ACHTKERSPELEN of Achtkarspelen, griet., prov. Friesland, kw. Oostergoo, voor verre het grootste gedeelte arr. Leeuwarden, kant. Buitenpost, behoorende alleen het d. Rottevalle tot het arr. Heerenveen, kant. Beetsterzwaag (8 m. k., 4 s. d.). Zij wordt dus genoemd naar de acht kerspelen, waaruit zij voorheen bestond: zijnde Augustinusga, Buitenpost, Drogeham, Harkema-Opeinde, Kooten, Lutkepost, Surhuizum en Twyzel; thans heeft men er buitendien nog drie kerkdorpen: Gerkesklooster, Surhuisterveen en Rottevalle, hoewel er slechts zeven Herv. Gem. Gevonden worden, namelijk: Augustinusga-en-Surhuizum, Buitenpost-en-Lutkepost, Drogeham-en-Harkema-Opeinde, Gerkes-klooster, Rottevalle, Surhuisterveen en Twyzel-en-Kooten, die gezamelijk 9 kerken hebben, welke door zeven Predikanten bediend worden; voorts is er ook nog ééne Doopsg. Kerk, maar R. K. kerken vindt men er niet, behoorende de weinige inw. van die gezindheid tot de statie Dockum. Eertijds stond deze grietenij, ten opzigte van het geestelijk regtsgebied, onder den Bisschop van Munster, terwijl de overige deelen van Friesland den Bisschop van Utrecht tot geestelijk opperhoofd hadden; de reden hiervan was, dat die van Groningen, van het eil. Ameland, Terband en Achtkerspelen, door Ludgerus, den eersten Bisschop van Munster, tot de Christelijke geloof bekeerd zijnde, hem uit erkentelijkheid, voor hun geestelijk hoofd erkenden. Men heeft in deze griet. 9 scholen, te zamen met 800 leerlingen. Zij grenst ten O. aan de prov. Groningen, waarvan het door de Lauwers gescheiden wordt, ten Z. aan Smallingerland, ten W. aan Tietjerksteradeel, ten N. aan Dantumadeel en Kollumerland, en telt 1178 huizen, bewoond wordende door ruim 7000 inw. Onder welke ruim 6600 Herv., 360 Doopsg., 20 R. K. en 3 Luth. De inw. generen zich meest met den landbouw en veeteelt, maar hebben ook drie jeneverstokerijen, 12 smederijen, 4 scheepstimmerwerven, 1 pel-, 3 rogge- en 3 gortmolens.

Men heeft hier weinig wateren; de voornaamste zijn: een gedeelte der Dockumer trekvaart op Stroobos, het Kornelsdiep of liever: Kolonel-Casper-Robles-diep, eene vaart van Surhuisterveen naar het Kornelsdiep en van daar naar Buitenpost, en de Oude Veenstervaart.

De landerijen dezer grietenij zijn meestal zandige bouwlanden, die echter wel bemest zijnde, goede vruchten geven. Ook vindt men vooral in het oostelijke gedeelte, goed weiland, alsmede vele hooilanden; in het midden der grietenij lage, en in het zuidelijkste gedeelte hooge veenen. Men heeft er veel klein wild, zoo als hazen, patrijzen enz.

In het jaar 1398 weigerden de Achtkerspelers de cijnsbaarheid aan de Grave van Holland, en zij alleen waren onbevreesd voor het dreigend gevaar. De Stellingwervers, Schooterlanders en andere Friezen, hunne kloekmoedigheid ziende, werden daardoor aangevuurd, om zich insgelijks tegen Hertog Albrecht van Beijeren, Graaf van Holland te verzetten, waardoor de Hollanders zich genoodzaakt zagen, Friesland te ontruimen, en de Friezen, voor dien tijd, van hunne dienstbaarheid te ontslaan. Onder alle Friezen waren de Achtkerspelers wel de meest op de Hollanders verbitterd, en men wil, dat des Hertogs volk destijds, voornamelijk door hunnen tegenstand, tot het verlaten van Friesland genoodzaakt werd. Ook hebben zij nog, toen de Hollanders aftrokken, twee hunner schepen, die door stilte aan den oever opgehouden werden, in brand gestoken en de manschap op de vlugt gejaagd. Vele wederwaardigheden heeft deze grietenij moeten uitstaan in de oude oorlogen en verdeeldheden tusschen de Schieringers en Vetkoopers: want deze laatsten de eersten, die uit Groningen geweken waren, in 1415 bij Noordhorn geslagen hebbende, vielen kort daarop met eenig krijgsvolk in Achtkerspelen en plunderden het geheel uit. In den Nederlandschen oorlog tegen Spanje heeft deze grietenij almede veel te lijden gehad.

Het wapen van Achtkerspelen stelt voor eene kerk met acht zijpanden (ter wederzijde vier), elk van een spits oprijzend torentje voorzien, verbeeldende dus een zamenstel van acht kerken te wezen.

AUGUSTINUSGA, in de wandeling Augustynsga geheeten, griet Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. v. Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. O. ten N. van Bergum, 1 u Z.O. van Buitenpost, 1/2 u. N.W. van Surhuizum, 1 u. van de grenzen der prov. Groningen, nabij het Kolonelsdiep.

Het is een uitgestrekt dorp, dat zeer aangenaam in het geboomte gelegen is en zijnen naam ontleent van den Kerkvader Augustus, aan wien, vóór de Reformatie, de kerk dezer plaats was toegewijd. Deze kerk, die voorheen voor het inwijden van eenen nieuwen Leeraar vijf goudgulden aan den Domproost te Utrecht betalen moest, en om streeks 1580 door de Spaansche soldaten geplunderd en verbrand werd, behoort thans aan de Herv. Gem. Van Augustinusga-en-Surhuizum. Men heeft hier 115 h., 1 school met 75 leerlingen, eene smederij en ruim 600 inw., die meest in de landbouw en veeteelt hun bestaan vinden, en onder welke men 10 Doopsg. en 2 R.K. telt, zijnde de overige allen Hervormd.

