BAARD of Baerd, oudtijds Bawert of Bauwerd, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, welke van dit dorp haren naam ontleent, arr. en 2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, 2 1/2 u. N. O. van Bolsward, aan de zuidzijde van de Bolswarder trekvaart.

Het telt ruim 200 inw., die meest in landbouw en veeteelt hun bestaan vinden. Ook is er een korenmolen en eene wolkammerij.

Onder de inw. zijn 200 Herv. en 60 Doopsg. De Herv. hebben hier ne kerk, die tot de gem. Winsum-en-Baard behoort. De Doopsgez., bezitten hier mede ne kerk en pastorij, welke laatste meest door vrijwillige bijdragen der leden is gesticht, nadat de gem. van Blessum, in 1820, met die van Baard vereenigd was. Deze gem. wordt door nen Predikant bediend. Vroeger moesten hier drie Leeraren van de Doopsg., de Oude Vlamingen geheeten, geweest zijn.

De school, die door 20 leerlingen bezocht wordt, is in 1824 nieuw opgebouwd en de onderwijzerswoning in 1830.

Oudtijds werd hier de Waar, weer of het geregt der grietenij gehouden.

De laatst verkozen Potestaat van Friesland, Juw van Dekama, had hier zijne stins, welke thans eene boerenplaats is.

De weg van Franeker naar Jorwerd en verder naar den Slachtedijk, door dit dorp leidende, liep vroeger grootendeels door landerijen, doch is in 1830 tot eenen afzonderlijken weg aangelegd, waarvan de kosten 3306 gl. bedroegen en waardoor de communicatie veel verbeterd is.

BAARDERADEEL, grietenij, prov. Friesland, kw. Westergoo, arr. Leeuwarden, kant. Rauwerd ( 2 k. d., 15 m. k., 9 s. d.). Zij is de vierde grietenij van Westergoo, en ontleent haren naam van het bijna in haar midden gelegen dorp Baard of Bauwerd, alwaar vroeger de Waar of regtsdag gehouden werd, die echter later naar Jorwerd en eindelijk naar Weidum verplaatst is, in welk laatst dorp thans nog het Grietenij-huis staat en de zetel van het Grietenij-bestuur gevestigd is.

Zij bestaat uit 16 dorpen: Weidum, Jorwerd, Mantgum, Schillaard, Oosterwierum, Bozum, Wieuwerd, Britswerd, Oosterlittens, Winsum, Baard, Huins, Lyons, Hylaard, Jellum en Beers, allen van kerken en torens voorzien, hoewel onderscheidene dorpen slechts te zamen nen Predikant hebben, als: Mantgum met Schillaard, Britswerd met Wieuwerd, Winsum met Baard, Jellum met Beers, Hylaard met Huins en Lyons, zoodat er 10 Hervormde gemeenten zijn, die door even zoovele Predikanten bediend worden; alsmede twee Doopsgezinde gemeenten, de eene te Kromwal, onder Britswerd, de andere te Baard, welke laatste met die van Blessum in Menaldumadeel vereenigd is; en eene R. K. gemeente te Oosterwierum. Andere godsdienstige gezindheden, of leden van dien, bestaan in deze grietenij niet.

Op 1o Januarij 1839 bestond de bevolking uit 4364 zielen, onder welke 3897 Herv., 281 Doops. en 186 R. K., te zamen in 703 huizen wonende.

Op de 14 scholen, waarvan echter twee provisioneel, zijn ongeveer 600 leerlingen.

Deze grietenij paalt ten O. aan de grietenijen Leeuwarderadeel en Idaarderadeel, ten Z. aan de grietenij Rauwerderhem, ten Z. W. aan de grietenij Wymbritseradeel, ten W. en N. W. aan de grietenij Hennaarderadeel, en ten N. aan de grietenij Menaldumadeel, en heeft thans eenen omtrek van 44,200 ellen of bijna 8 uren en eene oppervlakte van 7,288 bunders; wegens ongebouwde eigendommen een kadastraal belastbaar inkomen van f 235,589,00 en wegens gebouwde eigendommen van f 22,174,00 opleverende.

De grond, behalve ongeveer honderd bunders middelmatig bouwland, meest onder Winsum en Bozum gelegen, bestaat geheel in vruchtbare klei-landen, welke, tot bebouwing ongeschikt, de veeteelt en de daarmede verbondene bereiding van boter en kaas des te beter doet slagen. Ten bewijze daarvan moge strekken, dat hier, in den jare, 1837, 13,725 vierendeels-botervaten, en, in 1838, 11,668 vierendeels-botervaten, van veertig Nederlandsche ponden, behalve de mindere onderdeelen, geijkt, en bijna allen tot den uitvoer van, in deze grietenij gemaakte, boter gebruikt zijn.

Zij is door onderscheidene groote vaarten omgeven en doorsneden, en bezit zoowel daarvoor, als door de in den zomer zoo verkieslijke kleiwegen (voor zooverre deze van ouds tot zeeweringen moesten dienen, nog steeds dijken genaamd) zeer goede middelen van communicatie met Leeuwarden, Sneek en andere steden en plaatsen; terwijl een nieuw aangelegd steenen voetpad langs den weg, onder Jellum, Weidum, Mantgum en Oosterwierum, in den winter het voor de voetgangers zeer gemakkelijk maakt. De voornaamste hoofd-doorvaarten zijn de volgende:

De Trekvaart van Leeuwarden op Sneek, waarvan de trekweg in 1661 op den Swettedijk gelegd, haar van Oostergoo afscheidt. Deze vaart in 1837 opgegraven, toen ter diepte van 1 el 7 palm. beneden het zomerpeil der provincie Friesland geslat, en niet slechts ettelijke ellen in den bodem verwijd, maar doorgaande ook meer dan 5 palmen dieper, dan de oude bodem lag, gegraven, loopt ongeveer 14,300 ellen door deze grietenij op haren oost- en zuidkant, en neemt als zoo vele takken onderscheidene dorpsvaarten van deze grietenij in haren loop op. De algemene kosten van deze slatting bedroegen f 63,600, waarvan ruim f 22,000 alleen ten laste van de dorpen dezer grietenij gebragt zijn. Bij deze uitdieping is op onderscheidene plaatsen meer dan 6 palm veen- of klyngrond gegraven, welke klyn, volgens op eenige plaatsen gedane boringen, nog wel meer dan 1 el dieper zit, en daarop een laag spier of slappe, slibberige en geleiachtige, met water vervulde klei rust, van 1 tot 2 ell. diepte, alwaar men dan eindelijk op eenen vasten bodem of zandgrond stuit.

De trekvaart van Leeuwarden op Bolsward, van de vaart van Leeuwarden op Harlingen bij Pyphorne af, in 1309 door oude slenken heen gegraven, en omstreeks 1648 van eenen trekweg voorzien, het noordelijk gedeelte dezer grietenij, over eene lengte van ongeveer 9,400 ellen, langs Hoptille onder Hylaard, door Baard en langs Oosterlittens, doorloopende.

De Sneeker Zeilvaart, ook FranekerRaks-end vaart genoemd, die bij Hulkenstein onder Oosterlittens de trekvaart van Leeuwarden op Bolsward doorsnijdt, en, niet van eenen trekweg voorzien, van Sneek naar de Harlinger trekvaart loopende, de westelijke dorpen Wieuwerd, Britswerd, Oosterlittens en Winsum in deze grietenij ten dienste is.

De Laan- of Jaanvaart, geheel in deze grietenij gelegen, uit de Sneeker trekvaart onder Wielsterzijl en Hemstertille, door Beers, Jorwerd en Jet, onder Britswerd, ter lengte van 9,600 ellen, loopende. Zij vormt aldaar het Britswerdermeer, hetwelk weder in de genoemde Sneeker Zeilvaart uitloopt, en strekte vrij stellig, vr dat de Sneeker en Bolswarder trekvaarten gegraven, of althans zoo veel verbeterd, waren, langs Kooifenne, en verder de Hydaarder- en Oldekloostervaart op, tot een groot gerijf voor het vervoeren van goederen van Leeuwarden naar Bolsward, en verder door de Zijlroede naar Makkum in zee, zoo zij al niet, vr het doorgraven van de vaart van Franeker naar Harlingen in 1507, de voornaamste doorvaart naar zee geweest zij.

De niet te ontkennen welvaart van deze grietenij heeft zij aan de zeer belangrijke bereiding van boter en kaas, den uitvoer van hooi in gunstige jaren, de veeteelt, het vetweiden en de daarmede in verband staande, hoewel overigens niet beduidenden handel en scheepvaart, te danken, waartoe de opgenoemde en andere vaarten gunstig medewerken.

