voorm. eil. de Bandt, dat daarvan zijnen naam ontleende.

BANT (DE), voorm. eil., prov. Friesland. Zie Bandt (De).

BANT, voorm. d., prov. Friesland. Zie Bandt.

BERGHUIZEN, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. Leeuwarden, kant. en 2 u. N. ten O. van Dockum, ¼ u. W. van Nyewier, waaronder het behoort.

BOLLINGWEER, buurt, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. van Dockum, 1/4 u. W. van Nijkerk, waartoe zij behoort aan de Peazens.

BROKMUI, hoeve, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 4 u. N. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1/4 u. O. van Dockum, onder het beheer van het dorp Aalsum.

DOCKUMER-NIEUWE-ZIJLEN, sluizen, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet Oost-Dongeradeel; ten Z. O. van het d. Engwierum..

Dit grootsche en prachtige werkstuk van waterbouwkunde, dat door drie breede sluiskokers het water van Oostergoo in de Lauwerzee uitstort, was lang het aanzienlijkste sluiswerk in Nederland, en is nog het voornaamste uitstromingsmiddel van Friesland. In 1729 hebben de Staten van Friesland het door den beroemden Waterbouwkundige Willem Loré (die te Leeuwarden geboren en in een Weeshuis opgevoed was) laten aanleggen, bij gelegenheid dat het voormaals breede, doch allengs verlande, Dockumerdiep door eenen uitmuntenden, zacht glooijende zeedijk afgesloten werd, welks helling van 1-16 is. Ter vereeuwiging van deze gebeurtenis (waarvan de kosten bijna drie tonnen gouds bedroegen) hebben de Staten boven op den dijk, 5 min. ten Z. der sluizen, boven het voorm. nu afgedamde diep, eene nette gedenknaald doen oprigten, welke witte niet hooge piramide hier van verre reeds in het oog valt. Het sluiswerk heeft 61 el 50 duim lengte, met eene breedte van 33 el 50 d. Het is voorzien van drie kokers ter uitstroming, waarvan de middelkoker, die met eene dubbele ophaalbrug gedekt is, de wijdte heeft van 8 el 34 d., en de twee zij-kokers, welke van steenen gewelfde bogen of bruggen voorzien zijn, die van 4 el 78 d. Het heeft eene diepte van 4 el 2 d. beneden volzee, met de hoogte van 4 el 34 d. daarboven. De grootste schutkolk heeft een lengte van 34 el 67 d., met de wijdte van 10 el 70 d. Twee kokers zijn ingerigt tot schutting of het doorlaten van schepen, zoo bij ebbe als bij vloed.

In het geheel zijn er 14 paar deuren in deze sluizen, waarvan in iederen koker drie paar vloeddeuren zijn, om de hooge stormvloeden op te keeren, wordende het zeewater alsdan door middel van schuiven zoodanig verdeeld, dat ieder paar een gelijk gedeelte van het persend of drukkend vermogen heeft te verduren: en welke driedubbele waterkeering, te dezer plaatse, alwaar de stormvloeden bijzonder hoog kunnen rijzen, als eene voorzigtige en noodige voorzorg, zeer wordt geroemd.

Het geheel is eenvoudig of zonder bouwkundige sieraden, doch deugdzaam en hecht, op eene groote schaal ontworpen, en bewijst, dat het toenmalige Gouvernement, zoowel als de bouwmeester, het gewigt dezer belangrijke waterkeering en uitwatering tevens ten volle hebben in het oog gehouden, en alzoo, zonder overdrijving, daarvan geene kosten heeft gespaard. (1)

(1) Wij hebben gemeend niet beter te kunnen doen dan hier woordelijk de beschrijving van dit sluisgebouw over te nemen, uit: De voornaamste Dijk- en Waterwerken van Willem Loré, geschiedkundig beschreven door W. Eekhoff, in 1835 uitgegeven met de Levenschets van Willem Loré, door Mr. J. W. de Crane, waar men, van M. 39 - 58, de geschiedenis van den aanleg van dit kostbare en deugdzame waterwerk zeer omstandig beschreven vindt.

DODINGA, state, prov. Friesland. Zie Dotinga.

DOMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, 1/2 u. N. van Anjum, waartoe zij behoorde.

Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerenhoeven.

DONGER, voorm. naam van den stroom de Peazens, prov. Friesland. Zie Paezens.

DONGERADEEL (OOST-) of Dongeradeel-Oostzijde-der-Paezens, griet., kw. Oostergoo, prov. Friesland, arr. Leeuwarden, kant. Dockum (1 k. d., 6 m. k., 3 s. d.); palende N. aan de Wadden, O. aan de Lauwers, Z. aan Kollumer-en-Nieuw-Kruisland en Dantumadeel, W. aan West-Dongeradeel.

Zij is de vierde griet. van Oostergoo, en ontleent haren naam van hare ligging, ten O. van de Peazens of Donger, zijnde thans in N. O. rigting de vaart van Dockum naar het dorp Peazens, en de grensscheiding tusschen Oost-Dongeradeel en West-Dongeradeel.

Er liggen in deze griet. de volgende 13 d.: Metslawier, de hoofdplaats der grietenij; Aalsum; Anjum; Ee; Engwierum; Jouwswier; Lioessens; Morra; Nyawier, Nykerk; Oostrum; Peazens en Wetsens, die de volgende 9 Herv. gem uitmaken: Aalsum-en-Wetsens, Anjum, Ee, Engwierum, Metslawier-en-Nyawier, Morra-en-Lioessens, Nykerk, Oostrum-en-Jouwswier, en Peazens, welke tot de klass. van Dockum, ring van Dockum en van Holwerd behooren, en 13 kerken hebben, die door 9 Predikanten bediend worden.

R. K. kerken heeft men er niet, doch de R. K., die hier slechts 40 in getal zijn, behooren tot de stat. van Dockum.

De geheele griet. telt 1080 h., bewoond door 1411 huisgez., tezamen uitmakende eene bevolking van ongeveer 7000 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw en de veeteelt, waartoe de vruchtbare land- en welige weilanden, welke men er aantreft, hun schoone gelegenheid bieden; ook legt men er zich veel op de cichoreiteelt toe, terwijl in het d. Peazens vele visschers wonen. Fabrijken worden er in deze griet niet gevonden; te Metslawier is alleen een korenmolen.

De geheele griet. wordt door de Zuider- of Zuur-Ee, die van Dockum naar de Ezumazijl loopt, in twee deelen, te weten: een noordelijk en een zuidelijk deel, gescheiden.