Tot dit dorp behoort het meer noordelijk buurtje de Tioele en de buursch. Oosterburen. Vroeger werd hiertoe ook gerekend Gerkesklooster, dat thans een afzonderlijk dorp uitmaakt; alsmede de aanzienlijke oude staten, Gaykema, Siccama en Jensma, die thans alle drie verdwenen zijn. — Ten N. van dit dorp heeft men goed kleiland.

Augustinusga is de geboortepl. Van de rijke edellieden Gerke Harkema en Buwe Harkema, van welken de eerste, in het jaar 1240, het Gerkesklooster, onder Augustinusga, en de tweede, in 1242, het Buweklooster, onder Drogeham, gesticht heeft; alsmede van den Bekwamen historie- en portretschilder Willem Bartel van der Kooi, geb. 15 mei 1768, † 14 Julij 1836.

AUGUSTINUSGA-EN-SURHUIZUM, meestal, hoewel verkeerdelijk Augustinusga-en-Zuiderhuizen, kerk. Gem., prov. Friesland klass. van Dockum, ring van Kollum, met twee kerken, die door éénen Predikant bediend worden. De eerste bekende Leeraar van deze gecombineerde gem. is geweest Wolterus Beutechum, die hier tusschen 1605 en 1620 moet gestaan hebben. Deze gem. Telt ongeveer 1300 ziel.

AUGUSTYNSGA, d., prov. Friesland. Zie Augustinusga.

AYCKEMA, of Aykema, voorm. adell. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, 1 u. N. O. van Surhuizum, waaronder zij behoorde, 1/4 u. Z. van Stroobos.

AYKEMA, voorm. adell. State, prov. Friesland. Zie Ayckema

BOELENS, later Schepper genoemd, state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 1/2 u O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. N. N. W. van Bergum, 5 min. W. van Buitenpost, waartoe het behoort.

Deze state wordt thans in eigendom bezeten en bewoond door den Heer Mr. Daniel de Blocq van Haersma de ??, Grietman van Achtkarspelen.

BUITENPOST, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 3 u. O. N. O. van Bergum, aan den straatweg van Leeuwarden naar Groningen, welke hier veel doortogt veroorzaakt, terwijl het watertje de Zandsloot om het dorp loopt. Het is het grootste en schoonste d. der Griet. Achtkarspelen, en niet alleen zeer vermakelijk om zijne ligging rondom in het geboomte, maar kan ook, door de goede wegen, die er op uitloopen, van alle kanten zeer gemakkelijk worden bezocht. men telt er, met de oostwaarts gelegene en hieronder behoorende buurtjes het Uitland, Klein-Uitland, de Horne en Scharnehuizum, 120 h., waaronder zeer fraaije, en ruim 800 inw.

De ingezetenen vinden meest hun bestaan in den landbouw en veeteelt, waartoe de goede bouw- en de grasrijke weilanden, die hier gevonden worden, ruimschoots gelegenheid aanbieden. Voorts heeft men er ééne smederij en éénen pelmolen.

De Herv., die hier 780 in getal zijn, behooren tot de gem. van Buitenpost-en-Lutkepost. De kerk is in den oorlog tusschen Spanje en Nederland verbrand, maar later weder opgebouwd.

De Doopsg., van welke men er ruim 20 telt, behooren tot de gem. van Surhuisterveen, de R. K., van welke men er slechts 4 aantreft, tot de stat. van Dockum, en de 2 Evang. Luth., die hier gevonden worden, tot de gem. van Leeuwarden.

De dorpschool telt een gemiddeld getal van 80 leerlingen.

Ten W. van Buitenpost ligt een boschje Steegmansbosch genoemd.

Men heeft er een distributie-kantoor der brievenposterij, en een station der paardenposterij; benevens de net gebouwde en fraai beplante state Boelens, later Groot-Schepper geheeten, zeer gunstig aan den straatweg gelegen, hetgeen trouwens met de meeste huizen en boerderijen van dit dorp het geval is. Vroeger lagen hier ook nog de staten Herbranda en Jelkema of Jeltinga, van waar de noordelijke weg ook nog den naam heeft van Jeltinga-laan. - Den eersten Woensdag in Augustus valt de jaar- en paardenmarkt in, en den eersten Donderdag in November de beestenmarkt.

BUITENPOST-EN-LUTKEPOST, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Dockum, ring van Kollum, met eene kerk te Buitenpost en ruim 800 zielen.

De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Bartholomeus Nicolai Bilderbeek, die, in het jaar 1611, naar Warfhuizen vertrok.

BUITENPOSTER-MADEN, streek weiland, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. Leeuwarden, kant. Bergum; palende N. aan de Zandsloot, O. aan de trekvaart van Dokkum op Groningen, Z. aan de Augustinergaasten, Z. W. aan de Woudmaden, W. aan de Buitenposter bouwlanden.

BUITENPOSTER-VAART, vaart, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen.

Zij komt uit de Zandsloot, loopt zuidwaarts naar de voorm. kerk van Lutkepost en voorts met eenige bogten zuid-westwaarts naar het Kolonelsdiep, waarmede zij zich ten N. van Harke-Opeinde vereenigt.

BUVEKLOOSTER, voorm. klooster, prov. Friesland. Zie Buweklooster.

BUVOOSKLOOSTER, voorm. klooster, prov. Friesland. Zie Buweklooster.

BUWEKLOOSTER ook Bouweklooster Buveklooster of Buvoosklooster genoemd, voorm. kloost. van premonstreiternonnen, thans een geh. van eenige boerderijen, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. ten Z. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. van Bergum, tusschen Drogeham en Harkema-Opeinde, tot welk laatste d. het behoort.