Behalve 1 pel- en korenmolen, 1 koornmolen, 1 houtzaagmolen, 1 kleine scheepstimmerwerf, 1 fabriek van dakpannen en vloerstenen en cementmolen, 1 velle blooterij, 2 huidenzouterijen en 2 kleine wolkammerijen, zijn er geene fabrijken.

Deze grietenij behoort onder de, van ouds zoo bekende Vijfdeelen binnendijks, en bezit in den Slachtedijk, waarvan een gedeelte, van de grenzen van Menaldumadeel af, door Jellum, Weidum, Mantgum, Oosterwierum en Bozum en verder in Hennaarderadeel op loopt, eenen belangrijken binnendijk tegen de doorbraken der zee, waarvan het nut nog in den jare 1825 gebleken is. Door dezen dijk wordt tevens het Oudland van het zoogenaamde Nieuwland afgescheiden, hoewel een klein gedeelte lands onder Bozum, de Indijk geheeten, en binnen dien dijk gelegen, ook voorheen door de zee schijnt overspoeld te zijn geweest. Dit Nieuwland is in de 13e eeuw en vervolgens aan het Borndiep of de Middelzee ontwoekerd, vooral door de zorg van de Monniken van het klooster van Ludingakerk in Franekeradeel en Bloemkamp of Oldeklooster in Wonseradeel, welke het door hunne conversen lieten indijken en bebouwen. Van deze successive indijkingen vindt men de beste sporen in de overal aanwezige Nieuwlandsdijken, welke meest alle met eene bogt in de zee opgemaakt, telkens een gedeelte gronds deden aanwinnen. Deze landen, in aard zeer van het Oudland verschillende, zijn echter niet minder vruchtbaar, en, hoewel hier en daar niet zeer hoog, heeft nogtans de nijvere hand des landbouwers, zoowel op het Nieuwland als op het Oudland, door het aanleggen van verscheidene grootere en kleinere polders, de landen voor het nadeelige van het winterwater weten te beschermen; en, zelfs hiermede niet voldaan zijn van de drie meren, vroeger in deze grietenij aanwezig, reeds twee, namelijk het Hesensermeer vroeger, en het Wieuwerdermeer in 1834, in vruchtbaar land herschapen, zoodat alleen het niet groote Britswerdermeer nog aanwezig is.

Over het geheel is het land vlak en effen, en alleen de dorpen zijn meestal op eenen iets hoogeren grond gesticht, hetwelk bijzonder met de kerken het geval is.

Onder de dorpen Jorwerd, Oosterlittens en Winsum, bevinden zich verscheidene terpen, waarvan die onder Winsum verreweg de grootste en hoogste is; en hoewel die onder Jorwerd en Oosterlittens eerder door de natuur gevormd schijnen, geeft de regelmatigheid van de terp te Winsum wel aanleiding om die, of althans de verhooging daarvan, aan menschen handen toe te schrijven. Hoewel thans geheel binnenlands gelegen, voorziet deze grietenij echter met 6,401 floreenen mede in het onderhoud van de belangrijke zeedijken, genaamd de Zeedijken der vijfdeelen binnendijks, waarvoor, naar het gemiddeld bedrag over de laatste 20 jaren, per floreen jaarlijks betaald is f 1,71,75.

Vroeger waren hier eene menigte stinsen of staten, maar, zoowel de vernielende tand des tijds, als de veranderde levenswijze onzer voorvaderen, hebben de meesten geheel doen vervallen en vernietigen, en het aandenken daarvan blijft alleen door den aanleg der grachten en singels, alsmede door het nuttig aanwenden der oude steenen, bij het tegenwoordige geslacht bewaard.

Onder de beroemde personen in deze grietenij geboren of geleefd hebbende, kunnen, onder meer andere, als staatsmannen genoemd worden: Keimpe van Unia, Grietman van Leeuwarderadeel, die op Unia-state te Beers in de 15de eeuw woonde; de in 1494 verkozene, hoewel dit hoogste eerambt niet aanvaard hebbende, laatste Postestaat van Friesland, Juw of Julius van Dekama, welke op Dekama-state, te Baard, zijn verblijf hield; de gebroeders Hector en Aesge van Hoxwier te Mantgum in het midden der 16e eeuw: de eerste, na als Raad in den Hove van Friesland, onder andere werkzaamheden, ook in 1539 een bestek te hebben opgemaakt en vastgesteld, waarnaar de toen vervallen Slachtedijken der Vijfdeelen zouden worden opgemaakt, als President van het Hof van Utrecht, overleden; de laatste was Grietman van Franekeradeel en beide waren Ridders van de orde van het Gulden Vlies; en eindelijk Seerp van Galama, die, in het laatst der 16e eeuw, Grietman dezer deele zijnde, zoowel met de pen als met het zwaard, de aloude vrijheid der Friezen tegen de Spaansche dwingelandij hielp beschermen. Terwijl ook nog verscheidene leden uit het beroemde geslacht der Aylva's, waarvan het mannelijk oor thans is uitgestorven, de betrekking van Grietman dezer deele bekleed hebben, en tevens tot de hoogste eerambten in dit gewest geroepen, daaraan, even als aan de geheele Vaderland, gewigtige diensten hebben bewezen.

Onder de geleerden kan deze grietenij bogen op Hajo Pierius Winsemius en zijne zonen, de beide Professoren aan de Franeker Akademie, Menelaus en Pierius of van Wonsum, waarvan de laatste zoo bekend is door zijne Kronijk en andere werken over Friesland; zoo ook op eenigen uit de Schotanussen, welk geleerd geslacht door vijf Professoren den roem der Friesche Akademie mogt helpen handhaven, en waarvan Christianus, door de uitgave van zijne Geschiedenis en Beschrijving van Friesland en andere werken, het nageslacht ten duurste aan zich verpligt heeft: terwijl zijn zoon Bernardus Schotanus Steringa, destijds Medicin et Mathescos Studiosus, op last der Staten van Friesland, de zoo bekende kaarten van Friesland en der grietenijen heeft helpen opmaken, en naderhand, als een nieuw werk, de groote Atlas van Friesland heeft vervaardigd en uitgegeven, waarvan de naauwkeurigheid nog ten huidigen dage niets te wenschen overlaat. Deze Christisnus Schotanus, wiens vader als Predikant te Britswerd en Wieuwerd werd was overleden, is in den jare 1671 te Britswerd begraven, waarvan nog in de kerk liggende grafsteen getuigt.

Eindelijk heeft Anna Maria van Schurman in de, toen door Jean de Labadie te Wieuwerd, op de stins Thetinga, opgerigte vereeniging der zoogenaamde Labadisten nog eenen gerusten ouderdom mogen beleven, alwaar zij, in 1678, op het kerkhof begraven is.

Het wapen van Baarderadeel bestaat in een in de lengte gedeeld schild, het eerste gedeelte van goud, beladen met eenen halven dubbelen arend van sabel (zwart), het tweede van lazuur, beladen met twee zespuntige sterren van goud, paalswijze geplaatst. het schild gedekt men eene kroon van goud.

BAART, d. in Friesland. Zie Baardt.

BAJUM, voorm. nonnenkloost. van de Premonstratenseorde, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, bij het d. Winsum.

Het was in het jaar 1186 door Jelmerus, de eerste Abt te Lidlum, gesticht, en werd, omdat het op de eene terp lag, ook Michielsberg genoemd. In den tachtigjaren oorlog werd dit klooster verwoest, en de inkomsten zijn aan de provincie Friesland vervallen. Het is meest onder den naam van Monniken-Bajum bekend, en bestaat nog in eene boerderij, nabij den rijweg gelegen.

BAWERD, oude naam van het d. Baard. Zie dat woord.

BECKUM, geh., prov. Friesland. Zie Bekkum.

BEERS,d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 1 1/4 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 3/4 u. N. ten W. van Rauwerd, niet verre van den Slagtedijk, aan de Jaanvaart.

Men telt er ruim 160 inw., alle Herv., die meest in landbouw en veeteelt hun bestaan vinden.

De pastorij bragt vr de Hervorming honderd goudgulden op, het vicarisschap negentig. Thans behoort deze kerk tot de Herv. gem. van Beers-en-Jellum.

Het beroemde geslacht Unia, waarvan alle de leden in de kerk van Beers begraven liggen, had hier vroeger eene stins, waarvan de poort nog aanwezig is.

 BEERS-EN-JELLUM, kerk gem., prov. Friesland, klass. van Leeuwarden, ring van Wirdum.

Zij heeft twee kerken eene te Beers en eene te Jellum, en telt 250 zielen.

BEKKUM of Beckum, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. En 2 u. W. Z. W. van Leeuwarden, kant. en ruim 2 u. W. N. W. van Rauwerd, 1/2 u. N. W. van Hylaard, waaronder het behoort, aan de trekvaart naar Bolsward.