Deze griet. en West-Dongeradeel hebben zeer veel te lijden gehad van den watervloed van 1 November 1570, doorgaans onder den naam van Allerheiligenvloed bekend, toen 's avonds, de dijken doorbrekende, de meeste dorpen overstroomd en behalve veel vee, 1800 of volgens anderen wel 2000 menschen in deze beide griet. door het water zijn omgekomen.

De gansche griet. Oost-Dongeradeel en een groot gedeelte van West-Dongeradeel is voor eenige jaren in eenen grooten polder gebragt, welke aan de zuidzijde door eene sluis in Dockum met de Ee gemeenschap heeft, en deszelfs water, door middel van den stroom de Zuider_Ee, naar Ezumazijl en alzoo in de Lauwerzee ontlast.

Het wapen van Oost-Dongeradeel bestaat in een veld van azuur (blaauw), dat door eenen van de regterzijde schuins benedenwaarts loopenden stroom in tweeën gedeeld wordt.

DONGERADEELEN, naam, die men gewoonlijk bezigt, wanneer men van de beide Friesche grietenijen Oost-Dongeradeel en West-Dongeradeel gezamelijk spreekt. Zie de beide voorgaande art.

DOTINGA of Dodinga, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. Leeuwarden, kant. Dockum, ten Z. W. van Engwierum, waartoe zij behoorde.

DYKSHORNE, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. ten O. van Dockum, 1/2 u. N. O. van Ee, waartoe het behoort.

DYKSHORNSTERPOLDER, pold., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. Leeuwarden, kant. Dockum; palende N. aan den Ganzepolder, O. aan de Lauwerzee, Z. aan het behoor van het d. Ee.

Deze polder liep bij den watervloed van Februarij 1825 geheel onder.

EA, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Ee.

EDYGWERUM, Friesche naam van het d. Engwierum, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Engwierum.

EE (SUYR-), stroom, prov. Friesland, kw. Oostergoo,  griet. Oost-Dongeradeel. Zie Ee (Zuider-).

EE (ZUIDER-) of Suyr-Ee, stroom, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel.

Zij neemt te Dockum een aanvang uit de Dockumer-Ee en loopt, met eene noordoostelijke rigting, langs Jouwswier; van waar hij in eene oostelijke strekking naar Ezumazijl stroomt, alwaar hij zich in de Lauwerzee ontlast.

EE of Ea, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. O. van Dockum.

De kerkbuurt, welke rondom de kerk gebouwd is, telt 750 inw. Met de daartoe behoorende b. Tibma, Groot-Medhuizen, Klein-Medhuizen, Oudterp en de Valingen, telt dit d: 980 inw., die meest hun bestaan vonden in landbouw en veeteelt. Ook is hier een korenmolen.

De inw., die hier allen Herv. zijn, maken eene hem uit, welke tot de klass. en ring van Dockum behoort, en tot in het jaar 1834 met die van Engwierum eene combinatie uitmaakte. De eerste, die in de gem. Ee-en-Engwierum het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Franciscus Averkamp, die in het jaar 1584 herwaarts kwam en in het jaar 1606 naar Jelsum vertrok. De eerste, die, na de afscheiding van Engwierum, te Ee Predikant was, is geweest Tamme Foppes de Haan, die in het jaar 1835 herwaarts gekomen is, en in het jaar 1839 zijne dienst heeft nedergelegd. De kerk (foto)  is klein doch fraai. Zij heeft eenen vierkanten toren. In het koor had men oudtijds een afschutsel of hek, waarop de afbeeldingen van menschenhoofden met monnikskappen en ezelsooren gebeiteld waren.

Men heeft er eene dorpschool, welke in het jaar 1837 aanmerkelijk verbeterd is.

Ee is de geboortepl. van den Geschiedschrijver Foeke Sjoerds, geb. 2 Julij 1713, †, als onderwijzer te Nijkerk, den 18 December 1770.

EERNSMA of Ernsma, zathe, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, 5 min. O. van Jouwswier, waartoe het behoort.

EESTER-RIJD of Eester-Ried, vaart, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, bij den molen van het d. Ee een begin nemende, en van daar eene noordelijke rigting naar de Zuider-Ee loopende, waarin zij zich ontlast.

ENGWIERUM of Aenwierum, in het Oud-Friesch Edygwerum, tamelijk groot d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. van Dockum, in den hoek van den zeedijk. Weleer lag dit d. aan den mond van het Dockumerdiep, waar dit in de Lauwerzee viel, op den Z. O. hoek of punt lands van Oost-Dongeradeel, en werd wegens de vernaauwing of verenging van dat diep alhier, zoo men wil, Engwierum genoemd; doch in later tijd is de ligging dezer plaats aanmerkelijk veranderd, wegens de aanzienlijke verlanding van dat diep en de aanslibbing van de zijde der Lauwerzee.

Door de uitgestrektheid der aangespoelde landen heeft het behoor van dit dorp allengskens eene groote uitgebreidheid verkregen. Men telt er, met de, kerkelijk hiertoe behoorende, b. de Nieuwe zijlen, ook wel de Dockumer-Nieuwezijlen genoemd, alwaar het grootste sluiswerk der prov. Friesland ligt, 760 inw.

De Herv., die hier wonen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. en ring van Dockum behoort. Tot in het jaar 1834, met die van Ee gecombineerd, doch destijds daarvan afgescheiden, heeft zij tot haren eersten afzonderlijken Predikant gehad Johan Georgius Zimmerman, die in het jaar 1835, herwaarts kwam en er nog staat. De kerk (foto) is volgens een opschrift boven de deur, in het jaar 1746, gebouwd. het orgel werd in 1823 vernieuwd. - De R. K., behooren tot de stat. van Dockum.

ENGWIERUM, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Wonseradeel. Zie het vorige art.

ENGWIERUMER-NIEUWLAND, pold., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. Leeuwarden, kant. Dockum; palende N., O. en Z. aan de Lauwerzee en W. aan het Oudland van Engwierum. - Deze pold. is in het jaar 1752 bedijkt.

ERNSMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, bij het d. Jouwswier.

ESONSTAD, oude stad, prov. Friesland. Zie Ezonstad.

ESONSTADIUM, Lat. naam van de oude st. Esonstad, prov. Friesland. Zie Ezonstad.

ESUMERZIJL, sluis, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Ezumerzijl.

EZONSTAD, naar men wil eene voorm. stad in de prov. Friesland, welke zoude gelegen hebben aan de lauwerzee en den mond van de Zuider-Ee, waar thans nog Ezumburen en de Ezumazijl liggen, aan de oostkust der griet. Oost-Dongeradeel.