Dit klooster was in het jaar 1242 gesticht, door Buwe Harkema, een rijk edelman van Augustinusga, van wien het den naam van Buweklooster ontleend heeft, hoewel het ook wel St. Maria's graf genoemd werd. Deze Buwe had lang voorheen op zijn eigen landgoed, met oogluiking van den Bisschop van Munster, onder wiens bisdom destijds Augustinusga behoorde, eene kapel ter eere van den H. Nicolaas gesticht, en die genoegzaam begiftigd, om daarbij eenen Priester te onderhouden. Als hij naderhand zag, dat zijn broeder Gerke, van zijne goederen ter eere van den Almagtigen God, een Monnikenklooster gesticht had, beschouwde hij zulks als eene aanmaning om dit voorbeeld na te volgen. Na alzoo een bekwaam gebouw te hebben opgetrokken, heeft hij, met vergunning van den Abt van Mariëngaarde, eenige Nonnen uit het Premonstreiterklooster, Bethelem, derwaarts doen komen, en in zijn klooster geplaatst, wordende de eerste kerk van dit klooster in het jaar 1245 ingewijd. het is vermoedelijk in den tachtigjarigen oorlog verwoest.

Thans ziet men er tusschen breede grachten en hoogopgaande boomen, die hier welig op den hoogen zandgrond tieren, een paar aanzienlijke boerenplaatsen, kerkhof met klokkestoel, en een groote menigte puin.

DROGEHAM, of Droogeham, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet Achtkarspelen, arr. en 4 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. van Bergum, doorvruchtbare bouwlanden omringd.

Men telt er met de b. Hamshorn, Westerend en Roode Helling, in de landtaal Rohel genaamd, 90 h. en 480 inw., die zich het meest op den landbouw en de veeteelt toeleggen; ook heef men er eenen roggemolen en eene smederij.

De inw., die hier alle Herv., zijn, maken met die van Harkema-Opeinde de gem. van Drogeham uit, welke tot de klass. van Dockum, ring van Kollum behoort, ruim 1000 zielen telt en hier eene kerk heeft.

De eerste, die in deze gem. het leraarambt heeft waargenomen, is geweest Gerryt Jans, die in het jaar 1606 herwaarts kwam en in het jaar 1620 overleed.

Men heeft hier eene school, waar tevens de kinderen van Harkema-Opeinde en onderhoorige buurten onderwijs genieten, en welke door een gemiddeld getal van 90 leerlingen bezocht wordt.

Voorheen heeft hier een klooster van Premonstreiter-Nonnen gestaan, het Buweklooster geheeten. Zie dat woord. - Men heeft hier twee beesten- en paardenmarkten, waarvan de eerste invalt op den eersten Dinsdag in Mei en de tweede den vierden Woensdag in September.

DROOGEHAM, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkerspelen. Zie Drogeham.

DYCKHUIZEN, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Dykhuizen.

DYKHUISTER-TILLE of Dykhuizer-Tille, brug, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, 5 m. O. van de b. Dijkhuizen, over de trekvaart van Dockum naar Stroobos.

DYKHUIZEN, Dyckhuizen of Dijkhuizen, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. O. ten N. van Bergum, 1/4 u. Z. O. van Lutkepost, waartoe het behoort.

DYKHUIZER-TILLE, brug, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Dijkhuister-Tille.

GAIKEMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Gaykama.

GAUW (DE), landh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. van Leeuwarden, kant. en 3 1/2 u. O. ten N. van Bergum, 1/2 u. Z. W. van Stroobos.

GAYKAMA of Gaikema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. Leeuwarden, kant. Bergum, 1/4 u. Z. W. van Augustinusga. Deze state is reeds lang gesloopt.

GAYKEMA of Gaikema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. Leeuwarden, kant. Bergum, 1/4 u. Z. W. van Augustinusga. Deze state is reeds lang gesloopt.

GERBRANDA, Herbranda of Branda, voorm. adell. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, in het d. Buitenpost.

Deze state is afgebroken en niet herbouwd. Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans een stuk weiland, door grachten omgeven.

GERKESKLOOSTER of Gerriksklooster, in het Oud-Friesch Gerrytskesklooster, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. van Leeuwarden, kant. en 3 1/2 u. O. N. O. van Bergum, aan den noordelijken oever van een nieuw gegraven tak van het Kasper-Roblesdiep, dat van het Blaauw-verlaat af verbreed zijnde, zich noord-oostwaarts in de Lauwers ontlast.

Dit stille en afgelegene dorpje ligt 1/4 u. N. W. van de vrolijke en welvarende buurt Stroobos, werwaarts men voornemens is de kerk te verplaatsen, wanneer de daartoe vereischte middelen kunnen worden gevonden.

Men telt er in de kom van het d. 50 h. en 280 inw., en met het daartoe behoorende gedeelte van de b. Stroobos, 99 h. en 550 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw en de veeteelt. Ook heeft men er 1 scheepstimmerwerf en 2 smederijen.