BESSENS, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. ten W. van Leeuwarden, kant. en 1 u. W. ten Z. van Rauwerd, 1/2 u. O. van Britswerd, 15 min. N. O. van Wieuwerd, waartoe het behoort.

Besens, thans het Wieuwerder-bosch geheeten, bestaat slechts uit een drietal landhoeven, met een twintigtal bewoners. Eene dezer hoeven staat op den grond, waar voorheen de aanzienlijke state Thetinga stond. In den omtrek zijn nog zigtbaar de overblijfselen van straten, bruggen, grachten en dergelijken, herkomstig van de vestiging te dezer plaatse van den aanhang des dweepers Jean de Laba, die, in den jare 1666, van Geneve tot Waalsch Predikant te Middelburg beroepen, doch naderhand gedeporteerd en uit Zeeland gebannen zijnde, met de Proponenten ???, aan het hoofd dezer secte stond, waarbij de om hare geleerdheid geroemde Anna Maria Schurrman, alsmede Henricus en ? Sch?, zich ook gevoegd hadden. De aanhangers van L?, of. zoo als zij veeltijds genoemd werden, Labadisten, naar welke het Wieuwerder-Bosch ook wel het Labadisten-Bosch geheeten werd, zettelden zich, na den dood van hunne voorganger, welke in het jaar 1674 voorviel, te Bessens neder, leefde er, volgens hunne leer, in gemeenschap van goederen, oefenden er allerlei handwerken en bedrijven uit, hadden er hunne brouwerijen, bakkerijen, molens enz., tot dat de hoofden kwamen te overlijden, waarna de state en de verdere huizen werden gesloopt.

BONGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, 1/2 u. Z. O. van Oosterend.

BONGA, voorm. state. prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, N. W. van het d. Hylaard.

BONGIER of Bongyrd, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. ten W. van Leeuwarden, kant. en 3/4 u. W. ten N. van Rauwerd, 1/2 u. N. ten O. van Bozum, waartoe het behoort.

BONGYRD, geh., prov. Friesland. Zie Bongier.

BOZUM of Bosum, oudtijds Bozigum of ook wel Boezum geheeten, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 1/2 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. W. N. W. van Rauwerd, aan de Bozumervaart, digt bij den Slagtedijk.

Het telt, met de daartoe behoorende gehuchten Kleiterp, Indijk, Bongier en Makkum, 77 h. en ongeveer 540 inw., die allen hun bestaan vinden in landbouw en veeteelt.

De Herv. die hier ruim 450 in getal zijn, maken eene gem. uit, die tot de klass. en ring van Sneek behoort, en hier eene kerk heeft, welke van eenen stompen toren, niet hoogen, toren, met twee opgaande gevels, voorzien is. In deze kerk is een fraai orgel, hetwelk, in 1785 begonnen, eerst in 1791 voltooid werd door Roelof Kaal; en er liggen begraven een aantal leden van het aanzienlijke geslacht van Walta en anderen, meestal uit de zestiende eeuw. De eerste, die hier het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Johannes Blijenstein, vroeger R. K. Priester te Bierum, die in het jaar 1581 hier welligt ter leen was, en vervolgens weder naar Bierum is vertrokken, na alvorens nog eenigen tijd te Hallum de dienst te hebben waargenomen.

De Doopsgez. van welke men er ruim 50 telt, behooren tot de gem. van Kromwal, en de R. K., die hier mede een vijftigtal zielen uitmaken, worden tot de statie van Oosterwierum gerekend.

Men heeft er een goed schoollokaal, dat gemiddeld door een getal van 55 kinderen bezocht wordt.

Vroeger vond men hier de state Walta, welke eerst in het jaar 1839 gesloopt is, en eertijds de woonplaats was van Pier Epes van Walta en andere beroemde mannen van dit geslacht.

De Bozumer jaarmarkt valt in op den 24 Augustus.

BOZUMERVAART, vaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, welke, uit het Swaanwerdermeer komende, in eene zuidoostelijke rigting langs Bozum loopt en in de Swette of Sneekervaart uitloopt.

Vroeger had Franeker door de Bozumerzijl (zie het volgende art.) eene doorvaart naar de Middelzee, en naderhand verder op langs de Sjaardamasloot naar het Sneekermeer. Later, toen de Middelzee land was geworden, bij het bevaarbaar maker der Swette, schijnt de vaart van de Zijl af tot aan de Swette of Sneekermeer gegraven te zijn; en Franeker betaalt nog steeds een derde tot de slatting (uitdieping) van de Bozumervaart tot eene roede buiten de zijl, welke slatting het laatst in 1836 plaats had, als wanneer men ook binnendijks eene laag veen vond. Het slatten van het overige gedeelte der vaart, naar de Swette toe, wordt alleen door Bozum betaald.

BOZUMER-ZIJL, voorm. sluis, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, in den Slagtedijk, 1/4 u. Z. van Bozum.

BRITSWERD, Britzwerd, Britszwaerdt, Britzweert of Britzwaert, ook wel Britzenwaard gespeld, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. W. N. W. van Rauwerd, aan het Britswerdermeer.

Men telt er met de daartoe behoorende geh. Jet en Kromwal, 35 h. en ruim 210 inw., en zonder deze gehuchten 22 h. en 130 inw., die meest hun bestaan vinden in veeteelt en landbouw.

Ook is er te Kromwal eene scheepstimmerwerf. De Herv., die hier ongeveer 190 in getal zijn, behooren tot de gem. van Britswerd-en-Wieuwerd, en hebben hier ne kerk, welke vr de Hervorming aan den H. Georgius was toegewijd. Destijds stond de pastorij, welke honderd goudguldens opbragt, ter begeving van de Abten van Lidlum. Ook was er eene vikarij, van welke zeventig goudguldens kwamen. In deze kerk, die in het jaar 1752 geheel vernieuwd is en met eenen niet hoogen stompen toren prijkt, zijn onderscheidene leden begraven van het geleerde geslacht Schotanus, dat hier vroeger zijne woonplaats had. De Doopsgezinden, van welke er 24 onder dit dorp wonen, behooren tot de gem. van Kromwal (zie dat woord).

Men heeft hier eene school, die gemiddeld door 30 leerlingen bezocht word. vroeger moeten er twee adellijke staten onder dit dorp gestaan hebben.

BRITSWERD-EN-WIEUWERD, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Sneek; met 2 kerken, ne te Britswerd en ne te Wieuwerd, en 320 zielen. De eerste, die, zoo ver bekend is, in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Bernardus Schotanus, die er in het jaar 1615 kwam en in het jaar 1633 overleed.

BRITSWERDERMEER, meer, of liever verwijding van de Sneekerzeilvaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, W. van Britswerd.

BRITZWAERDT, d. prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Britswerd.

BRITZWAERT, Britzweert of Britzwerd, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Britzwerd.

DEKAMA, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, ten N. W. van Baard, waartoe zij behoorde.

Op deze stins heeft gewoond Juw Dekama, de laatste Postestaat van Friesland. Ter plaatse, waar zij gestaan heeft ziet men thans eene boerenhoeve.

DEKAMA-STATE, landhuis, prov. Friesland, griet. Baarderadeel, arr. en 1 1/2 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. N. ten W. van Rauwerd, aan de oostzijde van de Slagtedijk, in het d. Weidum.

Door het geslacht Dekama gesticht, en onder anderen in de veertiende eeuw, door den oorlogzuchtigen Sixtus van Dekama bewoond, was zij in de twee voorlaatste eeuwen, de eigendom en woonplaats van het geslacht Aylva, en wordt thans, met nieuwe beplantingen versierd, door Mevrouw de weduwe Petrus Johannes van Beyma, geb. Trip, in eigendom bezeten en bewoond.

DEKAMA-WEG, weg, prov. Friesland, griet. Baarderadeel, in het jaar 1687, als voetpad en trekweg met de vaart aangelegd en strekkende van het d. Weidum, oostwaarts tot de voetbrug, het Weidumerhout, over de Sneekervaart gelegen.

In het jaar 1837 is deze weg tot eenen bekwamen rijweg bepuind en verbreed, eene nieuwe rijbrug over de Sneeker trekvaart gemaakt en van daar door de landen tot aan den straatweg van Leeuwarden naar Heerenveen, een geheel nieuwe rijweg aangelegd, gezamelijk eene lengte hebbende van 2400 ellen en thans voor het geheel de Weidumer weg geheeten. Hierdoor werd de gemeenschap van Baarderadeel met Leeuwarden zeer verbeterd en den afstand 1700 ellen verkort.

EEKINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Ekinga.

EKINGA, voorm. adell. h., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. Leeuwarden, kant. Rauwerd, onder Winsum.