Zij zoude gebouwd zijn geweest op last van den Frieschen Hertog Odebald, die in 335 Friesland bestuurde, en zou toen Waerden genoemd zijn geweest, welke naam daarna in die van Ezonstad is veranderd, en waarna de Ezumerzijl genoemd is. Omstreeks het jaar 800 vertoonden zich aldaar twee groote visschen, waarvan in de oude verhalen wordt gezegd, dat het walvisschen waren, een van 38 en de andere van 29 voeten lang. Door eene geweldige persing van het water op het strand geworpen zijnde, bleven zij, bij het afloopen van den vloed, op het drooge liggen.

In het laatst van het jaar 803, op St. Thomasdag, leed Friesland groote verliezen door eenen geweldigen watervloed, waardoor ontelbare beesten verdronken, en het wintergraan verloren ging. Ezonstad deelde rijkelijk in deze ramp: want hier verdronken 500 menschen; het water deed de wallen wegspoelen, en 35 huizen stortten in; terwijl ook de kerk te Minnertsga een gelijk lot ten deel viel.

In het jaar 808, kwamen de Noormannen onverwachts de Lauwerzee op, overvielen Ezonstad, en verbranden de geheele plaats, op slechts 24 huizen na, welke nog gespaard bleven, en, zoo als de overlevering zegt, van hard dak waren. Om zulks te wreken, vielen die van Stavoren in Jutland en Denemarken, van waar zij eenen grooten buit met zich voerden. Door al deze rampen was Ezonstad veel in magt en aanzien verminderd, doch, desniettemin, wordt zij nog in het jaar 958 eene magtige stad genoemd, doch is daarna, welligt door nieuwe vloeden, geheel weggespoeld.

In het jaar 1422 was te dezer plaatse nog een groot kasteel, door wallen en grachten omgeven (welligt in 1398 door Hertog Albrecht van Beijeren gesticht), waar destijds een aantal Schieringers vrijbuiters en zeeschuimers zich ophielden, doch later werden door de Vetkoopers, met bijstand der Lubeckers en Hamburgers, gedood of verstrooid, en de sterkte gesloopt.

EZUMABUREN of Ezumburen, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 1/4 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. O. N. O. van Dockum, 1/2 u. Z. O. van Anjum, waartoe zij behoort, aan de Lauwerzee, of meer bepaaldelijk op eene wierde of terp aan de zuidzijde van de Ee, ter plaatse, waar men wil, dat vroeger Ezonstad lag.

Ook ligt hier Ezumazijl (zie het volgende art.), waarvan de buurt haren naam ontleent.

EZUMAZIJL, zeesluis, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. - Zij voert het water van de Zuider-Ee uit den polder van Oost- en West-Dongeradeel in de Lauwerzee.

Vóór meer dan vier-honderd-vijftig jaren vindt men reeds melding van de Ezumazijl, doch zij was toen maar van hout, en werd beschermd door een vestigwerk, dat in de nabijheid lag, en waarvan de voorstanders van Graaf Jan van Beijeren zich, omtrent het jaar 1420, ter hunner verdediging, tegen de aanvallen der Friezen bedienden; zijnde vrij waarschijnlijk nog heden in de overgebleven hoogten daaromtrent eenige puinhopen dier sterkte voorhanden.

Ten jare 1671 werd deze sluis vernieuwd en geheel van steen opgetrokken, op kosten der ingezetenen, en onder het bestuur der Heeren Georg Wilko thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, Heer van Vischhuizen en Wiarden, Grietman over Oost-Dongeradeel, en Philippus van Humalda, Raad-Ordinaris in den hove van Friesland.

In het begin der zestiende eeuw, en zoo lang Oostrumerzijl nog bruikbaar was, kwam het onderhoud van deze sluis ten laste van de dorpen Anjum, Engwierum, Ee, Nijkerk, Peazens, Lioessens, Morra en de kloosters Zion en Weerd, benevens de adellijke staten Tjebbema en Aldterp, met het dorp Nyawier; terwijl de dorpen Jouswier, Oostrum, Aalsum, Wetsens, Metslawier en eenige landen bewesten de Peazens, schatpligtig aan de zijl bij Oostrum bleven. Doch nadat men, voor omtrent twee eeuwen, besloten had de Oostrumerzijl toe te dammen, aangezien de Ezumazijl genoegzaam in staat was, om, zoo niet geheel Oost-Dongeradeel, dan toch het grootste gedeelte, op een behoorlijk peil van water te houden, zijn sommige landen, die voorheen hunne uitwatering door de Oostrumerzijl hadden, onder de verpligting gebragt, om hunne zijlschatting aan de Ezumazijl te betalen. Deze schatting was echter zeer matig, bedragende niet meer dan twee en een halve cent van ieder pondemate lands (36 v. r. 74, v. ell.), hoe hoog of laag ook anders de gemeene schatting in Oost-Dongeradeel moge loopen. De reden hiervan is ongetwijfeld deze, dat die landen, geen andere dienst van de Ezumazijl hebben, dan dat daardoor het water ontlast wordt, hetwelk zij uit de Peazens door het Jaarlagat ontvangen hebben, terwijl de overige het hunne door Dockum of om de stad, naar de Nieuwe Zijlen lozen.

GANSEPOLLE, hofstede, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 7 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. O. van Dockum, 1 1/2 u. Z. Z. O. van Anjum, waaronder deze hofstede behoort, 10 min. Z. van de Ezumerzijl.

Op deze hofstede werd den 7 Maart 1768 geboren Douwe Martens Teernstra, die in het jaar 1794, met zijnen jongeren broeder Sidsge Martens Teernstra, het Ruigezand, prov. Groningen, binnengedijkt heeft.

GANSEPOLLE, ook verkeerdelijk Ganzepolder genoemd, pold., bedijkt buitenland of aanwas van de Lauwerzee, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. Leeuwarden, kant. Dockum, nabij Ezumazijl; palende N. en O. aan de Lauwerzee, Z. aan den Dykhornster-polder, W. aan het behoor van het d. Ee, van welk d. het 1 u. af ligt.

De Gansepolle, welke door eenen niet zwaren kadijk omgeven is, werd in het jaar 1770 geheel door het zeewater overstroomd.

Bij den watervloed van Februarij 1825, kwam er eene doorbraak aan den westelijken dwarsdijk van dezen polder in den ouden Zeedijk, waardoor eenige landen onderliepen.

GERROLSMA, state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. Leeuwarden, kant. Dockum, 1/2 u. N. van Anjum, waartoe zij behoort.

HEEMSTRA of Hiemstra, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 7 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. N. O. van Dockum, 1/2 u. N. van Lioessens, waartoe zij behoorde.

HEEMSTRA of Hiemstra, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. O. van Dockum, 1/4 u. Z. van Morra, waartoe zijn behoorde.

HOBBEMA of Obbema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 5 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. van Dockum, 1/4 u. N. O. van Ee, waartoe zij behoorde.

HOLDINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 7 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en ruim 3 u. N. O. van Dockum, in Anjum.

Deze state is in het jaar 1831 of 1832 afgebroken. Ter plaatse waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene nieuwe woning van den Heer Med. Doct. J. W. van Peyma.

HOOG-HUISTRA, Hoog-Huizen of Oud-Huistra, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. O. van Dockum, 5 min N. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. O. van Dockum, 5 min N. W. van Morra, waartoe zij behoorde.

HOOGHUIZEN, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo. Zie Hooghuistra.

HOOGTERP (HET), geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. O. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. O. van Dockum, 1/4 u. O. N. O. van Ee, waartoe het behoort.

IDLAARD, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Ydlaard.

JAARLA (GROOT-) of Groot-Jarla, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 5 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 3/4 u. N. O. van Dockum, 10 min. N. W. van Wetzens, waartoe zij behoorde.

JAARLA (KLEIN-) of Klein-Jaerla, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 5 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 3/4 u. N. O. van Dockum, 8 min N. W. van Wetzens, waartoe zij behoorde.

In 1498 woonde de edele Auke Jaarla op eene dezer staten en werd door andere Edelen met name Tjaerda Martena, Camstra en anderen belegerd, dewijl hij de geldersche partij aankleefde, en genen het met de Saksen hielden. Hij was een opregt voorstander der aloude Friesche vrijheid.

JAARLAGAT of Jaerlagat, oud kanaal of waterloozing, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, hetwelk een klein uur N. O. van Dockum, uit de Paezens zuidwaarts liep, en van de daaraan gelegene state Jaerla zijnen naam ontleend heeft. Uit dit kanaal ontlastte de Paezens, en gevolgelijk een gedeelte van West-Dongeradeel, zeer veel water; er is uit dien hoofde veeltijds een twistappel tusschen de beide Dongeradeel geweest: want de grietenij Oost-Dongeradeel, naar beneden veel lager liggende, heeft wegens den toevloed van water, door het gezegde gat, veeltijds eenen grooten overlast, en ontlast zijn water niet anders dan door de Ezumazijl, welke, bij tamelijke vloeden en ongelijke tijden, niet genoeg kunnende geopend worden, menigmaal veel ongemak aan een groot deel van deze grietenij veroorzaakte.

Men heeft in het begin der achttiende eeuw, wegens de grietenij Oost-Dongeradeel, een vallaat bij Dockum in de vaart gelegd, om daardoor, zoo men zich verbeeldde, het water boven te schutten, en alzo de Paezens drooger te maken, waardoor dan het Jaarlagat minder nadeel aan de gezegde grietenij zoude toebrengen; doch de bevinding heeft doen zien, dat het moeite en kosten verloren waren, alzoo het vallaat doorgaans geen of weinig water schutte, en de grietenij Oost-Dongeradeel geen voordeel daarbij genoot. In het midden der vorige eeuw heeft men in tegendeel zelf de toegevendheid gehad, van, op zekere voorwaarden, aan die van West-Dongeradeel te beloven, en zich te verpligten, om niet alleen het meergemelde Jaarlagat alle jaren van alle vuiligheid te reinigen, maar ook, om een gedeelte daarvan te laten verdiepen. Zoodra dit geschied was, ondervond men weldra den verkeerden stap, dien men gedaan had: want het water, nu ruimte hebbende, stroomde op sommige tijden, wanneer er wat veel toevloed was, als eene geweldige waterval naar beneden, en zette een groot deel van de grietenij onder water, zoodat vele landen dikwijls weinig opbragten, en somtijds midden in den zomer blank van water stonden, en de weilanden ten grooten deele bedorven werden.

JAINGA of Janga, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. O. ten N. van Dockum, gem. en 1/2 u. N. W. van Ee, waartoe zij behoorde.

JAVESWEER, oude Friesche naam van het d. Jouwswier, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Jouwswier.

JOENGA of Joinga, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 3 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. O. van Dockum, ten Z. O. in het d. Jouwswier, waartoe zij behoorde.

JOINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Joenga.

JOINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Joenga.

JOUWSWEER, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Jouwswier.

JOUWSWEERSTER-MEER, meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Jouwswierster-meer.

JOUWSWIER, Jouswier of Jouwsweer, in de oud-Friesch Javesweer, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 5 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. O. van Dockum, Z. van de Zuur-Ee, waarover nevens dit d. eene brug ligt, de Jouwswierster-tille genaamd, dienende ter onderhouding van de gemeenschap tusschen de zuider- en noorderdorpen der griet. Oost-Dongeradeel. De inw. vinden meest hun bestaan in de veeteelt en melkerij.

De Herv., welke hier wonen, behooren tot de gem. van Oostrum-en-Jouwswier, die hier eene kerk heeft. - De R. K., die men hier aantreft, behooren tot de stat. van Dockum. - Men heeft er eene dorpschool.

Hier waren voorheen de staten Ernsma, Joenga, Winia, Mollema en Holdinga, waarvan thans geen enkel spoor meer bestaat.

JOUWSWIERSTER-MEER, meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, Z. van Jouwswier, dat door de Meersloot met de Zuur-Ee in verbinding staat.

JOUWSWIERSTER-TILLE, brug, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie voorts op Jouwswier.

KOLKEN (DE), laag land, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 7 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. N. O. van Dockum, ten Z. van het d., Anjum, waartoe het behoort, aan de Zuide-Ee.

LIOESSENS of Lioensens, vroeger Ljussens en Lussens, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. O. van Dockum, zeer aangenaam aan den rijweg en het water gelegen.

In eenen open brief van David van Bourgondië, den vijf en vijftigsten Bisschop van Utrecht, in het jaar 1480 gegeven, wordt dit dorp Lussens genoemd, en daarin de Heer en Meester Botto, Pastoor van Anjum, en Johan, Pastoor van Lussens, gemagtigd, om over zeker geschil uitspraak te doen.

Men telt in dit d., hetwelk, waarschijnlijk door de oneenigheden der Edelen, van Nijkerk afgescheiden is, 300 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw, de veeteelt en de melkerij.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. Morra-en-Lioessens, die ook hier eene kerk (foto) heeft, welke met een spits torentje prijkt. Door milde bijdragen der Hervormde Floreenpligtigen dezer gemeente is de kerk, in het jaar 1827, weder in goeden en behoorlijken staat gebragt, ter gedachtenis waarvan men aan den hangzolder of kraak, die in de kerk gevonden wordt, het volgende vers leest:

Ruim vier jaar was dit godsdiensthuis

't Verblijf van uil en vledermuis;

't Stond als ten prooi van storm en vlagen;

Doch thans, ontrukt aan dat geweld,

Wordt nu, verbeterd en hersteld

Eerbiedig aan God opgedragen

Den 7 October 1827.