Dit d. heeft zijn bestaan te danken aan een voorm. monnikenkloost., hetwelk alhier gestaan heeft en, in het jaar 1240, is gesticht door zekere Gerke Harkema van Twijzel, welk dorp destijds aan de par. van Augustinusga onderhoorig was. Deze Gerke Harkema, door denzelfden geest van godsdienstigheid, als andere van zijne eeuw, gedreven, ondernam het stichten van een klooster op de zathe Wiegeratorp of Wiegersterp, en zocht het te stellen onder bescherming van den Abt van Ludingakerk; doch deze wees zijn verzoek van de hand. Daarop voegde hij zich tot dien van Klaarkamp, en toen hij hier niet slaagde, nam hij zijne toevlugt tot Jelger van Marieëngaard, met belofte dat hij zijne orde wilde aannemen, zoo deze het klooster onder zijne bescherming nam. Jelger, geen acht slaande op de ligtvaardigheid van dezen mensch, die zoo haast van de eene orde overging, tot de andere, nam hem aan, tot aanmerkelijk ongenoegen van de Ludingakerkster en Klaarkampster Abten. De eerste van deze twee stond evenwel zijn regt af, maar de laatste, gestijfd wordende door zekere Wybrand, een man van adellijke afkomst, die, eer hij in het klooster ging, Deken in Oostergoo geweest was, weigerde Gerke uit zijne orde te ontslaan, en verkreeg daarenboven brieven van collatie of begeving van den Bisschop van Munster, onder wiens opzicht Achtkarspelen stond. Ook riep hij Gerke heimelijk tot zich, en haalde hem door vele beloften over, om openlijk de orde van Premonstreit af te zweeren, en die van Bernardus te omhelzen. Jelger, toen dit alles gebeurde, buitenlands zijnde, vernam bij zijne te huiskomst, met leedwezen, dat er eene scheuring onder de broederschap van Gerkesklooster was ontstaan, van welke sommigen het met de orde van Premonstreit hielden, terwijl anderen die van Bernardus aankleefden. Ter voorkoming van andere onaangename gevolgen sloeg Jelger den weg van toegevendheid in, en gaf aan elk de vrijheid, om te kiezen wat hij wilde. Het klooster zelf, dat bij zijne stichting den naam van Jeruzalem ontving, doch, naar zijnen stichter, doorgaans Gerkesklooster genoemd werd, kreeg tot zijnen eersten Abt den meergemelden Wybrand, en bleef bij de orde van Bernardus, doch alle de overigen, die de orde van Premonstreit aanhingen, verlieten het, en begaven zich naar elders. Bij dit klooster werd in later tijd eene kerk gebouwd door eenen inwoner van Augustinusga, met name Bruno, die deze kerk aan den H. Nicolaas toewijdde. De Abt van het klooster had, hoewel dit gesticht buiten de Ommelanden stond, een huis of refugium in de stad Groningen, op Schoolholm (1). De sterk doortogt voorbij dit klooster, niet alleen van schepen maar ook van rijtuigen, van Friesland naar Groningen, had reeds voor lang aanleiding gegeven om onderscheidene herbergen en andere huizen in de nabuurschap te bouwen, waaruit door den tijd eene aanzienlijke buurt ontstaan is, welke thans het dorp uitmaakt.

(1) Zie Mr. H. O. Frith, Groninger beklemregt, D. II, bl. 352 en 557.

De inw., die, op 1 na, alle Herv. zijn, behooren tot de klass. van Dockum, ring van Kollum. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Cornelius Timanni, die in het jaar 1631 herwaarts kwam, en in het jaar 1635 overleed. Voor 1631 en van 1635 tot 1659, was Gerkesklooster nu eens bij Augustinusga en dan weder met Buitenpost vereenigt, doch in 1660, heeft het weder een eigen Predikant gekregen, zoo als zulks nog het geval is. De gem. heeft een vrij beroep, in welk regt zij in den jare 1759, toen over die zaak eenig geschil gerezen is, bevestigd is geworden. DE tegenwoordige kerk en pastorij staan aan elkander verbonden, zoodat de Predikant door eene afzonderlijke deur, onmiddelijk uit zijn huis in de kerk komt. Beide staan op dezelfde plaats, waar vroeger de brouwerij van het gesloopte klooster stond, van welke, ingevolge vergunning der Gedeputeerde Staten der prov. Friesland, in het jaar 1629, de kerk gemaakt is. De eenvoudige kerk, met roode pannen gedekt, prijkt met geen toren; de klok hangt in eene afgezonderd staande klokkestoel, op het kerkhof.

De enkele R. K., die hier woont, behoort tot de stat. van Dockum. - De Dorpschool wordt door een gemiddeld getal van 70 leerlingen bezocht.

Onder dit d. lagen eertijds twee verlaten, als: een in de Dockumer-trekvaart; een in het Kolonelsdiep te Stroobos, van welken echter het eerste vervallen is.

Gerkesklooster is de geboorteplaats van den Opvoedkundige Jan Hendriks Nieuwold, geb. den 17 November 1737, † 30 Junij 1812, als Predikant te Warrega.

In het jaar 1422 werd in dit d. het gewigtig verbond tusschen de Schieringers en Vetkoopers gesloten.

GERRIKSKLOOSTER, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Gerkesklooster.

GERRYTKENSKLOOSTER, oude naam van het d. Gerkesklooster, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Gerkesklooster.

HAERSMA of Haarsma, state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. N. O. van Bergum, 2 min W. van Buitenpost, waartoe zij behoorde, aan den straatweg.

Het is thans een buitengoed, dat, met de daartoe behoorende gronden, in eigendom wordt bezeten en bewoond door Jonkheer Mr. Daniel de Blocq van Haersma, Grietman van Achtkarspelen.

HAMSHORN, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 4 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. van Bergum, 1/2 u. Z. O. van Drogeham; met 13 h. en 70 inw.

HARBRANDA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Herbranda.

HARKEMA-OPEINDE, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. van Bergum, zeer vermakelijk in het geboomte en in bouwlanden liggende.

Bij den naam van Opeinde is waarschijnlijk de naam van Harkema gevoegd, omdat die de naam des stichters, of ten minste een van de voornaamsten des dorps is geweest, ter onderscheiding van Opeinde in Smallingerland.

Men telt er, met het daartoe behoorende geh. Buweklooster, 100 huisgez., en ongeveer 550 inw., die meest in den landbouw en de veeteelt hun bestaan vinden; ook heeft men er twee scheepstimmerwerven.

De inw., die, er op 6 na, allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Drogeham. - De 6 Doopsgez., die men er aantreft, behooren tot de gem. van Surhuisterveen.

Er is in deze gem. geene school, maar de kinderen genieten onderwijs te Drogeham.

Men heeft onder dit d., nabij het voorm. Buweklooster, eene schoone streek bouwland, en verder zuidwaarts een onbebouwd heideveld, doch ten Noorden vele lage landen, loopende tot aan het Kolonelsdiep. Door dit d. gaat de rijweg van Leeuwarden naar Stroobos.

HEL (ROODE-), geh., prov. Friesland, griet. Achtkarspelen. Zie Roohel.

HEMSHORN, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Hamshorn

HERBRANDA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Gerbranda.