ELAARD, vroeger naam van het d. Hylaard, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Hylaard.

EVERWIRDT, oude naam van het d. Jorwerd, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Jorwerd.

FALDENS, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, 7 min. Z. O. van Baard, waartoe het behoort.

FENNEN (OP-DE-), geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1/4 u. N. N. W. van Rauwerd, 1/4 u. N. van Mantgum, waartoe het behoort.

FOCKAMA of Fockema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. Leeuwarden, kant. Rauwerd, onder het d. Jorwerd.

FONDENS, buurs., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Fons.

FONDENS, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, in het jaar 1530 toebehoorende aan Lywa Fondens. Een zoon van dit huis Hottio Fondens, Persinne toe Erlbaredt, ontving, in het jaar 1533, in eigendom Fockema-state te Jorwerd.

FONS of Fondens, buurs., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. ten W. van Rauwerd, 1/4 u. N. van Jorwerd, waartoe het behoort.

GERBRANDA, voorm. state, prov. Friesland, griet. Baarderadeel, even ten N. van Oosterwierum, waartoe zij behoorde.

HANIA of Hanya, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel; arr. en 1 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. van Rauwerd, 5 min. Z. O. van Weidum, waartoe zij behoorde.

Hier werd Watze of Wattie Hania, op het huis, hetwelk hij gebouwd had, door de werklieden wreedelijk vermoord. Zijn lijk ligt in de kerk te Jorwerd begraven, onder eenen steen, waarop de kast, welke hij, op het hooren van het gerucht, bij die gelegenheid buiten de deur gebragt had, uitgehouwen is.

In het laatst der vijftiende eeuw woonde op Hania-state Viglius Hania en op de naburige Dekema-state. Sixtus van Dekema; de eerste was een zeer goed, doch de laatste een zeer stout en roofzuchtig man, die, bij gelegenheid van een ontstaan geschil, zich niet alleen de goederen der Hania's toeigende, maar ook de bezittingen van het convent van Ludingakerk met geweld veroverde.

HELLUM, oude naam van het d. Jellum, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Jellum.

HEM, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, 1/4 u. Z. O. van Baard, aan de Laanvaart; met 4 h. en 30 inw.

HEM, voorm. landh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, 1/2 u. Z. O. van Baard, 1/2 u. Z. W. van Jorwerd, aan den rijweg van Franeker naar de Schouw.

HEMSTER-TILLE, brug over de Jaanvaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Hemtille.

HEMTILLE of hemster-Tille, brug over de Jaanvaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, in den rijweg van Franeker naar de Schouw, op halfweg de d. Baard en Jorwerd.

HESENS, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, 1/2 u. N. W. van Jorwerd, waartoe zij behoorde.

In het jaar 1433 was deze state bewoond door Sippe of Syppa te Hesens, grietman te Baarderadeel.

Ter plaatse, waar ze gestaan heeft, ziet men thans eene boerenplaats, in eigendom bezeten wordende door de erven J. Stinstra, woonachtig te Franeker.

HESENSERMEER, voorm. meer, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, 1/4 u. W. van Hylaard, even ten O. van Lijons, dat gemeesnchap had met de Trekvaart van Bolsward naar Leeuwarden, doch in het jaar 1834 drooggemaakt en bedijkt is en thans eenen pold. uitmaakt.

HETTINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. N. W. van Rauwerd, 5 min. O. van Jorwerd, waartoe zij behoorde.

Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerenplaats, in eigendom bezeten wordende door de erven van den Baron van Lynden, woonachtig te Beetsterzwaag.

HIELLUM, naam, onder welken het d. Jellum, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, in een charter van 1402 en latere stukken voorkomt. Zie Jellum.

HIELSMAGAE, oude naam van het d. Jellum, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Jellum.

HILAARD, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Hylaard.

HOOGHOLT, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Winsumer-Uitbuurt.

HOPTILLE, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, onder het d. Huins, aan de trekvaart van Bolsward op Leeuwarden, ter wederzijde van de brug van dien naam over gezegde trekvaart gelegen.

HOXWIER, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. W. van Rauwerd, 5 min. ten N. O. van Mantgum, waartoe zij behoorde.

Zij is omstreeks het miden der vorige eeuw gesloopt, en werd Hoxwier genaamd, omdat hare wier in den uithoek van den zeedijk lag.

HUINS, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Huyns.

HULKENSTEIN, in de wandeling Uiltjesstein genaamd, tolhuis, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. Z.W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, 10 min. W. van Oosterlittens, waaronder het behoort, aan de vaart van Sneek op Harlingen en van Bolsward op Leeuwarden.

HULKENSTEIN, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, 10 min. N. W. van Oosterlittens, waartoe zij behoorde

HUUNS, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Huyns.

HUYNS of Huuns, door de wandeling Huns genaamd, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. W. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. N. W. van Rauwerd, aan de Bolswarder-trekvaart, te midden in het land gelegen. Het heeft eene zeer kleine buurt; men telt er 140 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw. Ook heeft men er eene fabriek van dakpannen, vloeren, en eenen cementmolen.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. Hylaard-Lijons-en-Huins. Huyns is eerst vereenigd geweest met Lijons, doch in 1638 gevoegd bij Winsum-en-Baard, daarvan in 1720 afgenomen, en bediend door kandidaten of naburige Predikanten, tot dat het in het jaar 1810 voor vast bij Hylaard gevoegd is, om de derde Zondag wordt hier des namiddags dienst gedaan. De Roomsche Priester Tjalle Joukes moest, wegens zijne Hervormde gevoelens, in 1567, van hier vlugten en is naderhand te Oosterlittens Predikant geweest. De kerk, die vr de Reformatie aan den H. Nicolaas was toegewijd, stond ter begeving van den Abt van Lidlum, en had 100 goudguldens (150 guld.) aan inkomsten. Het Vikarisschap bragt zeventig goudgulden (105 guld.) op. Deze kerk staande op een tamelijke hoogte, is een klein gebouw, boven welks ingang men leest Rom. XIII: 1 en 2, met eenen stompen toren. - Men heeft in dit d. eene school.

HYLAARD of Hilaard, vroeger ook wel eens Elaard of Eylaard genoemd, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 1 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. N> W. van Rauwerd.

Het is van matigen omtrek en kerkbuurt. Men telt er 26 h. en 230 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw.

De Herv., die er 220 in getal zijn, behooren tot de gem. Hylaard-Huyns-en-Lijons, welke in dit d. eene kerk heeft, die vr de Reformatie 120 goudg. (180 guld.) aan inkomen had. In deze kerk is een rogel, ook is er een, aan de kerk verbonden, stompe toren, op welks kleinste klok staat:

" In het jaar 1300 ben ik gedoopt."

De 10 Doopsgez. inw. behooren tot de gem. te Baard. - De enkele R. K., die er woont, wordt tot de stat. van Dronrijp gerekend. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 30 leerlingen bezocht.

Vroeger lagen hier de Aylva-state, die in het jaar 1704 is gesloopt, thans misschien nog Tjessinga-state geheeten. - De kermis valt in op den 12 Augustus.

HYLAARD-HUYNS-EN-LIJONS, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Leeuwarden, ring van Wirdum.

Men heeft er drie kerken, als: ne te Huyns, ne te Hylaard en ne te Lijons, en telt er 400 zielen, onder welke 100 Ledematen. De twee eerste, die hier het leeraarambt heeft waargenomen, schijnen niet bekend te zijn. In 1598 was te Hylaard Predikant Johannes Hilbrandi of Hillebrands, die in het jaar 1601 naar Dronrijp vertrok.

INDIJK, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Indijken.

INDIJKEN, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. W. van Rauwerd, 1/2 u. N. N. O. van Bozum, waartoe het behoort

JAANVAART (DE), ook wel de Laanvaart of de Jorwerdervaart genoemd, vaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, loopende van de Swette- of Sneeker-trekvaart, door de Wielster-zijl, langs Beers, Jorwerd en het geh. Jet, met eene zuidwestelijke rigting, naar het Britswerdermeer, waardoor zij in de Vaart-van-Sneek-naar-Franeker uitkomt, hebbende eene lengte van 10,080 ellen.

JELLUM, Hielum, Hielsmagae, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 1 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. ten W. van Rauwerd, aan den Oude-Slagtedijk; men telt er 19 h. en 100 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw.

De inw., die er op 2 na, allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Beers-en-Jellum, welke hier eene kerk heeft, die vr de reformatie den Pastoor 100 goudguldens (150 guld.) opbragt; ook was er eene prebende van 80 of 90 goudguldens (120 of 135 guld.). De Proost van de St. Janskerk te Utrecht, genoot 6 schilden (4 guld. 50 cents). Deze kerk, welke ter zijde van den Oude Slagtedijk, op het Oudland, staat, heeft eenen spitsen toren, en is van een orgel voorzien, hetwelk in 1811 nieuw gemaakt is. De spits van den toren is in 1832 door den bliksem getroffen en afgebrand, doch weder opgebouwd.