In de kerk, aan den noordermuur, leest men op eene daarin gemetselde zerk:

Ter nagedachtenis van de eerzame TAEDE ALBERTS HOFMAN, overleden te Lioessens den 30 November 1829, in de ouderdom van ruim tachtig jaren.

De dankbare Diakonie-Administratie der Hervormden te Lioessens.

Die man had het grootste gedeelte zijner nalatenschap aan de Diakonie bij testament gelegateerd.

Onder dit dorp lagen weleer vele adellijke state, als: Heemstra, Sioerda, Gerroltsma enz.

LIOESSENS-POLDER, pold., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. Leeuwarden, kant. Dockum; palende N. aan de Wadden, N. O. aan den Bandt, Z. O. aan den polder van Anjum, Z. W. aan het behoor van Lioessens.

In dezen pold., die in het jaar 1592 bedijkt is, is bij den watervloed van Februarij 1825 door overstorting en doorvloeijing veel land met zeewater bedekt geworden.

LONIA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. van Dockum, op de Vallingen, eene buurt 1/2 u. O. van het d. Ee, waartoe zij behoorde.

LUSSENS, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Lioessens.

LUTKEWIER, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. N. W. van Dockum, nabij Nijawier, waartoe het behoort.

MARIENDAAL of Mariëndal, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Sion.

MARREN (DE) , geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 4 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. van Dockum, 1/4 u. N. van Aalsum, waartoe het behoort, aan de Oude-Paesens.

MEDHUIZEN (GROOT-), b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. O. en N. van Dockum, 1/2 u. N. van Ee, waartoe het behoort.

MEDHUIZEN (KLEIN-), b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. O. ten N. van Dockum, 1/2 u. N. van Ee, waartoe het behoort.

MELLEMA of Mellama, voorm. voorname state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. O. van Dockum, N. W. van het d. Oostrum, waartoe zij behoorde.

MELLEMAMEERTJE, meertje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, N. van Oostrum, dat door de Meersloot met het Jouswierstermeer en met de Zuider-Ee in verbinding staat.

METSLAWIER, Metselawier of Metzlawier, ook wel Metzelwier gespeld, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 5 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. O. van Dockum, zeer vermakelijk aan den Anjumer-rijweg gelegen.

Het is de hoofdplaats der grietenij, met eene aanzienlijke binnenbuurt en eene vaart naar de Zuider-Ee. men telt er 340 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt. Ook heeft men er eenen korenmolen.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. van Metslawier-en-Nijawier. De kerk, die men, even als den toren, in 1776 is beginnen te bouwen, was in 1777 voltooid, en werd den 10 Augustus van dat jaar ingewijd door den predikant Johannes Jacobus Floris. Zij heeft eenen spitsen toren, doch geen orgel. Boven de kerkdeur vindt men eenen grijzen, zerk van bentheimer steen, waarop, ter nagedachtenis van den verschrikkelijken Allerheiligen vloed van het jaar 1570, te lezen staat:

De kerk staat bijna zoo hoog als de oude zeedijk, uit welke omstandigheden men heeft afgeleid, dat het water, bij gedachten vloed, meer dan 4 Ned. ellen boven het gewone binnenwater moet zijn gestegen. later vond men in de nabijheid dezer plaats, in de zoogenaamde Kleine-Wyhe, omtrent eene mijl van zee gelegen, een kabeljaauw en een zeehond, die ten geschenke zijn gegeven aan Graaf Willem Lodewijk.

De R. K., welke men er aantreft, worden tot de stat. van Dockum gerekend.

De Grietman heeft er een groot vierkant huis, dat door zijne witte muren en zijn hoog standpunt van verre gezien wordt.

In het jaar 1837 heeft men er een huis aangeschaft, om tot opneming en verpleging van behoeftigen in te rigten.

Men had hier vroeger de staten Wibalda en Ropta; ook waren er in de nabuurschap van ouds vele aanzienlijke landhuizen.

Te Metslawier, was den 20 Maart 1634, geboren de Wereldberoemde Godgeleerde, Balthasar Bekker, meest bekend door zijn werk de Betooverde Wereld. Hij overleed te Amsterdam den 11 Junij 1698.

METSLAWIERDER-VAART (DE), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, dat, te Metslawier een begin nemende, met eene zuidoostelijke rigting naar de Zuider-Ee loopt, en zich daarin ontlast.

METSLAWIER-EN-NIJAWIER, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Dockum; met twee kerken, ééne te Metslawier en ééne te Nijawier. men telt er 790 zielen, onder welke 70 Ledematen. De eerste, die hier het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Sixtus Gellii, die in het jaar 1605 hier reeds in dienst was en in het jaar 1616 of in het begin van 1617 naar elders, denkelijk Boornbergum, vertrok. Tot aan 1631 zijn Metslawier en Morra vereenigd geweest, doch toen Metslawier en Nyawier bij elkander gevoegd waren, was de eerste Predikant Henricus Bekker, hier beroepen in 1633 en verroepen naar Warfhuizen in 1646.

MOCKEMA (KLEIN), Klein-Mockama of Klein-Mokkema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, kw. Oost-Dongeradeel, 3/4 u. O. van Aalsum, waaronder zij behoorde.

MOCKEMA, Mockama of Mokkema, eigenlijk Groot-Mockema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oost-Dongeradeel, arr. en 3 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. N. van Dockum, 1/4 u. Z. van Aalsum, waartoe het behoorde.

Deze state is in 1492 door de Vetkoopers vernield, toen aldaar woonachtig was Tjaard Mockema. het was een zeer sterk huis en zoo dik van muren, dat men die met geene veldslangen kon aan stukken schieten. In 1500 zond Gerbrand Mockema op dit huis, zijnen broeder toebehoorende, twaalf Friesche ballingen uit Groningen, allen mannen van beproefde dapperheid, met belofte van ontzet, indien zij daar belegerd werden; doch nauwelijks waren deze op het huis gekomen, of de Saksische Stadhouder, Graaf Hugo, liet hen daar belegeren, door de ingezetenen der drie grietenijen Dantumadeel, Kollumerland en Achtkarspelen, onder het opperbevel van Schelte Tjaarda, Grietman des laatste genoemden deels, benevens Take Heemstra en Tjalling Lieuwes Jellinga met hun volk. Dit was ondertusschen te vergeefs, en de Graaf zag zich genoodzaakt, derwaarts eenige Duitsche benden met zwaarder geschut te zenden, waardoor de muren werden vernield. De bezettelingen, zich ondertusschen vleijende met de hoop op ontzet, boden dapper tegenweer, en schoten vele Duitschers, op welke zij alleen mikten, ter neder; doch eindelijk begaf hen de moed. Zes man van de bezetting, die voor middernacht de wacht hadden, ontkwamen ongemerkt door het midden der vijanden, doch de overige zes, die dit niet durfden wagen, gaven zich op genade en ongenade over, en werden, nadat het huis vernield en in de asch gelegd was, gevankelijk naar Franeker, op Sjaarda-slot gevoerd. De Saksische Graaf, hierop toen zijn verblijf houdende, liet hen, na eenige weinige dagen, op het plein voor het huis allen om het leven brengen. Vier van hen werden op raden gezet. De twee anderen dreef men van onderen eenen paal door het lijf. Deze twee hadden, gedurende het beleg van Franeker, smadelijk van den belegerden jongen Hertog gesproken, inzonderheid de een, met name Jelle Bern, de andere was Poppe Obbema.

MOKKEMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo. Zie Mockema.

MORRA of Morha, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, 2 u. N. O. van Dockum, aan de Morstervaart.

Het ligt rondom in eenen rijweg besloten en heeft eene goede b., met 350 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. Morra-en-Lioessens. De kerk is een langwerpig gebouw, met eenen dikken, stompen toren, en van een orgel voorzien, dat in 1740 vervaardigd is.

De R. K., welke men er aantreft, worden tot de stat. van Dockum gerekend.

Voorheen lagen hier de staten: Hooghuistra, Botma, Heemstra en Nittema, aan welke als een oud voorregt, het kerkvoogdijschap voor altijd verknocht is bij beurten. het klooster Weerd behoorde hier mede onder.

In den nacht tusschen 16 en 17 Augustus 1843 is een boerderij in dit d., door het broeijen van hooi, geheel in asch gelegd.

MORRA-EN-LIOESSENS, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Dockum, ring van Holwerd.

Men heeft er twee kerken, ééne te Morra en ééne te Lioessens, en telt er 800 zielen, onder welken 100 Ledematen. Folcarnus, die in 1567 te Morra R. K. Priester was, moest wegens zijne Hervormde gevoelens vlugten. Vervolgens werd Morra, eerst in vereeniging met Metslawier, door den zelfden Predikant bediend. De eerstbekende is Sextus Gellii, die hier reeds in 1605 stond, en in 1616 of 1617 is overleden. Gedurende de dienst van Cornelius Hieronimi, die er in 1617 was gekomen en in 1650 overleed, had de scheiding plaats, en wel in 1631, waarop Lioessens bij Morra werd gevoegd en Nijawier bij Metslawier, terwijl C. Hieronimi te Morra-en-Lioessens bleef.

MORSTERVAART, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, dat, te Morra uit de Dijkstervaart voortkomende, met eene zuidelijke strekking naar de Zuider-Ee loopt en zich daarin ontlast.

NIEUWE-ZIJLEN, sluizen, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Dockumer-Nieuwe-Zijlen.

NIJAWIER, Nijewier of Nieuwwier, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. O. van Dockum.

Het is een klein dorp, waar men, met de daaronder behoorende buurten: Lutkewier, Berhuizen en Sion, ruim 300 inw. telt, die meest in den landbouw en de veeteelt hun bestaan vinden.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. van Metslawier-en-Nijawier. Terwijl de kerk (foto), in het jaar 1811, vernieuwd werd, hebben eenige godsdienstvrienden zich onderling verbonden, haar ook geheel op hunne kosten, van een orgel te voorzien.

De R. K., die men er aantreft, worden tot de stat. van Dockum gerekend.

NIJAWIERSTER-VAART (DE), vaart, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, van het d. Nijawier, naar de Peazens loopende.

NIJKERK, Nijekerk of Nieuwkerk, ook wel, ter onderscheiding van Nijkerk in Ferwerderadeel, Ooster-Nijkerk genoemd, in het latijn Nova Ecclesia, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. O. van Dockum.

Het is een zeer vermogend en tamelijk groot dorp, met eene goede kerkbuurt, tellende, met de buurt Bollingweer, in het Westen van dit dorp, aan de Peazens 740 inw.

Van de kerkbuurt loopt noordwaarts eene vaart naar Peazens. Ook loopt hierdoor de rijweg naar Dockum, en er wordt veel zeevisch van het dorp Peazens aangebragt en voorts naar Dockum gevoerd.

De Herv., die er ongeveer 700 in getal zijn, en onder deze 90 Ledematen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. van Dockum, ring Holwerd, behoort. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Selto Aetsema, die in het jaar 1593 hier reeds was, en in het jaar 1609 overleed. De kerk moet reeds zeer oud zijn: want in eene brief van Paus Honorius III en van het keulsche kapittel, geschreven in het jaar 1224, wordt gewag gemaakt van eenen Meester, den Plebaan van de Nieuwekerk, en in eenen anderen brief van den Bisschop van Munster, wordt Meester J., Scholsticus of Schoolvoogd van de Nieuwekerk, vermeld. Het is een fraai gebouw.

De Doopsgez., die er wonen, behooren tot de gem. van Dockum. - De R. K., die men er aantreft, worden tot de stat. van Dockum gerekend.

Men heeft in dit d. een nog nieuw gebouwd armhuis, benevens een zeer fraai pastoriehuis. - Vroeger lag hier een klooster, Sion geheeten (zie dat woord). - Ook was hier weleer een adell. state, van welke de wier nog is over gebleven.

In dit dorp werd de post van Schoolmeester eenmaal bekleed door Foeke Sjoerds, een man van groote belezenheid, die, door de uitgave eener Kerkelijke Historie des Ouden- en Nieuwen-Testaments, in drie deelen, alsmede van eene Algemeene Beschrijving van Oud- en Nieuw-Friesland en van de Jaarboeken der Friesche Geschiedenis, te zamen in negen deelen, eenen grooten naam in Nederland verworven heeft, zijnde aldaar, den 18 December 1770, in het acht en vijftigste jaar zijns ouderdoms, overleden; ook is hij in dit dorp begraven.

NITTEMA, voorm. eigengeërfde hofstede, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. O. van Dockum, nabij Morra, waartoe zij behoorde.

OOSTMAHORN, voorm. schans, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 1 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. O. van Dockum, 1/2 u. O. van Anjum, onder welks behoor zij lag, aan de Noordzee.

Deze schans bestaat gedeeltelijk nog. Het kruidmagazijn, met palissaden omringd, is er nog van over, en wordt tegenwoordig door het Domein onderhouden.