HORNE (DE), buurtje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 7 1/2 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 4 1/2 u. O. N. O. van Bergum, 1/2 u. O. van Buitenpost, waartoe het behoort.

JELKEMA, Jeltinga of Jeljama, voorm. adell. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 3 u. O. N. O. van Bergum, 5 min. van de b. Buitenpost.

Thans is het een tuin, in eigendom bezeten door den Heer van Haersma de With, woonachtig te Buitenpost.

JELTINGA, voorm. adell. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Jelkema.

JELTJAMA, voorm. adell. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Jelkema.

JENSMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. O. ten N. van Bergum, 1/4 u. Z. van Augustinusga, waartoe zij behoort.

De plaats, waar zij gestaan heeft, weet men thans niet meer aan te wijzen.

JERUSALEM, voorm. kloost. prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Gerkes-Klooster.

KALEBEINTUM, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 4 u. O. van Leeuwarden, kant en 2 u.O. N. O. van Bergum, 1/2 u. N. W. van Drogeham, waartoe zij behoorde.

Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans een vervallen herbergje of kroegje van dien naam.

KOOTEN (DE) of de Koten, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet Achtkarspelen, arr. en 3 1/2 u. O. van Leeuwarden. kant. en 1 1/2 u. O. ten N. van Bergum, gedeeltelijk ter wederzijden van den straatweg van Leeuwarden naar Groningen gelegen; terwijl het eigenlijke d. Kooten, zich meer zuidwaarts tot het Kolonelsdiep, bij Kootstertille, uitstrekt. men telt er met de daartoe behoorende geh. Opper-Kooten, Kale-Beintum, Kootstertille en Kuikhornstertille 112 h. en 640 inw. die meest in den landbouw hun bestaan vinden. Men vindt hier ten Noorden eenig heideveld, ten Zuiden hooi- en weilanden, zijnde het aan den straatweg, bijna alles bouwland. Voorts heeft men er 1 jeneverstokerij, 1 scheepstimmerwerf, 1 rogge- en 1 grutmolen.

De inw., die hier op 9 na alle Herv. zijn, behooren tot de gem. Twijzel-en-Kooten. Zij hebben hier eene kerk, zonder toren of orgel, doch een klokkestoel, waarin ééne klok.

De 3 Doopsgez., die hier wonen, behooren tot de gem. van Surhuisterveen. - De 4 R. K., die men er aantreft, worden tot de stat. van Dockum gerekend. - De dorpschool, die, even als de onderwijzerswoning, in het jaar 1838, nieuw gebouwd is, wordt gemiddeld door een getal van 70 leerlingen bezocht.

KOOTEN (OPPER-), geh. prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 1 1/4 u. O. N. O. van Bergum, 1/4 u. N. van Kooten, waartoe het behoort.

Het heeft eene zeer vermakelijke gebouwde buurt, midden in lommerijke dreven en bouwlanden, welke zich, ten Noordwesten, over het zoogenaamde Wildpad, tot aan Kuikhornster-tille uitstrekt.

KOOTSTERTILLE, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 3 3/4 u. O. ten Z. van Leeuwarden, kant. en 1 1/3 u. O. van Bergum, 10 min. Z. van Kooten.

Dit gehucht ontleent zijnen naam van eene til of brug, welke daar over het Kolonelsdiep ligt.

KORTWOLDE, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. O. van Bergum, 1/2 u. Z. van Surhuizum, waartoe het behoort.

KORTWOLDER-TILLE, brug, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, Z. O. van het geh. Kortwolde, in den na te noemen weg, over de Surhuister-Veenster-vaart.

KORTWOLDER-WEG (DE), weg, loopende van het geh. Kortwolde, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, ten N. voorbij Opeinde naar Doezum, in Groningerland, van welken we het oostelijke gedeelte de Kaleweg genoemd wordt.

KOTEN (DE), d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Kooten.

KOTEN (OPPER-), geb., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Kooten (Opper-).

KUIKHORNE, buurt, prov. Friesland, kw. Oostergoo, gedeelte griet. Achtkarspelen, gedeeltelijk griet. Tietjerksteradeel, arr. en 4 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 1 u. N. N. O. van Bergum, waartoe het behoort, dat in Tietjerksteradeel gelegen is, 1 1/2 u. W. van Twyzel, waartoe dat gedeelte gerekend wordt, dat in Achtkarspelen ligt.

KUIKHORNSTERTILLE of Kuykhornstertille, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. Leeuwarden, kant. en N. O. van Bergum, 3/4 u. van Koten, waartoe het behoort. - Dit geh. ontleent zijnen naam van eene, daar nabijgelegene, brug.

LITS (DE) , de Litz of Ludse, water, prov. Friesland, dat in de griet. Achtkarspelen, een weinig N. O. van de Rottevalle, ontspringt, met eene zuidwestelijke rigting naar de grensscheiding tusschen Smallingerland en Tietjerksteradeel loopt, aldaar de laatste griet. binnendringt en, met eene noordwestelijke rigting, langs Oostermeer vloeit, om zich in het Bergumermeer te ontlasten.

LUTKEPOST of Lutjepost, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 3 u. N. O. van Bergum, 10 min. Z. van Buitenpost, men telt er 3 h. en 20 inw., die hun bestaan vinden in den landbouw en veeteelt.

De inw., die er alle Herv. zijn, behooren tot de gem. Buitenpost-en-Lutkepost.

Volgens overlevering zou hier vroeger eene kerk hebben gestaan, ofschoon het uit geen gedrukte oorkonde blijkt. Het gehucht of dorp zelf, op eene hoogte geleden, heeft een stuk land, het hoogste van het omliggende, hetwelk met steenen en grove puin opgevuld is, waaruit men met grond mag besluiten, dat hier vroeger eenig belangrijk gebouw gestaan heeft, doch of zulks eene kerk of een particulier gebouw geweest is, durven wij niet beslissen, kort na de Hervorming bestond er althans geene kerk meer, en zoo er een bestaan heeft, werd zij overtollig, toen die van Buitenpost in hare nabijheid haar bestaan kreeg, hetwelk reeds voor de Hervorming het geval was.