De 2 Doopsgez., welke hier wonen, behooren tot de gem. van Leeuwarden.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 20 leerlingen bezocht. - Ook heeft men hier de state Mammema.

JELLUMER-VAART (DE), vaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, welke uit de Sneeker-trekvaart komt, en met eene westelijke rigting naar den Oude-Slagtedijk, bij Jellum, loopt.

JHELLUM, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Jellum.

JORWERD, oudtijds Everwird, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. W. van Rauwerd, niet ver van den ouden zeedijk. Het is een groot, schoon d., welks buurt ten deele rondom de kerk loopt en vele fraaije huizen bevat. Men telt er 74 h. en 430 inw., die meest hun bestaan vinden in veeteelt en melkerij; ook heeft men er eene steenbakkerij.

De inw., die op 5 na allen Herv. zijn, onder welke 130 Ledematen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. van Leeuwarden, ring van Wirdum, behoort. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Suffridus Pauli of Sjoerd Pouwels Feikema, die in het jaar 1582 herwaarts kwam, en in het jaar 1585 naar Heeg vertrok. Vr de Reformatie was dit dorp de zetel van eenen Deken. Behalve de pastorij was er een vikarij en twee prebenden. De Pastoor trok 140 goudgulden (210 guld.). De vikaris 100 goudgulden (150 guld.). De eene prebende gaf jaarlijks 100 goudgulden (150 guld.). De andere 80 goudguldens (120 guld.). Deze kerk, welke zeer hoog ligt, is een ruim, langwerpig gebouw, met eenen zwaren toren en van een orgel voorzien, dat den 7 October 1799 werd ingewijd.

In het jaar 1619 vond men hier op het kerkhof, bij eenen boom, vele groote menschenbeenderen, met tien stukken vreemde munt, voerende eenige vreemde letters, waaruit men besloot, dat hier zeer waarschijnlijk, in oude tijden, een gevecht voorgevallen zoude zijn.

De 5 R. K., die men er aantreft, behooren tot de stat. van Oosterwierum.

De dorpschool, in 1839 nieuw gesticht, wordt gemiddeld door een getal van 80 leerlingen bezocht.

Weleer lagen onder dit dorp de staten Hesens of Hettinga, Fondens en Fockema. - De kermis valt in den 23 September.

JORWERDERVAART, vaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Jaanvaart.

JOUWERD, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Jorwerd.

KLEITERP of Kleyterp, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 u. W. N. W. van Rauwerd, 30 min. N. N. O. van Bozum, waartoe het grootendeels behoort; met 6 h. en 31 inw., waarvan 1 h. met 3 inw. behoort tot Wieuwerd.

KLEYTERP, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Kleiterp.

KROMWAL, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. W. N. W. van Rauwerd, 1/4 u. W. van Britswerd, waartoe het behoort, aan de Vaart van Franeker-naar-Sneek; met eene scheepstimmerwerf, 17 h. en ruim 40 inw.

Er is hier eene Doopsgez. gem., die 150 zielen telt, onder welke 65 Ledematen, welke wijd en zijd verspreid wonen. Het berust op eene overlevering, dat de gem. der Doopsgez., die vroeger te Hennaard thans te Kromwal vergadert, na Witmarsum, de eerste gem. dier gezindheid in Friesland wezen zou. Dit Kromwal was vroeger aan de zuid-, west- en noordzijde met waterplassen, rietbosschen en laag, moerassig land omgeven, en alzoo bijzonde geschikt tot geheime godsdienstige bijeenkomsten. De kerk is in het jaar 1839 nieuw opgebouwd, alleen uit liefdegaven van de leden er gemeente.

LAANVAART (DE), vaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Jaanvaart.

LANGWERD of Langwert, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, gem. en 2 1/2 u. W. van Baard, 1/4 u. N. W. van Oosterlittens, waartoe het behoort; met 3 h. en 20 inw.

LYONS of Lyoens, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. W. cvan Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd. Men telt er ongeveer 50 inw., die meest hun bestaan vinden in de veeteelt.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. van Hylaard-Lyons-en-Huins, welke hier eene kerk heeft. - De R. K., welke men er aantreft, worden tot de stat. van Dronrijp gerekend.

MAKKUM, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 1/2 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. W. van Rauwerd, 20 min. W. N. W. van Bozum, waartoe het behoort; met 4 h. en ruim 20 inw.

MAMMEMA of Mamminga, state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 1 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. van Rauwerd, onmiddelijk bij Jellum, op het Nieuwland.

In het jaar 1660 overleed aldaar Dominicus Justus van Botnia, de laatste van dit adelijk geslacht en Grietman van Baarderadeel. Zijne eenige dochter stierf in 1708, zijnde Weduwe van den Kolonel Watse van Burmania, in welke familie toen deze state gekomen is. Zij werd op het laatst der voorgaande eeuw bezeten en bewoond door Jonkheer Wilco Holdinga Tjalling Camstra Baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, die zoowel de huizing als plantaadje grootendeels heeft doen verbeteren. Thans wordt deze state in eigendom bezeten door zijne erven en bewoond door den Heer Mr. J. H. J. van Wageningen, Secretaris der grietenij Baarderadeel.

MANTGUM, eertijds Mentinge of Martinge, d., prov. Frisland, Kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. W. van Rauwerd. Men telt er in de kom van het d. 27 h. en ruim 180 inw., en met de huizen buiten de kom en de daartoe behoorende b. Tieintgum 39 h. en ruim 260 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw en veeteelt.

De inw., die hier op 4 na allen Herv. zijn, behooren tot de gem. Mantgum-en-Schillaard.

De kerk, die vr de reformatie aan de H. Maagd was toegewijd, plagt 130 goudg. (195 guld) op te brengen. Er was een vikarisschap van 90 goudg. (135 guld.) en eene prebende van 64 goudg. (92 guld.). De Pastoor moest aan den Proost van de St. Janskerk te Utrecht 12 schilden opbrengen. Deze kerk is een langwerpig gebouw, met eenen stompen toren en van een uitnemend orgel voorzien, dat in 1845 vernieuwd is. De geheele kerk munt wegens netheid en kostelijk snijwerk uit.

De 4 R. K., die men er aantreft, worden tot de stat. van Oosterwierum gerekend.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 35 leerlingen bezocht.

Bij Mantgum waren vroeger twee wierden, overblijfselen van twee adellijke staten. In het begin der voorgaande eeuw werd een der wierden geopend, en daarin vond men eenen grooten voorraad van toegemaakte kalk en eenige Friesche steen, waaruit men meent te moeten opmaken, dat men hier heeft willen bouwen en de bouwers, in de oproerige tijden, gewelddadiglijk in hun werk zijn verstoord geworden, waardoor alles overhoop geraakt zij. Onder dit dorp behoorde ook de state Hoxwier.

Omtrent het jaar 1204 hebben de Mantgumers, ziende dat hunne landerijen door de menigvuldige overstroomingen bedorven werden, die aan de Geestelijken van Bloemkamp overgedaan, op voorwaarde, dat dezen voor de dijken zouden zorgen. - De kermis valt in den 3 Augustus.

MANTGUMERZIJL (DE), voorm. sluis, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, 6 min. O. van Mantgum, waar thans nog eene brug ligt, Mantgumerzijl genaamd.

De voorm. sluis diende om in de Middelzee te komen en daarin uit te wateren.

MONNIKE-BAJUM, voorm. nonnenkloost. Van de Premonstratenser-order, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Bajum.

MONNIKETILLE (DE), brug, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, over de vaart van Franeker naar Sneek, 10 min. N. van Winsum.

MONNIKHUIS, voorm. hoeve, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. W. van Rauwerd, bij Weidum, waartoe zij behoorde.

Het was een uithof van het klooster Ludingakerk, welke in het begin der dertiende eeuw gebouwd was.

MUNNIKHUIS,/a>, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. N. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. van Rauwerd, onder Weidum.

Op deze stins plaatsten de Monniken van Ludingakerk, na het opmaken van den dijk, hunne Konversen of Lekebroeders, ons de landerijen tot bezaaijing en ossenweiding te beardbeiden, zijnde het maken van zuivel toen nog minder in gebruik geweest. Naar de gewoonte der kloosters plagten reizende lieden op deze stins vriendelijk ontvangen en onthaald te worden; in de nabijheid woonde destijds een voornaam Edelman, met name Viglius Hangama, door wien met hulp der reeds gemelde Konversen de kerk te Weidum gesticht werd. De Konversen bleven echter niet lang in het bezit van deze stins, maar werden daaruit gejaagd en van hunne landen beroofd, door Dekama van Jellum, om dat zij zich ten zijnen nadeele in zekere geschillen gemengd hadden, welke hen, zijns oordeels, in het minste niet aangingen.