Daarbij is eene schoone reede en ankerplaats voor tamelijk groote schepen, komende die uit Hamburg, Denemarken en de Oostzee daarom hier dikwijls ten anker; doch voornamelijk de Groninger-turfschepen, wanneer zij, wegens tegenwind, dezen hoek niet kunnen te boven zeilen. In den winter ligt hier een recherge-vaartuig tot het doen der klaringen van de in- en uitgaande schepen.

In het jaar 1576 werd Oostmahorn, door Bartold Entes van Mentheda, bevestigd, en door Caspar Robles, den toenmaligen Spaanschen Stedehouder in Friesland, geweldig bestormd, doch zoo wel verdedigd, dat hij met groot verlies moest aftrekken. Echter werd ook Entes zelf kort daarna, wegens gebrek aan toevoer, genoodzaakt de sterkte te verlaten.

Er is in het jaar 1836 een gedeelte van het opscheephoofd weggeslagen. Dit scheepshoofd, voor de scheepvaart in het algemeen en voor Schiermonnikoog in het bijzonder, onmisbaar zijnde, is de vernieuwing daarvan ten spoedigste onder handen genomen, en in April van dat jaar, voor eene som van 5350 gulden, aanbesteed. het is geheel vernieuwd en uitmuntend afgewerkt en voldoet geheel aan de verwachting, die men daarvan voor de scheepvaart in het algemeen, maar voor die van Schiermonnikoog in het bijzonder, koesterde.

OOSTRUM, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 5 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. O. van Dockum, op eenen hoogen terp.

De naam van dit d., welke vroeger ook wel Oestrum gespeld wordt, is misschien in zijnen oorsprong Eestrum geweest, naar den naburigen Eestroom. Het is van eenen middelmatigen omtrek, tellende men er, in de kom van het d., 18 h. en 100 inw., en met de daartoe behoorende b. Tilburen en Aan-den-Dijk, 44 h. en 300 inw., die meest in den landbouw en de veeteelt hun bestaan vinden.

De inw., die er op 5 na allen Herv. zijn, zijn kerkelijk verbonden met die van Jouwswier en hebben hier eene kerk (foto), zijnde een langwerpig vierkant, aan het oosteinde afgerond gebouw, met den predikstoel in het oosteinde. De kerk, welke van geen orgel voorzien is, is gedekt met een eertijds gewoon, doch nu bijzondere soort van pannen, zijnde zeer smal, hol en diep, naast elkander liggende; de daardoor ontstane opene naden zijn telkens weder door gelijke pannen met de rondte overdekt; dit geeft een digt en bijzonder vast dak. Het gebouw heeft eenen gewonen stompen toren, waarin ééne zeer oude klok hangt.

De 3 Doopsgez., welke men er telt, worden tot de gem. van Damwoude gerekend. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 40 Leerlingen bezocht.

Weleer lagen hier onderscheidene heerlijke staten, met name Mellema, Sjuckma. Ook liep voorheen door dit dorp eene vaart, uit de Zuur-Ee naar het Dockumer-diep, waarin het zijn water kon lossen door eene sluis; doch deze, door den pers des waters meer dan een doorgebroken zijnde, werd, in 1672 opgenomen, en sedert heeft dit dorp zijne waterlossing door de Ezumer-zijl, waarvoor, volgens verdrag, iets tot onderhoud dier zijl moet worden opgebragt.

OOSTRUM-EN-JOUSWIER, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Dockum.

Men heeft in deze gem. twee kerken, als: ééne te Oostrum en ééne te Jouwswier, en telt er 380 zielen, onder welke 30 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Johannes, Pastoor van Eestrum zijnde een dier Predikanten, welke in 1567, wegens hunne Protestante gevoelens, gebannen werden. Na dezen is de eerste Leeraar geweest Watze Watzes, die in het jaar 1606 herwaarts kwam, en in het jaar 1609 naar Winsum vertrok.

OUDHUISTRA, voorm. state, prov. Friesland. Kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Hooghuistra.

OUDTERP, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. O. van Dockum, 1/4 u. N. O. van Ee, waartoe het behoort.

PAASENS, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Paesens.

PAESENS (DE) of Paezens, oudtijds de Donger geheeten, voorm. riv., prov. Friesland, waarna de Dongeradeelen genoemd zijn.

Deze rivier had haren oorsprong ten W., boven Dockum, uit de Ee of Trekvaart, en stroomde eertijds van daar noordoostwaarts naar zee, alwaar in den zeedijk eene sluis schijnt gelegen te hebben, die, onzeker wanneer, toegedamd is, zoo als nog uit de overblijfselen van paalwerk, dat aldaar in den grond gevonden wordt, duidelijk te zien is. Van ouds strekte dit water tot eene scheiding tusschen de beide Dongeradeelen, die daarom Dongeradeel-Westzijde-ter-Paesens en Dongeradeel-Oostzijde-ter-Paesens of West-Dongeradeel en Oost-Dongeradeel genoemd worden. Doch sedert langen tijd is dit water, niet alleen beneden, maar ook boven, verstopt, zoodat er van het dorp Aalsum tot aan de Ee maar eene oude vervallen riet of sloot beslaat, die nog hier en daar bijna gesloten is. De waterlossing ook naar boven verstopt zijnde, is er sedert eene nieuwe vaart uit de Paesens, voorbij Aalsum, naar Dockum gegraven, welke aan onderscheidene dorpen, als: Wierum, Nes, Paesens, Nijkerk, Nijawier, Aalsum enz., tot eene gemeen vaart verstrekt, moetende het water nu niet meer naar beneden, maar naar boven worden uitgelost, door de stad Dockum naar de Nieuwe-zijlen, bij Engwierum. Een klein uur ten Noordoosten van Dockum loopt uit de Paesens een oud kanaal of waterlossing naar beneden, hetwelk naar de daaraan gelegen state Jaarla, gemeenlijk Jaarla-gat wordt genaamd. Zie dat woord.

PAESENS of Paezens, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 8 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 3 1/2 u. N. O. van Dockum.

Dit d., benevens Anjum en Lioessens worden de Nieuwe-landen genaamd, zijnde ingedijkt door den daartoe gevolmagtigden Heer Ernst van Aylva, in het jaar 1592, nadat door den vernielenden Allerheiligenvloed van het jaar 1570, deze griet. zeer veel geleden had. Paesens is een onaanzienlijk en armoedig visschersdorp, dragende dezen naam van den stroom de Paesens, die van Dockum afkomt en hier aan den zeedijk ten einde loopt. Men telt hier 680 inw., die meest van de kustvisscherij bestaan.

De Herv. die hier 580 in getal zijn, onder welke 40 Ledematen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. van Dockum, ring van Holwerd, behoort. De eerste, die, zoo ver bekend is, in deze gem. het leeraarsambt heeft waargenomen, is geweest Theodorus Heyema, die in het jaar 1617 herwaarts kwam, en in het jaar 1635 emeritus geworden is. Hij heeft Schiermonnikoog te gelijk bediend, hetwelk in 1644, eerst een eigen Predikant bekwam. De kerk (foto) heeft eenen spitsen toren, doch geen orgel.