Men heeft in dit d. geene school, maar de kinderen genieten onderwijs te Buitenpost.

MARIA’S-GRAF, voorm. kloost., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Buweklooster.

MEJONTSMA of Mejonsma, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 3 u. O. N. O. van Bergum, 5 min. O. van Buitenpost; waartoe zij behoorde.

Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerderij, welke, met de daartoe behoorende gronden, in eigendom bezeten wordt door den Heer De Witt, woonachtig te Buitenpost.

MOLENHORNE, voorm. geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 8 u. O. ten Z. van Leeuwarden, kant. en 4 u. O. van Bergum, Z. O. van Surhuizen, dat aldus genoemd wordt, om dat aldaar vroeger een molen heeft gestaan; thans is het een onbewoond stuk land.

OOSTERBUUREN of Oosterburen, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr., en 6 u. van Leeuwarden, kant. en 4 u. N. O. van Bergum, 1/2 u. N. O. van Gerkesklooster; met 2 h. en 16 inw.

OPEINDE (HARKEMA-), d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Harkema-Opeinde.

OPHUIS, geb., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. O. ten N. van Bergum, 1 1/2 u. Z. van Augustinusga, waartoe het behoort; met 11 h. en 50 inw.

OPPER-KOOTEN, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Kooten (Opper-).

ROOHEL of eigenlijk Roode-Hel, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 7 u. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. O. N. O. van Bergum, 1/2 u. N. van Harkema-Opeinde, waartoe het behoort, aan het Kaspar-Roblesdiep; met 17 h. en 75 inw.

Roode-Hel is een verkorting van roode helling of scheepstimmerwerf. Men vindt hier twee hellingen, met schuren of loodsen met roode pannen gedekt.

ROTTEVALLE, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, gedeeltelijk griet. Achtkarspelen, gedeeltelijk griet. Tietjerksteradeel, gedeeltelijk griet. Smallingerland, arr. en 5 u. O. Z. O. van Leeuwarden, gedeeltelijk kant. en ongeveer 2 u. Z. O. van Bergum, gedeeltelijk kant. en omtrent 2 u. N. N. O. van Beetsterzwaag, nabij den oorsprong van de List.

Weleer stonden hier maar weinig huizen, doch door den tijd is dit getal zoodanig toegenomen, dat de voormalige buurt thans tot een bloeijend dorp is uitgegroeid, zijnde zulks alleen een gevolg der hier zoo menigvuldige en voordeelige veengraverijen.

Men telt er, in de kom van het d., 780 inw., en met het kerkelijk daartoe behoorende geh. Houtinga-Haag, 150 h. en ongeveer 1050 inw., van welke 450 inw. onder Achtkarspelen, 550 inw. onder Smallingerland en 50 inw. onder Tietjerksteradeel. De inw. vinden meest in landbouw en veeteelt hun bestaan. Ook heeft men er een jeneverbranderij, eenen korenmolen en twee smederijen.

De Herv., die er 700 in getal zijn, onder welke 50 ledematen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. van Leeuwarden, ring van Bergum, behoort. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Adrianus Oudkerk, die in het jaar 1724 herwaarts kwam en in het jaar 1754 naar Ryperkerk vertrok. Het beroep geschiedt door den kerkeraad. De kerk, welke in de griet. Achtkarspelen staat en in het jaar 1724 gebouwd is, uit vrijwillige giften, zoo hier als elders ingezameld, is een langwerpig vierkant gebouw, met eenen spitsen toren. Zij werd, den 20 Augustus 1724, door Ds. P. Steenwijk, Predikant te Surhuisterveen, ingewijd.

De Doopsgez., die men er 200 aantreft, onder welke 60 Ledematen, behooren tot de gem. Witveen-en-Rottevalle. Rottevalle maakte vroeger eene afzonderlijke Doopsgezinde gemeente uit, welke tusschen 1620 en 1640 ontstaan was, doch in het jaar 1778 werd zij met Witveen vereenigd en maakt daarmede thans de gem. van Witveen-en-Rottevalle uit, welke te Rottevalle eene kerk heeft, zijnde een nieuw langwerpig vierkant gebouw, zonder toren, doch van een orgel voorzien. De kerk te Witveen is in 1838 afgebroken. - De dorpschool in 1845 gebouwd, wordt gemiddeld door een getal van 130 leerlingen bezocht. - De kermis valt in den tweeden Woensdag in Mei.

SCHARNEHUIZUM, voorm. hofstede, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 1/2 u. O. ten N. van Leeuwarden, 3 1/2 u. O. N. O. van Bergum, 1 u. O. ten N. van Buitenpost, waartoe zij behoorde, op de grenzen van Kollumerland, thans gesloopt.

SCHELTINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 3 u. O. N. O. van Bergum, in het d. Buitenpost.

SCHEPPER, state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Boelens.

SICKEMA, Sickama of Siccama, state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. O. ten N. van Bergum, ten Z. W., even buiten het d. Augustinusga, waartoe zij behoorde. - Op deze state hebben onderscheidene Grietmannen, uit dit geslacht van Haersma, gewoond.

SIGNEDA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. O. ten N. van Bergum, niet ver van Augustinusga, waartoe zij behoorde.

SPYKERBOOR, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. O. van Bergum, 1 u. O. van Surhuizen, op de grenzen van Groningen.

STANIA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. O. N. O. van Bergum, O. van Buitenpost, waartoe zij behoorde.

STANIA-LAND, streek lands, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, 20 min. O. van en onder het behoor van het d. Buitenpost, alwaar de voorm. stins van dien naam gestaan heeft.

STEEGMANS-BOSCH, boschje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, 1/2 u. W. van Buitenpost.