NIJEHUIS, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Unia.

NIJENHUIS, voorm. state, prov. Friesland, griet. Baarderadeel. Zie Unia.

NIJHUISTER-STATE (GROOT-) , voorm. state, prov. Friesland, griet. Baarderadeel. Zie Unia.

OOSTERLITTENS, in het oud-Friesch Aestreletze of Aesterletzense, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, nabij de vereeniging van de Bolswarder- Sneeker-vaarten.

De naam van dit d. geeft de gelegenheid genoeg te kennen, liggende het ten N. O. van de b. Westerlittens, welke in Hennaarderadeel, aan den Slagtedijk gevonden wordt. Even ten N. W. der kerkbuurt van dit dorp loot de Bolswarder-trekvaart door de Sneekervaart, en aan het zuideinde der buurt is eene valbrug ten dienste der rijtuigen.

Men telt er in de zeer onregelmatig gebouwde binnenbuurt, aan de Sneeker-vaart, 103 h. en 670 inw., die meest op den handel en het maken van boter en kaas toeleggen. Tot dit d. behooren de b. Schrins, Wammert, Langwerd, Geleburen enz.

De Herv., die er 590 in getal zijn, onder welke 150 Ledematen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. van Harlingen, ring van Bolsward behoort. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Tullius Joukanis of Tjalle Joukes, die in het jaar 1583 beroepen werd en hier waarschijnlijk in 1601 is overleden. Onder de alhier gestaan hebbende Predikanten verdient melding de beroemde Balthazar Bekker, wiens eerste standplaats het was, en die er van 1657 tot 1666 het woord Gods verkondigd heeft. De kerk, die vr de Hervorming aan de H. Margaretha was toegewijd, werd, destijds door den Abt van Lidlum van eenen Pastoor voorzien. De pastorij kon meer dan tachtig goudguldens (120 guld.) opbrengen. Deze kerk, op eene hoogte gelegen, is in 1755 en 1754 inwendig bijna geheel vernieuwd. Op het koor hangt een fraai geschilderd wapenbord, waarop een opschift, hetwelk deze herstelling en onder wiens bestuur zij geschied zij, in aandenken houdt. Behalve de gewone toren had men in het midden der vorige eeuw op het koor der kerk een klein spits torentje, met leijen gedekt, waarin toen nog het misklokje hing, doch zonder klepel. Op het koor der kerk liggen volgens grafschriften begraven de vrouw en drie kinderen van Ds. Bekker, gedurende zijne dienst hier overleden.

In het jaar 1629 kwam de gemeente bijeen en besloot om alle occasie van dronkerien, partijschappen en andere onheilen weg te nemen, die door de veelheid van tapperijen plegen te ontstaan, dat in het dorp maar eene herberg zou worden toegelaten. Dit besluit aan den Grietman gepresenteerd, werd door hem goedgekeurd.

De Doopsgez., van welke men er 80 aantreft, behooren tot de gem. van Baard en Kromwal. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 100 leerlingen bezocht.

De kermis valt in den eersten Dinsdag in September.

Bij de Staten van Westergoo werd in 1587 besloten, dat Oosterlittens met Winsum, behalve de aard- en torenmagt, een gesadeld paard en weerbaar man moest houden, om bij nacht op den dijk in het Deel om te rijden en naar alle onraad te vernemen. De geheele grietenij moest zes paarden en mannen daartoe houden.

OOSTERWIERUM, in het Oud-Friesch Aesterwierum, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 3/4 u. N. W. van Rauwerd, aan den Slachte- of binnendijk.

Dit d., hetwelk van matigen omtrek is, ontleent zijnen naam van zijne ligging ten O. van Lutkewierum en Grootewierum. men telt met de Oosterwierumer-Bruggebuurt en een gedeelte van de Dille, welke hiertoe gerekend worden, 50 h. en 300 inw., die meest hun bestaan vinden in het maken van boter en kaas.

De Herv., die er 170 in getal zijn, onder welke ruim 60 Ledematen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. en ring van Sneek behoort. De eerste, die, voor zover bekend is, hier het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Hugo Petri of Petrijus, die er denkelijk reeds in 1602 was, en in 1620 opgevolgd werd door Procaeus Joachimi. De kerk staat van de buurt eenigzins verwijderd. De pastorij plagt honderd vijf en twintig goud gulden (187 guld. 50 cents) en het vikarisschap negentig goudguldens (135 guld. op te brengen. Er was ook nog eene prebende van acht en zestig goudgulden (102 guld.). De proost van de St. Janskerk te Utrecht moest voor zijn deel twaalf schilden (16 guld. 80 cents) hebben. Deze kerk heeft eenen lagen spitsen toren, benevens een orgel. Op eenen balk van de kerk staat een vos, in het gewaar van eenen Monnik geschilderd, voor de ganzen predikende.

De R. K., die er 130 in getal zijn, maken, met die uit de dorpen Jorwerd, Mantgum, Weidum, Bozum, Beers enz. eene stat. uit, welke tot het aartspr. van Friesland behoort, 220 zielen, onder welke 120 Communikanten, telt, en door eenen Pastoor bediend wordt. De kerk, aan den H. Wiro toegewijd, is een goed gebouw, zonder toren en van een orgel voorzien.

In de nabijheid der Herv. kerk heeft men de pastorie en de school, welke laatste gemiddeld door een getal van 50 leerlingen bezocht wordt.

Een weinig Z. O. van dit d. heeft men de Dille of Krinserarm met twee herbergen, waar de aanleg plaats is van de trekschepen van Leeuwarden op Sneek en eene brug over de trekvaart. Onder dit dorp lagen vijftien stemmende plaatsen, en daaronder waren weleer eenige adellijke staten, als Gerbranda, Groot-Walkama, Vogelzang enz., doch thans zijn het slechts gewone boerderijen.

Den 11 en 12 Junij van elk jaar is er te Oosterwierum eene van ouds beroemde paardenmarkt.

OOSTERWIERUMER-BRUGGE-BUURT, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 3/4 u. N. W. van Rauwerd, 5 min. Z. O. van Oosterwierum, waartoe het behoort.

PAPEMA-STINS, voorm. stins, prov. Friesland.

PAPINGA of Pappinga, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 1 1/2 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1/4 u. N. van Rauwerd, bij Weidum.

Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerenplaats, welke thans in eigendom bezeten wordt door den Heer Mr. Wiardus Willem Buma, woonachtig te Leeuwarden.

REWERD, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. W. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. N. W. van Rauwerd, 1/4 u. N. van Huins, waartoe het behoort; met 7 h. en 40 inw.

SCHILLAARD, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. W. van Rauwerd. men telt er 5 h. en 30 inw., die allen in den landbouw hun bestaan vinden.

De inw., die allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Mantgum-en-Schillaard, welke hier eene kerk heeft. Deze kerk was vr de Reformatie eene kapel, welke altoos aan de kerk van Mantgum onderhoorig, en aan de H. Maria toegewijd was. Zij heeft eenen stompen toren.

SCHILLAARDERVAART, vaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, loopende van de Sneeker-trekvaart, in eene noordwestelijke rigting, langs Oosterwierum en Schillaard, naar de Jaansvaart.

SCHRINS, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 3/4 u. W. N. W. van Rauwerd, 1/2 u. Z. van Oosterlittens, waartoe het behoort; met 6 h. en ongeveer 40 inw.

SPRONG (DE), voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, 5 min. Z. W. van Oosterlittens, waartoe zij behoorde.

Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boereplaats. De daartoe behoord hebbende gronden, beslaande eene oppervlakte van 31 bund. 60 v. r., worden thans in eigendom bezeten door Aukje Broers Sprongsma, huisvrouw van J. G. Hofstra, aldaar woonachtig.

STELP (DE), hofstede, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. W. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 3 u. N. W. van Rauwerd, 20 min. W. N. W. van Winsum, waartoe het behoort.

SWAANWERD, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. W. van Leeuwarden, aknt. En 1 1/4 u. W. N. W. van Rauwerd, 10 min. W. ten Z. van Wieuwerd, waartoe het behoort; met 3 h. en 20 inw.

SWAANWERDER-MEER (HET) , ook het Wieuwerder-meer genoemd, voorm. meertje, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, 1/4 u. W. ten Z. van Wieuwerd.