De Doopsgez., welke er wonen, behooren tot de gem. van Holwerd. - De Evang. Luth., welke men er aantreft, worden tot de gem. van Leeuwarden gerekend.

Het dorp Paesens is de geboorteplaats van den Letterkundige Petrus Didricus, die een Kort begrip van de Redekunst geschreven heeft, hetwelk in 1556 te Straatsburg gedrukt is, en van den Wis- en Sterrekundige Cornelius Ekama, geb. 31 Maart 1773, † 24 Februarij 1826, als Hoogleeraar in de Wis- en Sterrekunde, aan de Hoogeschool te Leyden, na eerst den leerstoel in de Redeneer-, Bovennatuur- en Sterrekunde te Franeker te hebben bekleed.

De 27 October 1762 zijn vier zeeäken van dit dorp, door eenen onverwacht en schielijk opkomende storm, met man en muis vergaan.

PASENS, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Paesens.

RINTJEMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 5 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. O. van Dockum, bij Oostrum, waartoe het behoorde.

ROPTA of Ropperda, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. O. van Dockum, 1/4 u. N. N. O. van Metslawier, waartoe zij behoorde.

Deze state, welke om hare buitengewone sterkte vermaard was, is omstreeks het jaar 1720 afgebroken.

SIJONSBERG, voorm. uithof van het klooster Sion, prov. Friesland, kw. Oostergoo. Zie Sionsberg

SION, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, even ten W. van Nijewier.

Dit klooster, hetwelk later Onze Lieve Vrouw ter Berge genoemd werd, was bewoond door Monniken van de Premonstratenser orde. het werd in het jaar 1560 afgebroken.

SJOERDA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. O. van Dockum, 1/2 u. N. W. van Lioessens, waartoe zij behoorde.

SJUKMA of Sjuckma-huis, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 4 3/4 u. N. O. van Leeuwarden, kant., en 1/2 u. O. van Dockum, onder Oostrum.

STATENDIJK (DE), dijk, prov. Friesland, kw. Oostergoo, welke met de daarin liggende Dockumer-Nieuwe-Zijlen (zie dat woord) in 1729, onder het beleid van den Mathematicus Willem Loré, op last der Staten, werd aangelegd, ter overdijking en afsluiting van het grootendeels verlande Dockumer-diep, dat eertijds met eenen breeden mond in de Lauwers viel. Ter gedachtenis van het belangrijk werk is op dien dijk eene gedenknaald opgerigt.

STIENSTRA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet Oost-Dongeradeel en West-Dongeradeel. Zie Stinstra.

STINSTRA of Stienstra, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 4 3/4 u. N. O.  van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. N. O. van Dockum, 20 min. O. van Aalsum, waartoe zij behoorde. – Ter plaatse, waar zij gestaan heeft ziet men thans eene hoeve.

STREEK (DE), buurt, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 3 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en tegen de stad Dockum, waarvan het eene voorstad uitmaakt, 1/2 u. Z. van Aalsum, onder welk dorp het behoort, aan de Ee

SYBRANDAHUIS of Sibrandahuis, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 4 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1/2 u. N. O. van Dockum, 1/4 u. O. van Aalsum, waartoe het behoort. - Vroeger lag hier de stat. Stinstra.

TAARD (OP-DE-) of Op-de-Taard, ook enkel Teerd of Tead gespeld, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/4 u. N. O. ten O. van Dockum, 1/4 u. Z. van Anjum, waartoe het behoort.

TEAD, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Taard (Op de).

TEERD, geb., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Tead.

TEERD, geb., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, Zie Tead.

TIBMA, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 u. N. O. ten O. van Leeuwarden, kant. en 1 3/4 u. O. van Dockum, 1/4 u. O. N. O. van Ee, waartoe het behoort.

TIBSTER-RIJT (DE), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, loopende van het dorp Ee, in eene noord-noordoostelijke rigting, naar de Zuider-Ee.

TJAARD (OP-DE-), geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Taard (Op-De).

WEERD of Weerdt, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, 1/2 u. O. van Metslawier, 1 u. Z. ten O. van Morra, waartoe het behoorde, aan de Morstervaart.

het werd bewoond door Nonnen van de Premonstratenserorde, die vrijheid van accijns genoten voor één aam Spaansche, twee aam Rijnsche wijn en drie tonnen Hamburger bier, zooals in het jaar 1544 door eene hofsententie werd bevestigd; doch bij gelegenheid der kort hierna doordringende Hervorming, onderging ook dit klooster het lot der overige, en werd in het jaar 1580 geheel vernietigd. Ter plaatse, waar het gestaan heeft, ziet men thans eene boerenplaats.

Hier lagen weleer twee oude en in de geschiedenissen bekende staten Juurla, onderscheidshalve Groot-Jaarla en Klein-Jaarla geheeten. Zie art. Jaarla (Groot) en Jaarla (Klein).

WEERDT, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Weerd.

WEIDE (DE), hoeve, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 5 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. O. ten N. van Dockum, 1/4 u. N. van Oostrum, waartoe zij behoort.

WETSENSER-MEER, voorm. meer, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, 1/4 u. O. van Wetsens, thans is het geheel droog.

WETSENSER-TILLE (DE), brug, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, over de Wetsenservaart, in den rijweg van Dockum naar Metslawier.

WETSENSER-VAART (DE), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, Griet. Oost-Dongeradeel, voortkomende uit de Paesens en in een zuidoostelijke strekking, langs Wetsens, in de Zuider-Ee uitlopende.

WEYDE (DE) , geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 4 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 3/4 u. O. N. O. van Dockum, 1/2 u. Z. O. van Wetsens, waartoe het behoort.

WIARDA, voor. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 8 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. van Dockum, onder Engwierum.

WIBALDA, ook Wybalda, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 5 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. N. O. van Dockum, 5 min. Z. W. van Metslawier, waartoe zij behoorde.

WIERD, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Weerd.

WIGERSMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 6 1/2 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en ruim 2 1/2 u. N. O. van Dockum, 3/4 u. N. W. van Anjum, waartoe zij behoorde.

WINDA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 5 u. N. O. van Leeuwarden, kant. en 1 u. O. van Dockum, niet ver van Oostrum, waartoe zij behoorde.

WINIA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel, arr. en 1 1/4 u. N. N. O. van Dockum, 5 min. Z. O. van Jouwswier. ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene hoeve.

WYBALDA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Oost-Dongeradeel. Zie Wibalda.