STROOBOS (HET FRIESCHE-), geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 1/2 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 3 1/2 u. O. N. O. van Bergum, 1/4 u. O. Z. O. van Gerkesklooster, waartoe het behoort, ter plaatse, waar de Lauwers, door de trekvaart van Dockum naar Groningen doorsneden wordt; met 36 h. en 200 inw.

Men vindt hier, aan de meerendeels digtgespoelde grensrivier de Lauwers, vette klei. Er is veel doorvaart naar Groningen, terwijl ook de veer- en pakschuiten hier aanleggen. Dit geh. is sedert eenige jaren aanmerkelijk aangebouwd. Men heeft er reeds twee blaauwverwerijen, eene grutterij, eene scheepstimmerwerf, en eenen wind-pelmolen; de kleinhandel in boter is er niet onbelangrijk. In het jaar 1846 is hier eene Christelijke Afgescheidene gem. erkend, welke tot dus verre geen Leeraar heeft. De kerk, die bij het verlaat of de schutsluis staat, is een klein gebouw, zonder toren of orgel.

SURHUIS d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Surhuizum.

SURHUISTERVEEN (DE VAART-VAN-) of de Surhuisterveenstervaart, ook wel de Nieuwe-vaart, water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, dat in eene noordelijke rigting van Surhuisterveen naar het Kolonelsdiep loopt.

SURHUISTERVEEN, eigenlijk Zuiderhuisterveen, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. ten Z. van Leeuwarden, kant. en 2 3/4 u. O. Z. O. van Bergum.

Dit d., hetwelk omstreeks het jaar 1600 door Doopsgezinden werd ontgonnen en aangelegd, bestaat uit eene groote menigte huizen, die allen langs de Oude-Veenster-vaart, op eene vermakelijke, ruime en lommerrijke plaats gebouwd zijn.

Het is oorspronkelijk eene veenkolonie, door de vergraving van de veenlanden ten zuidwesten van Surhuizum ontstaan, wier verschillende vaarten en wijken, waaraan de huizen gebouwd zijn, door een veenkanaal, de Nieuwe-Vaart, met het Kolonelsdiep gemeenschap hebben. Bij deze aanwinnende buurt is, omstreeks 1686, eene Hervormde kerk gebouwd. Sedert is zij een afzonderlijk dorp geworden, dat in zijne kom 154 h. en 920 inw. en met de daartoe behoorende b. Kortwolde 210 h. en 1280 inw. telt, welke meest in den landbouw en veeteelt hun bestaan vinden; terwijl men er eene grutmolen en twee smederijen heeft.

De Herv ., die er 1070 in getal zijn, onder welke 30 Ledematen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. van Dockum, ring van Kollum, behoort. De eerste, die in deze gemeente het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Johannes Melchior Boekholt, die in het jaar 1688 herwaarts kwam, en in 1707 emeritus werd. De kerk, welke in het jaar 1686 gesticht en in 1687 voltooid is, is een langwerpig vierkant gebouw, met eenen kleinen toren, doch zonder orgel.

De Doopsgez., van welke men er 210 aantreft, maken met de overigen dier gezindte, de griet Achtkarspelen bewonende, eene gem. uit welke 230 zielen telt, onder welke 70 Ledematen. De kerk is een langwerpig vierkant gebouw, zonder toren of orgel. In het begin der zeventiende eeuw moet er reeds eene Doopsgezinde gemeente te Surhuisterveen bestaan hebben: want de tweede kerk of vermaning werd gebouwd in 1685, omdat de eerste te oud of te klein werd. Ook is het tegenwoordige doopboek begonnen in 1730, omdat, zoo als er is aangetekend staat, het vorige te oud werd. Op het kerkhof te Surhuizum ligt een grafsteen, waarop gebeiteld staat: 1643 den 13 November is overleden de eerw. de godzalige Gabbe Paulus, Bedienaar bij de Waterlandsche Doopsgezinde gemeente te Surhuisterveen, oud 72 jaren. Naast dezen steen is een andere van zijn vrouw, die het volgend jaar in even hoogen ouderdom overleed. Zij schijnen, volgens de opschriften dezer steenen, menschen van aanzien geweest te zijn, en de jaren van den Leeraar pleiten wel voor den vroegen oorsprong der gemeente. De kerk is een net langwerpig gebouw, zonder toren of orgel.

In het begin der achttiende eeuw waren er een tijd lang te Surhuisterveen 30 huisgezinnen van uit Wurtemberg herwaarts gevlugte Doopsgezinden, die hunnen godsdienstoefening hielden in een bijzonder huis tegenover de Doopsgezinde pastorij. Zij bediende den Doop bij onderdompeling. Overigens leefden zij zeer matig en ingetogen. Zij bragten hier de eerste aardappelen. Nog is de plek gronds bekend, waar die eerste aardappelen werden verbouwd. Na eenige jaren hier vertoefd te hebben, zijn zij vertrokken naar Pensilvanië in Amerika.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 120 leerlingen bezocht. -De kermis valt in den derden Dinsdag in Mei en den derden Woensdag in October.

SURHUIZUM, Zuiderhuizen, Suderhusen of Szuerhusen, ook Surhuis geschreven, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. O. van Bergum, te midden van koren- en boekweitlanden, welke zich zeer ver uitstrekken, terwijl de huizen meest langs beplante wegen gebouwd zijn. Men telt er met de b. Ophuis 115 h. en 750 inw., die meest in den landbouw en de veeteelt hun bestaan vinden. Ook heeft men er eenen roggemolen en twee smederijen.

In het oostelijk gedeelte des dorps liggen de meeste weilanden, welke, met de dar achterliggende mied- of hooilanden, tot aan de Groninger grenzen doorloopen.

De inw., die er op 5 na allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Augustinusga-en-Surhuizum, welke ook hier eene kerk heeft, met eenen hoogen spitsen toren, geheel van steen gebouwd, doch zonder orgel.

De 5 Doopsgez., welke hier wonen, behooren tot de gem. van Surhuisterveen. - De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 80 leerlingen bezocht.