Het was eene verwijding van de Trekvaart-van-Franeker-op-Sneek en stond door de Oosterwierumer-vaart met de Trekvaart-van-Sneek-op-Leeuwarden in verbinding. Dit meertje hetwelk zeer vischrijk was, is in 1834 drooggemaakt.

THETINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. W. ten W. van Rauwerd, 10 min. N. ten O. van Wieuwerd; waartoe zij behoorde.

Deze state is vele jaren bewoond geweest door het adellijk geslacht Walta. In later tijd werd deze state gekocht door de gezindheid der Labadisten, en hier hun klooster opgerigt; in hetwelk zich, onder anderen, ook begaf de beroemde en geleerde Anna Maria Schurmans, welke na haren dood, in 1678, op het kerkhof aldaar begraven werd. Gemelde state is later bezeten door Hans Willem baron van Aylva, Grietman van Baarderadeel, die haar gekocht had van den Veld-Maarschalk, Graaf Maurits van Nassau. Deze begon aller te herbouwen en te verbeteren, doch in 1733, eer dit nol voleindigd was, overlijdende, werden de gebouwen door zijne erfgenamen afgebroken, en dus ook deze aanzienlijke state in eene gewone boerenplaats veranderd.

TJEINTGUM, of Tzeintgum gespeld, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. N. W. van Rauwerd, 10 min. N. W. van Mantgum, waartoe het gedeeltelijk behoort; met 5 h. en 20 inw.

UNIA, voorm. stins, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, in het d. Beers.

In het jaar 1445 werd deze stins door Keimpo Unia of liever Auke Keimpes Unia, een der voornaamste Friesche Edelen en hoofden der Schieringers, bewoond.

In de Friesche oneenigheden, ten tijde van Vorst Albert van Saksen erfpotestaat van Friesland, verstrekte dit huis tot eene gedurige schuil- en loopplaats voor de Schieringers, en was alzoo eene bittere doorn voor de stad Leeuwarden, die in het jaar 1498 te vergeefs eene hinderlaag in de nabijheid van dit huis stelde, alzoo de hoop, dat de bezettingen zouden afkomen, en zij het alsdan ligtelijk konden veroveren, haar miste. De Schieringers bleven aldaar nestelen, totdat de stad Leeuwarden, door den Ridder Willebrord van Schaumburg gedrongen, om den Saksischen Vorst te huldigen, hare poorten voor hem opende, en hij met Worp Unia Keimpesz. overeenkwam, dat deze hem het huis, weleer door zijnen vader gebouwd, zoude inruimen voor drie duizend gouden florenen of twee honderd goudguldens jaarlijks. In later tijd heeft het den naam van Nijenhuis of Groot-Nieuwhuister-state verkregen. Thans is er niets meer dan de poort van aanwezig. De daartoe behoord hebbende gronden worden in eigendom bezeten door den Heer Baron van Pallandt, woonachtig te Arnhem.

WAAKENS of Warkens, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, 20 min. Z. van Winsum, waartoe het behoort; met 5 h. en 30 inw.

WALLINGA, voorm. uithof van het klooster Lidlum, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 1 1/4 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. Z. ten W. van Rauwerd, bij Weidum.

WALTA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 1 1/ 2 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. ten W. van Rauwerd, 5 min. N. O. van Weidum, waartoe zij behoorde.

Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerenplaats.

WALTA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 1/2 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 u. W. ten Z. van Rauwerd, 5 min. Z. van Bozum, waartoe zij behoorde. Deze state is in het jaar 1839 gesloopt.

WALTAHUIS, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel.

Dit huis werd in 1522 door den Stadhouder van Friesland, Jurriaan Schenck van Tautenburg, ingenomen, waarna hij den Gelderschgezinden Heerke Feykes van Marssum, met twintig der zijnen deed doodslaan.

WAMMERT, geh., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, 1/2 u. Z. O. van Oosterlittens, waartoe het behoort.

WEDUM, oude naam van het d. Weidum, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Baarderadeel. Zie Weidum.

WEIDUM of Weydum, in het oud Friesch Wedum, d. prov. Friesland, kw. Westergoo, griet Baarderadeel, arr. en 1 1/2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/2 u. N. W. van Rauwerd, aan den Slagtedijk en niet ver van de Sneekertrekvaart naar Leeuwarden, op eene hoogte, fraai tusschen geboomte gelegen. Het is de hoofdplaats van de grietenij, en men telt er 68 h. en 450 inw., die meest in den landbouw en vooral de veeteelt hun bestaan vinden.

De Herv., die er ruim 440 in getal zijn, maken eene gem. uit welke tot de klass. van Leeuwarden, ring van Wirdum, behoort. De eerste, die, zoover bekend is, in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen en wiens naam bekend is, is geweest Johannes Fronck, die in het jaar 1601 overleden of vertrokken is. De kerk was vr de reformatie gehouden aan den Proost van de St. Janskerk te Utrecht 16 schilden (22 guld. 40 cents) te betalen. Deze kerk is in 1199 gebouwd door den edelen Viglius Hania, met behulp van den Abt van Ludingakerk en andere vermogende lieden. het is een vrij aanzienlijk gebouw, met eenen spitsen toren en van een orgel en fraaije gestoelten voorzien. Ten N. W. van de kerk is eene partikuliere begraafplaats van het aanzienlijk geslacht Buma, dat hier in den omtrek vele bezittingen heeft.

De 8 R. K., welke er wonen, parochieren te Oosterwierum. - De dorpschool wordt gemiddeld door 100 leerlingen, ook in de nabuurschap bezocht.

Weleer vond men hier vele adell. staten als: Hania, Dekama, Walta, Papinga, Wobbema enz., waarvan thans nog alleen Dekama-state, door den Grietman bewoond, in wezen is, dat, even als de nieuw opgebouwde Bornia-state, het d. tot sieraad verstrekt. Ook staat hier het grietenijhuis van Baarderadeel.

In 1837 is er een weg van dit dorp, over het Nieuwland, naar den grooten weg tusschen Leeuwarden en Sneek aangelegd, die later is bestraat.

De kermis valt in het midden van Augustus.

Weidum is de geboorteplaats van Kempe Weidum, dertienden Abt van Lidlum, in 1356.

WEIDUMER_HOUT (HET), herberg, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, 1/4 u. O. van Weidum, dus genoemd naar eene vroegere gangbrug over de Sneekervaart, in 1837 in een rijbrug veranderd.

WEIDUMER-HOOIWEG (DE), weg, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, in een strekking van den Slagtedijk bezuiden het d. Weidum tot nabij de Sneekervaart loopende.

WEIDUMERVAART (DE), vaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, in een westelijke rigting van de Sneekervaart loopende tot aan en voorbij het d. Weidum.

WESTERHUIS, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 1 1/2 u. N. N. W. van Rauwerd, 1/4 u. N. van Jorwerd, waartoe zij behoorde.

Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerenhuizinge. De daartoe behoord hebbende gronden beslaan eene oppervlakte van 33 bund. 80 v. r. 41 v. ell., en worden in eigendom bezeten door den landbouwer Freerk Pieters Koopmans, woonachtig te Jorwerd.

WESTERWIRT, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Westwerd.

WESTRIE, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Westwerd.

WESTWIRD, Westwird of Westerwirt, voorm. nonnenklooster., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, volgens Winsemius, gelegen tusschen de dorpen Jorwerd en Beers.

In December 1287 leed dit klooster groote schade, veroorzaakt door eenen bijna nooit gehoorden hevigen storm, die omstreeks middernacht opstak, en waardoor bijna alle de Friesche zeedijken doorbraken, en het zeewater tot eene zoo vervaarlijke hoogte opkwam en aanperste, dat de sterkste gebouwen daartegen niet bestand waren, zoodat in dezen omtrek vele menschen en beesten omkwamen en geheele dorpen, kerken, torens en huizen wegspoelden. Volgens eene aantekeening van Andreas Corneliszoon was de schade hierdoor ontstaan voor dit klooster, door verlies van gebouwen en bewoners, zeer groot. Hij schrijft: Daar verdronken in een bagijne kloosterke thoe Westid (Westwerd) in het Noordoost van Thaewerd (Jorwerd), over de 30 personen, 't water steeg zo hoog dat het in heur Dormpter (dormitorium of slaapvertrek) quam." Op eene oude kaart, op last der Staten van Friesland, in 1622, bij Jan Lamrik, te Franeker uitgegeven, vindt men dit gesticht in het midden tusschen de dorpen Boxum, Hylaard, Jellum en Beers, en dus verschillend met Winsemius; ook is men het niet overal eens in de vermelding van den datum, wanneer die doorbraak plaats had, hetzij den 14 of den 17 December des genoemden jaars.

WIEL, ook wel Wielezijl genoemd, geb., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 1 3/4 u. Z. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 3/4 u. N. ten W. van Rauwerd, 1/4 u. N. O. van Weidum, waartoe zij gedeeltelijk behoort, 10 min. O. van Beers, waartoe het overige gedeelte behoort; met 6 h. en ongeveer 50 inw.

Dit geb., hetwelk aan de Wielervaart ligt, heeft zeker zijnen naam ontleend van eene kolk of wiel, door eene zware dijk- en doorbraak in den Slagtedijk, veroorzaakt; hetwelk nog zigtbaar is aan de korte oostwaartsche kromming van weg en brug en uit de, met het overige maaiveld in het geheel niet overeenkomende, laagte van het land, vlak ten Westen en aanstonds binnen de brug in het Oudland gelegen.

WIELERVAART (DE), vaart, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, in eene oostelijke rigting van het geh. Wiel uit de Jorwerder-vaart naar de Sneeker-trekvaart loopende.

WIELZIJL (DE) of de Wielsterzijl, voorm. sluis in den Slagtedijk, thans eene brug, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, tusschen Weidum en Jellum, 1/4 u. O. van Beers, over de Jorwerder-vaart, daar ter plaatse ook Wieler-vaart genaamd. Ook het geh. Wiel wordt naar deze sluis dikwijls Wielzijl genaamd.

WIEUWERD, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 3 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. W. van Rauwerd. men telt er 12 h. en ongeveer 80 inw. en met de geh. Bessens, Kleiterp en Zwaanwerd, 22 h. en ongeveer 140 inw.

Voorheen moet dit dorp veel aanzienlijker zijn geweest, alzoo de kerkbuurt toen wel 180 huizen telde, welker inwoners meest visschers waren, die, door het visschen in de nabij gelegene Middelzee, hun bestaan zochten; thans leggen de inwoners zich meest op het boter en kaas maken toe.

De inw., die er op 4 na allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Britswerd-en-Wieuwerd. De kerk, welke vr de reformatie aan den H. Nicolaas was toegewijd, stond ter begeving van den Abt van Lidlum. Het is een langwerpig gebouw, met eene stompen toren en van een orgel voorzien. In het jaar 1765 werd in den grafkelder dezer kerk een gaaf vrouwenlijk gevonden, hetwelk 100 en meer jaren was begraven geweest. Straks ging de valsche mare uit, dat dit het lijk was van Anna Maria Schurman. Ondertusschen kwam hierdoor zoo groot een toevloed van allerlei nieuwsgierigen te Wieuwerd, dat men, tot voorkoming van alle wanorden, den toegang des kelders weder sloot, vooral, omdat sommigen, den in grafgewelven zoo natuurlijken eerbied voor lijken geheel vergetende, in het begin onderscheidene lijken deerlijk hebben geschonden, door, als het ware tot een gedachtenis, stukken er af te scheuren en mede te nemen. Men wilde, dat het meest Labadisten waren, die zich hier op de Thetinga-state hadden opgehouden, en in dezen kelder zijn bijgezet; de laatste was, in 1757, een zilversmid uit Leeuwarden. De lijken liggen opgedroogd, even als perkamant of geschroeid dun leder, in opene kisten met losse deksels; - de bijzondere bouwing der luchtgaten, welke tegen over elkander in het Zuiden en Noorden van dezen kelder geplaatst zijn, schijnt door eene bijzondere doorstraling van lucht deze natuurlijke opdrooging te veroorzaken; althans de voorwerpen, welke nu nog weleens daarin worden opgehangen, als vogels en diergelijke, verdroogen insgelijks, zonder tot verrotting over te gaan.

De Doopsgez., die er 4 in getal zijn, behooren tot de gem. van Kromwal.

De dorpschool wordt gemiddeld door 25 leerlingen bezocht.

Vroeger stonden hier onderscheidene adell. staten, van welke Thetinga het langst bestaan heeft.

Steeds is het een onderwerp van twistgeschrijf geweest, waar Anna Maria Schurman overleden en begraven is. Sommigen willen in Oost-Friesland, anderen te Wieuwerd, het zij in dien kelder in de kerk, het zij op het kerkhof, en wel in eene looden kist. Men heeft op dit kerkhof veel naar haar lijk gezocht, doch tot nog toe te vergeefs.

WIEUWERDERBOSCH (HET), naam, onder welken de state Thetinga, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, weleens voorkomt. Zie Thetinga.

WINDESHEIM, oude naam van het d. Winsum, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Winsum.

WINSUM, oudtijds Windesheim, in het oud-Friesch Wilsen, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. W. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. W. van Rauwerd, aan de vaart van Franeker naar Sneek. men telt er, met de daartoe behoorende b. Winsumer-Uitbuurt en Winsumer-Brugtbuurt, 500 inw., die zich meest op het maken van boter en kaas toeleggen.

De ligging van het dorp is zeer hoog; ook ziet men, ten Z. van het d., eene zeer hooge terp of vliedberg, werwaarts in oude tijden de opgezetenen, bij ontstane hooge watervloeden, lijf en have konden beveiligen. Men houdt deze terp voor eene der hoogste in de provincie.

De Herv., die er zijn, behooren tot de gem. Winsum-en-Baard, welke hier eene kerk heeft, die vr de reformatie ter begeving der Abten van Lidlum plagt te staan en 100 goudgulden (150 guld.) opbragt, terwijl het vikarisschap 76 goudgulden (114 guld.) waard was. De prebende, die er was, gaf jaarlijks 90 goudgulden (135 guld.). Aan den Proost van St. Janskerk te Utrecht werden 16 schilden (22 guld. 40 cents) betaald. Deze kerk is een vierkant steenen gebouw.

De Doopsgez., welke er wonen, behooren tot de gem. van Baard. - De R. K., welke men er aantreft, parochiren te Dronrijp.

Ook behoort hieronder het voormalige klooster Monnike-Bajum, thans eene boereplaats. Nog lag hier Ekinga-state, mede tegenwoordig eene boereplaats. Door Tjalling Donia van Bonneterp van Winsum en Sibe van Lidlum werd in de twaalfde eeuw het klooster Lidlum gesticht, en in later tijd zijn daarin onderscheidene Abten uit dit dorp geweest, met name Hoite de zevende, Ulpius de negende, en Aesge de negentiende Abt van dat konvent.

Dit dorp is mede vermaard, dewijl het geslacht der beide broeders Menelaus en Pierius Winsemius van hier afkomstig was. Van den eerste staat aangetekend, dat hij den 19 Maart 1616 tot Hoogleeraar in de Ontleed- en Kruidkunde te Franeker werd aangesteld, in 1639 overleed en in de akademiekerk begraven werd; van den andere, dat hij den 5 December 1616 tot Historieschrijver van Friesland en den 28 Mei 1636 tot Hoogleeraar in de Welsprekendheid en Geschiedenis aan genoemde jongeschool werd aangesteld, en den 2 November 1644 gestorven is. Sommigen geven Winsum voor de geboorteplaats dezer twee geleerden op, doch wanneer men de beschrijving van Leeuwarden, van Pierius Winsemius, achter zijne kronijk gevoegd, inziet, alwaar hij van zijnen vader Haijo Pierius Winsemius gewag maakt, wordt deze onzekerheid opgeheven, om de stad Leeuwarden voor beider geboorteplaats te houden.

In den oorlog van den Nederlandschen Staat met Spanje, moest dit dorp zeer veel lijden: want in 1587 werd het voor een goed gedeelte door de Spanjaarden in de asch gelegd; onderscheidene inwoners zochten hun behoud in de kerk en toren, doch de vijanden staken dat gebouw van onderen in brand, waardoor zij jammerlijk omkwamen.

WINSUM-EN-BAARD, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Harlingen, ring van Bolsward.

Men heeft er twee kerken: ne te Winsum en ne te Baard, en telt er 690 zielen, onder welke 140 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Casparus Petri Stokman, die in het jaar 1583 herwaarts kwam en in het jaar 1599 overleed. In 1638 werd Huyns met Wirdum-en-Baard vereenigd, doch in 1720 werd dit hier weder afgenomen.

WINSUMER-BRUGBUURT of Winsumer-Uitbuurt, ook Winsumer-buren en het Hoogholt genoemd, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 1/2 u. W. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. W. van Rauwerd, 5 min. Z. W. van Winsum, waartoe zij behoort.

WINSUMER-UITBUURT, b., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Winsumer-Brugbuurt.

WINZUM, d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel. Zie Winsum.

WOBBINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 2 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 2 u. N. W. van Rauwerd, niet ver van Baard, waartoe zij behoorde.

WOBBINGA, voorm. uithof van het klooster Lidlum, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Baarderadeel, arr. en 1 1/4 u. Z. W. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. N. van Rauwerd, 10 min N. van Weidum. - Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans weiland.