In den nacht van 1 September 1835, ontstond in dit dorp plotseling op twee plaatsen gelijk brand. Hij nam zoo hevig toe, dat de twee woningen in vlammen stonden, eer men den brand ontdekte en de noodige hulp toebrengen kon, dat door het gebrek aan water bovendien nog uiterst moeijelijk was. De meeste zorg bepaalde zich bij de belendende woonhuizen, tusschen de twee brandende in gelegen, welke groot gevaar liepen van mede te worden aangetast, doch door den ijver der ingezetenen gelukkig behouden bleven.

SUTHERHUSUM, plaats, van welke gewag wordt gemaakt bij Eso, op het jaar 1224, en waaronder verstaan wordt het tegenwoordige dorp Surhuizum, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Surhuizum.

SZUERHUSEN, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Surhuizum.

TJESSENS, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5. u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. O. ten N. van Bergum, niet ver van Augustinusga, waartoe zij behoorde.

TJOELE (DE) , h., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. O. ten N. van Bergum, 1/4 u. N. van Augustinusga.

TWIJZEL of Optwijzel, eertijds Tuyslom, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 3 3/4 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. van Bergum. Men telt er, met de daartoe behoorende b. Westerburen, 570 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw.

De nette huizen, waaronder de pastorij uitmunt, staan met hunne beplante hornlegers of tuinen aan den fraaijen straatweg naar de Groninger grenzen. ten Noordwesten van daar liggen voornamelijk de landerijen tot aan het Wildpad, zijnde alle zeer schoone bouwakkers, over welke een weg loopt naar Kollumerland, de Damwedze genoemd. Ten Noordwesten van het Wildpad tot aan Kuikhorne en Kollumerzwaag ligt de Twijzeler-heide, bewoond door 300 zielen. Aan de Zuidoostzijde van den straatweg vindt men gedeeltelijk bouw-, doch meerendeels weilanden, die wederom van de mied- of hooilanden gescheiden worden door een stroomend watertje, de Zandsloot genoemd. Deze mieden, in de rigting van Augustinusga gelegen, bevatten 100 inw.

De Herv., die er met een tiental Doopsgez., welke tot de gem. van Surhuisterveen gerekend worden, de bevolking der plaats uitmaken, behooren tot de gem. Twijzel-en-Kooten. De kerk, welke vóór de Reformatie aan den H. Augustinus was toegewijd, is een groot en hoog gebouw, met eenen stompen toren, doch zonder orgel, ten Noordwesten van den straatweg; de pastorij met haren fraaijen tuin en slingerbosch, staat aan de zuidoostzijde.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 70 leerlingen bezocht.

TWIJZEL-EN-KOOTEN, kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Dockum, ring van Kollum, met twee kerken, als: eene te Twijzel en eene te Kooten.

Men telt er 1800 zielen, onder welke 120 Ledematen. de eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest zekere Ayko, Pastoor te Twijzel, die in 1567, wegens de verkondiging van de gezuiverde leer, het land moest ruimen. De eerste, die na hem kwam, was Johannes Metelen, die, op het einde dier eeuw hier in dienst getreden zijnde, in 1613 overleed. Laurentius Meijer, die hier gestaan heeft van 1765-1788, in 1798, als Hoogleeraar in de Godgeleerdheid te Franeker, overleden.

UITLAND (HET), geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 1/2 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 3 1/2 u. O. N. O. van Bergum, 1/2 u. O. ten N. van Buitenpost, waartoe het behoort.

UITLAND (KLEIN-), buurtje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 1/2 u. O. ten N. van Leeuwarden, kant. en 3 1/2 u. O. N. O. van Bergum, 1/2 u. O. ten N. van Buitenpost, waartoe het behoort, ten W. van het Uitland.

VEENHEERENHUIS, h., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Smallingerland, arr. en 6 u. N. N. O. van Heerenveen, kant. en 2 u. N. N. O. van Beetsterzwaag, Z. en nabij Rottevalle, waartoe het behoort op de grenzen van Achtkarspelen.

VEENSTERVAART (DE OUDE), water, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, dat in het Hoogveen in het Zuiden dier grietenij ontstaat, eerst onder den naam van Kostverlorenwijk noordwestwaarts loopt, dan in eene oostelijke strekking door Surhuisterveen; voorts met eenen kronkelenden loop naar Stroobos en van daar naar Gerkesklooster vliet, waar het zich met het Komelsdiep vereenigt.

VIJFHUIZEN, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 6 u. O. van Leeuwarden, kant. en 3 u. O. van Bergum, 3/4  u. Z. W. van Surhuisum, 1/4   u. N. W. van Surhuisterveen, waartoe zij behoort.

VOSSEPOLLE, hoogte, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, 10 min. Z. van Surhuisterveen.

WESTERBUREN, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 3 3/4 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. N. O. van Bergum, 1/4 u. Z. W. van Twyzel.

WESTEREND, geh., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 4 1/2 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 u. O. van Bergum, 1/2 u. W. van Drogeham.

WIEGERATERP of Wiegersterp, voorm. zathe, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen.

Op deze zathe werd in het jaar 1240 het Gerkesklooster gesticht, waaraan het tegenwoordige dorp van dien naam zijn nanzijn verschuldigd is.

YPSMA of Ypsema, voorm. state, prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Achtkarspelen, arr. en 5 u. O. van Leeuwarden, kant. en 2 1/2 u. N. ten O. van Bergum, Z. van Augustinusga, waartoe zij behoorde.

ZANDSLOOT (DE) , watertje, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen, hetwelk, uit de Twyzeler hooilanden voortkomende, noordoostwaarts aanstroomende, met eene kromme bogt, Zuidwaarts het dorp Buitenpost omloopt, van daar Oostwaarts langs den rijweg vloeit, en zich bij Steenhartser-tille met de Groninger trekvaart vereenigt.

ZUIDERHUISTER-VEEN en ZUIDERHUIZUM, twee dorpen, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Surhuisterveen-veen en Surhuizen.

ZUURHUIZUM, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Achtkarspelen. Zie Surhuizum.